Vai al contenuto
Beta
Aspetto

Chi è chi

Le persone della Bibbia

Profeti, patriarchi, giudici, re e regine, sacerdoti e le persone intorno a Gesù: chi erano, quando sono vissuti e dove leggi di loro? Cerca per nome, guarda i re su un'unica fascia e segui il filo rosso da Abramo a Gesù.

Per ora le spiegazioni di passi e libri sono solo in olandese, e il testo biblico non c'è ancora in italiano: per ora leggi la World English Bible in inglese. L'app invece è in italiano; le traduzioni seguiranno.

Vedi anche:Gli apostoliChe cosa significano i nomiLa linea del tempo

Venti eroi della Bibbia

Ogni carta dice chi è e che cosa è successo. Tocca «Leggi la storia» e leggetela insieme.

Tutti in un solo posto

Cerca un nome o il suo significato, oppure scegli un gruppo o un'epoca. Per ogni persona vedi dove trovarla nella Bibbia.

144 persone

  • Adam

    Significato del nome: “mens; 'uit de aarde' (adama)”

    De eerste mens, door God gemaakt uit stof van de aarde.

    • God blaast hem levensadem in en zet hem in de tuin.Genesi 2,7
    • Hij eet met Eva van de verboden boom en verstopt zich voor God.Genesi 3,8

    Il filo rosso verso Gesù

    Paulus noemt Jezus 'de laatste Adam': waar de eerste viel, geeft Hij nieuw leven.

    1 Corinzi 15,45
  • Eva

    Significato del nome: “leven”

    De eerste vrouw, 'moeder van al wat leeft'.

    • God bouwt haar uit Adams zijde, en Adam juicht.Genesi 2,22
    • De slang misleidt haar; God belooft dat een nakomeling van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen.Genesi 3,15

    Il filo rosso verso Gesù

    Christenen noemen die belofte vaak 'het eerste evangelie': een nakomeling van de vrouw overwint het kwaad.

    Genesi 3,15
  • Noach

    Significato del nome: “rust, troost”

    Rechtvaardig man die met zijn gezin de vloed overleeft.

    • Bouwt de ark, precies zoals God zegt.Genesi 6,22
    • God sluit een verbond met hem, met de regenboog als teken.Genesi 9,13

    Il filo rosso verso Gesù

    Petrus ziet in de redding door het water een beeld van de doop.

    1 Pietro 3,20
  • Melchisedek

    Significato del nome: “koning van gerechtigheid”

    Koning van Salem en priester van God de Allerhoogste.

    Il filo rosso verso Gesù

    Hebreeën noemt Jezus hogepriester 'naar de ordening van Melchisedek'.

    Ebrei 7,17
  • Abraham

    Significato del nome: “vader van veel volken”

    Stamvader van Israël en 'vader van alle gelovigen'.

    • God roept hem weg uit Haran: in jou zullen alle volken gezegend worden.Genesi 12,3
    • Is bereid Isaak te offeren; God zorgt zelf voor een ram.Genesi 22,13

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt: 'Abraham verheugde zich dat hij mijn dag zou zien.'

    Giovanni 8,56
  • Sara

    Significato del nome: “vorstin”

    Vrouw van Abraham, moeder van Isaak.

    • Lacht ongelovig als haar op hoge leeftijd een zoon wordt beloofd.Genesi 18,12
    • Krijgt Isaak en zegt: God heeft mij laten lachen.Genesi 21,6

    Il filo rosso verso Gesù

    Hebreeën noemt haar bij de mensen die op Gods belofte vertrouwden.

    Ebrei 11,11
  • Hagar

    Egyptische slavin van Sara, moeder van Ismaël.

    • Vlucht de woestijn in; God ziet haar, en zij noemt Hem 'de God die naar mij omziet'.Genesi 16,13
    • God opent haar ogen voor een waterput en redt haar zoon.Genesi 21,19
  • Isaak

    Significato del nome: “hij lacht”

    De beloofde zoon van Abraham en Sara.

    • Draagt zelf het hout de berg op, waar hij bijna geofferd wordt.Genesi 22,6
    • Trouwt met Rebekka en heeft haar lief.Genesi 24,67

    Il filo rosso verso Gesù

    Hebreeën zegt dat Abraham hem 'bij wijze van spreken uit de dood terugkreeg'; veel christenen zien hierin een vooruitwijzing naar Jezus.

    Ebrei 11,19
  • Rebekka

    Vrouw van Isaak, moeder van Esau en Jakob.

    • Geeft de knecht van Abraham water, en zijn kamelen ook.Genesi 24,18
    • Hoort van God dat de oudste de jongste zal dienen.Genesi 25,23
  • Jakob

    Significato del nome: “hielgrijper; later Israël: 'strijder met God'”

    Vader van de twaalf stammen, later Israël genoemd.

    • Droomt van een ladder tot in de hemel.Genesi 28,12
    • Worstelt 's nachts bij de Jabbok en krijgt de naam Israël.Genesi 32

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt dat de engelen opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon: Hij is zelf de ladder.

    Giovanni 1,51
  • Lea

    Eerste vrouw van Jakob, moeder van onder anderen Levi en Juda.

    • Minder geliefd dan haar zus, maar God ziet haar; bij Juda zegt ze: nu zal ik de HEER loven.Genesi 29,35

    Il filo rosso verso Gesù

    Uit haar zoon Juda komen koning David en uiteindelijk Jezus.

    Matteo 1,2
  • Rachel

    Significato del nome: “ooi (schaap)”

    Geliefde vrouw van Jakob, moeder van Jozef en Benjamin.

    • Jakob werkt zeven jaar voor haar, en het lijkt hem maar een paar dagen.Genesi 29,20
    • Sterft bij de geboorte van Benjamin, onderweg naar Betlehem.Genesi 35,19

    Il filo rosso verso Gesù

    Matteüs hoort haar huilen om haar kinderen als Herodes in Betlehem de kinderen laat doden.

    Matteo 2,18
  • Juda

    Significato del nome: “lof”

    Zoon van Jakob en Lea, stamvader van David en van Jezus.

    • Biedt zichzelf aan als slaaf in plaats van zijn broertje Benjamin.Genesi 44,33
    • Jakob zegent hem: de scepter zal niet wijken van Juda.Genesi 49,10

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus wordt 'de Leeuw uit de stam Juda' genoemd.

    Apocalisse 5,5
  • Tamar

    Significato del nome: “dadelpalm”

    Schoondochter van Juda, moeder van Peres.

    • Onrecht aangedaan dwingt ze Juda zijn plicht te doen; hij zegt: zij is rechtvaardiger dan ik.Genesi 38,26

    Il filo rosso verso Gesù

    Ze is de eerste vrouw in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteo 1,3
  • Jozef

    Significato del nome: “Hij (God) voegt toe”

    Zoon van Jakob en Rachel, onderkoning van Egypte.

    • Krijgt een prachtig kleed en wordt door zijn jaloerse broers verkocht.Genesi 37,28
    • Vergeeft zijn broers: jullie bedoelden het kwaad, God bedoelde het goed.Genesi 50,20

    Il filo rosso verso Gesù

    Verworpen door zijn broers, verhoogd en de redder van wie hem verworpen hadden: Stefanus vertelt zijn verhaal, en veel christenen zien er Jezus in.

    Atti degli Apostoli 7,9
  • Mozes

    Significato del nome: “uit het water getrokken”

    Leider die Israël uit Egypte bevrijdt, profeet en wetgever.

    • God spreekt tot hem uit een brandende braamstruik.Esodo 3,4
    • Ontvangt op de Sinaï de Tien Woorden.Esodo 20,1

    Il filo rosso verso Gesù

    Mozes beloofde een profeet zoals hij; Petrus zegt dat Jezus die profeet is.

    Atti degli Apostoli 3,22
  • Aäron

    Broer van Mozes, de eerste hogepriester.

    • Spreekt namens Mozes bij de farao.Esodo 4,16
    • Maakt het gouden kalf als het volk ongeduldig wordt.Esodo 32,4

    Il filo rosso verso Gesù

    Hebreeën zet Jezus naast Aäron: een hogepriester die door God geroepen is en voor altijd blijft.

    Ebrei 5,4
  • Mirjam

    Profetes, zus van Mozes en Aäron.

    • Een zus waakt bij het mandje van de kleine Mozes in de Nijl; meestal wordt aangenomen dat zij dat was.Esodo 2,4
    • Zingt en danst met de tamboerijn na de tocht door de zee.Esodo 15,20
  • Jozua

    Significato del nome: “de HEER redt (dezelfde naam als Jezus)”

    Opvolger van Mozes, leidt Israël het beloofde land in.

    • God zegt: wees sterk en moedig, Ik ben met je.Giosuè 1,9
    • De muren van Jericho vallen na zeven dagen rondgaan.Giosuè 6,20

    Il filo rosso verso Gesù

    Zijn naam is in het Grieks 'Jezus'; Hebreeën zegt dat de echte rust nog moest komen.

    Ebrei 4,8
  • Kaleb

    Verkenner die God vertrouwt als bijna niemand dat doet.

    • Zegt na de verkenning: we kunnen het land zeker innemen.Numeri 13,30
    • Vraagt op zijn vijfentachtigste nog om de bergen van Hebron.Giosuè 14,12
  • Rachab

    Significato del nome: “ruim, breed”

    Vrouw in Jericho die de verkenners verbergt.

    • Laat een rood koord uit het raam hangen en wordt met haar familie gered.Giosuè 2,18

    Il filo rosso verso Gesù

    Ze staat in het geslachtsregister van Jezus en bij de helden van het geloof.

    Matteo 1,5
  • Otniël

    Significato del nome: “kracht van God”

    De eerste richter, familie van Kaleb.

    • De Geest van de HEER komt over hem; hij bevrijdt Israël en het land heeft veertig jaar rust.Giudici 3,10
  • Ehud

    Linkshandige richter uit de stam Benjamin.

    • Bevrijdt Israël van koning Eglon van Moab met een verborgen zwaard.Giudici 3,21
  • Samgar

    Richter die zeshonderd Filistijnen verslaat met een ossenprikkel.

  • Debora

    Significato del nome: “bij”

    Profetes en richter die recht spreekt onder een palmboom.

    • Roept Barak op tegen het leger van Sisera, en gaat zelf mee.Giudici 4,9
    • Zingt met Barak een lied over Gods overwinning.Giudici 5,1
  • Barak

    Significato del nome: “bliksem”

    Legeraanvoerder die met Debora Sisera verslaat.

    • Trekt met tienduizend man de berg Tabor af.Giudici 4,14
    • Hebreeën noemt hem bij de helden van het geloof.Ebrei 11,32
  • Jaël

    Significato del nome: “steenbok”

    Vrouw in een tent die de vluchtende legeroverste Sisera doodt.

    • Debora's lied prijst haar: gezegend boven de vrouwen in de tenten.Giudici 5,24
  • Gideon

    Significato del nome: “die omhakt”

    Bange boer die door God tot richter wordt geroepen.

    • De engel noemt hem 'dappere held' terwijl hij zich verstopt in een wijnpers.Giudici 6,12
    • Verslaat Midian met driehonderd man, kruiken en fakkels.Giudici 7,20
  • Tola

    Richter uit de stam Issaschar, drieëntwintig jaar.

    • Staat op om Israël te redden na de tijd van Abimelech.Giudici 10,1
  • Jaïr

    Significato del nome: “hij verlicht”

    Richter uit Gilead, tweeëntwintig jaar.

  • Jefta

    Significato del nome: “hij opent”

    Verstoten zoon die terug wordt gehaald als richter.

  • Ibsan

    Richter uit Betlehem, zeven jaar.

  • Elon

    Significato del nome: “eik”

    Richter uit de stam Zebulon, tien jaar.

  • Abdon

    Significato del nome: “dienaar”

    Richter uit Efraïm, acht jaar.

  • Simson

    Significato del nome: “van de zon”

    Nazireeër met grote kracht, richter tegen de Filistijnen.

    • Scheurt met blote handen een jonge leeuw uiteen.Giudici 14,6
    • Bidt nog één keer om kracht en brengt de tempel van Dagon omver.Giudici 16,28
  • Eli

    Significato del nome: “(mijn) God is hoog”

    Priester in Silo, veertig jaar richter.

    • Denkt dat de biddende Hanna dronken is, en zegent haar daarna.1 Samuele 1,17
    • Leert de jonge Samuël antwoorden: spreek, HEER, uw dienaar luistert.1 Samuele 3,9
  • Samuël

    Significato del nome: “gehoord door God”

    ca. 1070–1010 a.C.

    De laatste richter, profeet die Saul en David zalft.

    Il filo rosso verso Gesù

    Petrus zegt dat alle profeten vanaf Samuël over de tijd van Jezus hebben gesproken.

    Atti degli Apostoli 3,24
  • Ruth

    Leggi il libro di Rut

    Moabitische die met haar schoonmoeder meegaat naar Betlehem.

    • Zegt tegen Noömi: jouw volk is mijn volk, jouw God is mijn God.Rut 1,16
    • Raapt aren op het veld van Boaz.Rut 2,3

    Il filo rosso verso Gesù

    Ze is de overgrootmoeder van David en staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteo 1,5
  • Noömi

    Significato del nome: “lieflijk”

    Weduwe die met lege handen terugkeert naar Betlehem.

    • Wil voortaan 'Mara' heten: bitter.Rut 1,20
    • Neemt haar kleinzoon Obed op schoot.Rut 4,16
  • Boaz

    Boer in Betlehem, de 'losser' van Ruth.

    • Laat Ruth expres extra aren oprapen.Rut 2,15
    • Koopt als losser het land terug en trouwt met Ruth.Rut 4,10

    Il filo rosso verso Gesù

    De losser die betaalt om terug te kopen is voor christenen een beeld van Jezus, de Verlosser; Boaz staat in zijn geslachtsregister.

    Matteo 1,5
  • Hanna (moeder van Samuël)

    Significato del nome: “genade”

    Moeder van Samuël, die God om een kind bidt.

    • Bidt in stilte; alleen haar lippen bewegen.1 Samuele 1,13
    • Zingt: de HEER maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert en verhoogt.1 Samuele 2,7

    Il filo rosso verso Gesù

    De lofzang van Maria lijkt sterk op het lied van Hanna.

    Luca 1,46
  • Saul

    Significato del nome: “gevraagd”

    1050–1010 a.C.Tutto Israele

    De eerste koning van Israël, een hoofd groter dan iedereen.

    La Bibbia non dà un giudizio breve

  • David

    Significato del nome: “geliefde”

    1010–970 a.C.Tutto Israele

    Herder, dichter en koning, 'een man naar Gods hart'.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE1 Re 15,5

    • Verslaat Goliat met een slinger en een steen.1 Samuele 17,50
    • Komt na zijn zonde met Batseba tot inkeer; Psalm 51 is zijn gebed.Salmi 51

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus heet 'Zoon van David': de engel belooft Maria dat God Hem de troon van David geeft.

    Luca 1,32
  • Salomo

    Significato del nome: “vrede”

    970–931 a.C.Tutto Israele

    Wijze koning die de tempel bouwt; op zijn oude dag dient hij ook andere goden.

    In parte bene, in parte no1 Re 11,6

    • Vraagt God om wijsheid in plaats van rijkdom.1 Re 3,9
    • Bouwt de tempel in Jeruzalem.1 Re 6,14

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt: hier is meer dan Salomo.

    Matteo 12,42
  • Batseba

    Vrouw van Uria, later van David; moeder van Salomo.

    • David neemt haar en laat haar man doodgaan; God stuurt de profeet Natan.2 Samuele 11,27
    • Zorgt dat haar zoon Salomo koning wordt.1 Re 1,30

    Il filo rosso verso Gesù

    Matteüs noemt haar 'de vrouw van Uria' in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteo 1,6
  • Abigaïl

    Significato del nome: “mijn vader is vreugde”

    Verstandige vrouw die David van wraak afhoudt.

  • Natan

    Significato del nome: “Hij (God) heeft gegeven”

    ca. 1000–970 a.C.

    Profeet aan het hof van David.

    • Brengt Gods belofte: jouw koningschap zal voor altijd bestaan.2 Samuele 7,16
    • Vertelt David het verhaal van het ooilam: jij bent die man!2 Samuele 12,7

    Il filo rosso verso Gesù

    De belofte van een koning uit Davids huis voor altijd wijst naar Jezus.

    Luca 1,33
  • Gad

    Significato del nome: “geluk”

    ca. 1015–970 a.C.

    Ziener die David zijn leven lang raad geeft.

    • Zegt de vluchtende David terug te gaan naar Juda.1 Samuele 22,5
    • Laat David een altaar bouwen op de dorsvloer van Arauna, waar later de tempel komt.2 Samuele 24,18
  • Jerobeam I

    931–910 a.C.Israele (nord)

    Eerste koning van het noordrijk Israël.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 13,33

    • Zet gouden kalveren neer in Betel en Dan, zodat het volk niet naar Jeruzalem gaat.1 Re 12,28
  • Nadab

    Significato del nome: “vrijgevig”

    910–909 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Jerobeam; na twee jaar vermoord.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 15,26

    • Wordt gedood door Baësa, die zijn plaats inneemt.1 Re 15,27
  • Baësa

    909–886 a.C.Israele (nord)

    Neemt de troon en roeit het huis van Jerobeam uit.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 15,34

    • De profeet Jehu, zoon van Chanani, kondigt zijn einde aan.1 Re 16,1
  • Ela

    886–885 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Baësa, vermoord terwijl hij dronken is.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 16,13

  • Zimri

    885 a.C.Israele (nord)

    Legeroverste die zeven dagen koning is.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 16,19

    • Steekt het paleis boven zijn eigen hoofd in brand.1 Re 16,18
  • Omri

    885–874 a.C.Israele (nord)

    Sterke koning die Samaria tot hoofdstad maakt.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 16,25

    • Koopt de berg Samaria en bouwt er een stad.1 Re 16,24
  • Achab

    874–853 a.C.Israele (nord)

    Trouwt met Izebel en dient Baäl; tegenspeler van Elia.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 16,30

    • Neemt met Izebel de wijngaard van Nabot.1 Re 21,16
    • Als hij zich toch vernedert, stelt God het oordeel uit.1 Re 21,29
  • Achazja (Israël)

    853–852 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Achab.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 22,52

    • Raadpleegt na een val de god van Ekron; Elia gaat hem tegemoet.2 Re 1,3
  • Joram (Israël)

    852–841 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Achab; slecht, maar niet zoals zijn vader en moeder.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 3,2

    • Trekt met Josafat op tegen Moab; Elisa wordt erbij gehaald.2 Re 3,11
  • Jehu

    Significato del nome: “de HEER is Hij”

    841–814 a.C.Israele (nord)

    Legeraanvoerder die het huis van Achab uitroeit, maar de gouden kalveren laat staan.

    In parte bene, in parte no2 Re 10,31

    • Rijdt 'als een dolle' en maakt een einde aan Izebel en de Baälverering.2 Re 10,28
  • Joahaz (Israël)

    814–798 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Jehu, zwaar onderdrukt door Aram.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 13,2

    • Smeekt de HEER om hulp, en God geeft Israël een redder.2 Re 13,4
  • Joas (Israël)

    798–782 a.C.Israele (nord)

    Huilt bij het sterfbed van Elisa.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 13,11

    • Slaat met de pijlen maar drie keer op de grond, en wint dus maar drie keer.2 Re 13,18
  • Jerobeam II

    793–753 a.C.Israele (nord)

    Lange en welvarende regering; Amos en Hosea spreken in zijn tijd.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 14,24

    • Herstelt de grenzen van Israël, zoals de profeet Jona had gezegd.2 Re 14,25
  • Zacharia (Israël)

    753 a.C.Israele (nord)

    Laatste koning uit het huis van Jehu, zes maanden.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 15,9

    • Zo komt uit wat God tegen Jehu zei: vier geslachten op de troon.2 Re 15,12
  • Sallum

    752 a.C.Israele (nord)

    Doodt Zacharia en regeert één maand.

    La Bibbia non dà un giudizio breve

    • Wordt zelf na een maand gedood door Menachem.2 Re 15,14
  • Menachem

    Significato del nome: “trooster”

    752–742 a.C.Israele (nord)

    Wreed koning die Assyrië afkoopt.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 15,18

    • Betaalt de Assyrische koning Pul duizend talenten zilver.2 Re 15,19
  • Pekachja

    742–740 a.C.Israele (nord)

    Zoon van Menachem.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 15,24

    • Wordt vermoord door zijn officier Pekach.2 Re 15,25
  • Pekach

    740–732 a.C.Israele (nord)

    Sluit een verbond met Aram tegen Juda.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 15,28

    • Trekt met Aram op tegen Jeruzalem; Jesaja zegt tegen Achaz: wees niet bang.Isaia 7,4
  • Hosea (koning)

    732–722 a.C.Israele (nord)

    De laatste koning van Israël; slecht, maar niet zoals de koningen voor hem.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 17,2

    • Samaria valt en Assyrië voert het volk weg.2 Re 17,6
  • Rehabeam

    931–913 a.C.Giuda (sud)

    Zoon van Salomo; onder hem scheurt het rijk.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Cronache 12,14

    • Luistert niet naar de oude raadgevers maar naar zijn jonge vrienden.1 Re 12,14
  • Abia

    913–911 a.C.Giuda (sud)

    Zoon van Rehabeam, in Koningen Abiam genoemd.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE1 Re 15,3

  • Asa

    911–870 a.C.Giuda (sud)

    Hervormer die de afgodsbeelden weghaalt.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE1 Re 15,11

    • Zet zelfs zijn grootmoeder af vanwege haar afgodsbeeld.1 Re 15,13
    • Bidt: HEER, voor U maakt het niet uit of iemand sterk of zwak is.2 Cronache 14
  • Josafat

    Significato del nome: “de HEER oordeelt”

    872–848 a.C.Giuda (sud)

    Stuurt leraren met het wetboek door het land.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE1 Re 22,43

  • Joram (Juda)

    848–841 a.C.Giuda (sud)

    Trouwt met Atalja, de dochter van Achab.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 8,18

  • Achazja (Juda)

    841 a.C.Giuda (sud)

    Zoon van Atalja, één jaar koning.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 8,27

    • Wordt gedood bij de opstand van Jehu.2 Re 9,27
  • Atalja

    841–835 a.C.Giuda (sud)

    Koningin-moeder die de troon grijpt, de enige vrouw die over Juda regeert.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Cronache 24,7

    • Laat de koninklijke familie ombrengen; alleen de kleine Joas wordt verborgen.2 Re 11,2
  • Joas (Juda)

    835–796 a.C.Giuda (sud)

    Kindkoning; goed zolang de priester Jojada leeft.

    In parte bene, in parte no2 Re 12,2

    • Herstelt de tempel met geld uit een kist bij het altaar.2 Re 12,9
    • Laat na Jojada's dood diens zoon, de profeet Zacharia, stenigen.2 Cronache 24,21
  • Amasja

    796–767 a.C.Giuda (sud)

    Doet wat goed is, 'maar niet met heel zijn hart'.

    In parte bene, in parte no2 Cronache 25,2

  • Uzzia

    Significato del nome: “de HEER is mijn kracht”

    792–740 a.C.Giuda (sud)

    Ook Azarja genoemd; sterk en lang koning, daarna hoogmoedig.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE2 Re 15,3

    • Wil zelf reukwerk branden in de tempel en wordt melaats.2 Cronache 26,19
    • In het jaar dat hij sterft, ziet Jesaja de HEER op zijn troon.Isaia 6,1
  • Jotam

    Significato del nome: “de HEER is volmaakt”

    750–735 a.C.Giuda (sud)

    Bouwt de bovenste poort van de tempel.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE2 Re 15,34

  • Achaz

    735–715 a.C.Giuda (sud)

    Roept Assyrië te hulp in plaats van God.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 16,2

    • Jesaja geeft hem een teken: de jonge vrouw wordt zwanger en noemt haar zoon Immanuel.Isaia 7,14
  • Hizkia

    Significato del nome: “de HEER is mijn kracht”

    715–686 a.C.Giuda (sud)

    Vertrouwt op de HEER als Assyrië voor de poort staat.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE2 Re 18,3

    • Legt de dreigbrief van Sanherib voor de HEER neer en bidt.2 Re 19,14
    • Wordt ziek, bidt, en krijgt vijftien jaar erbij.2 Re 20,5
  • Manasse

    Significato del nome: “die doet vergeten”

    697–642 a.C.Giuda (sud)

    De langste regering, en de slechtste; aan het eind bekeert hij zich.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 21,2

  • Amon

    642–640 a.C.Giuda (sud)

    Zoon van Manasse.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 21,20

    • Wordt na twee jaar in zijn paleis vermoord.2 Re 21,23
  • Josia

    640–609 a.C.Giuda (sud)

    Wordt koning op zijn achtste; de grote hervormer.

    Fece ciò che è retto agli occhi del SIGNORE2 Re 22,2

    • Scheurt zijn kleren als het teruggevonden wetboek wordt voorgelezen.2 Re 22,11
    • Viert een Pesach zoals sinds de richters niet meer gevierd was.2 Re 23,22
  • Joahaz (Juda)

    609 a.C.Giuda (sud)

    Drie maanden koning.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 23,32

    • Farao Necho zet hem af en neemt hem mee naar Egypte.2 Re 23,33
  • Jojakim

    609–598 a.C.Giuda (sud)

    Koning die niet wil horen.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 23,37

    • Snijdt de boekrol van Jeremia in stukken en gooit die in het vuur.Geremia 36,23
  • Jojachin

    598–597 a.C.Giuda (sud)

    Ook Jechonja genoemd; na drie maanden naar Babel weggevoerd.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 24,9

    • Krijgt na zevenendertig jaar gevangenschap genade en eet aan de tafel van de koning van Babel.2 Re 25,29

    Il filo rosso verso Gesù

    Als Jechonja staat hij in het geslachtsregister van Jezus: de lijn breekt niet.

    Matteo 1,12
  • Sedekia

    597–586 a.C.Giuda (sud)

    De laatste koning van Juda.

    Fece ciò che è male agli occhi del SIGNORE2 Re 24,19

    • Vraagt Jeremia in het geheim om een woord van God, maar luistert niet.Geremia 38,14
    • Jeruzalem valt; hij wordt naar Babel gebracht.2 Re 25,7
  • Achia

    Significato del nome: “broer van de HEER”

    ca. 935–910 a.C.

    Profeet uit Silo.

    • Scheurt zijn nieuwe mantel in twaalf stukken en geeft Jerobeam er tien.1 Re 11,31
    • Kondigt, al blind, het einde van Jerobeams huis aan.1 Re 14,10
  • Elia

    Significato del nome: “mijn God is de HEER”

    ca. 870–850 a.C.

    Profeet in Israël tegen de Baälverering van Achab en Izebel.

    • Vuur van de HEER valt op het altaar op de Karmel.1 Re 18,38
    • Hoort God in de stilte, in een zacht suizen.1 Re 19,12

    Il filo rosso verso Gesù

    Elia verschijnt naast Jezus op de berg van de verheerlijking.

    Matteo 17,3
  • Micha, zoon van Jimla

    Significato del nome: “wie is als de HEER?”

    ca. 853 a.C.

    Profeet die als enige de waarheid zegt tegen koning Achab.

    • Zegt: wat de HEER mij zegt, dat zal ik spreken.1 Re 22,14
  • Elisa

    Significato del nome: “God is redding”

    ca. 850–795 a.C.

    Leerling en opvolger van Elia.

    • Vraagt een dubbel deel van Elia's geest en ziet hem in een storm opgenomen worden.2 Re 2,11
    • De Syriër Naäman geneest na zeven keer onderdompelen in de Jordaan.2 Re 5,14

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus noemt Naämans genezing: God zorgt ook voor vreemdelingen.

    Luca 4,27
  • Jojada

    Significato del nome: “de HEER weet”

    Hogepriester die de kleine Joas verbergt en kroont.

    • Zet de zevenjarige Joas op de troon.2 Re 11,12
    • Wordt begraven bij de koningen, omdat hij goed had gedaan in Israël.2 Cronache 24,16
  • Chulda

    ca. 622 a.C.

    Profetes in Jeruzalem die het teruggevonden wetboek duidt.

    • Koning Josia stuurt zijn mannen naar haar; zij zegt wat God zegt.2 Re 22,14
  • Jona

    Significato del nome: “duif”

    ca. 790–760 a.C.Leggi il libro di Giona

    Profeet die wegvlucht voor Gods opdracht om naar Nineve te gaan.

    • Wordt door een grote vis ingeslikt en bidt in de buik van de vis.Giona 2
    • Is boos als God Nineve spaart; God leert hem over zijn genade.Giona 4,11

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus noemt 'het teken van Jona': drie dagen in het hart van de aarde.

    Matteo 12,40
  • Amos

    Significato del nome: “drager (van een last)”

    ca. 765–755 a.C.Leggi il libro di Amos

    Herder en vijgenkweker uit Juda, gestuurd naar het rijke Israël.

    • Roept: laat het recht stromen als water.Amos 5,24
    • Zegt: ik ben geen profeet, ik ben een herder; de HEER haalde mij weg achter de kudde.Amos 7,15

    Il filo rosso verso Gesù

    Jakobus citeert Amos: God bouwt de vervallen hut van David weer op, ook voor de volken.

    Atti degli Apostoli 15,16
  • Hosea

    Significato del nome: “redding”

    ca. 755–715 a.C.Leggi il libro di Osea

    Profeet in Israël wiens huwelijk Gods trouwe liefde laat zien.

    • Trouwt met Gomer en blijft haar trouw, ook als zij hem ontrouw is.Osea 3,1
    • God zegt: toen Israël jong was, had Ik hem lief; uit Egypte riep Ik mijn zoon.Osea 11,1

    Il filo rosso verso Gesù

    Matteüs ziet die woorden vervuld als Jezus uit Egypte terugkomt.

    Matteo 2,15
  • Jesaja

    Significato del nome: “de HEER redt”

    ca. 740–681 a.C.Leggi il libro di Isaia

    Profeet in Jeruzalem, vaak 'de evangelist van het Oude Testament' genoemd.

    • Ziet de HEER op een hoge troon en zegt: hier ben ik, stuur mij.Isaia 6,8
    • Spreekt over de lijdende dienaar die onze zonden draagt.Isaia 53,5

    Il filo rosso verso Gesù

    Filippus legt Jesaja 53 uit en vertelt de Ethiopiër over Jezus.

    Atti degli Apostoli 8,35

    Buono a sapersi: Veel bijbelwetenschappers denken dat Jesaja 40–66 later is geschreven, in of na de ballingschap; anderen zien het hele boek als het werk van Jesaja zelf.

  • Micha

    Significato del nome: “wie is als de HEER?”

    ca. 735–700 a.C.Leggi il libro di Michea

    Profeet van het platteland van Juda, tijdgenoot van Jesaja.

    • Zegt wat God vraagt: recht doen, trouw liefhebben en nederig met je God gaan.Michea 6,8
    • Voorspelt dat uit het kleine Betlehem een heerser zal komen.Michea 5

    Il filo rosso verso Gesù

    De schriftgeleerden wijzen de wijzen met Micha de weg naar Betlehem.

    Matteo 2,6
  • Joël

    Significato del nome: “de HEER is God”

    Leggi il libro di Gioele

    Profeet van de sprinkhanenplaag en de dag van de HEER.

    • Na een sprinkhanenplaag roept hij: scheur je hart, niet je kleren.Gioele 2,13
    • God belooft zijn Geest uit te storten over alle mensen.Gioele 2

    Il filo rosso verso Gesù

    Petrus zegt op Pinksteren: dit is wat Joël heeft voorzegd.

    Atti degli Apostoli 2,16

    Buono a sapersi: Wanneer Joël leefde is onzeker: schattingen lopen van de negende tot de vierde eeuw voor Christus.

  • Nahum

    Significato del nome: “trooster”

    ca. 660–612 a.C.Leggi il libro di Naum

    Profeet van de val van Nineve, de hoofdstad van Assyrië.

    • De HEER is goed, een veilige plek op de dag van nood.Naum 1,7
  • Sefanja

    Significato del nome: “de HEER beschermt”

    ca. 635–620 a.C.Leggi il libro di Sofonia

    Profeet uit de koninklijke familie, in de tijd van Josia.

    • Belooft: God zal over jou juichen en zingen van vreugde.Sofonia 3,17
  • Jeremia

    ca. 627–580 a.C.Leggi il libro di Geremia

    De 'huilende profeet', in de laatste jaren van Juda.

    • God roept hem als jonge man: zeg niet 'ik ben te jong'.Geremia 1,7
    • Belooft een nieuw verbond, in het hart geschreven.Geremia 31,33

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus spreekt bij het laatste avondmaal over het nieuwe verbond in zijn bloed.

    Luca 22,20
  • Habakuk

    ca. 609–598 a.C.Leggi il libro di Abacuc

    Profeet die met God in gesprek gaat over het kwaad.

    • Vraagt: hoelang, HEER, roep ik om hulp?Abacuc 1,2
    • Zingt: al bloeit de vijgenboom niet, toch zal ik juichen in de HEER.Abacuc 3,17

    Il filo rosso verso Gesù

    'De rechtvaardige zal door zijn geloof leven' (Habakuk 2:4): Paulus bouwt zijn uitleg van het evangelie op die zin.

    Romani 1,17
  • Obadja

    Significato del nome: “dienaar van de HEER”

    Leggi il libro di Abdia

    Schrijver van het kortste boek van het Oude Testament, over Edom.

    • De dag van de HEER is nabij: zoals jij hebt gedaan, zo zal jou gedaan worden.Abdia 1,15

    Buono a sapersi: Waarschijnlijk kort na de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus; sommigen denken aan een vroegere tijd.

  • Ezechiël

    Significato del nome: “God maakt sterk”

    ca. 593–571 a.C.Leggi il libro di Ezechiele

    Priester en profeet bij de ballingen in Babel.

    Il filo rosso verso Gesù

    God belooft zelf de herder van zijn schapen te zijn (Ezechiël 34); Jezus zegt: Ik ben de goede herder.

    Giovanni 10,11
  • Daniël

    Significato del nome: “God is mijn rechter”

    ca. 605–536 a.C.Leggi il libro di Daniele

    Jonge balling aan het hof van Babel en Perzië.

    • Blijft bidden en wordt in de leeuwenkuil gegooid; God sluit de muilen van de leeuwen.Daniele 6
    • Ziet in een visioen 'iemand als een mensenzoon' die eeuwige macht krijgt.Daniele 7,13

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus noemt zichzelf het liefst 'de Mensenzoon'.

    Marco 14,62

    Buono a sapersi: Of het boek in de zesde eeuw of pas rond 165 voor Christus zijn vorm kreeg, daarover verschillen de meningen.

  • Haggai

    Significato del nome: “feestelijk”

    ca. 520 a.C.Leggi il libro di Aggeo

    Profeet die de teruggekeerden aanspoort de tempel te herbouwen.

    • Jullie wonen in mooie huizen, en Gods huis ligt in puin?Aggeo 1,4
    • Belooft dat de glorie van dit huis groter wordt dan die van het eerste.Aggeo 2,9
  • Zacharia (profeet)

    Significato del nome: “de HEER gedenkt”

    ca. 520–518 a.C.Leggi il libro di Zaccaria

    Profeet van de terugkeer, met nachtelijke visioenen.

    • Ziet je koning komen, rechtvaardig en nederig, rijdend op een ezel.Zaccaria 9,9
    • Zij zullen opzien naar hem die ze doorstoken hebben.Zaccaria 12,10

    Il filo rosso verso Gesù

    Bij de intocht in Jeruzalem citeert Matteüs Zacharia.

    Matteo 21,5

    Buono a sapersi: Veel uitleggers denken dat Zacharia 9–14 uit een latere tijd komt dan de eerste acht hoofdstukken.

  • Maleachi

    Significato del nome: “mijn bode”

    ca. 450–430 a.C.Leggi il libro di Malachia

    De laatste profeet van het Oude Testament.

    • Ik stuur mijn bode, die de weg voor Mij gereed maakt.Malachia 3,1
    • Belooft dat Elia zal komen voor de grote dag van de HEER.Malachia 4

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt dat Johannes de Doper die bode is.

    Matteo 11,10
  • Ester

    Significato del nome: “waarschijnlijk 'ster'; haar Hebreeuwse naam Hadassa betekent 'mirte'”

    Leggi il libro di Ester

    Joodse koningin van Perzië die haar volk redt.

    • Mordechai: wie weet ben je juist hiervoor koningin geworden.Ester 4,14
    • Gaat ongeroepen naar de koning: als ik moet omkomen, dan kom ik om.Ester 4,16
  • Mordechai

    Neef en pleegvader van Ester.

    • Ontdekt een complot tegen de koning.Ester 2,22
    • Wordt de tweede man na de koning en zoekt het goede voor zijn volk.Ester 10,3
  • Zerubbabel

    Significato del nome: “zaad van Babel”

    ca. 538–515 a.C.

    Leider uit de familie van David bij de terugkeer uit Babel.

    • Legt het fundament van de nieuwe tempel.Esdra 3,8
    • Hoort: niet door kracht, niet door geweld, maar door mijn Geest.Zaccaria 4,6

    Il filo rosso verso Gesù

    Hij staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteo 1,12
  • Ezra

    Significato del nome: “hulp”

    ca. 458 a.C.Leggi il libro di Esdra

    Priester en schriftgeleerde die de wet onderwijst.

    • Had zich voorgenomen de wet te onderzoeken, te doen en te onderwijzen.Esdra 7,10
    • Leest de wet voor op het plein; het volk huilt en viert feest.Neemia 8,6
  • Nehemia

    Significato del nome: “de HEER troost”

    ca. 445–432 a.C.Leggi il libro di Neemia

    Schenker van de Perzische koning die de muren van Jeruzalem herbouwt.

    • Bidt kort in stilte voordat hij de koning antwoordt.Neemia 2,4
    • Zegt: de vreugde van de HEER is jullie kracht.Neemia 8,10
  • Elisabet

    Significato del nome: “mijn God is een eed”

    Moeder van Johannes de Doper, familie van Maria.

    • Haar kind springt op als Maria binnenkomt; vol van de Geest zegent ze Maria.Luca 1,42
  • Zacharias (priester)

    Significato del nome: “de HEER gedenkt”

    Priester, vader van Johannes de Doper.

    • Gelooft de engel niet en kan niet meer praten tot de geboorte.Luca 1,20
    • Zingt zijn lofzang: geprezen zij de Heer, de God van Israël.Luca 1,68
  • Maria

    Moeder van Jezus.

    Il filo rosso verso Gesù

    Door haar wordt Gods Zoon mens: 'geboren uit een vrouw'.

    Galati 4,4
  • Jozef (van Nazaret)

    Significato del nome: “Hij (God) voegt toe”

    Timmerman, man van Maria, die voor Jezus zorgt als een vader.

    Il filo rosso verso Gesù

    Via hem noemt Matteüs Jezus 'zoon van David'.

    Matteo 1,16
  • Johannes de Doper

    Significato del nome: “de HEER is genadig”

    Profeet in de woestijn, wegbereider van Jezus.

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt: van wie uit een vrouw geboren zijn, is er niemand groter dan Johannes.

    Matteo 11,11
  • Simeon

    Significato del nome: “hij heeft gehoord”

    Oude man in de tempel die wacht op de troost van Israël.

    • Neemt de baby Jezus in zijn armen: nu kan ik in vrede gaan.Luca 2,29

    Il filo rosso verso Gesù

    Noemt Jezus 'een licht voor de volken'.

    Luca 2,32
  • Hanna (profetes)

    Significato del nome: “genade”

    Oude profetes die dag en nacht in de tempel bidt.

    • Ziet het kind Jezus en vertelt iedereen over Hem.Luca 2,38
  • Nikodemus

    Significato del nome: “overwinnaar van het volk”

    Farizeeër en raadslid die 's nachts bij Jezus komt.

  • Zacheüs

    Significato del nome: “zuiver”

    Oppertollenaar in Jericho.

    • Klimt in een boom om Jezus te zien; Jezus nodigt zichzelf bij hem uit.Luca 19,5
    • Geeft de helft van zijn bezit aan de armen.Luca 19,8

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus: de Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

    Luca 19,10
  • Lazarus

    Significato del nome: “God helpt”

    Vriend van Jezus uit Betanië, broer van Marta en Maria.

    Il filo rosso verso Gesù

    Jezus zegt bij zijn graf: Ik ben de opstanding en het leven.

    Giovanni 11,25
  • Marta

    Significato del nome: “vrouwe”

    Zus van Maria en Lazarus in Betanië.

    • Druk met het eten; Jezus zegt: Marta, je maakt je zorgen over zoveel.Luca 10,41
    • Belijdt: U bent de Messias, de Zoon van God.Giovanni 11,27
  • Maria van Betanië

    Zus van Marta en Lazarus, die aan Jezus' voeten luistert.

  • Maria Magdalena

    Significato del nome: “uit Magdala”

    Volgelinge van Jezus, de eerste getuige van de opstanding.

    • Jezus had haar bevrijd; ze steunt Hem met wat ze heeft.Luca 8,2
    • Hoort haar naam en herkent de opgestane Heer: ik heb de Heer gezien!Giovanni 20,18

    Buono a sapersi: Dat ze een prostituee zou zijn geweest, staat niet in de Bijbel: dat idee komt uit een preek van eeuwen later.

  • Jozef van Arimatea

    Rijk raadslid dat Jezus begraaft in zijn eigen graf.

  • Filippus (de evangelist)

    Een van de zeven helpers en evangelist; niet de apostel Filippus.

  • Barnabas

    Significato del nome: “zoon van bemoediging”

    Bemoediger die de net bekeerde Paulus een kans geeft.

  • Cornelius

    Romeinse officier, een van de eerste niet-Joden die gedoopt worden.

  • Tabita (Dorkas)

    Significato del nome: “gazelle”

    Leerlinge in Joppe die kleren maakte voor weduwen.

  • Lydia

    Verkoopster van purperstof uit Tyatira, de eerste gelovige in Europa van wie we de naam kennen.

  • Priscilla

    Met haar man Aquila tentenmaker, gastvrouw en leraar in de gemeente.

  • Febe

    Significato del nome: “stralend”

    Dienares (diaken) van de gemeente in Kenchreeën.

    • Paulus beveelt haar aan bij de gemeente in Rome; waarschijnlijk bracht zij zijn brief.Romani 16,1
  • Timoteüs

    Significato del nome: “die God eert”

    Jonge medewerker van Paulus.

    • Kreeg het geloof mee van zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike.2 Timoteo 1,5
    • Paulus: laat niemand je minachten omdat je jong bent.1 Timoteo 4,12
  • Titus

    Medewerker van Paulus, achtergelaten op Kreta.

    • Moet de gemeenten op Kreta op orde brengen.Tito 1,5
  • Lucas

    Leggi il libro di Luca

    Arts en reisgenoot van Paulus.

    Buono a sapersi: Dat Lucas het evangelie en Handelingen schreef, zegt de vroege overlevering; de boeken noemen zelf geen naam.

  • Marcus

    Leggi il libro di Marco

    Johannes Marcus, jonge reisgenoot van Paulus en Barnabas.

    Buono a sapersi: Dat hij het evangelie naar Marcus schreef, met de herinneringen van Petrus, zegt de vroege overlevering.

  • Apollos

    Welbespraakte leraar uit Alexandrië.

  • Jakobus (broer van Jezus)

    Leggi il libro di Giacomo

    Broer van Jezus, leider van de gemeente in Jeruzalem.

    Buono a sapersi: De overlevering ziet hem als schrijver van de brief van Jakobus.

I re e i profeti

Dopo Salomone il regno si divide: Israele al nord, Giuda al sud. La Bibbia dà un giudizio su ogni re, e Dio manda dei profeti. Scegli un re o un profeta e guarda chi va insieme.

  • Retto agli occhi del SIGNORE
  • In parte bene
  • Male agli occhi del SIGNORE
  • Nessun giudizio breve
  • Profeta

Scorri di lato per muoverti nel tempo.

Profeti in IsraeleRe d'IsraeleIl regno unitoRe di GiudaRe di GiudaProfeti in GiudaProfeti in GiudaProfeti in Giuda1000 a.C.900 a.C.800 a.C.700 a.C.600 a.C.500 a.C.Het rijk scheurtSamaria valt (Assyrië)Jeruzalem verwoest (Babel)Terug naar huisAchiaEliaElisaJonaHoseaBaësaAchabJehuJerobeam IISaulDavidSalomoAsaJosafatJoas (Juda)AmasjaUzziaJotamAchazHizkiaManasseJosiaSamuëlGadNatanJesajaMichaNahumJeremiaDaniëlEzechiël

Scegli un re o un profeta per vedere chi va insieme.

Anni prima di Cristo, secondo la cronologia comune di Edwin R. Thiele (The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings), compresi gli anni in cui padre e figlio regnarono insieme; per questo i regni a volte si sovrappongono. Altri studiosi arrivano spesso a qualche anno di differenza. Gli anni dei profeti sono approssimativi. Il giudizio su ogni re è quello della Bibbia stessa, soprattutto nei libri dei Re.

La linea di famiglia: da Abramo a Gesù

Dio promette ad Abramo che in lui saranno benedette tutte le nazioni. Segui quella promessa attraverso la famiglia: i patriarchi, le dodici tribù e la linea che Matteo scrive fino a Gesù.

I patriarchi

  1. AbrahamSara

    HagarOok bij Hagar kreeg Abraham een zoon: Ismaël.

  2. IsaakRebekka

    IsmaëlZoon van Hagar; God belooft ook hem een groot volk.

  3. JakobLeaRachel

    EsauTweelingbroer van Jakob, stamvader van Edom.

I dodici figli di Giacobbe

  • Figli di Lea

    • Ruben
    • Simeon
    • Levi
    • Juda
    • Issaschar
    • Zebulon
  • Figli di Rachel

  • Figli di Bilha

    • Dan
    • Naftali
  • Figli di Zilpa

    • Gad
    • Aser

Secondo le loro madri, come li elenca Genesi 35.Leggi Genesi 35

Dove portano le tribù

  • JudaPeres, Boaz, David… en Jezus
  • LeviMozes, Aäron en de priesters
  • JozefEfraïm en Manasse, twee stammen
  • BenjaminKoning Saul, en later Paulus

Matteo 1: da Abramo a Gesù

Matteo apre il suo Vangelo con un albero genealogico in tre parti. Nomina anche cinque donne. Leggi Matteo 1

Parte 1Van Abraham tot David

  1. Abraham
  2. Isaak
  3. Jakob
  4. Juda
  5. Peresmadre: Tamar
  6. Chesron
  7. Ram
  8. Amminadab
  9. Nachson
  10. Salmon
  11. Boazmadre: Rachab
  12. Obedmadre: Ruth
  13. Isaï
  14. Davidre

Parte 2Van David tot de ballingschap

  1. Salomoremadre: de vrouw van Uria
  2. Rehabeamre
  3. Abiare
  4. Asare
  5. Josafatre
  6. Joramre
  7. Uzziare
  8. Jotamre
  9. Achazre
  10. Hizkiare
  11. Manassere
  12. Amonre
  13. Josiare
  14. Jechonjare

Parte 3Van de ballingschap tot Jezus

  1. Sealtiël
  2. Zerubbabel
  3. Abiud
  4. Eljakim
  5. Azor
  6. Sadok
  7. Achim
  8. Eliud
  9. Eleazar
  10. Mattan
  11. Jakob
  12. Jozef
  13. Jezusmadre: Maria
  • Matteüs telt drie keer veertien geslachten (Matteüs 1:17). Hij slaat een paar koningen over; zo'n stamboom laat vaker namen weg, en hoe hij precies telt, daarover verschillen de uitleggers.
  • Lucas 3 geeft een andere lijn, via Davids zoon Natan. Een oude verklaring is dat Lucas de familie van Maria volgt en Matteüs die van Jozef; dat is uitleg, de Bijbel zegt het niet.

Chi l'ha detto?

Parole famose della Bibbia. Sai chi le ha dette?

Ricevi 8 frasi, ognuna con quattro persone. Chi l'ha detto?

Comincia da Abramo

Leggi Genesi 12

Comfort di lettura

Scegli ciò che aiuta. La scelta resta salvata su questo dispositivo.

Dimensione del testo

Preferisci le impostazioni del tuo dispositivo (zoom, lettore di schermo, modalità scura)? Funzionano anche qui.