1神はユダに知られ、そのみ名はイスラエルにおいて偉大である。 2その幕屋はサレムにあり、そのすまいはシオンにある。 3かしこで神は弓の火矢を折り、盾とつるぎと戦いの武器をこわされた。〔セラ 4あなたは永久の山々にまさって光栄あり、威厳がある。 5雄々しい者はかすめられ、彼らは眠りに沈み、いくさびとは皆その手を施すことができなかった。 6ヤコブの神よ、あなたのとがめによって、乗り手と馬とは深い眠りに陥った。 7しかし、あなたこそは恐るべき方である。あなたが怒りを発せられるとき、だれがみ前に立つことができよう。 8あなたは天からさばきを仰せられた。神が地のしえたげられた者を救うために、さばきに立たれたとき、地は恐れて、沈黙した。〔セラ 10まことに人の怒りはあなたをほめたたえる。怒りの余りをあなたは帯とされる。 11あなたがたの神、主に誓いを立てて、それを償え。その周囲のすべての者は恐るべき主に贈り物をささげよ。 12主はもろもろの君たちのいのちを断たれる。主は地の王たちの恐るべき者である。
1In Judah, God is known. His name is great in Israel. 2His tabernacle is also in Salem; His dwelling place in Zion. 3There he broke the flaming arrows of the bow, the shield, and the sword, and the weapons of war. Selah. 4Glorious are you, and excellent, more than mountains of game. 5Valiant men lie plundered, they have slept their last sleep. None of the men of war can lift their hands. 6At your rebuke, God of Jacob, both chariot and horse are cast into a deep sleep. 7You, even you, are to be feared. Who can stand in your sight when you are angry? 8You pronounced judgment from heaven. The earth feared, and was silent, 9when God arose to judgment, to save all the afflicted ones of the earth. Selah. 10Surely the wrath of man praises you. The survivors of your wrath are restrained. 11Make vows to Yahweh your God, and fulfill them! Let all of his neighbors bring presents to him who is to be feared. 12He will cut off the spirit of princes. He is feared by the kings of the earth.
1Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel. 3En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion. 4Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela. 5Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de roofbergen. 6De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden. 7Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken. 8Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af? 9Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil, 10Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela. 11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden. 12Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen; Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is.
Enterキーでこの節に色をつけたり、メモを書いたり、コピーしたりできます。矢印キーで次の節へ移動します。
節番号は選んだ翻訳に従います。いくつかの章では一節ずれることがあります。