1Au chef des chantres. Sur instruments à cordes. De David. 2Ô Dieu ! écoute mes cris, Sois attentif à ma prière ! 3Du bout de la terre je crie à toi, le cœur abattu ; Conduis-moi sur le rocher que je ne puis atteindre ! 4Car tu es pour moi un refuge, Une tour forte, en face de l’ennemi. 5Je voudrais séjourner éternellement dans ta tente, Me réfugier à l’abri de tes ailes. -Pause. 6Car toi, ô Dieu ! tu exauces mes vœux, Tu me donnes l’héritage de ceux qui craignent ton nom. 7Ajoute des jours aux jours du roi ; Que ses années se prolongent à jamais ! 8Qu’il reste sur le trône éternellement devant Dieu ! Fais que ta bonté et ta fidélité veillent sur lui ! 9Alors je chanterai sans cesse ton nom, En accomplissant chaque jour mes vœux.
1Hear my cry, God. Listen to my prayer. 2From the end of the earth, I will call to you, when my heart is overwhelmed. Lead me to the rock that is higher than I. 3For you have been a refuge for me, a strong tower from the enemy. 4I will dwell in your tent forever. I will take refuge in the shelter of your wings. Selah. 5For you, God, have heard my vows. You have given me the heritage of those who fear your name. 6You will prolong the king’s life; his years shall be for generations. 7He shall be enthroned in God’s presence forever. Appoint your loving kindness and truth, that they may preserve him. 8So I will sing praise to your name forever, that I may fulfill my vows daily.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed. 3Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn. 4Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand. 5Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela. 6Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen. 7Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht; 8Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden. Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.
Les numéros de versets suivent la traduction choisie et peuvent différer d'un verset dans quelques chapitres.