Wie is Jezus?
De meest besproken persoon uit de geschiedenis
Wat geloven christenen over Jezus, wat weten historici, en hoe kijken andere geloven naar Hem? Een eerlijk overzicht, vanuit het christelijk geloof.
Wat christenen belijden
Al zo'n 1600 jaar vatten christenen hun geloof samen in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Dit is wat ze over Jezus zegt, met de Bijbeltekst waar elke regel vandaan komt.
en in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer;
Johannes 1:14die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;
Lucas 1:35die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven,
Marcus 15neergedaald in de hel; op de derde dag opgestaan uit de doden;
1 Korintiërs 15:3–4opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
Handelingen 1:9–11vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Handelingen 10:42
Wat historici weten
Niet alleen de Bijbel spreekt over Jezus. Ook Romeinse en Joodse schrijvers uit de eerste en tweede eeuw noemen Hem of zijn eerste volgelingen.
Waar vrijwel alle historici het over eens zijn
- Jezus van Nazaret heeft echt geleefd, in de eerste helft van de 1e eeuw, in Galilea en Judea.
- Hij werd gedoopt door Johannes de Doper.
- Hij trad op als leraar, verzamelde leerlingen en stond bekend om genezingen en uitdrijvingen.
- Hij werd gekruisigd in Jeruzalem, onder de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus (26–36 n.Chr.).
- Kort daarna verkondigden zijn volgelingen dat Hij uit de dood was opgestaan, en ze bleven dat doen, ook onder vervolging.
Vroege bronnen buiten de Bijbel
Tacitus, Annalen 15.44
ca. 116 n.Chr., Romeins geschiedschrijver
Schrijft over de brand van Rome (64) en de christenen die Nero daarvoor liet straffen. Hun naam komt van 'Christus', die 'onder de regering van Tiberius door de procurator Pontius Pilatus ter dood was gebracht'.
Door vrijwel alle historici als echt aanvaard; Tacitus stond vijandig tegenover de christenen.
Flavius Josephus, Joodse Oudheden 20.200
ca. 93–94 n.Chr., Joods geschiedschrijver
Vermeldt de terechtstelling van 'Jakobus, de broer van Jezus die Christus genoemd werd' in 62 n.Chr.
Algemeen als echt beschouwd.
Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.63–64
ca. 93–94 n.Chr.
Een passage over Jezus als 'een wijs man' die wonderen deed, door Pilatus gekruisigd werd en volgelingen bleef houden.
Veel onderzoekers denken dat een kern echt is en dat christelijke overschrijvers later zinnen toevoegden (zoals 'hij was de Messias').
Plinius de Jongere, Brieven 10.96
ca. 112 n.Chr., Romeins stadhouder
Vraagt keizer Trajanus hoe hij christenen moet behandelen. Ze komen vroeg in de morgen samen en zingen 'een lied voor Christus als voor een god'.
Door historici als echt aanvaard; een vroege getuige dat Jezus als God aanbeden werd.
Suetonius, Claudius 25.4
ca. 121 n.Chr., Romeins geschiedschrijver
Keizer Claudius verdreef de Joden uit Rome omdat ze onrust veroorzaakten 'op aanstoken van Chrestus' (vgl. Hand. 18:2).
Of 'Chrestus' Christus is, wordt besproken; veel onderzoekers denken van wel.
Hoe andere geloven Jezus zien
Jezus wordt in veel geloven gerespecteerd. Hier kort hoe zij Hem zien, en waar dat verschilt van het christelijk geloof.
Islam
Hoe zij Hem zien
In de Koran heet Jezus 'Isa ibn Maryam' (Jezus, zoon van Maria). Hij is een van de grootste profeten, geboren uit de maagd Maria, deed wonderen en wordt 'de Messias' (al-Masih) genoemd. Moslims geloven dat Hij zal terugkomen.
Waar het verschilt
Volgens de islam is Jezus geen Zoon van God en geen God. Soera 4:157 wordt meestal zo gelezen dat Hij niet gekruisigd werd, maar dat het alleen zo leek. Voor christenen staan juist het kruis en de opstanding in het midden (1 Kor. 15:3–4).
Jodendom
Hoe zij Hem zien
Jezus was een Jood uit Galilea. Het jodendom als geheel erkent Hem niet als de Messias; sommigen zien Hem als een Joodse leraar uit zijn tijd.
Waar het verschilt
Christenen geloven dat Jezus de beloofde Messias is, in wie de beloften aan Israël in vervulling gaan (Luc. 24:27). Er zijn ook Joden die in Jezus als Messias geloven (Messiaanse Joden).
Hindoeïsme
Hoe zij Hem zien
Veel hindoes respecteren Jezus als een heilige leraar of zien Hem als een van de vele verschijningen (avatars) van het goddelijke. Gandhi bewonderde de Bergrede diep.
Waar het verschilt
Christenen belijden dat God één keer, uniek, mens werd in Jezus, en dat Hij 'de weg, de waarheid en het leven' is (Joh. 14:6), niet een van vele wegen.
Boeddhisme
Hoe zij Hem zien
Sommige boeddhisten zien Jezus als een verlicht en barmhartig leraar. De Dalai Lama schreef een boek met beschouwingen bij teksten uit de evangeliën (The Good Heart, 1996).
Waar het verschilt
In het boeddhisme is er geen persoonlijke Schepper en gaat het om bevrijding door eigen inzicht. Christenen geloven in een persoonlijke God die uit genade redt, door Jezus (Ef. 2:8).
Bahá'í-geloof
Hoe zij Hem zien
Jezus is een van de 'Manifestaties van God', naast onder anderen Mozes, Boeddha, Mohammed en Bahá'u'lláh, de stichter van het bahá'í-geloof.
Waar het verschilt
Christenen zien Jezus niet als een van een reeks boodschappers, maar als de Zoon in wie God zich volledig laat kennen (Hebr. 1:1–3).
Niet-gelovige historici
Hoe zij Hem zien
Voor seculiere historici is Jezus een historische Joodse leraar en profeet wiens beweging de wereld veranderde. Dat Hij leefde en gekruisigd werd, betwijfelen ze niet.
Waar het verschilt
Of Jezus uit de dood opstond, kan de geschiedschrijving niet bewijzen of weerleggen; het is de vraag waar alles om draait. Paulus: 'Indien Christus niet opgewekt is… ijdel is ook uw geloof' (1 Kor. 15:14).
Wat het christelijk geloof uniek maakt
Vier dingen die je nergens anders zo vindt.
God werd mens
Niet een profeet over God, maar God zelf die een van ons werd (Joh. 1:1, 14; Fil. 2:6–8).
Johannes 1Het kruis
Jezus stierf niet per ongeluk, maar kwam 'om Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen' (Mar. 10:45).
Marcus 10De opstanding
Het graf was leeg; meer dan vijfhonderd mensen zagen Hem levend (1 Kor. 15:3–8).
1 Korintiërs 15Genade
Redding is een geschenk, geen prestatie: 'uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof' (Ef. 2:8).
Efeziërs 2