1もろもろの天は神の栄光をあらわし、大空はみ手のわざをしめす。 2この日は言葉をかの日につたえ、この夜は知識をかの夜につげる。 3話すことなく、語ることなく、その声も聞えないのに、 4その響きは全地にあまねく、その言葉は世界のはてにまで及ぶ。神は日のために幕屋を天に設けられた。 5日は花婿がその祝のへやから出てくるように、また勇士が競い走るように、その道を喜び走る。 6それは天のはてからのぼって、天のはてにまで、めぐって行く。その暖まりをこうむらないものはない。 7主のおきては完全であって、魂を生きかえらせ、主のあかしは確かであって、無学な者を賢くする。 8主のさとしは正しくて、心を喜ばせ、主の戒めはまじりなくて、眼を明らかにする。 9主を恐れる道は清らかで、とこしえに絶えることがなく、主のさばきは真実であって、ことごとく正しい。 10これらは金よりも、多くの純金よりも慕わしく、また蜜よりも、蜂の巣のしたたりよりも甘い。 11あなたのしもべは、これらによって戒めをうける。これらを守れば、大いなる報いがある。 12だれが自分のあやまちを知ることができましようか。どうか、わたしを隠れたとがから解き放ってください。 13また、あなたのしもべを引きとめて、故意の罪を犯させず、これに支配されることのないようにしてください。そうすれば、わたしはあやまちのない者となって、大いなるとがを免れることができるでしょう。 14わが岩、わがあがないぬしなる主よ、どうか、わたしの口の言葉と、心の思いがあなたの前に喜ばれますように。
1The heavens declare the glory of God. The expanse shows his handiwork. 2Day after day they pour out speech, and night after night they display knowledge. 3There is no speech nor language, where their voice is not heard. 4Their voice has gone out through all the earth, their words to the end of the world. In them he has set a tent for the sun, 5which is as a bridegroom coming out of his room, like a strong man rejoicing to run his course. 6His going out is from the end of the heavens, his circuit to its ends; There is nothing hidden from its heat. 7Yahweh’s law is perfect, restoring the soul. Yahweh’s testimony is sure, making wise the simple. 8Yahweh’s precepts are right, rejoicing the heart. Yahweh’s commandment is pure, enlightening the eyes. 9The fear of Yahweh is clean, enduring forever. Yahweh’s ordinances are true, and righteous altogether. 10More to be desired are they than gold, yes, than much fine gold; sweeter also than honey and the extract of the honeycomb. 11Moreover by them is your servant warned. In keeping them there is great reward. 12Who can discern his errors? Forgive me from hidden errors. 13Keep back your servant also from presumptuous sins. Let them not have dominion over me. Then I will be upright. I will be blameless and innocent of great transgression. 14Let the words of my mouth and the meditation of my heart be acceptable in your sight, Yahweh, my rock, and my redeemer.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. 3De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. 4Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord. 5Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft in dezelve een tent gesteld voor de zon. 6En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen. 7Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte. 8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende. 9De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen. 10De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig. 11Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem. 12Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon. 13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen. 14Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding. Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser!
Enterキーでこの節に色をつけたり、メモを書いたり、コピーしたりできます。矢印キーで次の節へ移動します。
節番号は選んだ翻訳に従います。いくつかの章では一節ずれることがあります。