1彼勒屈身,尼波弯腰;巴比伦的偶像驮在兽和牲畜上。他们所抬的如今成了重驮,使牲畜疲乏, 2都一同弯腰屈身,不能保全重驮,自己倒被掳去。 3雅各家,以色列家一切余剩的要听我言:你们自从生下,就蒙我保抱,自从出胎,便蒙我怀搋。 4直到你们年老,我仍这样;直到你们发白,我仍怀搋。我已造作,也必保抱;我必怀抱,也必拯救。 5你们将谁与我相比,与我同等,可以与我比较,使我们相同呢? 6那从囊中抓金子,用天平平银子的人,雇银匠制造神像,他们又俯伏,又叩拜。 7他们将神像抬起,扛在肩上,安置在定处,它就站立,不离本位;人呼求它,它不能答应,也不能救人脱离患难。 8你们当想念这事,自己作大丈夫。悖逆的人哪,要心里思想。 9你们要追念上古的事。因为我是 神,并无别神;我是 神,再没有能比我的。 10我从起初指明末后的事,从古时言明未成的事,说:我的筹算必立定;凡我所喜悦的,我必成就。 11我召鸷鸟从东方来,召那成就我筹算的人从远方来。我已说出,也必成就;我已谋定,也必做成。 12你们这些心中顽梗、远离公义的,当听我言。 13我使我的公义临近,必不远离。我的救恩必不迟延;我要为以色列―我的荣耀,在锡安施行救恩。
1Bel bows down, Nebo stoops; their idols are on the animals, and on the livestock: the things that you carried about are made a load, a burden to the weary. 2They stoop, they bow down together; they could not deliver the burden, but themselves have gone into captivity. 3“Listen to me, house of Jacob, and all the remnant of the house of Israel, that have been borne from their birth, that have been carried from the womb; 4and even to old age I am he, and even to gray hairs will I carry you. I have made, and I will bear; yes, I will carry, and will deliver. 5“To whom will you liken me, and make me equal, and compare me, that we may be like? 6Some pour out gold from the bag, and weigh silver in the balance. They hire a goldsmith, and he makes it a god. They fall down—yes, they worship. 7They bear it on the shoulder, they carry it, and set it in its place, and it stands, from its place it shall not move: yes, one may cry to it, yet it can not answer, nor save him out of his trouble. 8“Remember this, and show yourselves men; bring it again to mind, you transgressors. 9Remember the former things of old: for I am God, and there is no one else; I am God, and there is none like me; 10declaring the end from the beginning, and from ancient times things that are not yet done; saying, My counsel shall stand, and I will do all my pleasure; 11calling a ravenous bird from the east, the man of my counsel from a far country; yes, I have spoken, I will also bring it to pass; I have purposed, I will also do it. 12Listen to me, you stout-hearted, who are far from righteousness: 13I bring near my righteousness, it shall not be far off, and my salvation shall not wait; and I will place salvation in Zion for Israel my glory.
1Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen, hun afgoden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide beesten. 2Samen zijn zij nedergebogen, zij zijn gekromd, zij hebben den last niet kunnen redden, maar zijzelven zijn in de gevangenis gegaan. 3Hoor naar Mij, o huis van Jakob, en het ganse overblijfsel van het huis Israels! die van Mij gedragen zijt van den buik aan, en opgenomen van de baarmoeder af. 4En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden. 5Wien zoudt gijlieden Mij nabeelden, en evengelijk maken, en Mij vergelijken, dat wij elkander gelijken zouden? 6Zij verkwisten het goud uit de beurs, en wegen het zilver met de waag; zij huren een goudsmid, en die maakt het tot een god, zij knielen neder, ook buigen zij zich daarvoor. 7Zij nemen hem op den schouder, zij dragen hem, en zetten hem aan zijn plaats; daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid. 8Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders! 9Gedenkt der vorige dingen van oude tijden af, dat Ik God ben, en er is geen God meer, en er is niet gelijk Ik; 10Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. 11Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen opkomen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen. 12Hoort naar Mij, gij stijven van harte, gij, die verre van de gerechtigheid zijt! 13Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israel Mijn heerlijkheid.
节数按所选译本编排,在少数章节中可能相差一节。