Ir al contenido
Beta

El tabernáculo

Una tienda donde Dios vivía

Entra en la tienda de Dios en el desierto, de la puerta al arca. Todo lo que encuentras por el camino ya apunta a Jesús.

Por ahora, las explicaciones de pasajes y libros solo están en neerlandés, y la Biblia aún no está en español: de momento lees la World English Bible en inglés. La app sí está en español; las traducciones llegarán.

Entra con nosotros

De la puerta al este hasta el lugar santísimo. Haz clic en una parte o avanza paso a paso. El atrio mide 100 codos: unos 45 metros.

Este100 codos ≈ 45 m50 codos ≈ 22,5 mAtrioLugar santoLugar santísimo30 codos ≈ 13,5 m
Dibujado a escala; un codo mide unos 45 cm. La cerca tenía unos 2,3 metros de alto: no se podía ver por encima. El Éxodo no dice exactamente dónde estaba la tienda en el atrio; esta es la reconstrucción habitual.

Paso 1 de 9: De poort

Paso 1 de 9Atrio

De poort

Een gordijn van twintig el breed, in blauw, purper en scharlaken op fijn linnen, aan vier pilaren.

Exodus 27:16

¿Para qué servía?

De voorhof had maar één ingang, aan de oostkant. Wie naar God toe wilde, kwam door deze poort: een kleurig gordijn tussen de witte omheining, breed genoeg voor iedereen.

¿Qué ves?

Hoeveel ingangen zie jij?

Maar één! Jezus zegt: Ik ben de deur. Iedereen mag door Hem naar binnen.

Apunta a Jesús

Jezus zegt: 'Ik ben de deur. Wie door Mij binnengaat, zal gered worden.' Er is één weg naar binnen, en hij staat wijd open.

Cuatro capas sobre la tienda

Por fuera una sencilla tienda de pieles, por dentro oro y lino de colores. Elige una capa y las de encima se levantan.

Unos 13,5 m de largo, 4,5 m de ancho y 4,5 m de alto. La figura roja es una persona. Cómo colgaban exactamente las cubiertas es una reconstrucción.

Capa 1 de 5

Buitenste huiden

De buitenste laag. Het Hebreeuwse woord (tachasj) is onzeker: dassenvellen, zeekoeienhuid of gewoon fijn leer. Daardoor zag de tent er van buiten eenvoudig uit. Christenen denken hier soms aan Jezus, die 'geen gestalte had die ons aantrok' (Jesaja 53:2), terwijl Gods heerlijkheid in Hem woonde.

Van buiten zag de tent er heel gewoon uit. Maar wacht maar tot je binnen kijkt!

Exodus 26:14

El velo se rasgó

Cuando Jesús murió, el velo del templo, sucesor de esta tienda, se rasgó en dos. De arriba abajo: no por personas, sino por Dios.

¡Pulsa el botón y mira lo que pasa!

La tienda en el resto de la Biblia

De la nube sobre la tienda hasta el cielo nuevo y la tierra nueva: Dios que quiere vivir con las personas.

  • Toen alles klaar was, bedekte de wolk de tent en vulde de heerlijkheid van de HEER de woning. Overdag een wolk, 's nachts vuur: zo trok God mee.

    Exodus 40:34–38
  • Het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond, letterlijk: zijn tent bij ons opgeslagen. 'Wij hebben zijn heerlijkheid gezien.'

    Johannes 1:14
  • Volgens Hebreeën was de tent 'een afbeelding en schaduw' van het hemelse heiligdom. Mozes moest bouwen naar het voorbeeld dat hij op de berg had gezien.

    Hebreeën 8:5
  • Christus kwam als hogepriester en ging niet met bloed van dieren, maar met zijn eigen bloed, één keer het heiligdom binnen, voor altijd.

    Hebreeën 9:11–12
  • Paulus schrijft aan de gemeente: 'Weten jullie niet dat jullie een tempel van God zijn, en dat de Geest van God in jullie woont?'

    1 Korintiërs 3:16
  • Aan het einde klinkt het opnieuw: 'Zie, de tent van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen.' Waar het in de woestijn begon, komt het thuis.

    Openbaring 21:3

Contexto y preguntas

Lo que sabemos de la tienda como historia, y dónde hay incertidumbre.

Wanneer en hoe werd de tent gebouwd?

Bij de berg Sinai, in het jaar na de uittocht uit Egypte. Het volk gaf het goud, zilver, brons, de stoffen en het hout zelf, zo gul dat Mozes moest zeggen dat het genoeg was (Exodus 36:5–7). Bezaleël en Oholiab leidden het werk. Op de eerste dag van het tweede jaar werd de tent opgezet (Exodus 40:17).

Waarom stond de ingang in het oosten?

Exodus zegt het niet (27:13). Veel uitleggers zien een echo van de hof van Eden: ook daar was de ingang aan de oostkant, bewaakt door cherubs (Genesis 3:24). In de tent komen die cherubs terug, op het voorhangsel en op de ark, en de kandelaar lijkt op een bloeiende boom. De weg terug naar God begint in het oosten.

Wat gebeurde er later met de tent?

De Levieten droegen hem veertig jaar mee door de woestijn (Numeri 4). In het land stond hij lang in Silo (Jozua 18:1), later in Gibeon. Salomo bouwde de tempel op hetzelfde plan, twee keer zo groot (1 Koningen 6). De ark verdween toen Babel Jeruzalem verwoestte (586 v.C.); niemand weet waar hij gebleven is.

Weten we precies hoe hij eruitzag?

Niet helemaal. Exodus geeft veel maten, maar niet alles: hoe groot de kandelaar was, hoe de kleden precies hingen, waar de tent in de voorhof stond. Elke tekening, ook deze, is een reconstructie. Waar de tekst zwijgt, volgen we de gangbare keuze: de tent in de westelijke helft, het allerheiligste een kubus van 10 el.

Moet elk detail iets over Jezus betekenen?

Het Nieuwe Testament leest de tent zelf als schaduw van Christus (Hebreeën 8–10, Kolossenzen 2:17). Maar Hebreeën zegt ook bescheiden: 'daarover kunnen we nu niet in bijzonderheden spreken' (9:5). Bij de grote lijnen (de poort, het offer, het brood, het licht, het voorhangsel) is het Nieuwe Testament duidelijk; bij kleine details, zoals de kleur van een kleed of het aantal haken, verschillen christenen en past bescheidenheid.

Léelo tú mismo en el Éxodo.

Leer Éxodo 25