1A NO haber estado Jehová por nosotros, diga ahora Israel; 2A no haber estado Jehová por nosotros, cuando se levantaron contra nosotros los hombres, 3Vivos nos habrían entonces tragado, cuando se encendió su furor en nosotros. 4Entonces nos habrían inundado las aguas; sobre nuestra alma hubiera pasado el torrente: 5Hubieran entonces pasado sobre nuestra alma las aguas soberbias. 6Bendito Jehová, que no nos dió por presa á sus dientes. 7Nuestra alma escapó cual ave del lazo de los cazadores: quebróse el lazo, y escapamos nosotros. 8Nuestro socorro es en el nombre de Jehová, que hizo el cielo y la tierra.
1If it had not been Yahweh who was on our side, let Israel now say, 2if it had not been Yahweh who was on our side, when men rose up against us; 3then they would have swallowed us up alive, when their wrath was kindled against us; 4then the waters would have overwhelmed us, the stream would have gone over our soul; 5then the proud waters would have gone over our soul. 6Blessed be Yahweh, who has not given us as a prey to their teeth. 7Our soul has escaped like a bird out of the fowler’s snare. The snare is broken, and we have escaped. 8Our help is in Yahweh’s name, who made heaven and earth.
1Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel, 2Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden; 3Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak. 4Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn. 5Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn. 6De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof. 7Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen. 8Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
La numeración de los versículos sigue la traducción elegida y en algunos capítulos puede diferir en un versículo.