Naar de inhoud
Bèta
Alle leesplannen

40 dagen

Veertig dagen naar Pasen

Van Aswoensdag tot Stille Zaterdag: de woestijn, omkeer, water en licht, de weg naar Jeruzalem en de laatste week, één hoofdstuk per dag.

Veertig dagen was Jezus in de woestijn, veertig jaar trok Israël erdoor. Zo bereiden katholieken, orthodoxen en veel protestanten zich voor op Pasen, met gebed, vasten en delen; de zondagen tellen in het Westen niet mee. Dit plan volgt die weg: eerst de woestijn en de omkeer, dan de grote verhalen uit Johannes die vanouds in de veertigdagentijd gelezen worden, dan de weg naar Jeruzalem en de laatste week. Op Paasmorgen lees je Johannes 20.

0 van 40 dagen gelezen

Begin bij dag 1
  1. Scheur je hart

    Op Aswoensdag klinkt in veel kerken Joël: scheur je hart en niet je kleren, keer terug tot de HEER, want Hij is genadig en barmhartig (2:13). Het askruisje zegt hetzelfde: we zijn stof, en God roept ons terug.

    Waarvan zou je in deze veertig dagen willen omkeren?

  2. Schep in mij een rein hart

    David schreef deze psalm, zo zegt het opschrift, na zijn zonde met Batseba. Hij verontschuldigt zich niet, maar vraagt: schep in mij een rein hart, o God (51:10). Het is het boetegebed van de kerk geworden.

    Welk zinnetje uit deze psalm zou je deze weken elke dag kunnen bidden?

  3. Het vasten dat God wil

    Het volk vast en klaagt dat God het niet ziet. God antwoordt: het vasten dat Ik wil, is de boeien van onrecht losmaken, je brood delen met wie honger heeft (58:6–7). Vasten is ruimte maken voor God en de naaste.

    Wat zou jij kunnen loslaten om meer ruimte te geven aan God of aan een ander?

  4. In het verborgene

    Geven, bidden en vasten: de drie oefeningen van de veertigdagentijd staan alle drie hier. Jezus zegt: doe het niet om gezien te worden, je Vader ziet in het verborgene (6:6).

    Kies één van de drie voor deze week: geven, bidden of vasten. Hoe ga je het doen?

  5. Veertig dagen in de woestijn

    Na zijn doop wordt Jezus door de Geest de woestijn in geleid en veertig dagen beproefd. Op elke verleiding antwoordt Hij met een woord uit Deuteronomium: de mens leeft niet van brood alleen (4:4).

    Welke verleiding ken jij het best, en welk woord van God zou je ertegenover kunnen zetten?

  6. Niet van brood alleen

    Mozes kijkt terug op veertig jaar woestijn: God liet zijn volk honger lijden en gaf manna, om te leren dat de mens leeft van alles wat uit Gods mond komt (8:3). Hier haalde Jezus zijn antwoord vandaan.

    Wat heeft God jou geleerd in een 'woestijnperiode'?

  7. Manna, elke dag genoeg

    In de woestijn mort het volk, en God geeft elke ochtend brood uit de hemel. Wie te veel verzamelt, ziet het bederven. Het is een les in vertrouwen voor één dag tegelijk: geef ons heden ons dagelijks brood.

    Waar vind je het moeilijk om voor één dag tegelijk op God te vertrouwen?

  8. Een hele stad keert om

    Jona preekt met tegenzin in Nineve, de wrede hoofdstad van Assyrië: nog veertig dagen. De hele stad vast en bekeert zich, van de koning tot het vee, en God heeft medelijden (3:10). Ook de grootste vijand is niet te ver weg.

    Van wie zou jij denken dat die nooit kan veranderen? Wat zegt dit verhaal daarover?

  9. Opgelucht

    Zolang David zweeg over zijn schuld, droogde hij uit 'als in de zomerhitte'. Toen hij het God bekende, kwam de vergeving (32:5). Gelukkig de mens wiens zonde vergeven is.

    Is er iets wat je God al lang niet durft te zeggen?

  10. De vader die rent

    Het schaap, de munt en de zoon: drie keer gaat iets verloren en wordt het gevonden, en drie keer is er feest. De vader van de verloren zoon rent hem tegemoet, nog voor die zijn verontschuldiging kan afmaken (15:20).

    Herken je jezelf meer in de jongste zoon of in de oudste?

  11. God zal voorzien

    Abraham moet zijn zoon Isaak offeren, en op het laatste moment voorziet God een ram. Christenen lezen dit verhaal al sinds de eerste eeuw met het oog op Goede Vrijdag: de Vader die zijn Zoon niet spaart.

    Wat zou het betekenen om, zoals Abraham, te zeggen: God zal voorzien?

  12. Op de berg

    Even zien Petrus, Jakobus en Johannes wie Jezus werkelijk is: zijn gezicht straalt als de zon, Mozes en Elia staan bij Hem, en een stem zegt: luister naar Hem (17:5). Daarna gaat Hij weer de berg af, op weg naar het kruis.

    Wanneer zag jij even iets van Gods heerlijkheid, en hoe hielp dat je verder?

  13. Zacheüs

    Een rijke tollenaar klimt in een boom om Jezus te zien. Jezus nodigt zichzelf uit bij hem thuis, en Zacheüs geeft de helft van zijn bezit weg. De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was (19:10).

    Wat zou jij weggeven als Jezus vandaag bij jou thuis kwam eten?

  14. Gij zijt die man

    De profeet Natan vertelt koning David een verhaal over een rijke man die het enige lammetje van een arme steelt. David ontsteekt in woede, tot Natan zegt: jij bent die man (12:7). David antwoordt: ik heb gezondigd tegen de HEER.

    Wie is in jouw leven een Natan, iemand die eerlijk tegen je durft te zijn?

  15. Kom terug

    Hosea eindigt met een uitnodiging: keer terug tot de HEER, neem woorden mee. En God antwoordt met beloften van genezing en liefde: Ik zal voor Israël zijn als de dauw (14:5).

    Welke woorden zou jij meenemen als je terugkeert naar God?

  16. Zo ver als het oosten van het westen

    Een psalm van dank voor vergeving: zo ver als het oosten is van het westen, zo ver doet God onze overtredingen van ons weg (103:12). Hij weet dat we stof zijn, en ontfermt zich als een vader.

    Zeg God vandaag dank voor één ding dat Hij je vergeven heeft.

  17. Opnieuw geboren

    Nicodemus komt 's nachts bij Jezus. Jezus spreekt over opnieuw geboren worden uit water en Geest, en over de slang die Mozes in de woestijn omhoog hield. Dan de zin die velen uit hun hoofd kennen: zo lief had God de wereld (3:16).

    Lees Johannes 3:16 langzaam en vervang 'de wereld' door je eigen naam.

  18. De koperen slang

    Giftige slangen bijten het volk. God laat Mozes een koperen slang op een paal zetten: wie ernaar kijkt, blijft leven (21:8–9). Jezus wijst naar dit verhaal om uit te leggen wat het kruis zal doen.

    Waarom zou God genezing geven door te kijken naar het beeld van wat je verwondt?

  19. Levend water

    Midden op de dag spreekt Jezus bij een put een Samaritaanse vrouw aan, iemand die anderen meden. Hij belooft water dat een bron wordt die opwelt tot eeuwig leven (4:14). Zij wordt de eerste die het in haar dorp gaat vertellen.

    Waar heb jij dorst naar, diep vanbinnen?

  20. Kom, wie dorst heeft

    'Kom naar het water, ook wie geen geld heeft.' God nodigt uit om gratis te eten en te drinken, en zegt: mijn gedachten zijn niet jullie gedachten (55:8). Zijn woord keert niet leeg terug.

    Wat zou je anders doen als je echt geloofde dat Gods genade gratis is?

  21. Ik was blind en nu zie ik

    Jezus geneest een blindgeborene, en daarna volgt een lange ruzie: wie heeft er gezondigd, wie is Jezus? De man zelf zegt eenvoudig: één ding weet ik, ik was blind en nu zie ik (9:25).

    Wat kun jij zo eenvoudig vertellen over wat God in je leven deed?

  22. De HEER is mijn licht

    'De HEER is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn?' David vraagt maar één ding: wonen in het huis van de HEER. En hij eindigt: wacht op de HEER, wees sterk (27:14).

    Waar moet jij vandaag op God leren wachten?

  23. Dorre beenderen

    Ezechiël ziet een dal vol droge botten, en God vraagt: kunnen deze beenderen leven? Als de Geest erover waait, staan ze op als een groot leger. God belooft zijn volk uit hun graven te halen (37:12).

    Wat in jou of om je heen lijkt dood, waar je Gods adem over zou willen vragen?

  24. Ik ben de opstanding

    Lazarus ligt al vier dagen in het graf. Jezus zegt tegen Marta: Ik ben de opstanding en het leven (11:25). Hij huilt bij het graf, en roept dan: Lazarus, kom naar buiten. Het is het laatste teken voor zijn eigen dood.

    Jezus huilt, hoewel Hij weet wat Hij gaat doen. Wat zegt dat over hoe Hij naar jouw verdriet kijkt?

  25. Neem je kruis op

    Petrus zegt: U bent de Messias. Meteen daarna begint Jezus te spreken over lijden en sterven, en Hij zegt: wie Mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen (8:34).

    Wat zou 'je kruis opnemen' vandaag voor jou betekenen?

  26. Niet om gediend te worden

    Op weg naar Jeruzalem vragen Jakobus en Johannes om de beste plaatsen. Jezus zegt: wie groot wil zijn, moet dienaar zijn, want de Mensenzoon is gekomen om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen (10:45).

    Wie zou je deze week kunnen dienen, zonder dat iemand het ziet?

  27. Mijn gezicht als een keisteen

    Een dienaar van God laat zich slaan en bespuwen en verbergt zijn gezicht niet. Hij zet zijn gezicht als een keisteen, want de Heer helpt hem (50:7). Lucas schrijft dat Jezus 'zijn gezicht vastberaden naar Jeruzalem richtte'.

    Waar heb jij vastberadenheid nodig om de goede weg te blijven gaan?

  28. Hij maakte zichzelf leeg

    Een oud lied over Jezus: Hij was God gelijk, maar maakte zichzelf leeg, werd mens en gehoorzaam tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem verhoogd (2:9). Paulus zegt: wees zo gezind als Christus Jezus.

    Wat zou het voor jou betekenen om zo gezind te zijn als Jezus?

  29. Door zijn striemen

    De lijdende dienaar: veracht, door mensen verlaten, een man van smarten. Hij werd doorboord om onze overtredingen, en door zijn striemen is er genezing voor ons (53:5). De eerste christenen herkenden hier Jezus.

    Lees vers 4 tot 6 langzaam. Wat raakt je het meest?

  30. Een hogepriester die meevoelt

    We hebben geen hogepriester die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een die in alles beproefd is zoals wij, zonder zonde. Laten we dus vrijmoedig naar de troon van de genade gaan (4:16).

    Met welke zwakheid zou je vandaag vrijmoedig naar God durven gaan?

  31. Als de graankorrel sterft

    Griekse pelgrims willen Jezus zien. Hij antwoordt met een beeld: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; als hij sterft, draagt hij veel vrucht (12:24). Het uur van het kruis is gekomen.

    Wat moet in jou 'sterven' zodat er nieuw leven kan groeien?

  32. Mijn God, waarom?

    Jezus bidt de eerste regel van deze psalm aan het kruis. Ze beschrijft spot, doorboorde handen en verdeelde kleren, en eindigt in lof: alle einden der aarde zullen zich tot de HEER bekeren (22:27).

    Wat betekent het dat Jezus bij zijn dood bad met woorden uit de Psalmen?

  33. Elke morgen nieuw

    Na de verwoesting van Jeruzalem klaagt de dichter bitter. En dan, midden in de klacht: de goedertierenheid van de HEER is niet op, zijn barmhartigheid is elke morgen nieuw (3:22–23).

    Waar zie jij vandaag een klein teken van Gods trouw, midden in iets moeilijks?

  34. Toen we nog zwak waren

    Christus is gestorven voor goddelozen, niet voor mensen die het verdienden. God bewijst zijn liefde hierin, dat Christus voor ons stierf toen we nog zondaars waren (5:8).

    Wat verandert het dat God je liefhad vóór je beter werd?

  35. Een huis van gebed

    Na de intocht op Palmzondag gaat Jezus de tempel in en gooit de tafels van de geldwisselaars om. Mijn huis moet een huis van gebed zijn voor alle volken (11:17). Vanaf nu zoeken de leiders een manier om Hem te doden.

    Wat zou Jezus in jouw 'tempel' willen opruimen?

  36. Het grootste gebod

    In de tempel stellen leiders strikvragen. Een schriftgeleerde vraagt wat het belangrijkste gebod is. Jezus antwoordt: God liefhebben met heel je hart, en je naaste als jezelf (12:30–31). En Hij prijst een arme weduwe die alles geeft.

    Welke van die twee geboden is voor jou deze week het moeilijkst?

  37. Dertig zilverstukken

    In Betanië zalft een vrouw Jezus met kostbare olie. Judas gaat naar de hogepriesters en spreekt dertig zilverstukken af. De kerk gedenkt op deze woensdag van de laatste week het verraad.

    De vrouw geeft alles, Judas verkoopt alles. Wat zegt dat contrast jou?

  38. Witte Donderdag: de voetwassing

    Op de avond voor zijn dood wast Jezus de voeten van zijn leerlingen, het werk van een slaaf. Hij geeft hun een nieuw gebod: heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad (13:34). Die avond stelt Hij ook het avondmaal in.

    Wiens 'voeten' zou jij kunnen wassen?

  39. Goede Vrijdag: het is volbracht

    Pilatus laat Jezus geselen en kruisigen. Onder het kruis staan zijn moeder en de geliefde leerling. Jezus zegt: het is volbracht (19:30), en geeft de geest. Lees langzaam, en neem de tijd.

    Wat wil je vandaag, op Goede Vrijdag, tegen Jezus zeggen?

  40. Stille Zaterdag: het graf

    Jozef van Arimatea legt Jezus in zijn eigen graf. Een steen ervoor, een zegel en wachters. De vrouwen blijven zitten tegenover het graf (27:61). Het is stil. Morgen lees je Johannes 20.

    Hoe is het om te wachten zonder te weten wat komt? Wat hoop je voor morgen?

Leesgemak

Kies wat helpt. Je keuze blijft bewaard op dit toestel.

Tekstgrootte

Gebruik je liever de instellingen van je toestel (zoom, schermlezer, donkere modus)? Die werken hier ook gewoon.