1여호와여 내 기도를 들으시며 내 간구에 귀를 기울이시고 주의 진실과 의로 내게 응답하소서 2주의 종에게 심판을 행치 마소서 주의 목전에는 의로운 인생이 하나도 없나이다 3원수가 내 영혼을 핍박하며 내 생명을 땅에 엎어서 나로 죽은지 오랜 자 같이 흑암한 곳에 거하게 하였나이다 4그러므로 내 심령이 속에서 상하며 내 마음이 속에서 참담하니이다 5내가 옛날을 기억하고 주의 모든 행하신 것을 묵상하며 주의 손의 행사를 생각하고 6주를 향하여 손을 펴고 내 영혼이 마른 땅 같이 주를 사모하나이다(셀라) 7여호와여 속히 내게 응답하소서 내 영혼이 피곤하니이다 주의 얼굴을 내게서 숨기지 마소서 내가 무덤에 내려가는 자 같을까 두려워하나이다 8아침에 나로 주의 인자한 말씀을 듣게 하소서 내가 주를 의뢰함이니이다 나의 다닐 길을 알게 하소서 내가 내 영혼을 주께 받듦이니이다 9여호와여 나를 내 원수들에게서 건지소서 내가 주께 피하여 숨었나이다 10주는 나의 하나님이시니 나를 가르쳐 주의 뜻을 행케 하소서 주의 신이 선하시니 나를 공평한 땅에 인도하소서 11여호와여 주의 이름을 인하여 나를 살리시고 주의 의로 내 영혼을 환난에서 끌어내소서 12주의 인자하심으로 나의 원수들을 끊으시고 내 영혼을 괴롭게 하는 자를 다 멸하소서 나는 주의 종이니이다
1Hear my prayer, Yahweh. Listen to my petitions. In your faithfulness and righteousness, relieve me. 2Don’t enter into judgment with your servant, for in your sight no man living is righteous. 3For the enemy pursues my soul. He has struck my life down to the ground. He has made me live in dark places, as those who have been long dead. 4Therefore my spirit is overwhelmed within me. My heart within me is desolate. 5I remember the days of old. I meditate on all your doings. I contemplate the work of your hands. 6I spread out my hands to you. My soul thirsts for you, like a parched land. Selah. 7Hurry to answer me, Yahweh. My spirit fails. Don’t hide your face from me, so that I don’t become like those who go down into the pit. 8Cause me to hear your loving kindness in the morning, for I trust in you. Cause me to know the way in which I should walk, for I lift up my soul to you. 9Deliver me, Yahweh, from my enemies. I flee to you to hide me. 10Teach me to do your will, for you are my God. Your Spirit is good. Lead me in the land of uprightness. 11Revive me, Yahweh, for your name’s sake. In your righteousness, bring my soul out of trouble. 12In your loving kindness, cut off my enemies, and destroy all those who afflict my soul, For I am your servant.
1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid. 2En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn. 3Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn. 4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij. 5Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen. 6Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U als een dorstig land. Sela. 7Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen. 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op. 9Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik. 10Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land. 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid. 12En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.