1하나님이여 나의 근심하는 소리를 들으시고 원수의 두려움에서 나의 생명을 보존하소서 2주는 나를 숨기사 행악자의 비밀한 꾀에서와 죄악을 짓는 자의 요란에서 벗어나게 하소서 3저희가 칼 같이 자기 혀를 연마하며 화살 같이 독한 말로 겨누고 4숨은 곳에서 완전한 자를 쏘려 하다가 갑자기 쏘고 두려워하지 않도다 5저희는 악한 목적으로 서로 장려하며 비밀히 올무놓기를 함께 의논하고 하는 말이 누가 보리요 하며 6저희는 죄악을 도모하며 이르기를 우리가 묘책을 찾았다 하나니 각 사람의 속 뜻과 마음이 깊도다 7그러나 하나님이 저희를 쏘시리니 저희가 홀연히 살에 상하리로다 8이러므로 저희가 엎드러지리니 저희의 혀가 저희를 해함이라 저희를 보는 자가 다 머리를 흔들리로다 9모든 사람이 두려워하여 하나님의 일을 선포하며 그 행하심을 깊이 생각하리로다 10의인은 여호와를 인하여 즐거워하며 그에게 피하리니 마음이 정직한 자는 다 자랑하리로다
1Hear my voice, God, in my complaint. Preserve my life from fear of the enemy. 2Hide me from the conspiracy of the wicked, from the noisy crowd of the ones doing evil; 3who sharpen their tongue like a sword, and aim their arrows, deadly words, 4to shoot innocent men from ambushes. They shoot at him suddenly and fearlessly. 5They encourage themselves in evil plans. They talk about laying snares secretly. They say, “Who will see them?” 6They plot injustice, saying, “We have made a perfect plan!” Surely man’s mind and heart are cunning. 7But God will shoot at them. They will be suddenly struck down with an arrow. 8Their own tongues shall ruin them. All who see them will shake their heads. 9All mankind shall be afraid. They shall declare the work of God, and shall wisely ponder what he has done. 10The righteous shall be glad in Yahweh, and shall take refuge in him. All the upright in heart shall praise him!
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2Hoor, o God! mijn stem in mijn geklag; behoed mijn leven voor des vijands schrik. 3Verberg mij voor den heimelijken raad der boosdoeners, voor de oproerigheid van de werkers der ongerechtigheid. 4Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl; 5Om in verborgen plaatsen den oprechte te schieten; haastig schieten zij naar hem, en vrezen niet. 6Zij sterken zichzelven in een boze zaak; zij houden spraak van strikken te verbergen; zij zeggen: Wie zal ze zien? 7Zij doorzoeken allerlei schalkheid; ten uiterste doorzoeken zij, wat te doorzoeken is; zelfs het binnenste eens mans, en het diepe hart. 8Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er. 9En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken. 10En alle mensen zullen vrezen, en Gods werk verkondigen, en Zijn doen verstandelijk aanmerken. De rechtvaardige zal zich verblijden in den HEERE, en op Hem betrouwen; en alle oprechten van hart zullen zich beroemen.
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.