1여호와여 주의 노로 나를 책하지 마시고 분노로 나를 징계치 마소서 2주의 살이 나를 찌르고 주의 손이 나를 심히 누르시나이다 3주의 진노로 인하여 내 살에 성한 곳이 없사오며 나의 죄로 인하여 내 뼈에 평안함이 없나이다 4내 죄악이 내 머리에 넘쳐서 무거운 짐 같으니 감당할 수 없나이다 5내 상처가 썩어 악취가 나오니 나의 우매한 연고로소이다 6내가 아프고 심히 구부러졌으며 종일토록 슬픈 중에 다니나이다 7내 허리에 열기가 가득하고 내 살에 성한 곳이 없나이다 8내가 피곤하고 심히 상하였으매 마음이 불안하여 신음하나이다 9주여 나의 모든 소원이 주의 앞에 있사오며 나의 탄식이 주의 앞에 감추이지 아니하나이다 10내 심장이 뛰고 내 기력이 쇠하여 내 눈의 빛도 나를 떠났나이다 11나의 사랑하는 자와 나의 친구들이 나의 상처를 멀리하고 나의 친척들도 멀리 섰나이다 12내 생명을 찾는 자가 올무를 놓고 나를 해하려는 자가 괴악한 일을 말하여 종일토록 궤계를 도모하오나 13나는 귀먹은 자 같이 듣지 아니하고 벙어리 같이 입을 열지 아니하오니 14나는 듣지 못하는 자 같아서 입에는 변박함이 없나이다 15여호와여 내가 주를 바랐사오니 내 주 하나님이 내게 응락하시리이다 16내가 말하기를 두렵건대 저희가 내게 대하여 기뻐하며 내가 실족할 때에 나를 향하여 망자존대할까 하였나이다 17내가 넘어지게 되었고 나의 근심이 항상 내 앞에 있사오니 18내 죄악을 고하고 내 죄를 슬퍼함이니이다 19내 원수가 활발하며 강하고 무리하게 나를 미워하는 자가 무수하오며 20또 악으로 선을 갚는 자들이 내가 선을 좇는 연고로 나를 대적하나이다 21여호와여 나를 버리지 마소서 나의 하나님이여 나를 멀리하지 마소서 22속히 나를 도우소서 주 나의 구원이시여
1Yahweh, don’t rebuke me in your wrath, neither chasten me in your hot displeasure. 2For your arrows have pierced me, your hand presses hard on me. 3There is no soundness in my flesh because of your indignation, neither is there any health in my bones because of my sin. 4For my iniquities have gone over my head. As a heavy burden, they are too heavy for me. 5My wounds are loathsome and corrupt, because of my foolishness. 6I am pained and bowed down greatly. I go mourning all day long. 7For my waist is filled with burning. There is no soundness in my flesh. 8I am faint and severely bruised. I have groaned by reason of the anguish of my heart. 9Lord, all my desire is before you. My groaning is not hidden from you. 10My heart throbs. My strength fails me. As for the light of my eyes, it has also left me. 11My lovers and my friends stand aloof from my plague. My kinsmen stand far away. 12They also who seek after my life lay snares. Those who seek my hurt speak mischievous things, and meditate deceits all day long. 13But I, as a deaf man, don’t hear. I am as a mute man who doesn’t open his mouth. 14Yes, I am as a man who doesn’t hear, in whose mouth are no reproofs. 15For in you, Yahweh, do I hope. You will answer, Lord my God. 16For I said, “Don’t let them gloat over me, or exalt themselves over me when my foot slips.” 17For I am ready to fall. My pain is continually before me. 18For I will declare my iniquity. I will be sorry for my sin. 19But my enemies are vigorous and many. Those who hate me without reason are numerous. 20They who also render evil for good are adversaries to me, because I follow what is good. 21Don’t forsake me, Yahweh. My God, don’t be far from me. 22Hurry to help me, Lord, my salvation.
1Een psalm van David, om te doen gedenken. 2O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid. 3Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald. 4Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde. 5Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden. 6Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid. 7Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart. 8Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees. 9Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten. 10HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen. 11Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij. 12Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre. 13En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen. 14Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet. 15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn. 16Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God! 17Want ik zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken. 18Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij. 19Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde. 20Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot. 21En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag. 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil!
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.