Naar de inhoud
Bèta
Weergave

Wie is wie

De mensen van de Bijbel

Profeten, aartsvaders, richters, koningen en koninginnen, priesters en de mensen rond Jezus: wie waren ze, wanneer leefden ze en waar lees je over hen? Zoek op naam, bekijk de koningen op één band en volg de rode draad van Abraham naar Jezus.

Zie ook:De apostelenWat namen betekenenDe tijdlijn

Twintig helden uit de Bijbel

Op elke kaart staat wie het is en wat er gebeurde. Tik op 'Lees het verhaal' en lees het samen.

Iedereen op een rij

Zoek op een naam of wat die betekent, of kies een groep of een tijd. Bij elke persoon staat waar je hem of haar in de Bijbel vindt.

144 personen

  • Adam

    Betekenis van de naam: “mens; 'uit de aarde' (adama)”

    De eerste mens, door God gemaakt uit stof van de aarde.

    • God blaast hem levensadem in en zet hem in de tuin.Genesis 2:7
    • Hij eet met Eva van de verboden boom en verstopt zich voor God.Genesis 3:8

    De rode draad naar Jezus

    Paulus noemt Jezus 'de laatste Adam': waar de eerste viel, geeft Hij nieuw leven.

    1 Korintiërs 15:45
  • Eva

    Betekenis van de naam: “leven”

    De eerste vrouw, 'moeder van al wat leeft'.

    • God bouwt haar uit Adams zijde, en Adam juicht.Genesis 2:22
    • De slang misleidt haar; God belooft dat een nakomeling van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen.Genesis 3:15

    De rode draad naar Jezus

    Christenen noemen die belofte vaak 'het eerste evangelie': een nakomeling van de vrouw overwint het kwaad.

    Genesis 3:15
  • Noach

    Betekenis van de naam: “rust, troost”

    Rechtvaardig man die met zijn gezin de vloed overleeft.

    De rode draad naar Jezus

    Petrus ziet in de redding door het water een beeld van de doop.

    1 Petrus 3:20
  • Melchisedek

    Betekenis van de naam: “koning van gerechtigheid”

    Koning van Salem en priester van God de Allerhoogste.

    De rode draad naar Jezus

    Hebreeën noemt Jezus hogepriester 'naar de ordening van Melchisedek'.

    Hebreeën 7:17
  • Abraham

    Betekenis van de naam: “vader van veel volken”

    Stamvader van Israël en 'vader van alle gelovigen'.

    • God roept hem weg uit Haran: in jou zullen alle volken gezegend worden.Genesis 12:3
    • Is bereid Isaak te offeren; God zorgt zelf voor een ram.Genesis 22:13

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt: 'Abraham verheugde zich dat hij mijn dag zou zien.'

    Johannes 8:56
  • Sara

    Betekenis van de naam: “vorstin”

    Vrouw van Abraham, moeder van Isaak.

    • Lacht ongelovig als haar op hoge leeftijd een zoon wordt beloofd.Genesis 18:12
    • Krijgt Isaak en zegt: God heeft mij laten lachen.Genesis 21:6

    De rode draad naar Jezus

    Hebreeën noemt haar bij de mensen die op Gods belofte vertrouwden.

    Hebreeën 11:11
  • Hagar

    Egyptische slavin van Sara, moeder van Ismaël.

    • Vlucht de woestijn in; God ziet haar, en zij noemt Hem 'de God die naar mij omziet'.Genesis 16:13
    • God opent haar ogen voor een waterput en redt haar zoon.Genesis 21:19
  • Isaak

    Betekenis van de naam: “hij lacht”

    De beloofde zoon van Abraham en Sara.

    • Draagt zelf het hout de berg op, waar hij bijna geofferd wordt.Genesis 22:6
    • Trouwt met Rebekka en heeft haar lief.Genesis 24:67

    De rode draad naar Jezus

    Hebreeën zegt dat Abraham hem 'bij wijze van spreken uit de dood terugkreeg'; veel christenen zien hierin een vooruitwijzing naar Jezus.

    Hebreeën 11:19
  • Rebekka

    Vrouw van Isaak, moeder van Esau en Jakob.

    • Geeft de knecht van Abraham water, en zijn kamelen ook.Genesis 24:18
    • Hoort van God dat de oudste de jongste zal dienen.Genesis 25:23
  • Jakob

    Betekenis van de naam: “hielgrijper; later Israël: 'strijder met God'”

    Vader van de twaalf stammen, later Israël genoemd.

    • Droomt van een ladder tot in de hemel.Genesis 28:12
    • Worstelt 's nachts bij de Jabbok en krijgt de naam Israël.Genesis 32

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt dat de engelen opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon: Hij is zelf de ladder.

    Johannes 1:51
  • Lea

    Eerste vrouw van Jakob, moeder van onder anderen Levi en Juda.

    • Minder geliefd dan haar zus, maar God ziet haar; bij Juda zegt ze: nu zal ik de HEER loven.Genesis 29:35

    De rode draad naar Jezus

    Uit haar zoon Juda komen koning David en uiteindelijk Jezus.

    Matteüs 1:2
  • Rachel

    Betekenis van de naam: “ooi (schaap)”

    Geliefde vrouw van Jakob, moeder van Jozef en Benjamin.

    • Jakob werkt zeven jaar voor haar, en het lijkt hem maar een paar dagen.Genesis 29:20
    • Sterft bij de geboorte van Benjamin, onderweg naar Betlehem.Genesis 35:19

    De rode draad naar Jezus

    Matteüs hoort haar huilen om haar kinderen als Herodes in Betlehem de kinderen laat doden.

    Matteüs 2:18
  • Juda

    Betekenis van de naam: “lof”

    Zoon van Jakob en Lea, stamvader van David en van Jezus.

    • Biedt zichzelf aan als slaaf in plaats van zijn broertje Benjamin.Genesis 44:33
    • Jakob zegent hem: de scepter zal niet wijken van Juda.Genesis 49:10

    De rode draad naar Jezus

    Jezus wordt 'de Leeuw uit de stam Juda' genoemd.

    Openbaring 5:5
  • Tamar

    Betekenis van de naam: “dadelpalm”

    Schoondochter van Juda, moeder van Peres.

    • Onrecht aangedaan dwingt ze Juda zijn plicht te doen; hij zegt: zij is rechtvaardiger dan ik.Genesis 38:26

    De rode draad naar Jezus

    Ze is de eerste vrouw in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteüs 1:3
  • Jozef

    Betekenis van de naam: “Hij (God) voegt toe”

    Zoon van Jakob en Rachel, onderkoning van Egypte.

    • Krijgt een prachtig kleed en wordt door zijn jaloerse broers verkocht.Genesis 37:28
    • Vergeeft zijn broers: jullie bedoelden het kwaad, God bedoelde het goed.Genesis 50:20

    De rode draad naar Jezus

    Verworpen door zijn broers, verhoogd en de redder van wie hem verworpen hadden: Stefanus vertelt zijn verhaal, en veel christenen zien er Jezus in.

    Handelingen 7:9
  • Mozes

    Betekenis van de naam: “uit het water getrokken”

    Leider die Israël uit Egypte bevrijdt, profeet en wetgever.

    • God spreekt tot hem uit een brandende braamstruik.Exodus 3:4
    • Ontvangt op de Sinaï de Tien Woorden.Exodus 20:1

    De rode draad naar Jezus

    Mozes beloofde een profeet zoals hij; Petrus zegt dat Jezus die profeet is.

    Handelingen 3:22
  • Aäron

    Broer van Mozes, de eerste hogepriester.

    De rode draad naar Jezus

    Hebreeën zet Jezus naast Aäron: een hogepriester die door God geroepen is en voor altijd blijft.

    Hebreeën 5:4
  • Mirjam

    Profetes, zus van Mozes en Aäron.

    • Een zus waakt bij het mandje van de kleine Mozes in de Nijl; meestal wordt aangenomen dat zij dat was.Exodus 2:4
    • Zingt en danst met de tamboerijn na de tocht door de zee.Exodus 15:20
  • Jozua

    Betekenis van de naam: “de HEER redt (dezelfde naam als Jezus)”

    Opvolger van Mozes, leidt Israël het beloofde land in.

    • God zegt: wees sterk en moedig, Ik ben met je.Jozua 1:9
    • De muren van Jericho vallen na zeven dagen rondgaan.Jozua 6:20

    De rode draad naar Jezus

    Zijn naam is in het Grieks 'Jezus'; Hebreeën zegt dat de echte rust nog moest komen.

    Hebreeën 4:8
  • Kaleb

    Verkenner die God vertrouwt als bijna niemand dat doet.

    • Zegt na de verkenning: we kunnen het land zeker innemen.Numeri 13:30
    • Vraagt op zijn vijfentachtigste nog om de bergen van Hebron.Jozua 14:12
  • Rachab

    Betekenis van de naam: “ruim, breed”

    Vrouw in Jericho die de verkenners verbergt.

    • Laat een rood koord uit het raam hangen en wordt met haar familie gered.Jozua 2:18

    De rode draad naar Jezus

    Ze staat in het geslachtsregister van Jezus en bij de helden van het geloof.

    Matteüs 1:5
  • Otniël

    Betekenis van de naam: “kracht van God”

    De eerste richter, familie van Kaleb.

    • De Geest van de HEER komt over hem; hij bevrijdt Israël en het land heeft veertig jaar rust.Rechters 3:10
  • Ehud

    Linkshandige richter uit de stam Benjamin.

    • Bevrijdt Israël van koning Eglon van Moab met een verborgen zwaard.Rechters 3:21
  • Samgar

    Richter die zeshonderd Filistijnen verslaat met een ossenprikkel.

  • Debora

    Betekenis van de naam: “bij”

    Profetes en richter die recht spreekt onder een palmboom.

    • Roept Barak op tegen het leger van Sisera, en gaat zelf mee.Rechters 4:9
    • Zingt met Barak een lied over Gods overwinning.Rechters 5:1
  • Barak

    Betekenis van de naam: “bliksem”

    Legeraanvoerder die met Debora Sisera verslaat.

  • Jaël

    Betekenis van de naam: “steenbok”

    Vrouw in een tent die de vluchtende legeroverste Sisera doodt.

    • Debora's lied prijst haar: gezegend boven de vrouwen in de tenten.Rechters 5:24
  • Gideon

    Betekenis van de naam: “die omhakt”

    Bange boer die door God tot richter wordt geroepen.

    • De engel noemt hem 'dappere held' terwijl hij zich verstopt in een wijnpers.Rechters 6:12
    • Verslaat Midian met driehonderd man, kruiken en fakkels.Rechters 7:20
  • Tola

    Richter uit de stam Issaschar, drieëntwintig jaar.

    • Staat op om Israël te redden na de tijd van Abimelech.Rechters 10:1
  • Jaïr

    Betekenis van de naam: “hij verlicht”

    Richter uit Gilead, tweeëntwintig jaar.

  • Jefta

    Betekenis van de naam: “hij opent”

    Verstoten zoon die terug wordt gehaald als richter.

  • Ibsan

    Richter uit Betlehem, zeven jaar.

  • Elon

    Betekenis van de naam: “eik”

    Richter uit de stam Zebulon, tien jaar.

  • Abdon

    Betekenis van de naam: “dienaar”

    Richter uit Efraïm, acht jaar.

  • Simson

    Betekenis van de naam: “van de zon”

    Nazireeër met grote kracht, richter tegen de Filistijnen.

    • Scheurt met blote handen een jonge leeuw uiteen.Rechters 14:6
    • Bidt nog één keer om kracht en brengt de tempel van Dagon omver.Rechters 16:28
  • Eli

    Betekenis van de naam: “(mijn) God is hoog”

    Priester in Silo, veertig jaar richter.

    • Denkt dat de biddende Hanna dronken is, en zegent haar daarna.1 Samuël 1:17
    • Leert de jonge Samuël antwoorden: spreek, HEER, uw dienaar luistert.1 Samuël 3:9
  • Samuël

    Betekenis van de naam: “gehoord door God”

    ca. 1070–1010 v.C.

    De laatste richter, profeet die Saul en David zalft.

    De rode draad naar Jezus

    Petrus zegt dat alle profeten vanaf Samuël over de tijd van Jezus hebben gesproken.

    Handelingen 3:24
  • Ruth

    Lees het boek Ruth

    Moabitische die met haar schoonmoeder meegaat naar Betlehem.

    • Zegt tegen Noömi: jouw volk is mijn volk, jouw God is mijn God.Ruth 1:16
    • Raapt aren op het veld van Boaz.Ruth 2:3

    De rode draad naar Jezus

    Ze is de overgrootmoeder van David en staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteüs 1:5
  • Noömi

    Betekenis van de naam: “lieflijk”

    Weduwe die met lege handen terugkeert naar Betlehem.

  • Boaz

    Boer in Betlehem, de 'losser' van Ruth.

    • Laat Ruth expres extra aren oprapen.Ruth 2:15
    • Koopt als losser het land terug en trouwt met Ruth.Ruth 4:10

    De rode draad naar Jezus

    De losser die betaalt om terug te kopen is voor christenen een beeld van Jezus, de Verlosser; Boaz staat in zijn geslachtsregister.

    Matteüs 1:5
  • Hanna (moeder van Samuël)

    Betekenis van de naam: “genade”

    Moeder van Samuël, die God om een kind bidt.

    • Bidt in stilte; alleen haar lippen bewegen.1 Samuël 1:13
    • Zingt: de HEER maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert en verhoogt.1 Samuël 2:7

    De rode draad naar Jezus

    De lofzang van Maria lijkt sterk op het lied van Hanna.

    Lucas 1:46
  • Saul

    Betekenis van de naam: “gevraagd”

    1050–1010 v.C.Heel Israël

    De eerste koning van Israël, een hoofd groter dan iedereen.

    De Bijbel geeft geen kort oordeel

  • David

    Betekenis van de naam: “geliefde”

    1010–970 v.C.Heel Israël

    Herder, dichter en koning, 'een man naar Gods hart'.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER1 Koningen 15:5

    • Verslaat Goliat met een slinger en een steen.1 Samuël 17:50
    • Komt na zijn zonde met Batseba tot inkeer; Psalm 51 is zijn gebed.Psalmen 51

    De rode draad naar Jezus

    Jezus heet 'Zoon van David': de engel belooft Maria dat God Hem de troon van David geeft.

    Lucas 1:32
  • Salomo

    Betekenis van de naam: “vrede”

    970–931 v.C.Heel Israël

    Wijze koning die de tempel bouwt; op zijn oude dag dient hij ook andere goden.

    Deels goed, deels niet1 Koningen 11:6

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt: hier is meer dan Salomo.

    Matteüs 12:42
  • Batseba

    Vrouw van Uria, later van David; moeder van Salomo.

    De rode draad naar Jezus

    Matteüs noemt haar 'de vrouw van Uria' in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteüs 1:6
  • Abigaïl

    Betekenis van de naam: “mijn vader is vreugde”

    Verstandige vrouw die David van wraak afhoudt.

  • Natan

    Betekenis van de naam: “Hij (God) heeft gegeven”

    ca. 1000–970 v.C.

    Profeet aan het hof van David.

    • Brengt Gods belofte: jouw koningschap zal voor altijd bestaan.2 Samuël 7:16
    • Vertelt David het verhaal van het ooilam: jij bent die man!2 Samuël 12:7

    De rode draad naar Jezus

    De belofte van een koning uit Davids huis voor altijd wijst naar Jezus.

    Lucas 1:33
  • Gad

    Betekenis van de naam: “geluk”

    ca. 1015–970 v.C.

    Ziener die David zijn leven lang raad geeft.

    • Zegt de vluchtende David terug te gaan naar Juda.1 Samuël 22:5
    • Laat David een altaar bouwen op de dorsvloer van Arauna, waar later de tempel komt.2 Samuël 24:18
  • Jerobeam I

    931–910 v.C.Israël (noorden)

    Eerste koning van het noordrijk Israël.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 13:33

    • Zet gouden kalveren neer in Betel en Dan, zodat het volk niet naar Jeruzalem gaat.1 Koningen 12:28
  • Nadab

    Betekenis van de naam: “vrijgevig”

    910–909 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Jerobeam; na twee jaar vermoord.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 15:26

  • Baësa

    909–886 v.C.Israël (noorden)

    Neemt de troon en roeit het huis van Jerobeam uit.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 15:34

  • Ela

    886–885 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Baësa, vermoord terwijl hij dronken is.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 16:13

  • Zimri

    885 v.C.Israël (noorden)

    Legeroverste die zeven dagen koning is.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 16:19

  • Omri

    885–874 v.C.Israël (noorden)

    Sterke koning die Samaria tot hoofdstad maakt.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 16:25

  • Achab

    874–853 v.C.Israël (noorden)

    Trouwt met Izebel en dient Baäl; tegenspeler van Elia.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 16:30

  • Achazja (Israël)

    853–852 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Achab.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 22:52

    • Raadpleegt na een val de god van Ekron; Elia gaat hem tegemoet.2 Koningen 1:3
  • Joram (Israël)

    852–841 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Achab; slecht, maar niet zoals zijn vader en moeder.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 3:2

  • Jehu

    Betekenis van de naam: “de HEER is Hij”

    841–814 v.C.Israël (noorden)

    Legeraanvoerder die het huis van Achab uitroeit, maar de gouden kalveren laat staan.

    Deels goed, deels niet2 Koningen 10:31

    • Rijdt 'als een dolle' en maakt een einde aan Izebel en de Baälverering.2 Koningen 10:28
  • Joahaz (Israël)

    814–798 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Jehu, zwaar onderdrukt door Aram.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 13:2

  • Joas (Israël)

    798–782 v.C.Israël (noorden)

    Huilt bij het sterfbed van Elisa.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 13:11

    • Slaat met de pijlen maar drie keer op de grond, en wint dus maar drie keer.2 Koningen 13:18
  • Jerobeam II

    793–753 v.C.Israël (noorden)

    Lange en welvarende regering; Amos en Hosea spreken in zijn tijd.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 14:24

    • Herstelt de grenzen van Israël, zoals de profeet Jona had gezegd.2 Koningen 14:25
  • Zacharia (Israël)

    753 v.C.Israël (noorden)

    Laatste koning uit het huis van Jehu, zes maanden.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:9

    • Zo komt uit wat God tegen Jehu zei: vier geslachten op de troon.2 Koningen 15:12
  • Sallum

    752 v.C.Israël (noorden)

    Doodt Zacharia en regeert één maand.

    De Bijbel geeft geen kort oordeel

  • Menachem

    Betekenis van de naam: “trooster”

    752–742 v.C.Israël (noorden)

    Wreed koning die Assyrië afkoopt.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:18

  • Pekachja

    742–740 v.C.Israël (noorden)

    Zoon van Menachem.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:24

  • Pekach

    740–732 v.C.Israël (noorden)

    Sluit een verbond met Aram tegen Juda.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:28

    • Trekt met Aram op tegen Jeruzalem; Jesaja zegt tegen Achaz: wees niet bang.Jesaja 7:4
  • Hosea (koning)

    732–722 v.C.Israël (noorden)

    De laatste koning van Israël; slecht, maar niet zoals de koningen voor hem.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 17:2

  • Rehabeam

    931–913 v.C.Juda (zuiden)

    Zoon van Salomo; onder hem scheurt het rijk.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Kronieken 12:14

    • Luistert niet naar de oude raadgevers maar naar zijn jonge vrienden.1 Koningen 12:14
  • Abia

    913–911 v.C.Juda (zuiden)

    Zoon van Rehabeam, in Koningen Abiam genoemd.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER1 Koningen 15:3

  • Asa

    911–870 v.C.Juda (zuiden)

    Hervormer die de afgodsbeelden weghaalt.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER1 Koningen 15:11

    • Zet zelfs zijn grootmoeder af vanwege haar afgodsbeeld.1 Koningen 15:13
    • Bidt: HEER, voor U maakt het niet uit of iemand sterk of zwak is.2 Kronieken 14
  • Josafat

    Betekenis van de naam: “de HEER oordeelt”

    872–848 v.C.Juda (zuiden)

    Stuurt leraren met het wetboek door het land.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER1 Koningen 22:43

  • Joram (Juda)

    848–841 v.C.Juda (zuiden)

    Trouwt met Atalja, de dochter van Achab.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 8:18

  • Achazja (Juda)

    841 v.C.Juda (zuiden)

    Zoon van Atalja, één jaar koning.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 8:27

  • Atalja

    841–835 v.C.Juda (zuiden)

    Koningin-moeder die de troon grijpt, de enige vrouw die over Juda regeert.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Kronieken 24:7

    • Laat de koninklijke familie ombrengen; alleen de kleine Joas wordt verborgen.2 Koningen 11:2
  • Joas (Juda)

    835–796 v.C.Juda (zuiden)

    Kindkoning; goed zolang de priester Jojada leeft.

    Deels goed, deels niet2 Koningen 12:2

  • Amasja

    796–767 v.C.Juda (zuiden)

    Doet wat goed is, 'maar niet met heel zijn hart'.

    Deels goed, deels niet2 Kronieken 25:2

  • Uzzia

    Betekenis van de naam: “de HEER is mijn kracht”

    792–740 v.C.Juda (zuiden)

    Ook Azarja genoemd; sterk en lang koning, daarna hoogmoedig.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:3

    • Wil zelf reukwerk branden in de tempel en wordt melaats.2 Kronieken 26:19
    • In het jaar dat hij sterft, ziet Jesaja de HEER op zijn troon.Jesaja 6:1
  • Jotam

    Betekenis van de naam: “de HEER is volmaakt”

    750–735 v.C.Juda (zuiden)

    Bouwt de bovenste poort van de tempel.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER2 Koningen 15:34

  • Achaz

    735–715 v.C.Juda (zuiden)

    Roept Assyrië te hulp in plaats van God.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 16:2

    • Jesaja geeft hem een teken: de jonge vrouw wordt zwanger en noemt haar zoon Immanuel.Jesaja 7:14
  • Hizkia

    Betekenis van de naam: “de HEER is mijn kracht”

    715–686 v.C.Juda (zuiden)

    Vertrouwt op de HEER als Assyrië voor de poort staat.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER2 Koningen 18:3

  • Manasse

    Betekenis van de naam: “die doet vergeten”

    697–642 v.C.Juda (zuiden)

    De langste regering, en de slechtste; aan het eind bekeert hij zich.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 21:2

  • Amon

    642–640 v.C.Juda (zuiden)

    Zoon van Manasse.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 21:20

  • Josia

    640–609 v.C.Juda (zuiden)

    Wordt koning op zijn achtste; de grote hervormer.

    Deed wat goed was in de ogen van de HEER2 Koningen 22:2

    • Scheurt zijn kleren als het teruggevonden wetboek wordt voorgelezen.2 Koningen 22:11
    • Viert een Pesach zoals sinds de richters niet meer gevierd was.2 Koningen 23:22
  • Joahaz (Juda)

    609 v.C.Juda (zuiden)

    Drie maanden koning.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 23:32

  • Jojakim

    609–598 v.C.Juda (zuiden)

    Koning die niet wil horen.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 23:37

    • Snijdt de boekrol van Jeremia in stukken en gooit die in het vuur.Jeremia 36:23
  • Jojachin

    598–597 v.C.Juda (zuiden)

    Ook Jechonja genoemd; na drie maanden naar Babel weggevoerd.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 24:9

    • Krijgt na zevenendertig jaar gevangenschap genade en eet aan de tafel van de koning van Babel.2 Koningen 25:29

    De rode draad naar Jezus

    Als Jechonja staat hij in het geslachtsregister van Jezus: de lijn breekt niet.

    Matteüs 1:12
  • Sedekia

    597–586 v.C.Juda (zuiden)

    De laatste koning van Juda.

    Deed wat kwaad was in de ogen van de HEER2 Koningen 24:19

    • Vraagt Jeremia in het geheim om een woord van God, maar luistert niet.Jeremia 38:14
    • Jeruzalem valt; hij wordt naar Babel gebracht.2 Koningen 25:7
  • Achia

    Betekenis van de naam: “broer van de HEER”

    ca. 935–910 v.C.

    Profeet uit Silo.

  • Elia

    Betekenis van de naam: “mijn God is de HEER”

    ca. 870–850 v.C.

    Profeet in Israël tegen de Baälverering van Achab en Izebel.

    De rode draad naar Jezus

    Elia verschijnt naast Jezus op de berg van de verheerlijking.

    Matteüs 17:3
  • Micha, zoon van Jimla

    Betekenis van de naam: “wie is als de HEER?”

    ca. 853 v.C.

    Profeet die als enige de waarheid zegt tegen koning Achab.

  • Elisa

    Betekenis van de naam: “God is redding”

    ca. 850–795 v.C.

    Leerling en opvolger van Elia.

    • Vraagt een dubbel deel van Elia's geest en ziet hem in een storm opgenomen worden.2 Koningen 2:11
    • De Syriër Naäman geneest na zeven keer onderdompelen in de Jordaan.2 Koningen 5:14

    De rode draad naar Jezus

    Jezus noemt Naämans genezing: God zorgt ook voor vreemdelingen.

    Lucas 4:27
  • Jojada

    Betekenis van de naam: “de HEER weet”

    Hogepriester die de kleine Joas verbergt en kroont.

  • Chulda

    ca. 622 v.C.

    Profetes in Jeruzalem die het teruggevonden wetboek duidt.

    • Koning Josia stuurt zijn mannen naar haar; zij zegt wat God zegt.2 Koningen 22:14
  • Jona

    Betekenis van de naam: “duif”

    ca. 790–760 v.C.Lees het boek Jona

    Profeet die wegvlucht voor Gods opdracht om naar Nineve te gaan.

    • Wordt door een grote vis ingeslikt en bidt in de buik van de vis.Jona 2
    • Is boos als God Nineve spaart; God leert hem over zijn genade.Jona 4:11

    De rode draad naar Jezus

    Jezus noemt 'het teken van Jona': drie dagen in het hart van de aarde.

    Matteüs 12:40
  • Amos

    Betekenis van de naam: “drager (van een last)”

    ca. 765–755 v.C.Lees het boek Amos

    Herder en vijgenkweker uit Juda, gestuurd naar het rijke Israël.

    • Roept: laat het recht stromen als water.Amos 5:24
    • Zegt: ik ben geen profeet, ik ben een herder; de HEER haalde mij weg achter de kudde.Amos 7:15

    De rode draad naar Jezus

    Jakobus citeert Amos: God bouwt de vervallen hut van David weer op, ook voor de volken.

    Handelingen 15:16
  • Hosea

    Betekenis van de naam: “redding”

    ca. 755–715 v.C.Lees het boek Hosea

    Profeet in Israël wiens huwelijk Gods trouwe liefde laat zien.

    • Trouwt met Gomer en blijft haar trouw, ook als zij hem ontrouw is.Hosea 3:1
    • God zegt: toen Israël jong was, had Ik hem lief; uit Egypte riep Ik mijn zoon.Hosea 11:1

    De rode draad naar Jezus

    Matteüs ziet die woorden vervuld als Jezus uit Egypte terugkomt.

    Matteüs 2:15
  • Jesaja

    Betekenis van de naam: “de HEER redt”

    ca. 740–681 v.C.Lees het boek Jesaja

    Profeet in Jeruzalem, vaak 'de evangelist van het Oude Testament' genoemd.

    • Ziet de HEER op een hoge troon en zegt: hier ben ik, stuur mij.Jesaja 6:8
    • Spreekt over de lijdende dienaar die onze zonden draagt.Jesaja 53:5

    De rode draad naar Jezus

    Filippus legt Jesaja 53 uit en vertelt de Ethiopiër over Jezus.

    Handelingen 8:35

    Goed om te weten: Veel bijbelwetenschappers denken dat Jesaja 40–66 later is geschreven, in of na de ballingschap; anderen zien het hele boek als het werk van Jesaja zelf.

  • Micha

    Betekenis van de naam: “wie is als de HEER?”

    ca. 735–700 v.C.Lees het boek Micha

    Profeet van het platteland van Juda, tijdgenoot van Jesaja.

    • Zegt wat God vraagt: recht doen, trouw liefhebben en nederig met je God gaan.Micha 6:8
    • Voorspelt dat uit het kleine Betlehem een heerser zal komen.Micha 5

    De rode draad naar Jezus

    De schriftgeleerden wijzen de wijzen met Micha de weg naar Betlehem.

    Matteüs 2:6
  • Joël

    Betekenis van de naam: “de HEER is God”

    Lees het boek Joël

    Profeet van de sprinkhanenplaag en de dag van de HEER.

    • Na een sprinkhanenplaag roept hij: scheur je hart, niet je kleren.Joël 2:13
    • God belooft zijn Geest uit te storten over alle mensen.Joël 2

    De rode draad naar Jezus

    Petrus zegt op Pinksteren: dit is wat Joël heeft voorzegd.

    Handelingen 2:16

    Goed om te weten: Wanneer Joël leefde is onzeker: schattingen lopen van de negende tot de vierde eeuw voor Christus.

  • Nahum

    Betekenis van de naam: “trooster”

    ca. 660–612 v.C.Lees het boek Nahum

    Profeet van de val van Nineve, de hoofdstad van Assyrië.

    • De HEER is goed, een veilige plek op de dag van nood.Nahum 1:7
  • Sefanja

    Betekenis van de naam: “de HEER beschermt”

    ca. 635–620 v.C.Lees het boek Sefanja

    Profeet uit de koninklijke familie, in de tijd van Josia.

    • Belooft: God zal over jou juichen en zingen van vreugde.Sefanja 3:17
  • Jeremia

    ca. 627–580 v.C.Lees het boek Jeremia

    De 'huilende profeet', in de laatste jaren van Juda.

    • God roept hem als jonge man: zeg niet 'ik ben te jong'.Jeremia 1:7
    • Belooft een nieuw verbond, in het hart geschreven.Jeremia 31:33

    De rode draad naar Jezus

    Jezus spreekt bij het laatste avondmaal over het nieuwe verbond in zijn bloed.

    Lucas 22:20
  • Habakuk

    ca. 609–598 v.C.Lees het boek Habakuk

    Profeet die met God in gesprek gaat over het kwaad.

    • Vraagt: hoelang, HEER, roep ik om hulp?Habakuk 1:2
    • Zingt: al bloeit de vijgenboom niet, toch zal ik juichen in de HEER.Habakuk 3:17

    De rode draad naar Jezus

    'De rechtvaardige zal door zijn geloof leven' (Habakuk 2:4): Paulus bouwt zijn uitleg van het evangelie op die zin.

    Romeinen 1:17
  • Obadja

    Betekenis van de naam: “dienaar van de HEER”

    Lees het boek Obadja

    Schrijver van het kortste boek van het Oude Testament, over Edom.

    • De dag van de HEER is nabij: zoals jij hebt gedaan, zo zal jou gedaan worden.Obadja 1:15

    Goed om te weten: Waarschijnlijk kort na de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus; sommigen denken aan een vroegere tijd.

  • Ezechiël

    Betekenis van de naam: “God maakt sterk”

    ca. 593–571 v.C.Lees het boek Ezechiël

    Priester en profeet bij de ballingen in Babel.

    De rode draad naar Jezus

    God belooft zelf de herder van zijn schapen te zijn (Ezechiël 34); Jezus zegt: Ik ben de goede herder.

    Johannes 10:11
  • Daniël

    Betekenis van de naam: “God is mijn rechter”

    ca. 605–536 v.C.Lees het boek Daniël

    Jonge balling aan het hof van Babel en Perzië.

    • Blijft bidden en wordt in de leeuwenkuil gegooid; God sluit de muilen van de leeuwen.Daniël 6
    • Ziet in een visioen 'iemand als een mensenzoon' die eeuwige macht krijgt.Daniël 7:13

    De rode draad naar Jezus

    Jezus noemt zichzelf het liefst 'de Mensenzoon'.

    Marcus 14:62

    Goed om te weten: Of het boek in de zesde eeuw of pas rond 165 voor Christus zijn vorm kreeg, daarover verschillen de meningen.

  • Haggai

    Betekenis van de naam: “feestelijk”

    ca. 520 v.C.Lees het boek Haggai

    Profeet die de teruggekeerden aanspoort de tempel te herbouwen.

    • Jullie wonen in mooie huizen, en Gods huis ligt in puin?Haggai 1:4
    • Belooft dat de glorie van dit huis groter wordt dan die van het eerste.Haggai 2:9
  • Zacharia (profeet)

    Betekenis van de naam: “de HEER gedenkt”

    ca. 520–518 v.C.Lees het boek Zacharia

    Profeet van de terugkeer, met nachtelijke visioenen.

    • Ziet je koning komen, rechtvaardig en nederig, rijdend op een ezel.Zacharia 9:9
    • Zij zullen opzien naar hem die ze doorstoken hebben.Zacharia 12:10

    De rode draad naar Jezus

    Bij de intocht in Jeruzalem citeert Matteüs Zacharia.

    Matteüs 21:5

    Goed om te weten: Veel uitleggers denken dat Zacharia 9–14 uit een latere tijd komt dan de eerste acht hoofdstukken.

  • Maleachi

    Betekenis van de naam: “mijn bode”

    ca. 450–430 v.C.Lees het boek Maleachi

    De laatste profeet van het Oude Testament.

    • Ik stuur mijn bode, die de weg voor Mij gereed maakt.Maleachi 3:1
    • Belooft dat Elia zal komen voor de grote dag van de HEER.Maleachi 4

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt dat Johannes de Doper die bode is.

    Matteüs 11:10
  • Ester

    Betekenis van de naam: “waarschijnlijk 'ster'; haar Hebreeuwse naam Hadassa betekent 'mirte'”

    Lees het boek Ester

    Joodse koningin van Perzië die haar volk redt.

    • Mordechai: wie weet ben je juist hiervoor koningin geworden.Ester 4:14
    • Gaat ongeroepen naar de koning: als ik moet omkomen, dan kom ik om.Ester 4:16
  • Mordechai

    Neef en pleegvader van Ester.

    • Ontdekt een complot tegen de koning.Ester 2:22
    • Wordt de tweede man na de koning en zoekt het goede voor zijn volk.Ester 10:3
  • Zerubbabel

    Betekenis van de naam: “zaad van Babel”

    ca. 538–515 v.C.

    Leider uit de familie van David bij de terugkeer uit Babel.

    • Legt het fundament van de nieuwe tempel.Ezra 3:8
    • Hoort: niet door kracht, niet door geweld, maar door mijn Geest.Zacharia 4:6

    De rode draad naar Jezus

    Hij staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Matteüs 1:12
  • Ezra

    Betekenis van de naam: “hulp”

    ca. 458 v.C.Lees het boek Ezra

    Priester en schriftgeleerde die de wet onderwijst.

    • Had zich voorgenomen de wet te onderzoeken, te doen en te onderwijzen.Ezra 7:10
    • Leest de wet voor op het plein; het volk huilt en viert feest.Nehemia 8:6
  • Nehemia

    Betekenis van de naam: “de HEER troost”

    ca. 445–432 v.C.Lees het boek Nehemia

    Schenker van de Perzische koning die de muren van Jeruzalem herbouwt.

    • Bidt kort in stilte voordat hij de koning antwoordt.Nehemia 2:4
    • Zegt: de vreugde van de HEER is jullie kracht.Nehemia 8:10
  • Elisabet

    Betekenis van de naam: “mijn God is een eed”

    Moeder van Johannes de Doper, familie van Maria.

    • Haar kind springt op als Maria binnenkomt; vol van de Geest zegent ze Maria.Lucas 1:42
  • Zacharias (priester)

    Betekenis van de naam: “de HEER gedenkt”

    Priester, vader van Johannes de Doper.

    • Gelooft de engel niet en kan niet meer praten tot de geboorte.Lucas 1:20
    • Zingt zijn lofzang: geprezen zij de Heer, de God van Israël.Lucas 1:68
  • Maria

    Moeder van Jezus.

    De rode draad naar Jezus

    Door haar wordt Gods Zoon mens: 'geboren uit een vrouw'.

    Galaten 4:4
  • Jozef (van Nazaret)

    Betekenis van de naam: “Hij (God) voegt toe”

    Timmerman, man van Maria, die voor Jezus zorgt als een vader.

    De rode draad naar Jezus

    Via hem noemt Matteüs Jezus 'zoon van David'.

    Matteüs 1:16
  • Johannes de Doper

    Betekenis van de naam: “de HEER is genadig”

    Profeet in de woestijn, wegbereider van Jezus.

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt: van wie uit een vrouw geboren zijn, is er niemand groter dan Johannes.

    Matteüs 11:11
  • Simeon

    Betekenis van de naam: “hij heeft gehoord”

    Oude man in de tempel die wacht op de troost van Israël.

    • Neemt de baby Jezus in zijn armen: nu kan ik in vrede gaan.Lucas 2:29

    De rode draad naar Jezus

    Noemt Jezus 'een licht voor de volken'.

    Lucas 2:32
  • Hanna (profetes)

    Betekenis van de naam: “genade”

    Oude profetes die dag en nacht in de tempel bidt.

    • Ziet het kind Jezus en vertelt iedereen over Hem.Lucas 2:38
  • Nikodemus

    Betekenis van de naam: “overwinnaar van het volk”

    Farizeeër en raadslid die 's nachts bij Jezus komt.

  • Zacheüs

    Betekenis van de naam: “zuiver”

    Oppertollenaar in Jericho.

    • Klimt in een boom om Jezus te zien; Jezus nodigt zichzelf bij hem uit.Lucas 19:5
    • Geeft de helft van zijn bezit aan de armen.Lucas 19:8

    De rode draad naar Jezus

    Jezus: de Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

    Lucas 19:10
  • Lazarus

    Betekenis van de naam: “God helpt”

    Vriend van Jezus uit Betanië, broer van Marta en Maria.

    De rode draad naar Jezus

    Jezus zegt bij zijn graf: Ik ben de opstanding en het leven.

    Johannes 11:25
  • Marta

    Betekenis van de naam: “vrouwe”

    Zus van Maria en Lazarus in Betanië.

    • Druk met het eten; Jezus zegt: Marta, je maakt je zorgen over zoveel.Lucas 10:41
    • Belijdt: U bent de Messias, de Zoon van God.Johannes 11:27
  • Maria van Betanië

    Zus van Marta en Lazarus, die aan Jezus' voeten luistert.

  • Maria Magdalena

    Betekenis van de naam: “uit Magdala”

    Volgelinge van Jezus, de eerste getuige van de opstanding.

    • Jezus had haar bevrijd; ze steunt Hem met wat ze heeft.Lucas 8:2
    • Hoort haar naam en herkent de opgestane Heer: ik heb de Heer gezien!Johannes 20:18

    Goed om te weten: Dat ze een prostituee zou zijn geweest, staat niet in de Bijbel: dat idee komt uit een preek van eeuwen later.

  • Jozef van Arimatea

    Rijk raadslid dat Jezus begraaft in zijn eigen graf.

  • Stefanus

    Betekenis van de naam: “kroon”

    Een van de zeven helpers van de gemeente, de eerste martelaar.

  • Filippus (de evangelist)

    Een van de zeven helpers en evangelist; niet de apostel Filippus.

  • Barnabas

    Betekenis van de naam: “zoon van bemoediging”

    Bemoediger die de net bekeerde Paulus een kans geeft.

  • Cornelius

    Romeinse officier, een van de eerste niet-Joden die gedoopt worden.

  • Tabita (Dorkas)

    Betekenis van de naam: “gazelle”

    Leerlinge in Joppe die kleren maakte voor weduwen.

  • Lydia

    Verkoopster van purperstof uit Tyatira, de eerste gelovige in Europa van wie we de naam kennen.

  • Priscilla

    Met haar man Aquila tentenmaker, gastvrouw en leraar in de gemeente.

  • Febe

    Betekenis van de naam: “stralend”

    Dienares (diaken) van de gemeente in Kenchreeën.

    • Paulus beveelt haar aan bij de gemeente in Rome; waarschijnlijk bracht zij zijn brief.Romeinen 16:1
  • Agabus

    Profeet uit Jeruzalem.

  • Silas

    Reisgenoot van Paulus.

  • Timoteüs

    Betekenis van de naam: “die God eert”

    Jonge medewerker van Paulus.

  • Titus

    Medewerker van Paulus, achtergelaten op Kreta.

    • Moet de gemeenten op Kreta op orde brengen.Titus 1:5
  • Lucas

    Lees het boek Lucas

    Arts en reisgenoot van Paulus.

    Goed om te weten: Dat Lucas het evangelie en Handelingen schreef, zegt de vroege overlevering; de boeken noemen zelf geen naam.

  • Marcus

    Lees het boek Marcus

    Johannes Marcus, jonge reisgenoot van Paulus en Barnabas.

    • Haakt af tijdens de reis; Paulus en Barnabas krijgen er ruzie over.Handelingen 15:39
    • Later schrijft Paulus: neem Marcus mee, hij is mij goed van dienst.2 Timoteüs 4:11

    Goed om te weten: Dat hij het evangelie naar Marcus schreef, met de herinneringen van Petrus, zegt de vroege overlevering.

  • Apollos

    Welbespraakte leraar uit Alexandrië.

  • Jakobus (broer van Jezus)

    Lees het boek Jakobus

    Broer van Jezus, leider van de gemeente in Jeruzalem.

    Goed om te weten: De overlevering ziet hem als schrijver van de brief van Jakobus.

De koningen en de profeten

Na Salomo scheurt het rijk: Israël in het noorden, Juda in het zuiden. Elke koning krijgt in de Bijbel een oordeel, en God stuurt profeten. Kies een koning of een profeet en zie wie bij elkaar horen.

  • Goed in de ogen van de HEER
  • Deels goed
  • Kwaad in de ogen van de HEER
  • Geen kort oordeel
  • Profeet

Schuif opzij om door de tijd te gaan.

Profeten in IsraëlKoningen van IsraëlHet ene koninkrijkKoningen van JudaKoningen van JudaProfeten in JudaProfeten in JudaProfeten in Juda1000 v.C.900 v.C.800 v.C.700 v.C.600 v.C.500 v.C.Het rijk scheurtSamaria valt (Assyrië)Jeruzalem verwoest (Babel)Terug naar huisAchiaEliaElisaJonaHoseaBaësaAchabJehuJerobeam IISaulDavidSalomoAsaJosafatJoas (Juda)AmasjaUzziaJotamAchazHizkiaManasseJosiaSamuëlGadNatanJesajaMichaNahumJeremiaDaniëlEzechiël

Kies een koning of een profeet om te zien wie bij elkaar horen.

Jaren voor Christus, in de gangbare telling van Edwin R. Thiele (The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings), met de jaren dat vader en zoon samen regeerden; daarom lopen regeringen soms over elkaar. Andere geleerden komen vaak een paar jaar anders uit. De jaren van de profeten zijn bij benadering. Het oordeel over elke koning is dat van de Bijbel zelf, vooral in de boeken Koningen.

De familielijn: van Abraham naar Jezus

God belooft Abraham dat in hem alle volken gezegend worden. Volg die belofte door de familie heen: de aartsvaders, de twaalf stammen, en de lijn die Matteüs opschrijft tot Jezus.

De aartsvaders

  1. AbrahamSara

    HagarOok bij Hagar kreeg Abraham een zoon: Ismaël.

  2. IsaakRebekka

    IsmaëlZoon van Hagar; God belooft ook hem een groot volk.

  3. JakobLeaRachel

    EsauTweelingbroer van Jakob, stamvader van Edom.

De twaalf zonen van Jakob

  • Zonen van Lea

    • Ruben
    • Simeon
    • Levi
    • Juda
    • Issaschar
    • Zebulon
  • Zonen van Rachel

  • Zonen van Bilha

    • Dan
    • Naftali
  • Zonen van Zilpa

    • Gad
    • Aser

Naar hun moeders, zoals Genesis 35 ze noemt.Lees Genesis 35

Waar de stammen heen leiden

  • JudaPeres, Boaz, David… en Jezus
  • LeviMozes, Aäron en de priesters
  • JozefEfraïm en Manasse, twee stammen
  • BenjaminKoning Saul, en later Paulus

Matteüs 1: van Abraham tot Jezus

Matteüs begint zijn evangelie met een stamboom in drie delen. Hij noemt ook vijf vrouwen. Lees Matteüs 1

Deel 1Van Abraham tot David

  1. Abraham
  2. Isaak
  3. Jakob
  4. Juda
  5. Peresmoeder: Tamar
  6. Chesron
  7. Ram
  8. Amminadab
  9. Nachson
  10. Salmon
  11. Boazmoeder: Rachab
  12. Obedmoeder: Ruth
  13. Isaï
  14. Davidkoning

Deel 2Van David tot de ballingschap

  1. Salomokoningmoeder: de vrouw van Uria
  2. Rehabeamkoning
  3. Abiakoning
  4. Asakoning
  5. Josafatkoning
  6. Joramkoning
  7. Uzziakoning
  8. Jotamkoning
  9. Achazkoning
  10. Hizkiakoning
  11. Manassekoning
  12. Amonkoning
  13. Josiakoning
  14. Jechonjakoning

Deel 3Van de ballingschap tot Jezus

  1. Sealtiël
  2. Zerubbabel
  3. Abiud
  4. Eljakim
  5. Azor
  6. Sadok
  7. Achim
  8. Eliud
  9. Eleazar
  10. Mattan
  11. Jakob
  12. Jozef
  13. Jezusmoeder: Maria
  • Matteüs telt drie keer veertien geslachten (Matteüs 1:17). Hij slaat een paar koningen over; zo'n stamboom laat vaker namen weg, en hoe hij precies telt, daarover verschillen de uitleggers.
  • Lucas 3 geeft een andere lijn, via Davids zoon Natan. Een oude verklaring is dat Lucas de familie van Maria volgt en Matteüs die van Jozef; dat is uitleg, de Bijbel zegt het niet.

Wie zei het?

Bekende woorden uit de Bijbel. Weet jij wie ze zei?

Je krijgt 8 uitspraken en telkens vier mensen. Wie zei het?

Begin bij Abraham

Lees Genesis 12

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.