1神はわれらの避け所また力である。悩める時のいと近き助けである。 2このゆえに、たとい地は変り、山は海の真中に移るとも、われらは恐れない。 3たといその水は鳴りとどろき、あわだつとも、そのさわぎによって山は震え動くとも、われらは恐れない。〔セラ 4一つの川がある。その流れは神の都を喜ばせ、いと高き者の聖なるすまいを喜ばせる。 5神がその中におられるので、都はゆるがない。神は朝はやく、これを助けられる。 6もろもろの民は騒ぎたち、もろもろの国は揺れ動く、神がその声を出されると地は溶ける。 7万軍の主はわれらと共におられる、ヤコブの神はわれらの避け所である。〔セラ 8来て、主のみわざを見よ、主は驚くべきことを地に行われた。 9主は地のはてまでも戦いをやめさせ、弓を折り、やりを断ち、戦車を火で焼かれる。 10「静まって、わたしこそ神であることを知れ。わたしはもろもろの国民のうちにあがめられ、全地にあがめられる」。 11万軍の主はわれらと共におられる、ヤコブの神はわれらの避け所である。〔セラ
1God is our refuge and strength, a very present help in trouble. 2Therefore we won’t be afraid, though the earth changes, though the mountains are shaken into the heart of the seas; 3though its waters roar and are troubled, though the mountains tremble with their swelling. Selah. 4There is a river, the streams of which make the city of God glad, the holy place of the tents of the Most High. 5God is in her midst. She shall not be moved. God will help her at dawn. 6The nations raged. The kingdoms were moved. He lifted his voice, and the earth melted. 7Yahweh of Armies is with us. The God of Jacob is our refuge. Selah. 8Come, see Yahweh’s works, what desolations he has made in the earth. 9He makes wars cease to the end of the earth. He breaks the bow, and shatters the spear. He burns the chariots in the fire. 10“Be still, and know that I am God. I will be exalted among the nations. I will be exalted in the earth.” 11Yahweh of Armies is with us. The God of Jacob is our refuge. Selah.
1Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. 2God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden. 3Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen; 4Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela. 5De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten. 6God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond. 7De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt. 8De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela. 9Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht. 10Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt. 11Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
Enterキーでこの節に色をつけたり、メモを書いたり、コピーしたりできます。矢印キーで次の節へ移動します。
節番号は選んだ翻訳に従います。いくつかの章では一節ずれることがあります。