1만군의 여호와여 주의 장막이 어찌 그리 사랑스러운지요 2내 영혼이 여호와의 궁정을 사모하여 쇠약함이여 내 마음과 육체가 생존하시는 하나님께 부르짖나이다 3나의 왕, 나의 하나님, 만군의 여호와여 주의 제단에서 참새도 제 집을 얻고 제비도 새끼 둘 보금자리를 얻었나이다 4주의 집에 거하는 자가 복이 있나이다 저희가 항상 주를 찬송하리이다(셀라) 5주께 힘을 얻고 그 마음에 시온의 대로가 있는 자는 복이 있나이다 6저희는 눈물 골짜기로 통행할 때에 그곳으로 많은 샘의 곳이 되게 하며 이른 비도 은택을 입히나이다 7저희는 힘을 얻고 더 얻어 나아가 시온에서 하나님 앞에 각기 나타나리이다 8만군의 하나님 여호와여 내 기도를 들으소서 야곱의 하나님이여 귀를 기울이소서(셀라) 9우리 방패이신 하나님이여 주의 기름 부으신 자의 얼굴을 살펴 보옵소서 10주의 궁정에서 한 날이 다른 곳에서 천 날보다 나은즉 악인의 장막에 거함보다 내 하나님 문지기로 있는 것이 좋사오니 11여호와 하나님은 해요 방패시라 여호와께서 은혜와 영화를 주시며 정직히 행하는 자에게 좋은 것을 아끼지 아니하실 것임이니이다 12만군의 여호와여 주께 의지하는 자는 복이 있나이다
1How lovely are your dwellings, Yahweh of Armies! 2My soul longs, and even faints for the courts of Yahweh. My heart and my flesh cry out for the living God. 3Yes, the sparrow has found a home, and the swallow a nest for herself, where she may have her young, near your altars, Yahweh of Armies, my King, and my God. 4Blessed are those who dwell in your house. They are always praising you. Selah. 5Blessed are those whose strength is in you; who have set their hearts on a pilgrimage. 6Passing through the valley of Weeping, they make it a place of springs. Yes, the autumn rain covers it with blessings. 7They go from strength to strength. Everyone of them appears before God in Zion. 8Yahweh, God of Armies, hear my prayer. Listen, God of Jacob. Selah. 9Behold, God our shield, look at the face of your anointed. 10For a day in your courts is better than a thousand. I would rather be a doorkeeper in the house of my God, than to dwell in the tents of wickedness. 11For Yahweh God is a sun and a shield. Yahweh will give grace and glory. He withholds no good thing from those who walk blamelessly. 12Yahweh of Armies, blessed is the man who trusts in you.
1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach. 2Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen! 3Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God. 4Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God! 5Welgelukzalig zijn zij, die in Uw huis wonen; zij prijzen U gestadiglijk. Sela. 6Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn. 7Als zij door het dal der moerbezienbomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken. 8Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion. 9HEERE, God der heirscharen! hoor mijn gebed; neem het ter oren, o God van Jakob! Sela. 10O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden. 11Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid. 12Want God, de HEERE, is een Zon en Schild; de HEERE zal genade en eer geven; Hij zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid wandelen. HEERE der heirscharen! welgelukzalig is de mens, die op U vertrouwt.
절 번호는 선택한 번역본을 따르며, 몇몇 장에서는 한 절씩 다를 수 있습니다.