1JEHOVÁ dijo á mi Señor: Siéntate á mi diestra, en tanto que pongo tus enemigos por estrado de tus pies. 2La vara de tu fortaleza enviará Jehová desde Sión: domina en medio de tus enemigos. 3Tu pueblo serálo de buena voluntad en el día de tu poder, en la hermosura de la santidad: desde el seno de la aurora, tienes tú el rocío de tu juventud. 4Juró Jehová, y no se arrepentirá: Tú eres sacerdote para siempre según el orden de Melchîsedech. 5El Señor á tu diestra herirá á los reyes en el día de su furor. 6Juzgará en las gentes, llenarálas de cadáveres: herirá las cabezas en muchas tierras. 7Del arroyo beberá en el camino: por lo cual levantará cabeza.
1Yahweh says to my Lord, “Sit at my right hand, until I make your enemies your footstool for your feet.” 2Yahweh will send out the rod of your strength out of Zion. Rule in the midst of your enemies. 3Your people offer themselves willingly in the day of your power, in holy array. Out of the womb of the morning, you have the dew of your youth. 4Yahweh has sworn, and will not change his mind: “You are a priest forever in the order of Melchizedek.” 5The Lord is at your right hand. He will crush kings in the day of his wrath. 6He will judge among the nations. He will heap up dead bodies. He will crush the ruler of the whole earth. 7He will drink of the brook on the way; therefore he will lift up his head.
1Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. 2De HEERE zal de scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden. 3Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder des dageraads zal U de dauw Uwer jeugd zijn. 4De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. 5De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns. 6Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land. 7Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.
La numeración de los versículos sigue la traducción elegida y en algunos capítulos puede diferir en un versículo.