1여호와는 광대하시니 우리 하나님의 성, 거룩한 산에서 극진히 찬송하리로다 2터가 높고 아름다워 온 세계가 즐거워함이여 큰 왕의 성 곧 북방에 있는 시온 산이 그러하도다 3하나님이 그 여러 궁중에서 자기를 피난처로 알리셨도다 4열왕이 모여 함께 지났음이여 5저희가 보고 놀라고 두려워 빨리 갔도다 6거기서 떨림이 저희를 잡으니 고통이 해산하는 여인 같도다 7주께서 동풍으로 다시스의 배를 깨뜨리시도다 8우리가 들은 대로 만군의 여호와의 성, 우리 하나님의 성에서 보았나니 하나님이 이를 영영히 견고케 하시리로다(셀라) 9하나님이여 우리가 주의 전 가운데서 주의 인자하심을 생각하였나이다 10하나님이여 주의 이름과 같이 찬송도 땅 끝까지 미쳤으며 주의 오른손에는 정의가 충만하나이다 11주의 판단을 인하여 시온 산은 기뻐하고 유다의 딸들은 즐거워할지어다 12너희는 시온을 편답하고 그것을 순행하며 그 망대들을 계수하라 13그 성벽을 자세히 보고 그 궁전을 살펴서 후대에 전하라 14이 하나님은 영영히 우리 하나님이시니 우리를 죽을 때까지 인도하시리로다
1Great is Yahweh, and greatly to be praised, in the city of our God, in his holy mountain. 2Beautiful in elevation, the joy of the whole earth, is Mount Zion, on the north sides, the city of the great King. 3God has shown himself in her citadels as a refuge. 4For, behold, the kings assembled themselves, they passed by together. 5They saw it, then they were amazed. They were dismayed. They hurried away. 6Trembling took hold of them there, pain, as of a woman in travail. 7With the east wind, you break the ships of Tarshish. 8As we have heard, so we have seen, in the city of Yahweh of Armies, in the city of our God. God will establish it forever. Selah. 9We have thought about your loving kindness, God, in the midst of your temple. 10As is your name, God, so is your praise to the ends of the earth. Your right hand is full of righteousness. 11Let Mount Zion be glad! Let the daughters of Judah rejoice, Because of your judgments. 12Walk about Zion, and go around her. Number its towers. 13Mark well her bulwarks. Consider her palaces, that you may tell it to the next generation. 14For this God is our God forever and ever. He will be our guide even to death.
1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. 2De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid. 3Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings. 4God is in haar paleizen; Hij is er bekend voor een Hoog Vertrek. 5Want ziet, de koningen waren vergaderd; zij waren te zamen doorgetogen. 6Gelijk zij het zagen, alzo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg. 7Beving greep hen aldaar aan, smart als van een barende vrouw. 8Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis. 9Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela. 10O God! wij gedenken Uwer weldadigheid, in het midden Uws tempels. 11Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid. 12Laat de berg Sion blijde zijn; laat de dochteren van Juda zich verheugen, om Uwer oordelen wil. 13Gaat rondom Sion, en omringt haar; telt haar torens; 14Zet uw hart op haar vesting; beschouwt onderscheidenlijk haar paleizen, opdat gij het aan het navolgende geslacht vertelt. Want deze God is onze God eeuwiglijk en altoos; Hij zal ons geleiden tot den dood toe.
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.