Naar de inhoud
Bèta

Geloof

Ik geloof: de geloofsbelijdenissen

De twee belijdenissen die bijna alle kerken delen, volledig en regel voor regel, met waar de Bijbel het zegt.

Credo betekent 'ik geloof'. Een geloofsbelijdenis zegt in een paar zinnen wat christenen samen geloven: over God de Vader, over Jezus, over de heilige Geest, en over wat God belooft. Ze komt niet in de plaats van de Bijbel: ze is een samenvatting die je kunt onthouden, uitspreken bij de doop en samen bidden. Twee ervan delen katholieken, orthodoxen en de meeste protestanten al vijftien eeuwen.

Als je van iemand houdt, zeg je het hardop. Zo zeggen christenen ook samen hardop wat ze over God geloven, in een paar zinnen die je uit je hoofd kunt leren. Dat heet een geloofsbelijdenis.

Al in de Bijbel zelf

De eerste gelovigen vatten hun geloof al samen in korte zinnen. Daaruit groeiden de belijdenissen.

  • Hoor, Israël: de HEER is onze God, de HEER is één.

    Het oudste 'ik geloof' van de Bijbel, tot vandaag elke dag gebeden in het jodendom. Jezus noemt het het eerste gebod.

    Deuteronomium 6:4
  • Jezus is Heer.

    De kortste belijdenis van het Nieuwe Testament, misschien uitgesproken bij de doop. In een wereld waar men 'de keizer is heer' zei, was dat een gewaagde zin.

    Romeinen 10:9
  • Christus is gestorven voor onze zonden, volgens de Schriften; Hij is begraven en op de derde dag opgewekt.

    Paulus geeft hier door wat hij zelf 'ontvangen' heeft: een vaste formule, enkele jaren na Pasen. Geleerden zien er een van de oudste christelijke teksten in.

    1 Korintiërs 15:3–5
  • Hij die bestond in de gestalte van God… heeft zichzelf ontledigd… Jezus Christus is Heer.

    Een lied over Jezus' weg van God naar het kruis en terug naar de hoogste plaats. Veel uitleggers denken dat Paulus een bestaand lied aanhaalt.

    Filippenzen 2:6–11

De twee belijdenissen

Kies een belijdenis en tik op een regel: je leest wat ze betekent en waar het in de Bijbel staat.

De Apostolische geloofsbelijdenis

2e–8e eeuw

Ze groeide uit de vragen die in Rome bij de doop gesteld werden ('Gelooft u in God de Vader…?'), het zogenoemde Oud-Romeinse symbool, dat Rufinus rond 400 al uitlegde. De volledige tekst zoals we die nu kennen staat er in de achtste eeuw. Het verhaal dat elk van de twaalf apostelen er één zin aan bijdroeg is een legende; de naam zegt dat ze het geloof van de apostelen samenvat.

Tik op een regel om ze open te klappen.

  1. Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.

    Alles begint bij God: Hij heeft alles gemaakt, en Jezus leert ons Hem 'Vader' te noemen. Almachtig wil zeggen: niets valt buiten zijn zorg.

  2. En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,

    'Christus' is de Griekse vertaling van 'Messias', gezalfde. 'Eniggeboren' zegt dat Hij op een unieke manier Zoon is, anders dan wij kinderen van God worden. 'Heer' is de titel die de Griekse Bijbel voor God zelf gebruikt.

  3. die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria,

    Jezus is echt mens, met een moeder en een geboortedatum. En zijn komst is Gods eigen werk, geen menselijk plan.

  4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,

    Een naam uit de geschiedenis midden in een gebed: Pilatus was de Romeinse bestuurder van Judea van ca. 26 tot 36. Zo zegt de belijdenis dat dit echt gebeurd is, op een plek en een tijd.

  5. neergedaald in de hel, op de derde dag opgestaan uit de doden,Kerken zeggen het anders:

    Jezus was echt dood, zoals ieder mens, en ging naar de plaats van de doden. Daar komt het woord 'hel' vandaan: het oude Nederlands bedoelde het dodenrijk (Hebreeuws sheol, Grieks hades), niet de plaats van straf. Op de derde dag stond Hij op.

    Kerken zeggen het anders: Sommige vertalingen zeggen 'neergedaald ter helle' of 'in het rijk van de dood'. De kerken leggen het verschillend uit: katholieken en orthodoxen zien Christus die de rechtvaardigen van vroeger bevrijdt (op oosterse iconen trekt Hij Adam en Eva uit hun graf); lutheranen zijn overwinning die Hij daar verkondigt; de Heidelbergse Catechismus (vraag 44) de helse angst die Hij al aan het kruis doorstond.

  6. opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,

    De rechterhand is de ereplaats naast de koning. Jezus is niet weg: Hij regeert, en pleit voor ons.

  7. vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.

    De geschiedenis loopt ergens naartoe. Wie oordeelt, is dezelfde die voor ons stierf: dat maakt het oordeel ernstig en tegelijk een hoop.

  8. Ik geloof in de heilige Geest;

    De derde persoon van God, die bij Pinksteren over de leerlingen kwam en vandaag in gelovigen woont. Op de pagina over de Geest lees je meer.

  9. de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen;Kerken zeggen het anders:

    Katholiek betekent 'algemeen, over de hele aarde'. De kerk is heilig omdat ze van God is, niet omdat haar leden volmaakt zijn. De gemeenschap van de heiligen: alle gelovigen horen bij elkaar, hier en over de dood heen.

    Kerken zeggen het anders: De katholieke kerk zegt 'de heilige katholieke Kerk'; veel protestantse kerken zeggen 'een heilige, algemene, christelijke kerk', met hetzelfde woord in een andere vertaling. Bij de gemeenschap van de heiligen denken katholieken en orthodoxen ook aan de heiligen in de hemel, die voor ons bidden; protestanten vooral aan de band tussen alle gelovigen.

  10. de vergeving van de zonden;

    Het hart van het evangelie: wie bij God komt, krijgt een nieuw begin. Niet verdiend, maar gegeven.

  11. de opstanding van het lichaam;Kerken zeggen het anders:

    Christenen hopen niet op een ziel die ontsnapt, maar op een heel mens die opstaat, met een nieuw lichaam, zoals Jezus.

    Kerken zeggen het anders: De katholieke tekst zegt 'de verrijzenis van het lichaam'; oudere vertalingen 'de wederopstanding des vleses'. Het is telkens hetzelfde Latijnse carnis resurrectionem.

  12. en het eeuwige leven. Amen.

    Leven dat niet ophoudt, en nu al begint: Jezus noemt het God kennen. 'Amen' is Hebreeuws voor 'zo is het', 'vast en zeker'.

In het Nederlands bestaan meerdere vertalingen van beide teksten. Hier staat een gangbare; waar kerken iets anders zeggen dat ertoe doet, lees je dat bij de regel.

Hoe de concilies van Nicea en Constantinopel tot deze woorden kwamen, lees je bij de Drie-eenheid.

Eén woord verschil: het filioque

Over de heilige Geest zeggen Oost en West één regel anders. Wat er staat, waarom, en hoe de kerken elkaar naderen.

Filioque is Latijn voor 'en (uit) de Zoon'. Het gaat om één zin over de heilige Geest: komt Hij voort uit de Vader, of uit de Vader en de Zoon?

Een synode in Toledo (589) voegde het woord toe, in Spanje, om tegen het arianisme te benadrukken dat de Zoon volledig God is. Het verspreidde zich in het Frankische rijk; in Rome werd het pas rond 1014 in de mis gezongen. Het werd een van de punten van onenigheid bij de breuk tussen Oost en West in 1054.

die voortkomt uit de Vader en de Zoon

Zo bidden katholieken en de meeste protestanten.

  • Westers: 'en de Zoon'

    Katholieke kerk, de meeste protestantse kerken

    Jezus zegt dat Hij de Geest zal zenden (Johannes 16:7), en Paulus noemt Hem 'de Geest van zijn Zoon'. De Geest is de band van liefde tussen Vader en Zoon, zoals Augustinus het zei. Het woord verdedigt dat de Zoon in alles één is met de Vader.

  • Oosters: 'uit de Vader'

    Orthodoxe en oosterse kerken

    Johannes 15:26 zegt letterlijk dat de Geest 'van de Vader uitgaat'. De Vader is de ene bron in God. En een tekst die een concilie van de hele kerk vastlegde, mag één deel van de kerk niet alleen veranderen; het concilie van Efeze (431) verbood al een andere belijdenis op te stellen.

Er is veel toenadering. Al bij Griekse kerkvaders klinkt 'uit de Vader door de Zoon', een formule waar beide kanten zich in kunnen vinden. In 1995 schreef het Vaticaan dat de Vader de enige oorsprong is in God en dat het Latijnse woord iets anders zegt dan het Griekse. Veel katholieke kerken met een oosterse ritus bidden de belijdenis zonder filioque, en de anglicaanse bisschoppen vroegen in 1978 hun kerken te overwegen het weg te laten.

Hoe de kerken ze gebruiken

Dezelfde woorden, op verschillende momenten en op een eigen manier.

  • Katholiek

    Elke zondag en op hoogfeesten in de mis, na de preek: meestal de belijdenis van Nicea, de Apostolische mag ook, vooral in de veertigdagentijd en de paastijd. De Apostolische hoort bij de doop en opent de rozenkrans.

  • Orthodox

    In elke Goddelijke Liturgie wordt de belijdenis van Nicea gezongen of gebeden, zonder filioque, net voor het eucharistisch gebed: 'Laten wij elkaar liefhebben, opdat wij eensgezind belijden'. De Apostolische is een westerse tekst en wordt niet gebruikt.

  • Protestants

    Lutheranen, gereformeerden en anglicanen gebruiken beide, vaak de Apostolische in de zondagsdienst en bij de doop. De Heidelbergse Catechismus (1563) legt de Apostolische zin voor zin uit, in de vragen 23 tot 58.

  • Evangelisch

    Veel evangelische en vrije gemeenten zeggen in de dienst geen belijdenis op: ze willen alleen de Bijbel als maatstaf. Wat de belijdenissen zeggen, onderschrijven ze meestal wel, vaak in een eigen geloofsbasis.

Meer over de kerkfamilies

Weet je het nog?

Vijf korte vragen over wat je net las.

Vraag 1 van 5

Wat betekent het Latijnse woord credo?

Lees de oudste belijdenis van allemaal, in de brief van Paulus.

Open 1 Korintiërs 15

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.