1Kial vi fanfaronas pro malbono, ho tirano? La boneco de Dio estas ĉiama. 2Pereon intencas via lango, Kiel akrigita razilo ĝi tranĉas malicon. 3Vi pli amas malbonon, ol bonon; Pli mensogi, ol diri veron. Sela. 4Vi amas ĉian parolon pereigan, Parolon malican. 5Tial Dio pereigos vin por ĉiam, Elŝiros vin el via tendo, Kaj elĵetos vin el la lando de la vivantoj. Sela. 6Kaj virtuloj vidos kaj ektimos, Kaj pri li ili ridos, dirante: 7Jen estas la viro, kiu ne en Dio vidis sian forton, Sed fidis sian grandan riĉecon, Sentis sin forta per sia malbonpovado. 8Kaj mi, kiel verda olivarbo en la domo de Dio, Fidas la bonecon de Dio ĉiam kaj eterne. 9Mi dankos Vin eterne por tio, kion Vi faris, Kaj mi esperos al Via nomo, ĉar Vi estas bona por Viaj fideluloj.
1Why do you boast of mischief, mighty man? God’s loving kindness endures continually. 2Your tongue plots destruction, like a sharp razor, working deceitfully. 3You love evil more than good, lying rather than speaking the truth. Selah. 4You love all devouring words, you deceitful tongue. 5God will likewise destroy you forever. He will take you up, and pluck you out of your tent, and root you out of the land of the living. Selah. 6The righteous also will see it, and fear, and laugh at him, saying, 7“Behold, this is the man who didn’t make God his strength, but trusted in the abundance of his riches, and strengthened himself in his wickedness.” 8But as for me, I am like a green olive tree in God’s house. I trust in God’s loving kindness forever and ever. 9I will give you thanks forever, because you have done it. I will hope in your name, for it is good, in the presence of your saints.
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester. 2Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech. 3Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag. 4Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog. 5Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela. 6Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs. 7God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela. 8En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende: 9Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten.
Premu Enen por marki ĉi tiun verson, aldoni noton aŭ kopii ĝin. La sagoklavoj iras al la sekva verso.
La versnumeroj sekvas la elektitan tradukon kaj povas malsami je unu verso en kelkaj ĉapitroj.