1하나님이 하나님의 회 가운데 서시며 재판장들 중에서 판단하시되 2너희가 불공평한 판단을 하며 악인의 낯 보기를 언제까지 하려느냐(셀라) 3가난한 자와 고아를 위하여 판단하며 곤란한 자와 빈궁한 자에게 공의를 베풀지며 4가난한 자와 궁핍한 자를 구원하여 악인들의 손에서 건질찌니라 하시는도다 5저희는 무지무각하여 흑암 중에 왕래하니 땅의 모든 터가 흔들리도다 6내가 말하기를 너희는 신들이며 다 지존자의 아들들이라 하였으나 7너희는 범인 같이 죽으며 방백의 하나 같이 엎더지리로다 8하나님이여 일어나사 세상을 판단하소서 모든 열방이 주의 기업이 되겠음이니이다
1God presides in the great assembly. He judges among the gods. 2“How long will you judge unjustly, and show partiality to the wicked?” Selah. 3“Defend the weak, the poor, and the fatherless. Maintain the rights of the poor and oppressed. 4Rescue the weak and needy. Deliver them out of the hand of the wicked.” 5They don’t know, neither do they understand. They walk back and forth in darkness. All the foundations of the earth are shaken. 6I said, “You are gods, all of you are sons of the Most High. 7Nevertheless you shall die like men, and fall like one of the rulers.” 8Arise, God, judge the earth, for you inherit all of the nations.
1Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden; 2Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela. 3Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme. 4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand. 5Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde. 6Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten; 7Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen. 8Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.