Naar de inhoud
Bèta

Grote profeten

Ezechiël

Een priester in ballingschap ziet Gods heerlijkheid, niet in de tempel maar bij een rivier in Babel. Hij kondigt de val van Jeruzalem aan, en daarna nieuw leven: een nieuw hart, dorre beenderen die opstaan en een nieuwe tempel met een stroom die alles levend maakt.

Testament
Oude Testament
Genre
Profetie: visioenen, symbolische handelingen en orakels
Schrijver
De priester-profeet Ezechiël
Eerste lezers
Ballingen in Babel, vóór en na de val van Jeruzalem
Tijd
Ezechiël trad op in Babel, ca. 593–571 v.Chr.

Jezus in dit boek

God belooft zelf zijn schapen te zoeken (34:11–16); Jezus noemt zich de goede herder (Joh. 10). De stroom uit de tempel (47) klinkt door in 'stromen van levend water' (Joh. 7:38) en in de rivier in Openbaring 22.

Opbouw

  1. 1–3Roeping en visioenDe troonwagen bij de Kebar.
  2. 4–24Oordeel over JeruzalemTekenhandelingen, de heerlijkheid verlaat de tempel.
  3. 25–32Over de volkenTyrus, Egypte en anderen.
  4. 33–39HerstelDe wachter, de herder, een nieuw hart, de dorre beenderen.
  5. 40–48De nieuwe tempelDe HEERE is daar.

Hoofdstukken