Naar de inhoud
Bèta

Genesis 1–11

In het begin

Zeven dagen, een tuin, twee broers en een toren: het begin van alles, en het begin van Gods belofte. Klik je door het verhaal, met bij elke stap waar je het leest.

Zeven dagen

Kies een dag en zie de wereld groeien. Elke dag eindigt met hetzelfde refrein: God zag dat het goed was.

Stap 1 van 7: Licht

Stap 1 van 7

Licht

In het begin schept God de hemel en de aarde. Alles is nog woest en leeg en donker, en Gods Geest zweeft boven het water. Dan spreekt God: er moet licht zijn. En er is licht. God scheidt het licht van het donker: dag en nacht.

Eerst was alles donker. Toen zei God: er moet licht zijn! En het werd licht.

Genesis 1:1–5

Zo wijst het naar Jezus

Johannes begint zijn evangelie met dezelfde woorden: in het begin was het Woord, en alles is door Hem gemaakt. Dat Woord is Jezus, het licht dat schijnt in de duisternis.

Johannes 1:1–52 Korintiërs 4:6

Zie je de opbouw?

In de eerste drie dagen maakt God ruimtes, in de volgende drie vult Hij ze, elk op zijn plek. De zevende dag staat erboven: rust.

God maakt ruimte

God vult de ruimte

Dag 1 Licht en donker
Dag 4 Zon, maan en sterren
Dag 2 Lucht en water
Dag 5 Vogels en vissen
Dag 3 Land en planten
Dag 6 Dieren en mensen
Dag 7 God rust, en zegent de dag

De tuin en de val

Een tuin vol leven, één verbod, een vraag die twijfel zaait. En dan: God die zoekt.

Stap 1 van 6: Uit stof en adem

Stap 1 van 6Genesis 2

Uit stof en adem

God vormt de mens uit het stof van de aarde en blaast hem de levensadem in de neus. Zo wordt hij een levend wezen. Het Hebreeuwse woord voor mens, adam, klinkt als adama: aarde.

God maakte Adam uit aarde. Toen blies Hij in zijn neus, en Adam leefde!

Genesis 2:4–7

Zo wijst het naar Jezus

Paulus noemt Jezus ‘de laatste Adam’, die leven geeft. Na zijn opstanding blaast Jezus over zijn leerlingen en zegt: ontvang de heilige Geest.

1 Korintiërs 15:45Johannes 20:22

Kaïn en Abel

De eerste broers, en de eerste keer dat boosheid wint. Maar ook hier laat God niet los.

Stap 1 van 4: Twee broers, twee offers

Stap 1 van 4Genesis 4

Twee broers, twee offers

Kaïn is landbouwer, Abel herder. Kaïn brengt iets van de opbrengst van het land, Abel het beste van de eerstgeboren dieren. God ziet Abel en zijn offer aan, maar Kaïn en zijn offer niet. Kaïn wordt woedend.

Kaïn en Abel gaven God een cadeau. God was blij met het offer van Abel. Kaïn werd heel boos.

Genesis 4:1–5

Zo wijst het naar Jezus

Hebreeën zegt dat Abel ‘door het geloof’ een beter offer bracht. Het ging dus om het hart achter het offer.

Hebreeën 11:4

Hierover verschillen de meningen: Waarom God Kaïns offer niet aanzag, zegt Genesis niet precies. Hebreeën wijst naar Abels geloof, de eerste brief van Johannes naar Kaïns daden.

Van Adam tot Abram

Twee rijen van tien namen (Genesis 5 en 11). Elke kraal hangt aan een draad zo lang als dat leven. Kies een naam.

Genesis 5: van Adam tot Noach

Genesis 11: van Sem tot Abram

Adam

930 jaar

De eerste mens. Hij krijgt nog zonen en dochters na Set.

Genesis 5:3–5

Zo wijst het naar Jezus

Lucas telt de stamboom van Jezus helemaal terug, langs al deze namen, tot ‘Adam, de zoon van God’. Jezus hoort bij de hele mensheid, vanaf het begin.

Lucas 3:34–38

Hierover verschillen de meningen: De Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuagint) geeft andere getallen dan de Hebreeuwse tekst. Sommigen lezen de leeftijden letterlijk, anderen zien selectieve of symbolische lijsten. Na de vloed worden de levens duidelijk korter.

Genesis 6–9

Dan komt Noach

Het kwaad groeit, en God begint opnieuw met één gezin. De ark heeft een eigen pagina: het schip op schaal, de vloed dag na dag en de regenboog.

Naar de ark van Noach

De toren van Babel

Mensen willen samen tot in de hemel reiken, met een naam voor zichzelf. Volg het stap voor stap.

Stap 1 van 4: Eén taal, één plan

Stap 1 van 4Genesis 11

Eén taal, één plan

Alle mensen spreken één taal. Ze trekken naar het oosten en vestigen zich in de vlakte van Sinear. Daar bakken ze stenen hard in het vuur en gebruiken asfalt als specie.

Alle mensen spraken dezelfde taal. Ze bakten stenen om iets heel groots te bouwen.

Genesis 11:1–3

Andere oude verhalen over een toren en de talen, naast Genesis gelegd: Verhalen naast de Bijbel

Waar gaat het over?

Genesis 1–11 beantwoordt vier grote vragen. Draai de kaarten om.

  • Wie is God?

    Eén God die spreekt, en het is er. Geen strijd tussen goden, geen toeval: een Schepper die alles goed maakt en de mens zegent.

  • Wie zijn wij?

    Gemaakt uit stof, maar naar Gods beeld. Klein en kwetsbaar, en toch geroepen om voor de aarde te zorgen.

  • Wat ging er mis?

    Wantrouwen tegenover God, en meteen ook tussen mensen: schaamte, schuld afschuiven, broedermoord.

  • Is er hoop?

    God blijft zoeken: kleren voor Adam en Eva, een teken voor Kaïn, een regenboog na de vloed, en een roeping voor Abram.

Weet jij het nog?

Zes vragen over Genesis 1–11.

6 vragen over het verhaal. Bij elk antwoord staat waar je het leest.

Vragen die mensen stellen

Eerlijk, ook waar christenen verschillend denken.

Waren het zes dagen van 24 uur?

Christenen lezen dit verschillend. Sommigen lezen gewone dagen. Anderen lezen lange tijdperken: ‘dag’ kan in het Hebreeuws ook ‘tijd’ betekenen (Genesis 2:4 vat de hele schepping samen als ‘de dag dat God hemel en aarde maakte’). Weer anderen zien een bewuste opbouw (dag 1–3 en 4–6) die vooral vertelt wie God is. Allen belijden: God heeft alles gemaakt, het was goed, en de mens is naar zijn beeld.

En de evolutietheorie?

Ook hier verschillen christenen. Sommigen houden aan een jonge aarde vast. Veel kerken, zowel katholiek als protestants, zien geen botsing: Genesis zegt wie en waarom, de wetenschap onderzoekt hoe. Wat geen christen loslaat: de wereld is geen toeval maar Gods werk, en elke mens is gewild.

Waren Adam en Eva echte mensen?

Veel christenen lezen hen als het eerste mensenpaar van wie wij allen afstammen; Paulus zet Adam naast Christus (Romeinen 5). Anderen lezen hen ook als beeld van ieder mens. In beide lezingen is de boodschap dezelfde: de mens keerde zich af van God, en God bleef zoeken.

Was het een appel?

Nee, Genesis zegt alleen ‘de vrucht’. De appel komt uit de westerse kunst, waarschijnlijk door het Latijnse woord malum, dat zowel ‘kwaad’ als ‘appel’ betekent.

Met wie trouwde Kaïn?

Genesis 5:4 zegt dat Adam ‘zonen en dochters’ kreeg. In het begin trouwden mensen dus met familie. Pas veel later verbiedt de wet van Mozes dat (Leviticus 18).

Konden mensen echt zo oud worden?

De tekst geeft de getallen zonder uitleg. Sommigen lezen ze letterlijk, anderen symbolisch of als andere manier van tellen; de Griekse vertaling heeft zelfs andere getallen. Opvallend is dat de levens na de vloed korter worden, zoals Genesis 6:3 al aankondigt.

Lees het begin zelf.

Lees Genesis 1

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.