Naar de inhoud
Bèta

Gelijkenissen

De verhalen die Jezus vertelde

Een zaadje, een verloren schaap, een munt onder de bezem. Met verhalen uit het gewone leven liet Jezus zien hoe Gods koninkrijk is. Ontdek ze, verhaal voor verhaal.

Speel het na

Zaai het zaad

Een zaaier strooit zaad, en het valt op vier soorten grond. Tik op een stukje grond en kijk wat er gebeurt.

Tik op een stukje grond om er zaad te strooien.

Wat is een gelijkenis?

Korte verhalen met een verrassende draai, over hoe God is en hoe zijn koninkrijk werkt.

  1. Een verhaal naast de werkelijkheid

    Het Griekse ‘parabolè’ betekent: iets ernaast leggen. Jezus legt een gewoon verhaal naast Gods werkelijkheid, zodat je de een door de ander gaat zien. Het Hebreeuwse ‘masjal’ betekent ook raadsel of spreuk.

    Matteüs 13:34–35
  2. Uit het gewone leven

    Zaad, brood, schapen, geld, een feest. Iedereen die luisterde kende het. Juist daarom treffen de verhalen: ze beginnen gewoon en hebben dan een verrassende draai.

    Marcus 4:33–34
  3. Eén hoofdzaak

    Vaak draait een gelijkenis om één punt, en niet elk detail heeft een eigen betekenis. Lang lazen christenen elk onderdeel als symbool; nu zoeken de meeste uitleggers eerst de kern, en waar Jezus zelf uitlegt, volgen ze Hem.

    Matteüs 13:18–23
  4. Wie oren heeft, die hore

    De verhalen openen zich voor wie wil luisteren en blijven dicht voor wie niet wil. Ze vragen een antwoord: waar sta jij in dit verhaal?

    Matteüs 13:10–17

Verloren en gevonden

God zoekt wie verdwaald is, en zijn genade is groter dan wat mensen eerlijk vinden.

God zoekt je, en Hij is blij als Hij je vindt!

Het verloren schaap

De herder zoekt zijn ene verdwaalde schaap, vindt het en draagt het blij naar huis.

Een herder heeft honderd schapen en raakt er één kwijt. Hij laat de negenennegentig achter en zoekt tot hij het vindt. Dan legt hij het op zijn schouders, draagt het naar huis en roept zijn vrienden: vier feest met mij!

Om over na te denken: Ken jij iemand die zich ‘verloren’ voelt? Hoe zou je die persoon kunnen zoeken zoals de herder?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een kudde van honderd schapen was voor een gewone familie veel bezit. Een herder telde zijn dieren elke avond als ze de kooi in gingen. Een verdwaald schaap kan niet alleen terug: het blijft staan en blaat, en moet gedragen worden.
Wat Jezus wilde zeggen
God laat niemand vallen die verdwaald is. Hij wacht niet tot je zelf de weg terug vindt, Hij gaat je zoeken. En in de hemel is meer vreugde over één mens die terugkomt dan over negenennegentig die menen dat ze geen bekering nodig hebben.
Waar en wanneer
Tollenaars en zondaars kwamen naar Jezus luisteren, en de Farizeeën en schriftgeleerden mopperden: ‘Hij eet met zondaars!’ Daarop vertelde Jezus drie verhalen na elkaar: het schaap, de munt en de zoon. In Matteüs vertelt Hij het aan zijn leerlingen, over zorg voor ‘de kleinen’.

De verloren munt

Een vrouw veegt het hele huis met haar bezem, tot ze haar munt ziet glinsteren.

Een vrouw heeft tien zilveren munten en verliest er één. Ze steekt een lamp aan, veegt het hele huis en zoekt heel nauwkeurig tot ze hem vindt. Dan roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen: vier feest met mij!

Om over na te denken: Wat zou het betekenen dat jij voor God zo kostbaar bent als die ene munt?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een drachme was ongeveer een dagloon. Huizen hadden kleine raampjes en een vloer van aangestampte aarde, dus een munt verdween snel in een donkere hoek: je had een olielamp en een bezem nodig. Misschien hoorden de tien munten bij haar bruidsschat, die vrouwen soms als sieraad droegen.
Wat Jezus wilde zeggen
Zoals de vrouw niet rust tot ze die ene munt terugheeft, zo zoekt God elk mens, grondig en vol aandacht. Wie gevonden wordt, is voor God kostbaar. En de engelen delen in Gods blijdschap over één zondaar die zich bekeert.
Waar en wanneer
Het tweede van de drie ‘verloren’-verhalen in Lucas 15, verteld aan Farizeeën en schriftgeleerden die mopperden dat Jezus met tollenaars en zondaars at.

De verloren zoon

De vader rent naar zijn zoon die terugkomt, en geeft een groot feest.

De jongste zoon vraagt zijn deel van de erfenis en verkwist het in een ver land. Als hij bij de varkens honger lijdt, gaat hij terug. Zijn vader ziet hem van ver, rent naar hem toe, omhelst hem en geeft een feest. De oudste zoon wordt boos en wil niet naar binnen; de vader komt ook hem halen.

Om over na te denken: Herken jij je meer in de jongste zoon, de oudste zoon of de vader? Waarom?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
De jongste zoon kreeg een derde van het bezit (de oudste kreeg een dubbel deel). Zijn erfenis vragen terwijl je vader nog leeft was alsof je zei: ik wou dat je dood was. Varkens waren voor Joden onrein. En een oudere man in een lang gewaad rende niet: dat was beneden zijn waardigheid.
Wat Jezus wilde zeggen
God is als de vader die uitkijkt, rent en vergeeft voordat de zoon zijn zin af heeft. Het verhaal eindigt open: komt de oudste broer, die altijd braaf thuisbleef, mee naar binnen? Ook wie ‘goed’ leeft, heeft Gods genade nodig en moet leren meevieren.
Verschillende lezingen
Sommigen noemen het liever ‘de barmhartige vader’ of ‘de twee zonen’, omdat de vader en de oudste broer even belangrijk zijn als de jongste.
Waar en wanneer
Het derde en langste verhaal van Lucas 15, na het schaap en de munt, voor tollenaars en zondaars én voor de Farizeeën die daarover mopperden. De oudste broer lijkt op die laatsten.

De Farizeeër en de tollenaar

God hoort het eerlijke gebed van de man die zegt: ‘Het spijt me, help mij.’

Twee mannen bidden in de tempel. De Farizeeër staat vooraan en dankt God dat hij niet is zoals anderen: hij vast twee keer per week en geeft een tiende van alles. De tollenaar blijft achteraan staan, slaat zich op de borst en zegt: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Hij gaat gerechtvaardigd naar huis.

Om over na te denken: Met welke woorden zou jij vandaag tot God bidden: die van de Farizeeër of die van de tollenaar?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Farizeeën waren vrome, gerespecteerde mannen die de wet zeer ernstig namen. Twee keer per week vasten was meer dan de wet vroeg. Tollenaars inden belasting voor Rome en vroegen vaak te veel: men zag ze als verraders en bedriegers.
Wat Jezus wilde zeggen
Bij God tel je niet mee door je eigen goede daden op te sommen. Wie zichzelf verhoogt, wordt vernederd; wie zich klein maakt en om genade vraagt, wordt verhoogd. Gods genade is een geschenk, geen loon.
Waar en wanneer
Op weg naar Jeruzalem, verteld ‘aan sommigen die op zichzelf vertrouwden dat ze rechtvaardig waren en de anderen minachtten’ (Lucas 18:9).

De arbeiders in de wijngaard

Wie laat begon met werken, krijgt toch hetzelfde loon: God is gul voor iedereen.

Een landeigenaar haalt ’s ochtends vroeg arbeiders voor zijn wijngaard, voor één denarie. Later op de dag haalt hij er meer, tot het laatste uur toe. ’s Avonds krijgt iedereen één denarie, ook wie maar één uur werkte. De eersten morren. ‘Ben je jaloers omdat ik goed ben?’

Om over na te denken: Vind jij het eerlijk wat de landeigenaar deed? Wat zegt het over Gods goedheid?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een denarie was het gewone loon voor een dag werk, net genoeg om een gezin te voeden. Dagloners stonden op het marktplein te wachten tot iemand hen inhuurde. Het ‘derde uur’ was negen uur ’s ochtends, het ‘elfde uur’ vijf uur ’s middags: nog één uur tot het donker werd.
Wat Jezus wilde zeggen
In Gods koninkrijk krijgt niemand wat hij verdient, iedereen krijgt wat hij nodig heeft. God is niet oneerlijk maar gul. Wie al lang gelooft, staat niet hoger dan wie op het laatste moment komt: ‘de laatsten zullen de eersten zijn’.
Waar en wanneer
Op de weg door Judea naar Jeruzalem, kort nadat Petrus had gevraagd: ‘Wij hebben alles achtergelaten, wat krijgen wij daarvoor?’ (Matteüs 19:27).

De twee zonen

De zoon die eerst ‘nee’ zei maar toch ging helpen, deed wat zijn vader vroeg.

Een vader vraagt zijn twee zonen om in de wijngaard te werken. De eerste zegt: ‘Ik wil niet’, maar krijgt spijt en gaat toch. De tweede zegt: ‘Ja, vader’, maar gaat niet. Wie deed wat de vader wilde?

Om over na te denken: Is er iets waar jij ‘ja’ tegen God zegt, maar het niet doet? Of ‘nee’, terwijl je eigenlijk wilt?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een wijngaard was een familiebedrijf: in de oogsttijd moest iedereen meehelpen. ‘Ja’ zeggen tegen je vader en dan niet gaan was een openlijke belediging, ook al leek het beleefd.
Wat Jezus wilde zeggen
Mooie woorden zijn niet genoeg; het gaat om wat je doet. Tollenaars en prostituees die eerst ‘nee’ zeiden tegen God maar zich bekeerden, gaan de vrome leiders voor die ‘ja’ zeiden en niet luisterden naar Johannes de Doper.
Waar en wanneer
In de tempel in Jeruzalem, in de laatste week voor zijn dood, nadat de hogepriesters en oudsten Hem vroegen met welk gezag Hij dit alles deed (Matteüs 21:23).

Het koninkrijk groeit

Gods koninkrijk begint klein en verborgen, maar het groeit en is meer waard dan alles.

Gods rijk is als een zaadje: klein, maar het wordt heel groot!

De zaaier

Het zaadje dat in goede aarde valt, groeit uit tot een hoge plant vol graan.

Een zaaier strooit zaad. Een deel valt op het pad en wordt opgegeten door vogels. Een deel valt op rotsgrond, schiet snel op en verdort in de zon. Een deel valt tussen distels en wordt verstikt. Een deel valt in goede aarde en brengt dertig, zestig of honderd keer zoveel op.

Om over na te denken: Welke soort grond lijkt deze week het meest op jouw hart? Wat zou helpen om goede aarde te zijn?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Er werd met de hand gezaaid, met wijde zwaaien uit een zak, vaak vóór het ploegen. Over de akkers liepen paden die hard waren getrapt, en onder een dun laagje aarde lag in Galilea vaak kalksteen. Tien keer zoveel oogst was al een goed jaar: honderd keer was een wonder.
Wat Jezus wilde zeggen
Het zaad is het woord van God. Wie het hoort maar niet begrijpt, verliest het meteen; wie het enthousiast ontvangt zonder wortel, haakt af als het moeilijk wordt; wie zich laat opslokken door zorgen en geld, groeit niet. Maar wie het hoort en vasthoudt, draagt overvloedig vrucht. Jezus legt het zelf uit.
Waar en wanneer
Aan het meer van Galilea. Er kwam zoveel volk dat Jezus in een boot stapte en vanaf het water sprak, terwijl de mensen op de oever stonden (Matteüs 13:1–2).

Het mosterdzaadje

Een piepklein zaadje groeit uit tot een grote boom waar de vogels in wonen.

Het koninkrijk van God is als een mosterdzaadje dat iemand in zijn akker zaait. Het is het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot een grote struik, zo groot dat de vogels in de takken nestelen.

Om over na te denken: Welk klein begin in jouw leven of in je omgeving zou God kunnen laten groeien?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een zwart mosterdzaadje is ongeveer een millimeter groot, het kleinste zaadje dat de boeren in Galilea kenden. Toch groeit de plant in één seizoen uit tot drie meter hoog. Een boom waarin vogels nestelen was in het Oude Testament een beeld voor een groot rijk (Ezechiël 17 en Daniël 4).
Wat Jezus wilde zeggen
Gods koninkrijk begon met een timmerman uit Nazaret en twaalf leerlingen. Het leek niets. Maar het groeit, tot het mensen uit alle volken een thuis geeft, zoals de vogels in de takken. Wat God begint, mag je niet onderschatten.
Waar en wanneer
In Matteüs en Marcus op dezelfde dag aan het meer als de zaaier. In Lucas in een synagoge op sabbat, nadat Jezus een vrouw had genezen die achttien jaar krom liep (Lucas 13:10–19).

Het zuurdeeg

Een klein beetje zuurdeeg laat al het deeg rijzen tot een groot brood.

Het koninkrijk van God is als zuurdeeg dat een vrouw door drie maten meel kneedt, tot het hele deeg doorgezuurd is.

Om over na te denken: Hoe zou jouw geloof, ongemerkt, het ‘deeg’ rondom jou kunnen veranderen?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Er was geen gist uit de winkel: een vrouw hield een stukje deeg van gisteren over en kneedde dat door het nieuwe. Drie maten meel is ongeveer veertig liter, genoeg brood voor meer dan honderd mensen. Het zuurdeeg zie je niet meer, maar het hele deeg rijst.
Wat Jezus wilde zeggen
Gods koninkrijk werkt stil en van binnenuit. Je ziet het niet altijd, maar het verandert alles waar het mee in aanraking komt: mensen, gezinnen, een hele samenleving.
Verschillende lezingen
Elders in de Bijbel staat zuurdeeg vaak voor iets slechts (‘het zuurdeeg van de Farizeeën’). Hier gebruikt Jezus het opvallend genoeg positief; een kleine minderheid leest het daarom toch als waarschuwing.
Waar en wanneer
Direct na het mosterdzaadje, als tweeling: een beeld van de man in de akker, een van de vrouw in de keuken. Zo hoorden mannen én vrouwen zichzelf in het verhaal.

De verborgen schat

Een man vindt een schat in een akker en verkoopt blij alles om die akker te kopen.

Het koninkrijk van God is als een schat die verborgen ligt in een akker. Iemand vindt hem, verbergt hem weer, en gaat vol vreugde alles verkopen wat hij heeft om die akker te kopen.

Om over na te denken: Wat is voor jou het allerwaardevolste? Zou je het ruilen voor Gods koninkrijk?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Er waren geen banken. In onrustige tijden van oorlog of plundering begroeven mensen hun geld en sieraden in een pot in de grond. Stierf de eigenaar, dan bleef de schat liggen, tot een boer er jaren later met zijn ploeg tegenaan stootte.
Wat Jezus wilde zeggen
Wie ontdekt wat Gods koninkrijk waard is, geeft er met blijdschap alles voor op. Het is geen zwaar offer maar een ruil die je vrolijk maakt: wat je loslaat, valt in het niet bij wat je krijgt.
Waar en wanneer
In het huis, alleen voor de leerlingen, nadat Jezus de menigte had weggestuurd (Matteüs 13:36). Drie korte verhalen na elkaar: de schat, de parel en het net.

De kostbare parel

Een koopman vindt de mooiste parel van de wereld en geeft alles om hem te hebben.

Het koninkrijk van God is als een koopman die mooie parels zoekt. Als hij één heel kostbare parel vindt, verkoopt hij alles wat hij heeft en koopt die parel.

Om over na te denken: Ben jij meer een ‘zoeker’ zoals de koopman, of een ‘vinder’ zoals de boer met de schat?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Parels kwamen van ver, uit de Rode Zee, de Perzische Golf en India, en waren in de oudheid het duurste sieraad dat er was: duurder dan goud. Een parelhandelaar reisde lang en kende de waarde van elke parel.
Wat Jezus wilde zeggen
De boer met de schat vond per ongeluk; de koopman zocht zijn hele leven. Of je God nu zoekt of plotseling tegenkomt: wie het echte vindt, ziet dat al het andere minder waard is.
Waar en wanneer
In het huis, voor de leerlingen, tussen de schat en het net (Matteüs 13:36–52).

Het net

In het net zitten allerlei vissen; God weet wat goed is en sorteert aan het einde.

Het koninkrijk van God is als een sleepnet dat in het meer wordt geworpen en allerlei vissen vangt. Als het vol is, trekken de vissers het op de oever, gaan zitten en sorteren: de goede in manden, de slechte gooien ze weg.

Om over na te denken: Waarom zou het goed nieuws zijn dat het oordelen niet aan ons is?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Op het meer van Galilea vingen vissers met een groot sleepnet tussen twee boten of vanaf de oever. Er kwam van alles mee: eetbare vissen, maar ook vissen zonder schubben, die volgens de wet onrein waren en niet gegeten mochten worden.
Wat Jezus wilde zeggen
Nu vangt het evangelie iedereen, zonder te kiezen. Het sorteren is niet aan ons: dat doet God aan het einde van de tijd. Dat is ernstig, en het bevrijdt ons ervan om anderen te oordelen.
Waar en wanneer
Het laatste van de drie verhalen in het huis, voor de leerlingen, van wie er een aantal zelf vissers waren (Matteüs 13:36–52).

Zo leef je

Hoe leef je als iemand van Gods koninkrijk? Met barmhartigheid, vergeving, vertrouwen en een stevig fundament.

Jezus vertelt hoe je goed leeft: help, vergeef en vertrouw op God.

De barmhartige Samaritaan

Een Samaritaan helpt een gewonde man die alle anderen voorbij liepen.

Een man wordt op weg naar Jericho beroofd en halfdood achtergelaten. Een priester en een Leviet zien hem en lopen voorbij. Een Samaritaan, een vijand, krijgt medelijden: hij verbindt zijn wonden, zet hem op zijn ezel, brengt hem naar een herberg en betaalt de zorg.

Om over na te denken: Wie is in jouw leven ‘de man langs de weg’? Wat houdt jou soms tegen om te stoppen?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
De weg van Jeruzalem naar Jericho daalt over zevenentwintig kilometer meer dan duizend meter, door een kale woestijn vol rotsen: een plek voor rovers. Joden en Samaritanen waren al eeuwenlang vijanden. Olie en wijn waren de ontsmetting en de zalf van toen; twee denariën waren twee daglonen.
Wat Jezus wilde zeggen
De wetgeleerde vroeg: wie is mijn naaste? Jezus draait de vraag om: van wie ben jij de naaste? Liefde kijkt niet naar grenzen van volk of geloof, en de held van het verhaal is juist degene die je niet verwacht. ‘Ga heen en doe zoals hij.’
Verschillende lezingen
Kerkvaders lazen er ook Christus zelf in: de Samaritaan die de gewonde mens redt en betaalt. Dat sluit de oproep om zelf barmhartig te zijn niet uit.
Waar en wanneer
Een wetgeleerde wilde Jezus op de proef stellen en vroeg wat hij moest doen om eeuwig leven te krijgen. Toen Jezus zei ‘heb je naaste lief’, vroeg hij: ‘En wie is mijn naaste?’

De rijke dwaas

Een rijke man bouwt grote schuren voor zichzelf, maar vergeet God en de anderen.

Een rijke boer heeft een enorme oogst. Hij breekt zijn schuren af om grotere te bouwen en zegt tegen zichzelf: ‘Je hebt voorraad voor jaren: rust, eet, drink en geniet.’ Maar God zegt: ‘Dwaas, vannacht wordt je leven van je opgeëist. Voor wie is dan wat je hebt verzameld?’

Om over na te denken: Waar vind jij je zekerheid? Wat zou ‘rijk zijn bij God’ voor jou betekenen?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Graan was rijkdom en zekerheid, en een rijke oogst werd in schuren of ondergrondse silo’s bewaard. In een droog jaar kon wie een voorraad had, de prijs bepalen. Opvallend: de man praat alleen met zichzelf. Er is niemand anders in zijn verhaal.
Wat Jezus wilde zeggen
Bezit is niet slecht, maar je leven hangt er niet van af. Wie alleen voor zichzelf spaart, is arm bij God. Rijk zijn bij God betekent delen, vertrouwen en weten dat je leven een geschenk is.
Waar en wanneer
Iemand uit de menigte vroeg Jezus: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.’ Jezus weigerde rechter te spelen en waarschuwde voor hebzucht.

De onbarmhartige dienaar

De koning vergeeft de man alles, dus moet die man zijn vriend ook vergeven.

Een koning scheldt een dienaar een onbetaalbare schuld kwijt. Die dienaar komt meteen daarna een collega tegen die hem een klein bedrag schuldig is, grijpt hem bij de keel en laat hem in de gevangenis gooien. De koning hoort het en is woedend: ‘Had jij geen medelijden moeten hebben, zoals ik met jou?’

Om over na te denken: Is er iemand die jij nog iets ‘aanrekent’? Wat zou het betekenen om die schuld kwijt te schelden?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Tienduizend talenten was een bedrag waar niemand zich iets bij kon voorstellen: één talent was zo’n twintig jaar loon. De honderd denariën van de collega waren ongeveer honderd daglonen: veel, maar terug te betalen. Wie niet kon betalen, kon met zijn gezin als slaaf verkocht of opgesloten worden.
Wat Jezus wilde zeggen
God heeft ons een schuld vergeven die we nooit hadden kunnen terugbetalen. Wie dat beseft, kan een ander zijn kleinere schuld niet blijven aanrekenen. Vergeving ontvangen en vergeving geven horen bij elkaar, zoals in het Onzevader.
Waar en wanneer
Petrus vroeg: ‘Heer, hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven? Tot zeven keer?’ Jezus antwoordde: ‘Niet tot zeven keer, maar tot zeventig maal zeven keer’, en vertelde dit verhaal.

Het huis op de rots

Het huis op de rots blijft staan in de storm, het huis op het zand valt om.

Een verstandig man bouwt zijn huis op de rots. Een dwaas bouwt het zijne op het zand. Dan komen de regen, de rivieren en de wind. Het huis op de rots blijft staan; het huis op het zand stort in, en groot is de ineenstorting.

Om over na te denken: Welk woord van Jezus heb je al vaak gehoord maar nog niet echt gedaan?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
In Israël zijn veel rivierbeddingen het grootste deel van het jaar droog en vlak: een makkelijke bouwplek. Maar na een stortbui in de bergen raast er plotseling een wilde stroom door zo’n wadi. Wie dieper groef tot op de rots, deed er langer over, maar zijn huis bleef staan.
Wat Jezus wilde zeggen
Het fundament is: de woorden van Jezus horen én doen. Wie alleen luistert, lijkt van buiten op wie ook doet, tot de storm komt. Dan blijkt waar je op bouwt.
Waar en wanneer
Het slot van de Bergrede, op een berg in Galilea met een grote menigte (Matteüs 5–7). In Lucas het slot van de rede in de vlakte.

De vriend om middernacht

De man blijft kloppen tot zijn vriend opstaat en hem brood geeft: zo mag je ook tot God bidden.

Om middernacht klopt iemand bij zijn vriend aan: ‘Leen me drie broden, er is onverwacht bezoek en ik heb niets.’ De vriend roept van binnen: ‘De deur zit op slot, de kinderen slapen!’ Maar omdat hij blijft aandringen, staat hij toch op en geeft hem wat hij nodig heeft.

Om over na te denken: Waar zou jij God vrijmoedig, en steeds opnieuw, om willen vragen?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Gastvrijheid was heilig: een gast niets aanbieden was een schande voor het hele dorp. Brood werd elke dag vers gebakken, dus ’s avonds was het op. Een gewoon gezin sliep samen op een verhoging in één kamer: opstaan en de zware grendel van de deur halen betekende iedereen wakker maken.
Wat Jezus wilde zeggen
Als zelfs een slaperige vriend uiteindelijk helpt, hoeveel te meer zal God, die graag geeft, antwoorden op wie Hem vraagt. ‘Vraag, en er zal je gegeven worden.’ Bidden mag vrijmoedig en volhardend zijn, en God geeft het beste: zijn heilige Geest.
Waar en wanneer
De leerlingen vroegen: ‘Heer, leer ons bidden.’ Jezus gaf hun het Onzevader en vertelde daarna dit verhaal (Lucas 11:1–4).

De weduwe en de rechter

De weduwe blijft het vragen, en ten slotte krijgt ze haar recht: blijf ook bidden!

In een stad woont een rechter die God niet vreest en zich van niemand iets aantrekt. Een weduwe blijft maar naar hem toe komen: ‘Geef mij recht tegen mijn tegenpartij!’ Lang wil hij niet, maar uiteindelijk zegt hij: ‘Ik geef haar recht, anders blijft ze me lastigvallen.’

Om over na te denken: Waarvoor ben jij gestopt met bidden? Zou je het opnieuw durven vragen?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een weduwe had geen man om voor haar op te komen en vaak geen geld voor steekpenningen. De wet van Mozes vraagt keer op keer om voor weduwen en wezen te zorgen (Exodus 22:22). Een rechter die dat niet deed, was een schande.
Wat Jezus wilde zeggen
God is het tegendeel van die rechter, en toch vertelt Jezus dit verhaal ‘om te laten zien dat ze altijd moesten bidden en de moed niet verliezen’. Als zelfs een slechte rechter luistert, zal God zijn kinderen zeker recht doen. De vraag is: zal de Zoon des mensen geloof vinden?
Waar en wanneer
Op weg naar Jeruzalem, nadat Jezus had gesproken over de komst van het koninkrijk en van de Zoon des mensen (Lucas 17:20–37).

Wees klaar

De Heer komt terug. Hoe leef je ondertussen? Wakker, trouw, barmhartig, en met vreugde uitgenodigd.

Jezus komt terug: zorg dat je klaar bent, en doe goed met wat je kreeg.

De tien meisjes

Vijf meisjes hebben olie genoeg en zijn klaar als de bruidegom komt.

Tien bruidsmeisjes wachten met hun lampen op de bruidegom. Vijf hebben extra olie meegenomen, vijf niet. De bruidegom komt laat, en ze vallen allemaal in slaap. Om middernacht klinkt het: ‘Hij komt!’ De lampen van de vijf zonder olie gaan uit. Terwijl zij olie gaan kopen, gaat de deur van het feest dicht.

Om over na te denken: Wat betekent ‘olie in je lamp hebben’ voor jou, in je gewone week?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een bruiloft begon ’s avonds: de bruidegom haalde zijn bruid op en de stoet trok met lampen of fakkels naar zijn huis, waar dagenlang feest werd gevierd. Niemand wist precies wanneer hij zou komen. Wie in de nacht geen licht had, kon niet meelopen in de stoet.
Wat Jezus wilde zeggen
Jezus komt terug, op een moment dat niemand weet. Klaar zijn kun je niet op het laatste moment lenen van een ander: het is je eigen leven met God, nu. ‘Wees dus waakzaam.’
Verschillende lezingen
Waar de olie voor staat (geloof, goede werken, de heilige Geest) zegt Jezus niet; uitleggers kiezen verschillend.
Waar en wanneer
Op de Olijfberg, met uitzicht op de tempel, een paar dagen voor zijn dood. De leerlingen hadden gevraagd naar het teken van zijn komst (Matteüs 24:3).

De talenten

Twee dienaren werken blij met wat ze kregen; de derde verstopt het in de grond.

Een heer gaat op reis en geeft zijn dienaren geld: de een vijf talenten, de ander twee, de derde één. De eerste twee gaan ermee aan het werk en verdubbelen het. De derde begraaft zijn talent uit angst. Bij zijn terugkeer prijst de heer de trouwe dienaren; de bange dienaar verliest wat hij had.

Om over na te denken: Wat heeft God jou toevertrouwd, en wat zou je ermee kunnen doen in plaats van het te begraven?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Een talent was geen gave maar een gewicht aan zilver: zo’n zesduizend denariën, het loon van ongeveer twintig jaar werken. Geld begraven gold toen als de veiligste manier om het te bewaren. Ons woord ‘talent’ voor een gave komt juist uit dit verhaal.
Wat Jezus wilde zeggen
God vertrouwt ons iets kostbaars toe en verwacht dat we er trouw mee werken, uit liefde en niet uit angst. Het gaat niet om hoeveel je kreeg: wie twee talenten verdubbelt, krijgt dezelfde lof als wie vijf heeft. ‘Ga binnen in de vreugde van je heer.’
Verschillende lezingen
Sommigen lezen de talenten als onze gaven en mogelijkheden, anderen als het evangelie dat aan de leerlingen is toevertrouwd. Lucas vertelt een verwant verhaal met minen.
Waar en wanneer
Op de Olijfberg, direct na de tien meisjes, in dezelfde rede over het einde der tijden (Matteüs 24–25).

De schapen en de bokken

Wie een ander helpt die honger heeft of ziek is, helpt Jezus zelf.

Als de Mensenzoon komt, scheidt Hij alle volken zoals een herder de schapen van de bokken. Tegen de schapen zegt de koning: ‘Ik had honger en jullie gaven Me te eten, Ik was vreemdeling en jullie namen Me op.’ ‘Wanneer dan?’ ‘Wat je voor een van de minsten deed, deed je voor Mij.’

Om over na te denken: Wie zijn ‘de minsten’ in jouw omgeving? Hoe zou je Jezus in hen kunnen ontmoeten?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Herders in Israël hielden schapen en geiten samen in één kudde. Overdag liepen ze door elkaar, maar ’s avonds werden ze gescheiden: geiten hebben het ’s nachts sneller koud en moesten binnen. De rechterhand was de ereplaats.
Wat Jezus wilde zeggen
Jezus vereenzelvigt zich met wie honger heeft, ziek is, vreemd is of in de gevangenis zit. Wie hen helpt, helpt Hem, vaak zonder het te weten. Geloof dat echt is, wordt zichtbaar in barmhartigheid.
Verschillende lezingen
Of ‘de minsten van mijn broeders’ alle mensen in nood zijn of Jezus’ leerlingen in het bijzonder, daarover verschillen uitleggers. Het is ook minder een gelijkenis dan een beeld van het laatste oordeel.
Waar en wanneer
Op de Olijfberg, het slot van Jezus’ laatste grote rede, twee dagen voor het Pascha (Matteüs 26:1–2).

Het bruiloftsmaal

De koning nodigt iedereen uit voor een groot feest; jij bent ook welkom!

Een koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon. De genodigden willen niet komen: de een gaat naar zijn akker, de ander naar zijn zaak. Dan stuurt de koning zijn dienaren de straat op om iedereen uit te nodigen, goed en slecht, tot de zaal vol is.

Om over na te denken: Wat houdt jou soms tegen om op Gods uitnodiging in te gaan?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Wie een feest gaf, nodigde twee keer uit: eerst ruim op voorhand, en als het eten klaar was, kwamen dienaren de gasten halen. Na de eerste uitnodiging toch niet komen was een zware belediging voor de gastheer. Een bruiloft van een koningszoon was het grootste feest dat je je kon voorstellen.
Wat Jezus wilde zeggen
God nodigt uit tot een feest, niet tot een last. Wie denkt dat hij iets belangrijkers te doen heeft, mist het. En de zaal wordt gevuld met mensen van de straat: niemand verdient zijn plaats, maar je moet de uitnodiging wel aannemen, en het ‘bruiloftskleed’ dragen.
Verschillende lezingen
Het bruiloftskleed (Matteüs 22:11–13) wordt verschillend uitgelegd: als de gerechtigheid die God geeft, als een veranderd leven, of beide.
Waar en wanneer
In de tempel in Jeruzalem, in zijn laatste week, voor de hogepriesters en Farizeeën. Lucas vertelt een verwant verhaal aan tafel bij een Farizeeër.

De vijgenboom zonder vruchten

De tuinman zorgt nog een jaar voor de boom, en dan komen er toch vijgen aan!

Iemand heeft een vijgenboom in zijn wijngaard. Drie jaar komt hij vruchten zoeken en vindt niets. ‘Hak hem om, waarom zou hij de grond uitputten?’ Maar de wijngaardenier zegt: ‘Heer, laat hem nog één jaar staan. Ik zal eromheen graven en mest geven. Misschien draagt hij dan vrucht.’

Om over na te denken: Waar geeft God jou vandaag nog ‘een jaar’ de tijd? Wat zou er kunnen groeien?

Lees meer
Uit het dagelijks leven
Vijgenbomen werden vaak tussen de wijnstokken geplant en hadden diepe, dorstige wortels. Een gezonde boom geeft twee keer per jaar vijgen. Na drie jaar niets was er weinig hoop meer; een boom omspitten en bemesten was extra werk en geduld.
Wat Jezus wilde zeggen
Gods geduld is groot: er is nog tijd, en er wordt voor je gezorgd. Maar die tijd is niet eindeloos. Gebruik dit ‘jaar van genade’ om je om te keren naar God en vrucht te dragen.
Waar en wanneer
Mensen vertelden Jezus over Galileeërs die Pilatus had laten doden. Jezus zei: ‘Als jullie je niet bekeren, zullen jullie allemaal net zo omkomen’ (Lucas 13:1–5), en vertelde dit verhaal.

Wie oren heeft, die hore.

Lees Lucas 15