Salti al la enhavo
Beta

Fadeno ankoraŭ ne estas tute tradukita al Esperanto. Kio ankoraŭ ne estas tradukita, aperas en la angla.

Who is who

The people of the Bible

Prophets, patriarchs, judges, kings and queens, priests and the people around Jesus: who were they, when did they live and where do you read about them? Search by name, see the kings on one band and follow the red thread from Abraham to Jesus.

Provizore la klarigoj pri bibliaj pecoj kaj libroj estas nur en la nederlanda. La Biblia teksto kaj la aplikaĵo mem estas en via lingvo; tradukoj de la klarigoj estas survoje.

See also:The apostlesWhat names meanThe timeline

Twenty heroes from the Bible

Each card tells who it is and what happened. Tap 'Read the story' and read it together.

Everyone in one place

Search for a name or what it means, or pick a group or a time. Each person shows where to find them in the Bible.

144 people

  • Adam

    Meaning of the name: “mens; 'uit de aarde' (adama)”

    De eerste mens, door God gemaakt uit stof van de aarde.

    • God blaast hem levensadem in en zet hem in de tuin.Genezo 2:7
    • Hij eet met Eva van de verboden boom en verstopt zich voor God.Genezo 3:8

    The red thread to Jesus

    Paulus noemt Jezus 'de laatste Adam': waar de eerste viel, geeft Hij nieuw leven.

    1 Korintanoj 15:45
  • Eva

    Meaning of the name: “leven”

    De eerste vrouw, 'moeder van al wat leeft'.

    • God bouwt haar uit Adams zijde, en Adam juicht.Genezo 2:22
    • De slang misleidt haar; God belooft dat een nakomeling van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen.Genezo 3:15

    The red thread to Jesus

    Christenen noemen die belofte vaak 'het eerste evangelie': een nakomeling van de vrouw overwint het kwaad.

    Genezo 3:15
  • Noach

    Meaning of the name: “rust, troost”

    Rechtvaardig man die met zijn gezin de vloed overleeft.

    • Bouwt de ark, precies zoals God zegt.Genezo 6:22
    • God sluit een verbond met hem, met de regenboog als teken.Genezo 9:13

    The red thread to Jesus

    Petrus ziet in de redding door het water een beeld van de doop.

    1 Petro 3:20
  • Melchisedek

    Meaning of the name: “koning van gerechtigheid”

    Koning van Salem en priester van God de Allerhoogste.

    The red thread to Jesus

    Hebreeën noemt Jezus hogepriester 'naar de ordening van Melchisedek'.

    Hebreoj 7:17
  • Abraham

    Meaning of the name: “vader van veel volken”

    Stamvader van Israël en 'vader van alle gelovigen'.

    • God roept hem weg uit Haran: in jou zullen alle volken gezegend worden.Genezo 12:3
    • Is bereid Isaak te offeren; God zorgt zelf voor een ram.Genezo 22:13

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt: 'Abraham verheugde zich dat hij mijn dag zou zien.'

    Laŭ Johano 8:56
  • Sara

    Meaning of the name: “vorstin”

    Vrouw van Abraham, moeder van Isaak.

    • Lacht ongelovig als haar op hoge leeftijd een zoon wordt beloofd.Genezo 18:12
    • Krijgt Isaak en zegt: God heeft mij laten lachen.Genezo 21:6

    The red thread to Jesus

    Hebreeën noemt haar bij de mensen die op Gods belofte vertrouwden.

    Hebreoj 11:11
  • Hagar

    Egyptische slavin van Sara, moeder van Ismaël.

    • Vlucht de woestijn in; God ziet haar, en zij noemt Hem 'de God die naar mij omziet'.Genezo 16:13
    • God opent haar ogen voor een waterput en redt haar zoon.Genezo 21:19
  • Isaak

    Meaning of the name: “hij lacht”

    De beloofde zoon van Abraham en Sara.

    • Draagt zelf het hout de berg op, waar hij bijna geofferd wordt.Genezo 22:6
    • Trouwt met Rebekka en heeft haar lief.Genezo 24:67

    The red thread to Jesus

    Hebreeën zegt dat Abraham hem 'bij wijze van spreken uit de dood terugkreeg'; veel christenen zien hierin een vooruitwijzing naar Jezus.

    Hebreoj 11:19
  • Rebekka

    Vrouw van Isaak, moeder van Esau en Jakob.

    • Geeft de knecht van Abraham water, en zijn kamelen ook.Genezo 24:18
    • Hoort van God dat de oudste de jongste zal dienen.Genezo 25:23
  • Jakob

    Meaning of the name: “hielgrijper; later Israël: 'strijder met God'”

    Vader van de twaalf stammen, later Israël genoemd.

    • Droomt van een ladder tot in de hemel.Genezo 28:12
    • Worstelt 's nachts bij de Jabbok en krijgt de naam Israël.Genezo 32

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt dat de engelen opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon: Hij is zelf de ladder.

    Laŭ Johano 1:51
  • Lea

    Eerste vrouw van Jakob, moeder van onder anderen Levi en Juda.

    • Minder geliefd dan haar zus, maar God ziet haar; bij Juda zegt ze: nu zal ik de HEER loven.Genezo 29:35

    The red thread to Jesus

    Uit haar zoon Juda komen koning David en uiteindelijk Jezus.

    Laŭ Mateo 1:2
  • Rachel

    Meaning of the name: “ooi (schaap)”

    Geliefde vrouw van Jakob, moeder van Jozef en Benjamin.

    • Jakob werkt zeven jaar voor haar, en het lijkt hem maar een paar dagen.Genezo 29:20
    • Sterft bij de geboorte van Benjamin, onderweg naar Betlehem.Genezo 35:19

    The red thread to Jesus

    Matteüs hoort haar huilen om haar kinderen als Herodes in Betlehem de kinderen laat doden.

    Laŭ Mateo 2:18
  • Juda

    Meaning of the name: “lof”

    Zoon van Jakob en Lea, stamvader van David en van Jezus.

    • Biedt zichzelf aan als slaaf in plaats van zijn broertje Benjamin.Genezo 44:33
    • Jakob zegent hem: de scepter zal niet wijken van Juda.Genezo 49:10

    The red thread to Jesus

    Jezus wordt 'de Leeuw uit de stam Juda' genoemd.

    Apokalipso 5:5
  • Tamar

    Meaning of the name: “dadelpalm”

    Schoondochter van Juda, moeder van Peres.

    • Onrecht aangedaan dwingt ze Juda zijn plicht te doen; hij zegt: zij is rechtvaardiger dan ik.Genezo 38:26

    The red thread to Jesus

    Ze is de eerste vrouw in het geslachtsregister van Jezus.

    Laŭ Mateo 1:3
  • Jozef

    Meaning of the name: “Hij (God) voegt toe”

    Zoon van Jakob en Rachel, onderkoning van Egypte.

    • Krijgt een prachtig kleed en wordt door zijn jaloerse broers verkocht.Genezo 37:28
    • Vergeeft zijn broers: jullie bedoelden het kwaad, God bedoelde het goed.Genezo 50:20

    The red thread to Jesus

    Verworpen door zijn broers, verhoogd en de redder van wie hem verworpen hadden: Stefanus vertelt zijn verhaal, en veel christenen zien er Jezus in.

    Agoj de la Apostoloj 7:9
  • Mozes

    Meaning of the name: “uit het water getrokken”

    Leider die Israël uit Egypte bevrijdt, profeet en wetgever.

    • God spreekt tot hem uit een brandende braamstruik.Eliro 3:4
    • Ontvangt op de Sinaï de Tien Woorden.Eliro 20:1

    The red thread to Jesus

    Mozes beloofde een profeet zoals hij; Petrus zegt dat Jezus die profeet is.

    Agoj de la Apostoloj 3:22
  • Aäron

    Broer van Mozes, de eerste hogepriester.

    • Spreekt namens Mozes bij de farao.Eliro 4:16
    • Maakt het gouden kalf als het volk ongeduldig wordt.Eliro 32:4

    The red thread to Jesus

    Hebreeën zet Jezus naast Aäron: een hogepriester die door God geroepen is en voor altijd blijft.

    Hebreoj 5:4
  • Mirjam

    Profetes, zus van Mozes en Aäron.

    • Een zus waakt bij het mandje van de kleine Mozes in de Nijl; meestal wordt aangenomen dat zij dat was.Eliro 2:4
    • Zingt en danst met de tamboerijn na de tocht door de zee.Eliro 15:20
  • Jozua

    Meaning of the name: “de HEER redt (dezelfde naam als Jezus)”

    Opvolger van Mozes, leidt Israël het beloofde land in.

    • God zegt: wees sterk en moedig, Ik ben met je.Josuo 1:9
    • De muren van Jericho vallen na zeven dagen rondgaan.Josuo 6:20

    The red thread to Jesus

    Zijn naam is in het Grieks 'Jezus'; Hebreeën zegt dat de echte rust nog moest komen.

    Hebreoj 4:8
  • Kaleb

    Verkenner die God vertrouwt als bijna niemand dat doet.

    • Zegt na de verkenning: we kunnen het land zeker innemen.Nombroj 13:30
    • Vraagt op zijn vijfentachtigste nog om de bergen van Hebron.Josuo 14:12
  • Rachab

    Meaning of the name: “ruim, breed”

    Vrouw in Jericho die de verkenners verbergt.

    • Laat een rood koord uit het raam hangen en wordt met haar familie gered.Josuo 2:18

    The red thread to Jesus

    Ze staat in het geslachtsregister van Jezus en bij de helden van het geloof.

    Laŭ Mateo 1:5
  • Otniël

    Meaning of the name: “kracht van God”

    De eerste richter, familie van Kaleb.

    • De Geest van de HEER komt over hem; hij bevrijdt Israël en het land heeft veertig jaar rust.Juĝistoj 3:10
  • Ehud

    Linkshandige richter uit de stam Benjamin.

    • Bevrijdt Israël van koning Eglon van Moab met een verborgen zwaard.Juĝistoj 3:21
  • Samgar

    Richter die zeshonderd Filistijnen verslaat met een ossenprikkel.

  • Debora

    Meaning of the name: “bij”

    Profetes en richter die recht spreekt onder een palmboom.

    • Roept Barak op tegen het leger van Sisera, en gaat zelf mee.Juĝistoj 4:9
    • Zingt met Barak een lied over Gods overwinning.Juĝistoj 5:1
  • Barak

    Meaning of the name: “bliksem”

    Legeraanvoerder die met Debora Sisera verslaat.

  • Jaël

    Meaning of the name: “steenbok”

    Vrouw in een tent die de vluchtende legeroverste Sisera doodt.

    • Debora's lied prijst haar: gezegend boven de vrouwen in de tenten.Juĝistoj 5:24
  • Gideon

    Meaning of the name: “die omhakt”

    Bange boer die door God tot richter wordt geroepen.

    • De engel noemt hem 'dappere held' terwijl hij zich verstopt in een wijnpers.Juĝistoj 6:12
    • Verslaat Midian met driehonderd man, kruiken en fakkels.Juĝistoj 7:20
  • Tola

    Richter uit de stam Issaschar, drieëntwintig jaar.

  • Jaïr

    Meaning of the name: “hij verlicht”

    Richter uit Gilead, tweeëntwintig jaar.

  • Jefta

    Meaning of the name: “hij opent”

    Verstoten zoon die terug wordt gehaald als richter.

  • Ibsan

    Richter uit Betlehem, zeven jaar.

  • Elon

    Meaning of the name: “eik”

    Richter uit de stam Zebulon, tien jaar.

  • Abdon

    Meaning of the name: “dienaar”

    Richter uit Efraïm, acht jaar.

  • Simson

    Meaning of the name: “van de zon”

    Nazireeër met grote kracht, richter tegen de Filistijnen.

  • Eli

    Meaning of the name: “(mijn) God is hoog”

    Priester in Silo, veertig jaar richter.

    • Denkt dat de biddende Hanna dronken is, en zegent haar daarna.1 Samuel 1:17
    • Leert de jonge Samuël antwoorden: spreek, HEER, uw dienaar luistert.1 Samuel 3:9
  • Samuël

    Meaning of the name: “gehoord door God”

    c. 1070–1010 BC

    De laatste richter, profeet die Saul en David zalft.

    The red thread to Jesus

    Petrus zegt dat alle profeten vanaf Samuël over de tijd van Jezus hebben gesproken.

    Agoj de la Apostoloj 3:24
  • Ruth

    Read the book of Rut

    Moabitische die met haar schoonmoeder meegaat naar Betlehem.

    • Zegt tegen Noömi: jouw volk is mijn volk, jouw God is mijn God.Rut 1:16
    • Raapt aren op het veld van Boaz.Rut 2:3

    The red thread to Jesus

    Ze is de overgrootmoeder van David en staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Laŭ Mateo 1:5
  • Noömi

    Meaning of the name: “lieflijk”

    Weduwe die met lege handen terugkeert naar Betlehem.

    • Wil voortaan 'Mara' heten: bitter.Rut 1:20
    • Neemt haar kleinzoon Obed op schoot.Rut 4:16
  • Boaz

    Boer in Betlehem, de 'losser' van Ruth.

    • Laat Ruth expres extra aren oprapen.Rut 2:15
    • Koopt als losser het land terug en trouwt met Ruth.Rut 4:10

    The red thread to Jesus

    De losser die betaalt om terug te kopen is voor christenen een beeld van Jezus, de Verlosser; Boaz staat in zijn geslachtsregister.

    Laŭ Mateo 1:5
  • Hanna (moeder van Samuël)

    Meaning of the name: “genade”

    Moeder van Samuël, die God om een kind bidt.

    • Bidt in stilte; alleen haar lippen bewegen.1 Samuel 1:13
    • Zingt: de HEER maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert en verhoogt.1 Samuel 2:7

    The red thread to Jesus

    De lofzang van Maria lijkt sterk op het lied van Hanna.

    Laŭ Luko 1:46
  • Saul

    Meaning of the name: “gevraagd”

    1050–1010 BCAll Israel

    De eerste koning van Israël, een hoofd groter dan iedereen.

    The Bible gives no short verdict

  • David

    Meaning of the name: “geliefde”

    1010–970 BCAll Israel

    Herder, dichter en koning, 'een man naar Gods hart'.

    Did what was right in the eyes of the LORD1 Reĝoj 15:5

    • Verslaat Goliat met een slinger en een steen.1 Samuel 17:50
    • Komt na zijn zonde met Batseba tot inkeer; Psalm 51 is zijn gebed.Psalmaro 51

    The red thread to Jesus

    Jezus heet 'Zoon van David': de engel belooft Maria dat God Hem de troon van David geeft.

    Laŭ Luko 1:32
  • Salomo

    Meaning of the name: “vrede”

    970–931 BCAll Israel

    Wijze koning die de tempel bouwt; op zijn oude dag dient hij ook andere goden.

    Partly good, partly not1 Reĝoj 11:6

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt: hier is meer dan Salomo.

    Laŭ Mateo 12:42
  • Batseba

    Vrouw van Uria, later van David; moeder van Salomo.

    • David neemt haar en laat haar man doodgaan; God stuurt de profeet Natan.2 Samuel 11:27
    • Zorgt dat haar zoon Salomo koning wordt.1 Reĝoj 1:30

    The red thread to Jesus

    Matteüs noemt haar 'de vrouw van Uria' in het geslachtsregister van Jezus.

    Laŭ Mateo 1:6
  • Abigaïl

    Meaning of the name: “mijn vader is vreugde”

    Verstandige vrouw die David van wraak afhoudt.

  • Natan

    Meaning of the name: “Hij (God) heeft gegeven”

    c. 1000–970 BC

    Profeet aan het hof van David.

    • Brengt Gods belofte: jouw koningschap zal voor altijd bestaan.2 Samuel 7:16
    • Vertelt David het verhaal van het ooilam: jij bent die man!2 Samuel 12:7

    The red thread to Jesus

    De belofte van een koning uit Davids huis voor altijd wijst naar Jezus.

    Laŭ Luko 1:33
  • Gad

    Meaning of the name: “geluk”

    c. 1015–970 BC

    Ziener die David zijn leven lang raad geeft.

    • Zegt de vluchtende David terug te gaan naar Juda.1 Samuel 22:5
    • Laat David een altaar bouwen op de dorsvloer van Arauna, waar later de tempel komt.2 Samuel 24:18
  • Jerobeam I

    931–910 BCIsrael (north)

    Eerste koning van het noordrijk Israël.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 13:33

    • Zet gouden kalveren neer in Betel en Dan, zodat het volk niet naar Jeruzalem gaat.1 Reĝoj 12:28
  • Nadab

    Meaning of the name: “vrijgevig”

    910–909 BCIsrael (north)

    Zoon van Jerobeam; na twee jaar vermoord.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 15:26

  • Baësa

    909–886 BCIsrael (north)

    Neemt de troon en roeit het huis van Jerobeam uit.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 15:34

    • De profeet Jehu, zoon van Chanani, kondigt zijn einde aan.1 Reĝoj 16:1
  • Ela

    886–885 BCIsrael (north)

    Zoon van Baësa, vermoord terwijl hij dronken is.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 16:13

  • Zimri

    885 BCIsrael (north)

    Legeroverste die zeven dagen koning is.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 16:19

  • Omri

    885–874 BCIsrael (north)

    Sterke koning die Samaria tot hoofdstad maakt.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 16:25

  • Achab

    874–853 BCIsrael (north)

    Trouwt met Izebel en dient Baäl; tegenspeler van Elia.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 16:30

  • Achazja (Israël)

    853–852 BCIsrael (north)

    Zoon van Achab.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 22:52

    • Raadpleegt na een val de god van Ekron; Elia gaat hem tegemoet.2 Reĝoj 1:3
  • Joram (Israël)

    852–841 BCIsrael (north)

    Zoon van Achab; slecht, maar niet zoals zijn vader en moeder.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 3:2

    • Trekt met Josafat op tegen Moab; Elisa wordt erbij gehaald.2 Reĝoj 3:11
  • Jehu

    Meaning of the name: “de HEER is Hij”

    841–814 BCIsrael (north)

    Legeraanvoerder die het huis van Achab uitroeit, maar de gouden kalveren laat staan.

    Partly good, partly not2 Reĝoj 10:31

    • Rijdt 'als een dolle' en maakt een einde aan Izebel en de Baälverering.2 Reĝoj 10:28
  • Joahaz (Israël)

    814–798 BCIsrael (north)

    Zoon van Jehu, zwaar onderdrukt door Aram.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 13:2

    • Smeekt de HEER om hulp, en God geeft Israël een redder.2 Reĝoj 13:4
  • Joas (Israël)

    798–782 BCIsrael (north)

    Huilt bij het sterfbed van Elisa.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 13:11

    • Slaat met de pijlen maar drie keer op de grond, en wint dus maar drie keer.2 Reĝoj 13:18
  • Jerobeam II

    793–753 BCIsrael (north)

    Lange en welvarende regering; Amos en Hosea spreken in zijn tijd.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 14:24

    • Herstelt de grenzen van Israël, zoals de profeet Jona had gezegd.2 Reĝoj 14:25
  • Zacharia (Israël)

    753 BCIsrael (north)

    Laatste koning uit het huis van Jehu, zes maanden.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:9

    • Zo komt uit wat God tegen Jehu zei: vier geslachten op de troon.2 Reĝoj 15:12
  • Sallum

    752 BCIsrael (north)

    Doodt Zacharia en regeert één maand.

    The Bible gives no short verdict

  • Menachem

    Meaning of the name: “trooster”

    752–742 BCIsrael (north)

    Wreed koning die Assyrië afkoopt.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:18

    • Betaalt de Assyrische koning Pul duizend talenten zilver.2 Reĝoj 15:19
  • Pekachja

    742–740 BCIsrael (north)

    Zoon van Menachem.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:24

  • Pekach

    752–732 BCIsrael (north)

    Sluit een verbond met Aram tegen Juda.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:28

    • Trekt met Aram op tegen Jeruzalem; Jesaja zegt tegen Achaz: wees niet bang.Jesaja 7:4
  • Hosea (koning)

    732–722 BCIsrael (north)

    De laatste koning van Israël; slecht, maar niet zoals de koningen voor hem.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 17:2

  • Rehabeam

    931–913 BCJudah (south)

    Zoon van Salomo; onder hem scheurt het rijk.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Kronikoj 12:14

    • Luistert niet naar de oude raadgevers maar naar zijn jonge vrienden.1 Reĝoj 12:14
  • Abia

    913–911 BCJudah (south)

    Zoon van Rehabeam, in Koningen Abiam genoemd.

    Did what was evil in the eyes of the LORD1 Reĝoj 15:3

  • Asa

    911–870 BCJudah (south)

    Hervormer die de afgodsbeelden weghaalt.

    Did what was right in the eyes of the LORD1 Reĝoj 15:11

    • Zet zelfs zijn grootmoeder af vanwege haar afgodsbeeld.1 Reĝoj 15:13
    • Bidt: HEER, voor U maakt het niet uit of iemand sterk of zwak is.2 Kronikoj 14
  • Josafat

    Meaning of the name: “de HEER oordeelt”

    872–848 BCJudah (south)

    Stuurt leraren met het wetboek door het land.

    Did what was right in the eyes of the LORD1 Reĝoj 22:43

  • Joram (Juda)

    853–841 BCJudah (south)

    Trouwt met Atalja, de dochter van Achab.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 8:18

  • Achazja (Juda)

    841 BCJudah (south)

    Zoon van Atalja, één jaar koning.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 8:27

  • Atalja

    841–835 BCJudah (south)

    Koningin-moeder die de troon grijpt, de enige vrouw die over Juda regeert.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Kronikoj 24:7

    • Laat de koninklijke familie ombrengen; alleen de kleine Joas wordt verborgen.2 Reĝoj 11:2
  • Joas (Juda)

    835–796 BCJudah (south)

    Kindkoning; goed zolang de priester Jojada leeft.

    Partly good, partly not2 Reĝoj 12:2

    • Herstelt de tempel met geld uit een kist bij het altaar.2 Reĝoj 12:9
    • Laat na Jojada's dood diens zoon, de profeet Zacharia, stenigen.2 Kronikoj 24:21
  • Amasja

    796–767 BCJudah (south)

    Doet wat goed is, 'maar niet met heel zijn hart'.

    Partly good, partly not2 Kronikoj 25:2

  • Uzzia

    Meaning of the name: “de HEER is mijn kracht”

    792–740 BCJudah (south)

    Ook Azarja genoemd; sterk en lang koning, daarna hoogmoedig.

    Did what was right in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:3

    • Wil zelf reukwerk branden in de tempel en wordt melaats.2 Kronikoj 26:19
    • In het jaar dat hij sterft, ziet Jesaja de HEER op zijn troon.Jesaja 6:1
  • Jotam

    Meaning of the name: “de HEER is volmaakt”

    750–735 BCJudah (south)

    Bouwt de bovenste poort van de tempel.

    Did what was right in the eyes of the LORD2 Reĝoj 15:34

  • Achaz

    735–715 BCJudah (south)

    Roept Assyrië te hulp in plaats van God.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 16:2

    • Jesaja geeft hem een teken: de jonge vrouw wordt zwanger en noemt haar zoon Immanuel.Jesaja 7:14
  • Hizkia

    Meaning of the name: “de HEER is mijn kracht”

    715–686 BCJudah (south)

    Vertrouwt op de HEER als Assyrië voor de poort staat.

    Did what was right in the eyes of the LORD2 Reĝoj 18:3

  • Manasse

    Meaning of the name: “die doet vergeten”

    697–642 BCJudah (south)

    De langste regering, en de slechtste; aan het eind bekeert hij zich.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 21:2

  • Amon

    642–640 BCJudah (south)

    Zoon van Manasse.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 21:20

  • Josia

    640–609 BCJudah (south)

    Wordt koning op zijn achtste; de grote hervormer.

    Did what was right in the eyes of the LORD2 Reĝoj 22:2

    • Scheurt zijn kleren als het teruggevonden wetboek wordt voorgelezen.2 Reĝoj 22:11
    • Viert een Pesach zoals sinds de richters niet meer gevierd was.2 Reĝoj 23:22
  • Joahaz (Juda)

    609 BCJudah (south)

    Drie maanden koning.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 23:32

  • Jojakim

    609–598 BCJudah (south)

    Koning die niet wil horen.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 23:37

    • Snijdt de boekrol van Jeremia in stukken en gooit die in het vuur.Jeremia 36:23
  • Jojachin

    598–597 BCJudah (south)

    Ook Jechonja genoemd; na drie maanden naar Babel weggevoerd.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 24:9

    • Krijgt na zevenendertig jaar gevangenschap genade en eet aan de tafel van de koning van Babel.2 Reĝoj 25:29

    The red thread to Jesus

    Als Jechonja staat hij in het geslachtsregister van Jezus: de lijn breekt niet.

    Laŭ Mateo 1:12
  • Sedekia

    597–586 BCJudah (south)

    De laatste koning van Juda.

    Did what was evil in the eyes of the LORD2 Reĝoj 24:19

    • Vraagt Jeremia in het geheim om een woord van God, maar luistert niet.Jeremia 38:14
    • Jeruzalem valt; hij wordt naar Babel gebracht.2 Reĝoj 25:7
  • Achia

    Meaning of the name: “broer van de HEER”

    c. 935–910 BC

    Profeet uit Silo.

    • Scheurt zijn nieuwe mantel in twaalf stukken en geeft Jerobeam er tien.1 Reĝoj 11:31
    • Kondigt, al blind, het einde van Jerobeams huis aan.1 Reĝoj 14:10
  • Elia

    Meaning of the name: “mijn God is de HEER”

    c. 870–850 BC

    Profeet in Israël tegen de Baälverering van Achab en Izebel.

    The red thread to Jesus

    Elia verschijnt naast Jezus op de berg van de verheerlijking.

    Laŭ Mateo 17:3
  • Micha, zoon van Jimla

    Meaning of the name: “wie is als de HEER?”

    c. 853 BC

    Profeet die als enige de waarheid zegt tegen koning Achab.

  • Elisa

    Meaning of the name: “God is redding”

    c. 850–795 BC

    Leerling en opvolger van Elia.

    • Vraagt een dubbel deel van Elia's geest en ziet hem in een storm opgenomen worden.2 Reĝoj 2:11
    • De Syriër Naäman geneest na zeven keer onderdompelen in de Jordaan.2 Reĝoj 5:14

    The red thread to Jesus

    Jezus noemt Naämans genezing: God zorgt ook voor vreemdelingen.

    Laŭ Luko 4:27
  • Jojada

    Meaning of the name: “de HEER weet”

    Hogepriester die de kleine Joas verbergt en kroont.

  • Chulda

    c. 622 BC

    Profetes in Jeruzalem die het teruggevonden wetboek duidt.

    • Koning Josia stuurt zijn mannen naar haar; zij zegt wat God zegt.2 Reĝoj 22:14
  • Jona

    Meaning of the name: “duif”

    c. 790–760 BCRead the book of Jona

    Profeet die wegvlucht voor Gods opdracht om naar Nineve te gaan.

    • Wordt door een grote vis ingeslikt en bidt in de buik van de vis.Jona 2
    • Is boos als God Nineve spaart; God leert hem over zijn genade.Jona 4:11

    The red thread to Jesus

    Jezus noemt 'het teken van Jona': drie dagen in het hart van de aarde.

    Laŭ Mateo 12:40
  • Amos

    Meaning of the name: “drager (van een last)”

    c. 765–755 BCRead the book of Amos

    Herder en vijgenkweker uit Juda, gestuurd naar het rijke Israël.

    • Roept: laat het recht stromen als water.Amos 5:24
    • Zegt: ik ben geen profeet, ik ben een herder; de HEER haalde mij weg achter de kudde.Amos 7:15

    The red thread to Jesus

    Jakobus citeert Amos: God bouwt de vervallen hut van David weer op, ook voor de volken.

    Agoj de la Apostoloj 15:16
  • Hosea

    Meaning of the name: “redding”

    c. 755–715 BCRead the book of Ozea

    Profeet in Israël wiens huwelijk Gods trouwe liefde laat zien.

    • Trouwt met Gomer en blijft haar trouw, ook als zij hem ontrouw is.Ozea 3:1
    • God zegt: toen Israël jong was, had Ik hem lief; uit Egypte riep Ik mijn zoon.Ozea 11:1

    The red thread to Jesus

    Matteüs ziet die woorden vervuld als Jezus uit Egypte terugkomt.

    Laŭ Mateo 2:15
  • Jesaja

    Meaning of the name: “de HEER redt”

    c. 740–681 BCRead the book of Jesaja

    Profeet in Jeruzalem, vaak 'de evangelist van het Oude Testament' genoemd.

    • Ziet de HEER op een hoge troon en zegt: hier ben ik, stuur mij.Jesaja 6:8
    • Spreekt over de lijdende dienaar die onze zonden draagt.Jesaja 53:5

    The red thread to Jesus

    Filippus legt Jesaja 53 uit en vertelt de Ethiopiër over Jezus.

    Agoj de la Apostoloj 8:35

    Good to know: Veel bijbelwetenschappers denken dat Jesaja 40–66 later is geschreven, in of na de ballingschap; anderen zien het hele boek als het werk van Jesaja zelf.

  • Micha

    Meaning of the name: “wie is als de HEER?”

    c. 735–700 BCRead the book of Miĥa

    Profeet van het platteland van Juda, tijdgenoot van Jesaja.

    • Zegt wat God vraagt: recht doen, trouw liefhebben en nederig met je God gaan.Miĥa 6:8
    • Voorspelt dat uit het kleine Betlehem een heerser zal komen.Miĥa 5

    The red thread to Jesus

    De schriftgeleerden wijzen de wijzen met Micha de weg naar Betlehem.

    Laŭ Mateo 2:6
  • Joël

    Meaning of the name: “de HEER is God”

    Read the book of Joel

    Profeet van de sprinkhanenplaag en de dag van de HEER.

    • Na een sprinkhanenplaag roept hij: scheur je hart, niet je kleren.Joel 2:13
    • God belooft zijn Geest uit te storten over alle mensen.Joel 2

    The red thread to Jesus

    Petrus zegt op Pinksteren: dit is wat Joël heeft voorzegd.

    Agoj de la Apostoloj 2:16

    Good to know: Wanneer Joël leefde is onzeker: schattingen lopen van de negende tot de vierde eeuw voor Christus.

  • Nahum

    Meaning of the name: “trooster”

    c. 660–612 BCRead the book of Naĥum

    Profeet van de val van Nineve, de hoofdstad van Assyrië.

    • De HEER is goed, een veilige plek op de dag van nood.Naĥum 1:7
  • Sefanja

    Meaning of the name: “de HEER beschermt”

    c. 635–620 BCRead the book of Cefanja

    Profeet in de tijd van Josia, misschien uit de koninklijke familie.

    • Belooft: God zal over jou juichen en zingen van vreugde.Cefanja 3:17
  • Jeremia

    c. 627–580 BCRead the book of Jeremia

    De 'huilende profeet', in de laatste jaren van Juda.

    • God roept hem als jonge man: zeg niet 'ik ben te jong'.Jeremia 1:7
    • Belooft een nieuw verbond, in het hart geschreven.Jeremia 31:33

    The red thread to Jesus

    Jezus spreekt bij het laatste avondmaal over het nieuwe verbond in zijn bloed.

    Laŭ Luko 22:20
  • Habakuk

    c. 609–598 BCRead the book of Ĥabakuk

    Profeet die met God in gesprek gaat over het kwaad.

    • Vraagt: hoelang, HEER, roep ik om hulp?Ĥabakuk 1:2
    • Zingt: al bloeit de vijgenboom niet, toch zal ik juichen in de HEER.Ĥabakuk 3:17

    The red thread to Jesus

    'De rechtvaardige zal door zijn geloof leven' (Habakuk 2:4): Paulus bouwt zijn uitleg van het evangelie op die zin.

    Romanoj 1:17
  • Obadja

    Meaning of the name: “dienaar van de HEER”

    Read the book of Obadja

    Schrijver van het kortste boek van het Oude Testament, over Edom.

    • De dag van de HEER is nabij: zoals jij hebt gedaan, zo zal jou gedaan worden.Obadja 1:15

    Good to know: Waarschijnlijk kort na de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus; sommigen denken aan een vroegere tijd.

  • Ezechiël

    Meaning of the name: “God maakt sterk”

    c. 593–571 BCRead the book of Jeĥezkel

    Priester en profeet bij de ballingen in Babel.

    The red thread to Jesus

    God belooft zelf de herder van zijn schapen te zijn (Ezechiël 34); Jezus zegt: Ik ben de goede herder.

    Laŭ Johano 10:11
  • Daniël

    Meaning of the name: “God is mijn rechter”

    c. 605–536 BCRead the book of Daniel

    Jonge balling aan het hof van Babel en Perzië.

    • Blijft bidden en wordt in de leeuwenkuil gegooid; God sluit de muilen van de leeuwen.Daniel 6
    • Ziet in een visioen 'iemand als een mensenzoon' die eeuwige macht krijgt.Daniel 7:13

    The red thread to Jesus

    Jezus noemt zichzelf het liefst 'de Mensenzoon'.

    Laŭ Marko 14:62

    Good to know: Of het boek in de zesde eeuw of pas rond 165 voor Christus zijn vorm kreeg, daarover verschillen de meningen.

  • Haggai

    Meaning of the name: “feestelijk”

    c. 520 BCRead the book of Haĝaj

    Profeet die de teruggekeerden aanspoort de tempel te herbouwen.

    • Jullie wonen in mooie huizen, en Gods huis ligt in puin?Haĝaj 1:4
    • Belooft dat de glorie van dit huis groter wordt dan die van het eerste.Haĝaj 2:9
  • Zacharia (profeet)

    Meaning of the name: “de HEER gedenkt”

    c. 520–518 BCRead the book of Zeĥarja

    Profeet van de terugkeer, met nachtelijke visioenen.

    • Ziet je koning komen, rechtvaardig en nederig, rijdend op een ezel.Zeĥarja 9:9
    • Zij zullen opzien naar hem die ze doorstoken hebben.Zeĥarja 12:10

    The red thread to Jesus

    Bij de intocht in Jeruzalem citeert Matteüs Zacharia.

    Laŭ Mateo 21:5

    Good to know: Veel uitleggers denken dat Zacharia 9–14 uit een latere tijd komt dan de eerste acht hoofdstukken.

  • Maleachi

    Meaning of the name: “mijn bode”

    c. 450–430 BCRead the book of Malakija

    De laatste profeet van het Oude Testament.

    • Ik stuur mijn bode, die de weg voor Mij gereed maakt.Malakija 3:1
    • Belooft dat Elia zal komen voor de grote dag van de HEER.Malakija 4

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt dat Johannes de Doper die bode is.

    Laŭ Mateo 11:10
  • Ester

    Meaning of the name: “waarschijnlijk 'ster'; haar Hebreeuwse naam Hadassa betekent 'mirte'”

    Read the book of Ester

    Joodse koningin van Perzië die haar volk redt.

    • Mordechai: wie weet ben je juist hiervoor koningin geworden.Ester 4:14
    • Gaat ongeroepen naar de koning: als ik moet omkomen, dan kom ik om.Ester 4:16
  • Mordechai

    Neef en pleegvader van Ester.

    • Ontdekt een complot tegen de koning.Ester 2:22
    • Wordt de tweede man na de koning en zoekt het goede voor zijn volk.Ester 10:3
  • Zerubbabel

    Meaning of the name: “zaad van Babel”

    c. 538–515 BC

    Leider uit de familie van David bij de terugkeer uit Babel.

    • Legt het fundament van de nieuwe tempel.Ezra 3:8
    • Hoort: niet door kracht, niet door geweld, maar door mijn Geest.Zeĥarja 4:6

    The red thread to Jesus

    Hij staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Laŭ Mateo 1:12
  • Ezra

    Meaning of the name: “hulp”

    c. 458 BCRead the book of Ezra

    Priester en schriftgeleerde die de wet onderwijst.

    • Had zich voorgenomen de wet te onderzoeken, te doen en te onderwijzen.Ezra 7:10
    • Leest de wet voor op het plein; het volk huilt en viert feest.Nehemja 8:6
  • Nehemia

    Meaning of the name: “de HEER troost”

    c. 445–432 BCRead the book of Nehemja

    Schenker van de Perzische koning die de muren van Jeruzalem herbouwt.

    • Bidt kort in stilte voordat hij de koning antwoordt.Nehemja 2:4
    • Zegt: de vreugde van de HEER is jullie kracht.Nehemja 8:10
  • Elisabet

    Meaning of the name: “mijn God is een eed”

    Moeder van Johannes de Doper, familie van Maria.

    • Haar kind springt op als Maria binnenkomt; vol van de Geest zegent ze Maria.Laŭ Luko 1:42
  • Zacharias (priester)

    Meaning of the name: “de HEER gedenkt”

    Priester, vader van Johannes de Doper.

    • Gelooft de engel niet en kan niet meer praten tot de geboorte.Laŭ Luko 1:20
    • Zingt zijn lofzang: geprezen zij de Heer, de God van Israël.Laŭ Luko 1:68
  • Maria

    Moeder van Jezus.

    The red thread to Jesus

    Door haar wordt Gods Zoon mens: 'geboren uit een vrouw'.

    Galatoj 4:4
  • Jozef (van Nazaret)

    Meaning of the name: “Hij (God) voegt toe”

    Timmerman, man van Maria, die voor Jezus zorgt als een vader.

    The red thread to Jesus

    Via hem noemt Matteüs Jezus 'zoon van David'.

    Laŭ Mateo 1:16
  • Johannes de Doper

    Meaning of the name: “de HEER is genadig”

    Profeet in de woestijn, wegbereider van Jezus.

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt: van wie uit een vrouw geboren zijn, is er niemand groter dan Johannes.

    Laŭ Mateo 11:11
  • Simeon

    Meaning of the name: “hij heeft gehoord”

    Oude man in de tempel die wacht op de troost van Israël.

    • Neemt de baby Jezus in zijn armen: nu kan ik in vrede gaan.Laŭ Luko 2:29

    The red thread to Jesus

    Noemt Jezus 'een licht voor de volken'.

    Laŭ Luko 2:32
  • Hanna (profetes)

    Meaning of the name: “genade”

    Oude profetes die dag en nacht in de tempel bidt.

  • Nikodemus

    Meaning of the name: “overwinnaar van het volk”

    Farizeeër en raadslid die 's nachts bij Jezus komt.

  • Zacheüs

    Meaning of the name: “zuiver”

    Oppertollenaar in Jericho.

    • Klimt in een boom om Jezus te zien; Jezus nodigt zichzelf bij hem uit.Laŭ Luko 19:5
    • Geeft de helft van zijn bezit aan de armen.Laŭ Luko 19:8

    The red thread to Jesus

    Jezus: de Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

    Laŭ Luko 19:10
  • Lazarus

    Meaning of the name: “God helpt”

    Vriend van Jezus uit Betanië, broer van Marta en Maria.

    The red thread to Jesus

    Jezus zegt bij zijn graf: Ik ben de opstanding en het leven.

    Laŭ Johano 11:25
  • Marta

    Meaning of the name: “vrouwe”

    Zus van Maria en Lazarus in Betanië.

  • Maria van Betanië

    Zus van Marta en Lazarus, die aan Jezus' voeten luistert.

  • Maria Magdalena

    Meaning of the name: “uit Magdala”

    Volgelinge van Jezus, de eerste getuige van de opstanding.

    • Jezus had haar bevrijd; ze steunt Hem met wat ze heeft.Laŭ Luko 8:2
    • Hoort haar naam en herkent de opgestane Heer: ik heb de Heer gezien!Laŭ Johano 20:18

    Good to know: Dat ze een prostituee zou zijn geweest, staat niet in de Bijbel: dat idee komt uit een preek van eeuwen later.

  • Jozef van Arimatea

    Rijk raadslid dat Jezus begraaft in zijn eigen graf.

  • Filippus (de evangelist)

    Een van de zeven helpers en evangelist; niet de apostel Filippus.

  • Barnabas

    Meaning of the name: “zoon van bemoediging”

    Bemoediger die de net bekeerde Paulus een kans geeft.

  • Cornelius

    Romeinse officier, een van de eerste niet-Joden die gedoopt worden.

  • Tabita (Dorkas)

    Meaning of the name: “gazelle”

    Leerlinge in Joppe die kleren maakte voor weduwen.

  • Lydia

    Verkoopster van purperstof uit Tyatira, de eerste gelovige in Europa van wie we de naam kennen.

  • Priscilla

    Met haar man Aquila tentenmaker, gastvrouw en leraar in de gemeente.

  • Febe

    Meaning of the name: “stralend”

    Dienares (diaken) van de gemeente in Kenchreeën.

    • Paulus beveelt haar aan bij de gemeente in Rome; waarschijnlijk bracht zij zijn brief.Romanoj 16:1
  • Timoteüs

    Meaning of the name: “die God eert”

    Jonge medewerker van Paulus.

    • Kreeg het geloof mee van zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike.2 Timoteo 1:5
    • Paulus: laat niemand je minachten omdat je jong bent.1 Timoteo 4:12
  • Titus

    Medewerker van Paulus, achtergelaten op Kreta.

    • Moet de gemeenten op Kreta op orde brengen.Tito 1:5
  • Lucas

    Read the book of Laŭ Luko

    Arts en reisgenoot van Paulus.

    Good to know: Dat Lucas het evangelie en Handelingen schreef, zegt de vroege overlevering; de boeken noemen zelf geen naam.

  • Marcus

    Read the book of Laŭ Marko

    Johannes Marcus, jonge reisgenoot van Paulus en Barnabas.

    Good to know: Dat hij het evangelie naar Marcus schreef, met de herinneringen van Petrus, zegt de vroege overlevering.

The kings and the prophets

After Solomon the kingdom splits: Israel in the north, Judah in the south. The Bible gives every king a verdict, and God sends prophets. Choose a king or a prophet and see who belongs together.

  • Right in the eyes of the LORD
  • Partly good
  • Evil in the eyes of the LORD
  • No short verdict
  • Prophet

Slide sideways to move through time.

Prophets in IsraelKings of IsraelThe one kingdomKings of JudahKings of JudahProphets in JudahProphets in JudahProphets in Judah1000 BC900 BC800 BC700 BC600 BC500 BCHet rijk scheurtSamaria valt (Assyrië)Jeruzalem verwoest (Babel)Terug naar huisAchiaEliaElisaJonaHoseaBaësaAchabJehuJerobeam IIPekachSaulDavidSalomoAsaJosafatJoas (Juda)AmasjaUzziaJotamAchazHizkiaManasseJosiaSamuëlGadNatanJesajaMichaNahumJeremiaDaniëlEzechiël

Choose a king or a prophet to see who belongs together.

Years before Christ, in the common reckoning of Edwin R. Thiele (The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings), including the years when father and son reigned together; that is why reigns sometimes overlap. Other scholars often come out a few years differently. The prophets' years are approximate. The verdict on each king is the Bible's own, mostly in the books of Kings.

The family line: from Abraham to Jesus

God promises Abraham that all nations will be blessed through him. Follow that promise through the family: the patriarchs, the twelve tribes, and the line Matthew writes down to Jesus.

The patriarchs

  1. AbrahamSara

    HagarOok bij Hagar kreeg Abraham een zoon: Ismaël.

  2. IsaakRebekka

    IsmaëlZoon van Hagar; God belooft ook hem een groot volk.

  3. JakobLeaRachel

    EsauTweelingbroer van Jakob, stamvader van Edom.

The twelve sons of Jacob

  • Sons of Lea

    • Ruben
    • Simeon
    • Levi
    • Juda
    • Issaschar
    • Zebulon
  • Sons of Rachel

  • Sons of Bilha

    • Dan
    • Naftali
  • Sons of Zilpa

    • Gad
    • Aser

By their mothers, as Genesis 35 lists them.Read Genesis 35

Where the tribes lead

  • JudaPeres, Boaz, David… en Jezus
  • LeviMozes, Aäron en de priesters
  • JozefEfraïm en Manasse, twee stammen
  • BenjaminKoning Saul, en later Paulus

Matthew 1: from Abraham to Jesus

Matthew opens his Gospel with a family tree in three parts. He also names five women. Read Matthew 1

Part 1Van Abraham tot David

  1. Abraham
  2. Isaak
  3. Jakob
  4. Juda
  5. Peresmother: Tamar
  6. Chesron
  7. Ram
  8. Amminadab
  9. Nachson
  10. Salmon
  11. Boazmother: Rachab
  12. Obedmother: Ruth
  13. Isaï
  14. Davidking

Part 2Van David tot de ballingschap

  1. Salomokingmother: de vrouw van Uria
  2. Rehabeamking
  3. Abiaking
  4. Asaking
  5. Josafatking
  6. Joramking
  7. Uzziaking
  8. Jotamking
  9. Achazking
  10. Hizkiaking
  11. Manasseking
  12. Amonking
  13. Josiaking
  14. Jechonjaking

Part 3Van de ballingschap tot Jezus

  1. Sealtiël
  2. Zerubbabel
  3. Abiud
  4. Eljakim
  5. Azor
  6. Sadok
  7. Achim
  8. Eliud
  9. Eleazar
  10. Mattan
  11. Jakob
  12. Jozef
  13. Jezusmother: Maria
  • Matteüs telt drie keer veertien geslachten (Matteüs 1:17). Hij slaat een paar koningen over; zo'n stamboom laat vaker namen weg, en hoe hij precies telt, daarover verschillen de uitleggers.
  • Lucas 3 geeft een andere lijn, via Davids zoon Natan. Een oude verklaring is dat Lucas de familie van Maria volgt en Matteüs die van Jozef; dat is uitleg, de Bijbel zegt het niet.

Who said it?

Well-known words from the Bible. Do you know who said them?

You get 8 sayings, each with four people. Who said it?

Start with Abraham

Read Genesis 12

Legokomforto

Elektu, kio helpas. Via elekto estas konservata en ĉi tiu aparato.

Tekstogrando

Ĉu vi preferas la proprajn agordojn de via aparato (zomo, ekranlegilo, malhela reĝimo)? Ili funkcias ankaŭ ĉi tie.