Jezus
De wonderen van Jezus
Genezingen, een storm die gaat liggen, brood voor duizenden en doden die opstaan: elk wonder met waar het staat en wat het laat zien.
De evangeliën vertellen ruim dertig wonderen van Jezus, en zeggen erbij dat het er veel meer waren (Johannes 20:30; 21:25). Ze staan er niet als goocheltrucs of om indruk te maken: Jezus weigerde wonderen te doen voor wie alleen een spektakel wilde (Matteüs 12:38–39). Ze zijn tekens. Ze laten zien wie Hij is, en hoe het eruitziet als God koning is: zieken genezen, het kwaad wijkt, de dood moet loslaten.
Jezus deed dingen die niemand anders kon: blinde mensen gingen weer zien, een storm werd stil, en een meisje dat gestorven was, stond weer op. Zo liet Hij zien wie Hij is: Gods eigen Zoon, die van mensen houdt.
Drie woorden voor een wonder
Het Nieuwe Testament heeft geen woord voor 'wonder' zoals wij het gebruiken, maar drie, en elk zegt iets anders.
Krachten
dunameis
Daden vol Gods kracht. Zo noemen Matteüs, Marcus en Lucas de wonderen het vaakst.
Marcus 6:2Tekens
sēmeia
Ze wijzen voorbij zichzelf, zoals een wegwijzer. Johannes gebruikt alleen dit woord: het gaat er niet om dát het gebeurt, maar waar het naar wijst.
Johannes 2:11Wonderen
terata
Dingen die mensen versteld doen staan. In het Nieuwe Testament staat dit woord nooit alleen, altijd samen met 'tekens'.
Handelingen 2:22
De zeven tekens bij Johannes
Johannes kiest er zeven, van een bruiloft tot een graf. Tik op een teken om het verhaal te lezen.
- Water wordt wijnJohannes 2:1–11
- De zoon van een hovelingJohannes 4:46–54
- Bij het bad van BetesdaJohannes 5:5–15
- Brood voor vijfduizendJohannes 6:1–14
- Over het water lopenJohannes 6:16–21
- Blind geborenJohannes 9:1–41
- Lazarus, kom naar buitenJohannes 11:1–44
Na het zevende teken komt het grootste: Jezus zelf staat op uit de dood.
Wat de wonderen laten zien
Ze zijn geen bewijsstukken op zichzelf, maar tekens die ergens naartoe wijzen.
Gods koninkrijk breekt door
Als Jezus demonen uitdrijft, zegt Hij: dan is het koninkrijk van God bij u gekomen. Wat de profeten beloofden, begint: blinden zien, lammen lopen.
Wie is Hij?
Na de storm vragen de leerlingen: wie is Deze, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzamen? De wonderen stellen die vraag aan elke lezer.
Uit ontferming
Jezus geneest niet op afstand of uit plicht. Hij raakt een melaatse aan, die niemand meer aanraakte, en Hij wordt 'innerlijk bewogen' bij een menigte zonder herder.
Geloof, geen voorwaarde
Vaak zegt Jezus: je geloof heeft je gered. Maar Hij helpt ook een vader die zegt: ik geloof, help mijn ongeloof. En in zijn eigen dorp deed Hij er weinig, door hun ongeloof.
Alle wonderen
Kies een evangelie of een soort wonder. Bij elk wonder zie je welke evangeliën het vertellen.
34 wonderen
- Teken 1 bij Johannes
Natuur
Water wordt wijn
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
Op een bruiloft in Kana is de wijn op, een schande voor het bruidspaar. Maria zegt tegen de bedienden: doe wat Hij zegt. Zes stenen kruiken voor de Joodse reiniging worden gevuld met water, en het blijkt de beste wijn.
Op een bruiloft is de wijn op. Jezus maakt van water de lekkerste wijn, en het feest kan doorgaan.
Wat het laat zien
Het eerste teken, op een feest. De profeten beschreven Gods toekomst als overvloed van wijn (Amos 9:13). Waar Jezus komt, begint die bruiloft.
Natuur
Een overvolle vangst
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Petrus heeft de hele nacht gevist en niets gevangen. Op Jezus' woord gooit hij de netten nog eens uit, en ze scheuren bijna van de vis. Petrus valt op zijn knieën: ga weg van mij, ik ben een zondig mens.
Petrus vangt de hele nacht niets. Op Jezus' woord gooit hij zijn net nog één keer uit, en het zit vol!
Wat het laat zien
Jezus antwoordt niet met afstand, maar met een roeping: voortaan zul je mensen vangen. Wie zich klein voelt bij God, wordt juist geroepen.
Natuur
De storm wordt stil
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Op het meer van Galilea steekt een zware storm op, terwijl Jezus achter in de boot slaapt. De leerlingen maken Hem doodsbang wakker. Hij spreekt de wind en het water bestraffend toe, en het wordt helemaal stil.
Het stormt en de boot gaat bijna onder. Jezus zegt tegen de wind: zwijg! En alles wordt stil.
Wat het laat zien
In de Psalmen is het God die de zee tot zwijgen brengt (Psalm 107:29). De leerlingen vragen dan ook: wie is Deze toch?
- Teken 4 bij Johannes
Natuur
Brood voor vijfduizend
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het
Een grote menigte is Jezus gevolgd naar een eenzame plek, en het wordt avond. Een jongen heeft vijf broden en twee vissen. Jezus dankt, breekt en laat uitdelen: iedereen eet genoeg, en er blijven twaalf manden over.
Een jongen geeft zijn vijf broodjes en twee visjes. Jezus deelt ze uit, en duizenden mensen eten tot ze vol zitten.
Wat het laat zien
Naast de opstanding het enige wonder dat alle vier de evangeliën vertellen. Het doet denken aan het manna in de woestijn, en Jezus zegt erna: Ik ben het brood des levens (Johannes 6:35).
- Teken 5 bij Johannes
Natuur
Over het water lopen
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
's Nachts roeien de leerlingen tegen de wind in. Jezus komt over het water naar hen toe en zegt: Ik ben het, wees niet bang. Bij Matteüs stapt Petrus uit de boot, begint te zinken als hij naar de golven kijkt, en Jezus grijpt zijn hand.
Jezus wandelt over het water naar de boot. Petrus probeert het ook, en als hij zinkt, pakt Jezus zijn hand.
Wat het laat zien
In het Grieks zegt Jezus letterlijk 'Ik ben', de naam van God uit Exodus 3:14. En Job zegt over God: Hij treedt op de golven van de zee (Job 9:8).
Natuur
Brood voor vierduizend
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
Drie dagen zijn mensen bij Jezus, en ze hebben niets meer te eten. Met zeven broden en een paar visjes worden er vierduizend verzadigd, en er blijven zeven manden over.
Weer heeft een grote groep honger, en weer deelt Jezus brood uit tot iedereen genoeg heeft.
Wat het laat zien
Marcus vertelt het in een gebied waar veel niet-Joden woonden. Wat Jezus voor Israël doet, doet Hij ook voor de volken.
Natuur
Een munt in een vis
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
Ze vragen Petrus of zijn meester de tempelbelasting betaalt. Jezus zegt dat Gods zonen eigenlijk vrij zijn, maar om geen aanstoot te geven stuurt Hij Petrus vissen: in de bek van de eerste vis zit een munt, genoeg voor hen beiden.
Petrus vangt een vis, en in de bek van de vis zit precies het geld dat ze nodig hebben.
Wat het laat zien
Jezus is meer dan de tempel, en toch zet Hij anderen niet onnodig voor het hoofd. Een klein, bijna glimlachend wonder.
Natuur
De vijgenboom verdort
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
Op weg naar Jeruzalem ziet Jezus een vijgenboom vol blad, maar zonder vruchten. Hij zegt dat er nooit meer vrucht aan zal komen, en de boom verdort. Bij Marcus staat het verhaal rond het schoonvegen van de tempel.
Een boom heeft mooie blaadjes maar geen vruchten. Jezus gebruikt hem om te leren dat God echte vrucht zoekt.
Wat het laat zien
Het enige wonder dat een oordeel is. De profeten gebruikten de vijgenboom als beeld voor Israël (Jeremia 8:13): veel blad, geen vrucht. Jezus koppelt eraan een les over geloof en gebed.
Natuur
153 vissen
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
Na Pasen vissen zeven leerlingen een hele nacht zonder iets te vangen. Een man op de oever zegt: gooi het net rechts uit. Het net zit vol, 153 grote vissen, en het scheurt niet. Johannes roept: het is de Heer!
Na Pasen staat Jezus op de oever en roept: gooi je net aan de andere kant uit. Het zit propvol vis!
Wat het laat zien
Het lijkt op de eerste vangst, aan het begin. Op de oever wacht Jezus met brood en vis, en daarna vraagt Hij Petrus drie keer: heb je Mij lief?
- Teken 2 bij Johannes
Genezing
De zoon van een hoveling
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
Een hoge ambtenaar uit Kafarnaüm smeekt Jezus naar zijn stervende zoon te komen. Jezus zegt alleen: ga, je zoon leeft. De man gelooft het en gaat. Onderweg hoort hij dat zijn zoon op precies dat uur beter werd.
Een vader vraagt hulp voor zijn zieke zoon. Jezus zegt: ga maar, hij leeft. En thuis is de jongen beter!
Wat het laat zien
Jezus geneest van kilometers ver, met één woord. De man moet op dat woord vertrouwen voor hij iets ziet.
Genezing
Een melaatse aangeraakt
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Een man met een besmettelijke huidziekte knielt neer: als U wilt, kunt U mij reinigen. Jezus wordt innerlijk bewogen, steekt zijn hand uit en raakt hem aan: Ik wil, word rein.
Niemand wil de zieke man aanraken. Jezus wel. Hij legt zijn hand op hem, en de man is beter.
Wat het laat zien
Wie melaats was, moest buiten de stad wonen en mocht niemand aanraken (Leviticus 13:45–46). Jezus raakt eerst aan, en geneest dan: Hij geeft de man ook zijn plaats tussen de mensen terug.
Genezing
De knecht van een officier
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Een Romeinse officier vraagt hulp voor zijn zieke knecht. Als Jezus wil komen, zegt hij: ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, zeg alleen een woord. Jezus staat versteld van zijn geloof.
Een Romeinse soldaat zegt: Jezus, U hoeft niet te komen, zeg maar één woord. En zijn knecht wordt beter.
Wat het laat zien
Een buitenlander, een bezetter nog wel, krijgt de grootste lof voor zijn geloof. Zijn woorden klinken tot vandaag in de katholieke mis, vlak voor de communie.
Genezing
De schoonmoeder van Petrus
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Bij Petrus thuis ligt zijn schoonmoeder met hoge koorts. Jezus pakt haar hand en helpt haar overeind, de koorts verdwijnt, en ze begint meteen voor hen te zorgen.
De moeder van Petrus' vrouw is ziek. Jezus pakt haar hand, en ze staat meteen op.
Wat het laat zien
Een klein huiselijk wonder. Petrus was dus getrouwd, en zijn huis in Kafarnaüm werd de uitvalsbasis van Jezus in Galilea.
Genezing
Door het dak heen
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Het huis zit zo vol dat vier vrienden hun verlamde vriend niet binnen krijgen. Ze maken het dak open en laten hem zakken. Jezus zegt eerst: je zonden zijn je vergeven. Pas als men daarover moppert, zegt Hij: sta op, neem je mat en ga naar huis.
Vier vrienden maken een gat in het dak om hun zieke vriend bij Jezus te brengen. Hij kan weer lopen!
Wat het laat zien
Alleen God kan zonden vergeven, zeggen de schriftgeleerden, en daar hebben ze gelijk in. De genezing is het bewijs dat Jezus dat gezag heeft.
Genezing
Een verschrompelde hand
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Op de sabbat is in de synagoge een man met een verschrompelde hand. Iedereen kijkt of Jezus zal genezen. Hij vraagt: mag je op de sabbat goed doen of kwaad? Dan zegt Hij: strek je hand uit, en ze is gezond.
Een man kan zijn hand niet gebruiken. Jezus zegt: steek je hand uit. En de hand is weer helemaal goed.
Wat het laat zien
De sabbat is gemaakt voor de mens. Juist dit wonder doet zijn tegenstanders plannen smeden om Hem te doden.
Genezing
Een vrouw raakt zijn mantel aan
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Een vrouw lijdt al twaalf jaar aan bloedingen en heeft al haar geld aan dokters uitgegeven. In het gedrang raakt ze stiekem de zoom van Jezus' mantel aan en is meteen genezen. Jezus blijft staan en zoekt haar: dochter, je geloof heeft je gered.
Een zieke vrouw raakt heel stilletjes Jezus' mantel aan, en ze wordt beter. Jezus noemt haar lief 'dochter'.
Wat het laat zien
Door haar ziekte gold ze als onrein (Leviticus 15:25). Jezus laat haar niet anoniem wegglippen: Hij noemt haar 'dochter' waar iedereen bij is.
Genezing
Twee blinden
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
Twee blinde mannen volgen Jezus en roepen: Zoon van David, ontferm U over ons! Hij vraagt: geloven jullie dat Ik dit kan? Ja, Heer. Hij raakt hun ogen aan, en ze zien.
Twee blinde mannen roepen om hulp. Jezus raakt hun ogen aan, en ze kunnen zien.
Wat het laat zien
'Zoon van David' is een titel voor de Messias. Juist blinden zien wie Hij is.
Genezing
Effata: ga open
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
In de Dekapolis brengt men een dove man die moeilijk spreekt. Jezus neemt hem apart, legt zijn vingers in zijn oren, kijkt naar de hemel en zucht: Effata, ga open. De man hoort en spreekt.
Een man kan niet horen. Jezus zegt: Effata, dat betekent ga open. En hij hoort alles!
Wat het laat zien
Marcus bewaart het Aramese woord dat Jezus sprak. Jesaja beloofde: de oren van doven worden geopend (Jesaja 35:5). In sommige kerken klinkt 'Effata' nog bij de doop.
Genezing
Zien in twee stappen
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
In Betsaida brengt men een blinde man. Jezus leidt hem het dorp uit en legt hem de handen op. De man ziet mensen 'als bomen die lopen'. Na een tweede keer ziet hij alles scherp.
Eerst ziet de blinde man alles nog wazig. Jezus raakt hem nog eens aan, en dan ziet hij alles scherp.
Wat het laat zien
Het staat vlak voor het moment waarop Petrus zegt dat Jezus de Messias is, maar nog niet begrijpt dat Hij moet lijden. Ook de leerlingen zien maar half, en hebben een tweede aanraking nodig.
Genezing
Bartimeüs bij Jericho
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Een blinde bedelaar zit langs de weg bij Jericho. Als hij hoort dat Jezus voorbijkomt, roept hij steeds harder, hoewel mensen hem willen laten zwijgen. Jezus vraagt: wat wil je dat Ik voor je doe? Rabboeni, dat ik weer zie.
Bartimeüs is blind en roept zo hard hij kan: Jezus, help me! Jezus geneest hem, en hij loopt met Hem mee.
Wat het laat zien
Bij Marcus gooit hij zijn mantel af, misschien zijn enige bezit, en volgt Jezus op de weg naar Jeruzalem. Hij wordt een leerling.
- Teken 3 bij Johannes
Genezing
Bij het bad van Betesda
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
In Jeruzalem ligt een man al achtendertig jaar ziek bij een bad met vijf zuilengangen. Jezus vraagt: wil je gezond worden? Hij heeft niemand die hem helpt. Jezus zegt: sta op, neem je mat en loop.
Een man is al heel lang ziek en niemand helpt hem. Jezus zegt: sta op en loop. En dat doet hij!
Wat het laat zien
Het gebeurt op de sabbat, en Jezus zegt: mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook. Archeologen vonden het bad met zijn zuilengangen bij de Sint-Annakerk in Jeruzalem.
- Teken 6 bij Johannes
Genezing
Blind geboren
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
De leerlingen vragen wie er gezondigd heeft, de man of zijn ouders, dat hij blind geboren is. Geen van beiden, zegt Jezus. Hij maakt slijk, strijkt het op zijn ogen en stuurt hem naar het bad van Siloam. De man komt ziende terug.
Een man is blind sinds hij geboren is. Jezus stuurt hem naar een badje om zich te wassen, en hij kan zien!
Wat het laat zien
Jezus zegt: Ik ben het licht van de wereld (9:5). De man ziet steeds meer wie Jezus is, terwijl wie zegt te zien, blind blijkt te zijn.
Genezing
Tien melaatsen
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Tien melaatsen roepen van ver: Jezus, ontferm U over ons. Hij stuurt hen naar de priesters, en onderweg worden ze rein. Maar maar één komt terug om God te danken, en dat is een Samaritaan.
Tien zieke mannen worden beter. Maar maar één komt terug om dankjewel te zeggen.
Wat het laat zien
Wie terugkomt om te danken, hoort meer dan genezing: je geloof heeft je gered. En weer is het een buitenstaander die het ziet.
Genezing
Een vrouw kan weer rechtop staan
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Op de sabbat ziet Jezus in de synagoge een vrouw die al achttien jaar krom loopt. Hij roept haar, legt haar de handen op, en ze staat rechtop en prijst God. De synagogeleider is boos.
Een vrouw loopt al heel lang krom. Jezus maakt haar beter, en ze kan weer rechtop staan.
Wat het laat zien
Jezus noemt haar 'dochter van Abraham'. Als je je os op de sabbat te drinken geeft, mag deze vrouw dan niet losgemaakt worden?
Genezing
Bij een maaltijd op de sabbat
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Jezus is te gast bij een leider van de Farizeeën, en ze houden Hem nauwlettend in het oog. Er is een man met waterzucht. Jezus vraagt of genezen op de sabbat mag, ze zwijgen, en Hij geneest de man.
Bij een etentje is een zieke man. Jezus maakt hem beter, ook al is het rustdag.
Wat het laat zien
Weer de sabbat. Wie een kind of een os uit een put haalt op de sabbat, begrijpt waarom Jezus geneest.
Genezing
Een oor bij de arrestatie
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Als Jezus in de Hof van Olijven gearresteerd wordt, slaat een van de leerlingen de knecht van de hogepriester een oor af. Jezus zegt: laat dat, raakt het oor aan en geneest de man.
Iemand wil Jezus gevangennemen, en een vriend slaat hem met een zwaard. Jezus maakt zijn oor weer heel.
Wat het laat zien
Het laatste genezingswonder voor het kruis, voor een tegenstander. Johannes noemt de knecht bij naam: Malchus (Johannes 18:10).
Bevrijding
In de synagoge van Kafarnaüm
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Jezus leert in de synagoge, met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. Een man met een onreine geest schreeuwt: ik weet wie U bent, de Heilige van God. Jezus zegt: zwijg en ga uit hem. En de geest gaat weg.
Iets kwaads houdt een man gevangen. Jezus zegt: ga weg! En de man is vrij.
Wat het laat zien
Bij Marcus is dit het eerste wonder. Het kwaad herkent Jezus eerder dan de mensen. Over bevrijding vandaag lees je meer op een eigen pagina.
Bevrijding
De man tussen de graven
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Aan de overkant van het meer woont een man tussen de graven, zo wild dat geen ketting hem houdt. Zijn naam is Legioen, 'want we zijn met velen'. Jezus bevrijdt hem; de geesten gaan in een kudde varkens die het meer in stormt. Later zit de man rustig en gekleed bij Jezus.
Een man is heel ongelukkig en woont tussen de graven. Jezus maakt hem vrij, en hij gaat blij naar huis.
Wat het laat zien
Matteüs noemt er twee. De bevrijde man wil met Jezus mee, maar wordt naar huis gestuurd om te vertellen wat God gedaan heeft: de eerste verkondiger onder de niet-Joden.
Bevrijding
Een moeder die niet opgeeft
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het niet
Een niet-Joodse vrouw smeekt Jezus haar dochter te bevrijden. Hij antwoordt dat het brood eerst voor de kinderen is. Zij zegt: maar de hondjes eten de kruimels die van tafel vallen. Om dat antwoord geneest Jezus haar dochter.
Een moeder blijft Jezus vragen om haar zieke dochter te helpen. Jezus is blij met haar vertrouwen en helpt.
Wat het laat zien
Een moeilijk gesprek, en de vrouw krijgt het laatste woord. Ze is de enige in Marcus die Jezus in een discussie 'verslaat', en Matteüs laat Jezus zeggen: groot is je geloof.
Bevrijding
Een vader en zijn zoon
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
De leerlingen konden een jongen die aanvallen kreeg niet helpen. De vader zegt tegen Jezus: als U iets kunt, help ons. Jezus: alles is mogelijk voor wie gelooft. De vader roept: ik geloof, help mijn ongeloof! Jezus bevrijdt de jongen.
Een papa zegt: ik geloof, maar help me om meer te vertrouwen. En Jezus maakt zijn zoon beter.
Wat het laat zien
Een van de eerlijkste gebeden van de Bijbel. Jezus wijst de vader met zijn twijfel niet af.
Bevrijding
Een stomme man spreekt
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Men brengt Jezus een man die door een boze geest niet kan spreken. Hij bevrijdt hem en de man spreekt. Sommigen zeggen: Hij drijft demonen uit door Beëlzebul, hun leider.
Een man kan niet praten. Jezus maakt hem vrij, en hij begint te spreken.
Wat het laat zien
Jezus antwoordt: een rijk dat tegen zichzelf verdeeld is, houdt geen stand. Als Ik door de vinger van God demonen uitdrijf, is het koninkrijk van God bij u gekomen.
Uit de dood
Het dochtertje van Jaïrus
- Mat.: vertelt het
- Mar.: vertelt het
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Jaïrus, een synagogeleider, smeekt Jezus om zijn stervende dochter van twaalf. Onderweg komt het bericht: ze is gestorven. Jezus zegt: wees niet bang, geloof alleen. Hij neemt haar hand: Talitha koemi, meisje, sta op. En ze staat op.
Een meisje is gestorven. Jezus pakt haar hand en zegt: meisje, sta op. En ze staat op!
Wat het laat zien
Marcus bewaart de Aramese woorden. Jezus zegt dat het kind slaapt: voor Hem is de dood niet het laatste woord. Daarna zegt Hij: geef haar iets te eten.
Uit de dood
De zoon van een weduwe
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het
- Joh.: vertelt het niet
Bij de poort van Naïn komt een begrafenisstoet naar buiten: de enige zoon van een weduwe. Jezus heeft medelijden met haar: huil niet. Hij raakt de baar aan, zegt: jongeman, sta op, en geeft hem terug aan zijn moeder.
Een mama huilt omdat haar zoon gestorven is. Jezus maakt hem weer levend en geeft hem terug aan zijn moeder.
Wat het laat zien
Zonder man en zoon stond een weduwe er in die tijd alleen voor. Het volk roept: een groot profeet is onder ons opgestaan, zoals Elia ooit een weduwe haar zoon teruggaf (1 Koningen 17:23).
- Teken 7 bij Johannes
Uit de dood
Lazarus, kom naar buiten
- Mat.: vertelt het niet
- Mar.: vertelt het niet
- Luc.: vertelt het niet
- Joh.: vertelt het
Lazarus, de vriend van Jezus, ligt al vier dagen in het graf als Jezus in Betanië aankomt. Hij zegt tegen Marta: Ik ben de opstanding en het leven. Jezus huilt bij het graf. Dan roept Hij: Lazarus, kom naar buiten! En de dode komt naar buiten.
Jezus' vriend Lazarus is gestorven. Jezus roept: Lazarus, kom naar buiten! En Lazarus komt levend uit het graf.
Wat het laat zien
Het zevende en grootste teken. Juist hierdoor besluiten de leiders dat Jezus moet sterven (11:53). Wie Lazarus het leven teruggeeft, zal zelf zijn leven geven.
Hoe kijken we vandaag naar wonderen?
Christenen geloven dat Jezus echt wonderen deed. Over wonderen vandaag verschillen ze, en ook wie twijfelt heeft een eerlijke vraag.
Ze gebeurden echt
Het geloof van de kerk, van de eerste eeuw tot nu
Als God de wereld schiep, kan Hij er ook in handelen. De evangeliën vertellen de wonderen nuchter, met namen en plaatsen, en zelfs tegenstanders ontkenden niet dat Jezus iets deed: ze zeiden dat Hij het door de duivel deed.
En vandaag?
Waar kerken verschillen
Pinkster- en charismatische kerken verwachten genezing ook nu, op gebed. De katholieke kerk onderzoekt genezingen heel kritisch, onder meer met artsen in Lourdes. Andere protestanten geloven dat God nog steeds geneest, maar zien de grote tekens vooral bij het begin van de kerk.
Kan dat wel?
De eerlijke vraag van wie twijfelt
Wie aanneemt dat wonderen onmogelijk zijn, leest deze verhalen als legende of beeldspraak. Christenen antwoorden dat dat geen uitkomst van onderzoek is, maar een vertrekpunt. Over geloof en wetenschap lees je meer op een eigen pagina.
Weet je het nog?
Vijf korte vragen over de wonderen.
Vraag 1 van 5
Welk wonder vertellen alle vier de evangeliën?