Przejdź do treści
Beta
Wygląd

Kto jest kim

Ludzie Biblii

Prorocy, patriarchowie, sędziowie, królowie i królowe, kapłani i ludzie wokół Jezusa: kim byli, kiedy żyli i gdzie o nich czytasz? Szukaj po imieniu, zobacz królów na jednym pasie i idź za czerwoną nicią od Abrahama do Jezusa.

Objaśnienia fragmentów i ksiąg są na razie tylko po niderlandzku, a tekstu Biblii nie ma jeszcze po polsku (na razie czytasz angielską World English Bible). Sama aplikacja jest po polsku; tłumaczenia pojawią się wkrótce.

Zobacz też:ApostołowieCo znaczą imionaOś czasu

Dwudziestu bohaterów Biblii

Każda karta mówi, kto to jest i co się stało. Dotknij „Przeczytaj historię” i przeczytajcie ją razem.

Wszyscy w jednym miejscu

Szukaj imienia albo jego znaczenia, albo wybierz grupę lub czas. Przy każdej osobie widzisz, gdzie znaleźć ją w Biblii.

144 osoby

  • Adam

    Znaczenie imienia: “mens; 'uit de aarde' (adama)”

    De eerste mens, door God gemaakt uit stof van de aarde.

    • God blaast hem levensadem in en zet hem in de tuin.Rodzaju 2,7
    • Hij eet met Eva van de verboden boom en verstopt zich voor God.Rodzaju 3,8

    Czerwona nić do Jezusa

    Paulus noemt Jezus 'de laatste Adam': waar de eerste viel, geeft Hij nieuw leven.

    1 Koryntian 15,45
  • Eva

    Znaczenie imienia: “leven”

    De eerste vrouw, 'moeder van al wat leeft'.

    • God bouwt haar uit Adams zijde, en Adam juicht.Rodzaju 2,22
    • De slang misleidt haar; God belooft dat een nakomeling van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen.Rodzaju 3,15

    Czerwona nić do Jezusa

    Christenen noemen die belofte vaak 'het eerste evangelie': een nakomeling van de vrouw overwint het kwaad.

    Rodzaju 3,15
  • Noach

    Znaczenie imienia: “rust, troost”

    Rechtvaardig man die met zijn gezin de vloed overleeft.

    Czerwona nić do Jezusa

    Petrus ziet in de redding door het water een beeld van de doop.

    1 Piotra 3,20
  • Melchisedek

    Znaczenie imienia: “koning van gerechtigheid”

    Koning van Salem en priester van God de Allerhoogste.

    Czerwona nić do Jezusa

    Hebreeën noemt Jezus hogepriester 'naar de ordening van Melchisedek'.

    Hebrajczyków 7,17
  • Abraham

    Znaczenie imienia: “vader van veel volken”

    Stamvader van Israël en 'vader van alle gelovigen'.

    • God roept hem weg uit Haran: in jou zullen alle volken gezegend worden.Rodzaju 12,3
    • Is bereid Isaak te offeren; God zorgt zelf voor een ram.Rodzaju 22,13

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus zegt: 'Abraham verheugde zich dat hij mijn dag zou zien.'

    Jana 8,56
  • Sara

    Znaczenie imienia: “vorstin”

    Vrouw van Abraham, moeder van Isaak.

    • Lacht ongelovig als haar op hoge leeftijd een zoon wordt beloofd.Rodzaju 18,12
    • Krijgt Isaak en zegt: God heeft mij laten lachen.Rodzaju 21,6

    Czerwona nić do Jezusa

    Hebreeën noemt haar bij de mensen die op Gods belofte vertrouwden.

    Hebrajczyków 11,11
  • Hagar

    Egyptische slavin van Sara, moeder van Ismaël.

    • Vlucht de woestijn in; God ziet haar, en zij noemt Hem 'de God die naar mij omziet'.Rodzaju 16,13
    • God opent haar ogen voor een waterput en redt haar zoon.Rodzaju 21,19
  • Isaak

    Znaczenie imienia: “hij lacht”

    De beloofde zoon van Abraham en Sara.

    • Draagt zelf het hout de berg op, waar hij bijna geofferd wordt.Rodzaju 22,6
    • Trouwt met Rebekka en heeft haar lief.Rodzaju 24,67

    Czerwona nić do Jezusa

    Hebreeën zegt dat Abraham hem 'bij wijze van spreken uit de dood terugkreeg'; veel christenen zien hierin een vooruitwijzing naar Jezus.

    Hebrajczyków 11,19
  • Rebekka

    Vrouw van Isaak, moeder van Esau en Jakob.

    • Geeft de knecht van Abraham water, en zijn kamelen ook.Rodzaju 24,18
    • Hoort van God dat de oudste de jongste zal dienen.Rodzaju 25,23
  • Jakob

    Znaczenie imienia: “hielgrijper; later Israël: 'strijder met God'”

    Vader van de twaalf stammen, later Israël genoemd.

    • Droomt van een ladder tot in de hemel.Rodzaju 28,12
    • Worstelt 's nachts bij de Jabbok en krijgt de naam Israël.Rodzaju 32

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus zegt dat de engelen opstijgen en neerdalen op de Mensenzoon: Hij is zelf de ladder.

    Jana 1,51
  • Lea

    Eerste vrouw van Jakob, moeder van onder anderen Levi en Juda.

    • Minder geliefd dan haar zus, maar God ziet haar; bij Juda zegt ze: nu zal ik de HEER loven.Rodzaju 29,35

    Czerwona nić do Jezusa

    Uit haar zoon Juda komen koning David en uiteindelijk Jezus.

    Mateusza 1,2
  • Rachel

    Znaczenie imienia: “ooi (schaap)”

    Geliefde vrouw van Jakob, moeder van Jozef en Benjamin.

    • Jakob werkt zeven jaar voor haar, en het lijkt hem maar een paar dagen.Rodzaju 29,20
    • Sterft bij de geboorte van Benjamin, onderweg naar Betlehem.Rodzaju 35,19

    Czerwona nić do Jezusa

    Matteüs hoort haar huilen om haar kinderen als Herodes in Betlehem de kinderen laat doden.

    Mateusza 2,18
  • Juda

    Znaczenie imienia: “lof”

    Zoon van Jakob en Lea, stamvader van David en van Jezus.

    • Biedt zichzelf aan als slaaf in plaats van zijn broertje Benjamin.Rodzaju 44,33
    • Jakob zegent hem: de scepter zal niet wijken van Juda.Rodzaju 49,10

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus wordt 'de Leeuw uit de stam Juda' genoemd.

    Apokalipsa 5,5
  • Tamar

    Znaczenie imienia: “dadelpalm”

    Schoondochter van Juda, moeder van Peres.

    • Onrecht aangedaan dwingt ze Juda zijn plicht te doen; hij zegt: zij is rechtvaardiger dan ik.Rodzaju 38,26

    Czerwona nić do Jezusa

    Ze is de eerste vrouw in het geslachtsregister van Jezus.

    Mateusza 1,3
  • Jozef

    Znaczenie imienia: “Hij (God) voegt toe”

    Zoon van Jakob en Rachel, onderkoning van Egypte.

    • Krijgt een prachtig kleed en wordt door zijn jaloerse broers verkocht.Rodzaju 37,28
    • Vergeeft zijn broers: jullie bedoelden het kwaad, God bedoelde het goed.Rodzaju 50,20

    Czerwona nić do Jezusa

    Verworpen door zijn broers, verhoogd en de redder van wie hem verworpen hadden: Stefanus vertelt zijn verhaal, en veel christenen zien er Jezus in.

    Dzieje Apostolskie 7,9
  • Mozes

    Znaczenie imienia: “uit het water getrokken”

    Leider die Israël uit Egypte bevrijdt, profeet en wetgever.

    Czerwona nić do Jezusa

    Mozes beloofde een profeet zoals hij; Petrus zegt dat Jezus die profeet is.

    Dzieje Apostolskie 3,22
  • Aäron

    Broer van Mozes, de eerste hogepriester.

    Czerwona nić do Jezusa

    Hebreeën zet Jezus naast Aäron: een hogepriester die door God geroepen is en voor altijd blijft.

    Hebrajczyków 5,4
  • Mirjam

    Profetes, zus van Mozes en Aäron.

    • Een zus waakt bij het mandje van de kleine Mozes in de Nijl; meestal wordt aangenomen dat zij dat was.Wyjścia 2,4
    • Zingt en danst met de tamboerijn na de tocht door de zee.Wyjścia 15,20
  • Jozua

    Znaczenie imienia: “de HEER redt (dezelfde naam als Jezus)”

    Opvolger van Mozes, leidt Israël het beloofde land in.

    • God zegt: wees sterk en moedig, Ik ben met je.Jozuego 1,9
    • De muren van Jericho vallen na zeven dagen rondgaan.Jozuego 6,20

    Czerwona nić do Jezusa

    Zijn naam is in het Grieks 'Jezus'; Hebreeën zegt dat de echte rust nog moest komen.

    Hebrajczyków 4,8
  • Kaleb

    Verkenner die God vertrouwt als bijna niemand dat doet.

    • Zegt na de verkenning: we kunnen het land zeker innemen.Liczb 13,30
    • Vraagt op zijn vijfentachtigste nog om de bergen van Hebron.Jozuego 14,12
  • Rachab

    Znaczenie imienia: “ruim, breed”

    Vrouw in Jericho die de verkenners verbergt.

    • Laat een rood koord uit het raam hangen en wordt met haar familie gered.Jozuego 2,18

    Czerwona nić do Jezusa

    Ze staat in het geslachtsregister van Jezus en bij de helden van het geloof.

    Mateusza 1,5
  • Otniël

    Znaczenie imienia: “kracht van God”

    De eerste richter, familie van Kaleb.

    • De Geest van de HEER komt over hem; hij bevrijdt Israël en het land heeft veertig jaar rust.Sędziów 3,10
  • Ehud

    Linkshandige richter uit de stam Benjamin.

    • Bevrijdt Israël van koning Eglon van Moab met een verborgen zwaard.Sędziów 3,21
  • Samgar

    Richter die zeshonderd Filistijnen verslaat met een ossenprikkel.

  • Debora

    Znaczenie imienia: “bij”

    Profetes en richter die recht spreekt onder een palmboom.

    • Roept Barak op tegen het leger van Sisera, en gaat zelf mee.Sędziów 4,9
    • Zingt met Barak een lied over Gods overwinning.Sędziów 5,1
  • Barak

    Znaczenie imienia: “bliksem”

    Legeraanvoerder die met Debora Sisera verslaat.

  • Jaël

    Znaczenie imienia: “steenbok”

    Vrouw in een tent die de vluchtende legeroverste Sisera doodt.

    • Debora's lied prijst haar: gezegend boven de vrouwen in de tenten.Sędziów 5,24
  • Gideon

    Znaczenie imienia: “die omhakt”

    Bange boer die door God tot richter wordt geroepen.

    • De engel noemt hem 'dappere held' terwijl hij zich verstopt in een wijnpers.Sędziów 6,12
    • Verslaat Midian met driehonderd man, kruiken en fakkels.Sędziów 7,20
  • Tola

    Richter uit de stam Issaschar, drieëntwintig jaar.

  • Jaïr

    Znaczenie imienia: “hij verlicht”

    Richter uit Gilead, tweeëntwintig jaar.

  • Jefta

    Znaczenie imienia: “hij opent”

    Verstoten zoon die terug wordt gehaald als richter.

  • Ibsan

    Richter uit Betlehem, zeven jaar.

  • Elon

    Znaczenie imienia: “eik”

    Richter uit de stam Zebulon, tien jaar.

  • Abdon

    Znaczenie imienia: “dienaar”

    Richter uit Efraïm, acht jaar.

  • Simson

    Znaczenie imienia: “van de zon”

    Nazireeër met grote kracht, richter tegen de Filistijnen.

  • Eli

    Znaczenie imienia: “(mijn) God is hoog”

    Priester in Silo, veertig jaar richter.

    • Denkt dat de biddende Hanna dronken is, en zegent haar daarna.1 Samuela 1,17
    • Leert de jonge Samuël antwoorden: spreek, HEER, uw dienaar luistert.1 Samuela 3,9
  • Samuël

    Znaczenie imienia: “gehoord door God”

    ok. 1070–1010 p.n.e.

    De laatste richter, profeet die Saul en David zalft.

    Czerwona nić do Jezusa

    Petrus zegt dat alle profeten vanaf Samuël over de tijd van Jezus hebben gesproken.

    Dzieje Apostolskie 3,24
  • Ruth

    Przeczytaj księgę: Rut

    Moabitische die met haar schoonmoeder meegaat naar Betlehem.

    • Zegt tegen Noömi: jouw volk is mijn volk, jouw God is mijn God.Rut 1,16
    • Raapt aren op het veld van Boaz.Rut 2,3

    Czerwona nić do Jezusa

    Ze is de overgrootmoeder van David en staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Mateusza 1,5
  • Noömi

    Znaczenie imienia: “lieflijk”

    Weduwe die met lege handen terugkeert naar Betlehem.

    • Wil voortaan 'Mara' heten: bitter.Rut 1,20
    • Neemt haar kleinzoon Obed op schoot.Rut 4,16
  • Boaz

    Boer in Betlehem, de 'losser' van Ruth.

    • Laat Ruth expres extra aren oprapen.Rut 2,15
    • Koopt als losser het land terug en trouwt met Ruth.Rut 4,10

    Czerwona nić do Jezusa

    De losser die betaalt om terug te kopen is voor christenen een beeld van Jezus, de Verlosser; Boaz staat in zijn geslachtsregister.

    Mateusza 1,5
  • Hanna (moeder van Samuël)

    Znaczenie imienia: “genade”

    Moeder van Samuël, die God om een kind bidt.

    • Bidt in stilte; alleen haar lippen bewegen.1 Samuela 1,13
    • Zingt: de HEER maakt arm en maakt rijk, Hij vernedert en verhoogt.1 Samuela 2,7

    Czerwona nić do Jezusa

    De lofzang van Maria lijkt sterk op het lied van Hanna.

    Łukasza 1,46
  • Saul

    Znaczenie imienia: “gevraagd”

    1050–1010 p.n.e.Cały Izrael

    De eerste koning van Israël, een hoofd groter dan iedereen.

    Biblia nie podaje krótkiej oceny

  • David

    Znaczenie imienia: “geliefde”

    1010–970 p.n.e.Cały Izrael

    Herder, dichter en koning, 'een man naar Gods hart'.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA1 Królewska 15,5

    • Verslaat Goliat met een slinger en een steen.1 Samuela 17,50
    • Komt na zijn zonde met Batseba tot inkeer; Psalm 51 is zijn gebed.Psalmy 51

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus heet 'Zoon van David': de engel belooft Maria dat God Hem de troon van David geeft.

    Łukasza 1,32
  • Salomo

    Znaczenie imienia: “vrede”

    970–931 p.n.e.Cały Izrael

    Wijze koning die de tempel bouwt; op zijn oude dag dient hij ook andere goden.

    Częściowo dobrze, częściowo nie1 Królewska 11,6

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus zegt: hier is meer dan Salomo.

    Mateusza 12,42
  • Batseba

    Vrouw van Uria, later van David; moeder van Salomo.

    Czerwona nić do Jezusa

    Matteüs noemt haar 'de vrouw van Uria' in het geslachtsregister van Jezus.

    Mateusza 1,6
  • Abigaïl

    Znaczenie imienia: “mijn vader is vreugde”

    Verstandige vrouw die David van wraak afhoudt.

  • Natan

    Znaczenie imienia: “Hij (God) heeft gegeven”

    ok. 1000–970 p.n.e.

    Profeet aan het hof van David.

    • Brengt Gods belofte: jouw koningschap zal voor altijd bestaan.2 Samuela 7,16
    • Vertelt David het verhaal van het ooilam: jij bent die man!2 Samuela 12,7

    Czerwona nić do Jezusa

    De belofte van een koning uit Davids huis voor altijd wijst naar Jezus.

    Łukasza 1,33
  • Gad

    Znaczenie imienia: “geluk”

    ok. 1015–970 p.n.e.

    Ziener die David zijn leven lang raad geeft.

    • Zegt de vluchtende David terug te gaan naar Juda.1 Samuela 22,5
    • Laat David een altaar bouwen op de dorsvloer van Arauna, waar later de tempel komt.2 Samuela 24,18
  • Jerobeam I

    931–910 p.n.e.Izrael (północ)

    Eerste koning van het noordrijk Israël.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 13,33

    • Zet gouden kalveren neer in Betel en Dan, zodat het volk niet naar Jeruzalem gaat.1 Królewska 12,28
  • Nadab

    Znaczenie imienia: “vrijgevig”

    910–909 p.n.e.Izrael (północ)

    Zoon van Jerobeam; na twee jaar vermoord.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 15,26

  • Baësa

    909–886 p.n.e.Izrael (północ)

    Neemt de troon en roeit het huis van Jerobeam uit.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 15,34

  • Ela

    886–885 p.n.e.Izrael (północ)

    Zoon van Baësa, vermoord terwijl hij dronken is.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 16,13

  • Zimri

    885 p.n.e.Izrael (północ)

    Legeroverste die zeven dagen koning is.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 16,19

  • Omri

    885–874 p.n.e.Izrael (północ)

    Sterke koning die Samaria tot hoofdstad maakt.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 16,25

  • Achab

    874–853 p.n.e.Izrael (północ)

    Trouwt met Izebel en dient Baäl; tegenspeler van Elia.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 16,30

  • Achazja (Israël)

    853–852 p.n.e.Izrael (północ)

    Zoon van Achab.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 22,52

  • Joram (Israël)

    852–841 p.n.e.Izrael (północ)

    Zoon van Achab; slecht, maar niet zoals zijn vader en moeder.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 3,2

  • Jehu

    Znaczenie imienia: “de HEER is Hij”

    841–814 p.n.e.Izrael (północ)

    Legeraanvoerder die het huis van Achab uitroeit, maar de gouden kalveren laat staan.

    Częściowo dobrze, częściowo nie2 Królewska 10,31

    • Rijdt 'als een dolle' en maakt een einde aan Izebel en de Baälverering.2 Królewska 10,28
  • Joahaz (Israël)

    814–798 p.n.e.Izrael (północ)

    Zoon van Jehu, zwaar onderdrukt door Aram.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 13,2

  • Joas (Israël)

    798–782 p.n.e.Izrael (północ)

    Huilt bij het sterfbed van Elisa.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 13,11

    • Slaat met de pijlen maar drie keer op de grond, en wint dus maar drie keer.2 Królewska 13,18
  • Jerobeam II

    793–753 p.n.e.Izrael (północ)

    Lange en welvarende regering; Amos en Hosea spreken in zijn tijd.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 14,24

  • Zacharia (Israël)

    753 p.n.e.Izrael (północ)

    Laatste koning uit het huis van Jehu, zes maanden.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 15,9

  • Sallum

    752 p.n.e.Izrael (północ)

    Doodt Zacharia en regeert één maand.

    Biblia nie podaje krótkiej oceny

  • Menachem

    Znaczenie imienia: “trooster”

    752–742 p.n.e.Izrael (północ)

    Wreed koning die Assyrië afkoopt.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 15,18

  • Pekach

    740–732 p.n.e.Izrael (północ)

    Sluit een verbond met Aram tegen Juda.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 15,28

    • Trekt met Aram op tegen Jeruzalem; Jesaja zegt tegen Achaz: wees niet bang.Izajasza 7,4
  • Hosea (koning)

    732–722 p.n.e.Izrael (północ)

    De laatste koning van Israël; slecht, maar niet zoals de koningen voor hem.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 17,2

  • Rehabeam

    931–913 p.n.e.Juda (południe)

    Zoon van Salomo; onder hem scheurt het rijk.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Kronik 12,14

  • Abia

    913–911 p.n.e.Juda (południe)

    Zoon van Rehabeam, in Koningen Abiam genoemd.

    Czynił to, co złe w oczach PANA1 Królewska 15,3

  • Asa

    911–870 p.n.e.Juda (południe)

    Hervormer die de afgodsbeelden weghaalt.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA1 Królewska 15,11

    • Zet zelfs zijn grootmoeder af vanwege haar afgodsbeeld.1 Królewska 15,13
    • Bidt: HEER, voor U maakt het niet uit of iemand sterk of zwak is.2 Kronik 14
  • Josafat

    Znaczenie imienia: “de HEER oordeelt”

    872–848 p.n.e.Juda (południe)

    Stuurt leraren met het wetboek door het land.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA1 Królewska 22,43

    • Laat zangers voor het leger uit gaan; God geeft de overwinning.2 Kronik 20,21
  • Joram (Juda)

    848–841 p.n.e.Juda (południe)

    Trouwt met Atalja, de dochter van Achab.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 8,18

  • Achazja (Juda)

    841 p.n.e.Juda (południe)

    Zoon van Atalja, één jaar koning.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 8,27

  • Atalja

    841–835 p.n.e.Juda (południe)

    Koningin-moeder die de troon grijpt, de enige vrouw die over Juda regeert.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Kronik 24,7

    • Laat de koninklijke familie ombrengen; alleen de kleine Joas wordt verborgen.2 Królewska 11,2
  • Joas (Juda)

    835–796 p.n.e.Juda (południe)

    Kindkoning; goed zolang de priester Jojada leeft.

    Częściowo dobrze, częściowo nie2 Królewska 12,2

  • Amasja

    796–767 p.n.e.Juda (południe)

    Doet wat goed is, 'maar niet met heel zijn hart'.

    Częściowo dobrze, częściowo nie2 Kronik 25,2

  • Uzzia

    Znaczenie imienia: “de HEER is mijn kracht”

    792–740 p.n.e.Juda (południe)

    Ook Azarja genoemd; sterk en lang koning, daarna hoogmoedig.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA2 Królewska 15,3

    • Wil zelf reukwerk branden in de tempel en wordt melaats.2 Kronik 26,19
    • In het jaar dat hij sterft, ziet Jesaja de HEER op zijn troon.Izajasza 6,1
  • Jotam

    Znaczenie imienia: “de HEER is volmaakt”

    750–735 p.n.e.Juda (południe)

    Bouwt de bovenste poort van de tempel.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA2 Królewska 15,34

    • Wordt machtig omdat hij standvastig voor de HEER leefde.2 Kronik 27,6
  • Achaz

    735–715 p.n.e.Juda (południe)

    Roept Assyrië te hulp in plaats van God.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 16,2

    • Jesaja geeft hem een teken: de jonge vrouw wordt zwanger en noemt haar zoon Immanuel.Izajasza 7,14
  • Hizkia

    Znaczenie imienia: “de HEER is mijn kracht”

    715–686 p.n.e.Juda (południe)

    Vertrouwt op de HEER als Assyrië voor de poort staat.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA2 Królewska 18,3

  • Manasse

    Znaczenie imienia: “die doet vergeten”

    697–642 p.n.e.Juda (południe)

    De langste regering, en de slechtste; aan het eind bekeert hij zich.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 21,2

  • Josia

    640–609 p.n.e.Juda (południe)

    Wordt koning op zijn achtste; de grote hervormer.

    Czynił to, co prawe w oczach PANA2 Królewska 22,2

  • Joahaz (Juda)

    609 p.n.e.Juda (południe)

    Drie maanden koning.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 23,32

  • Jojakim

    609–598 p.n.e.Juda (południe)

    Koning die niet wil horen.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 23,37

    • Snijdt de boekrol van Jeremia in stukken en gooit die in het vuur.Jeremiasza 36,23
  • Jojachin

    598–597 p.n.e.Juda (południe)

    Ook Jechonja genoemd; na drie maanden naar Babel weggevoerd.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 24,9

    • Krijgt na zevenendertig jaar gevangenschap genade en eet aan de tafel van de koning van Babel.2 Królewska 25,29

    Czerwona nić do Jezusa

    Als Jechonja staat hij in het geslachtsregister van Jezus: de lijn breekt niet.

    Mateusza 1,12
  • Sedekia

    597–586 p.n.e.Juda (południe)

    De laatste koning van Juda.

    Czynił to, co złe w oczach PANA2 Królewska 24,19

  • Achia

    Znaczenie imienia: “broer van de HEER”

    ok. 935–910 p.n.e.

    Profeet uit Silo.

  • Elia

    Znaczenie imienia: “mijn God is de HEER”

    ok. 870–850 p.n.e.

    Profeet in Israël tegen de Baälverering van Achab en Izebel.

    Czerwona nić do Jezusa

    Elia verschijnt naast Jezus op de berg van de verheerlijking.

    Mateusza 17,3
  • Micha, zoon van Jimla

    Znaczenie imienia: “wie is als de HEER?”

    ok. 853 p.n.e.

    Profeet die als enige de waarheid zegt tegen koning Achab.

  • Elisa

    Znaczenie imienia: “God is redding”

    ok. 850–795 p.n.e.

    Leerling en opvolger van Elia.

    • Vraagt een dubbel deel van Elia's geest en ziet hem in een storm opgenomen worden.2 Królewska 2,11
    • De Syriër Naäman geneest na zeven keer onderdompelen in de Jordaan.2 Królewska 5,14

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus noemt Naämans genezing: God zorgt ook voor vreemdelingen.

    Łukasza 4,27
  • Jojada

    Znaczenie imienia: “de HEER weet”

    Hogepriester die de kleine Joas verbergt en kroont.

  • Chulda

    ok. 622 p.n.e.

    Profetes in Jeruzalem die het teruggevonden wetboek duidt.

  • Jona

    Znaczenie imienia: “duif”

    ok. 790–760 p.n.e.Przeczytaj księgę: Jonasza

    Profeet die wegvlucht voor Gods opdracht om naar Nineve te gaan.

    • Wordt door een grote vis ingeslikt en bidt in de buik van de vis.Jonasza 2
    • Is boos als God Nineve spaart; God leert hem over zijn genade.Jonasza 4,11

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus noemt 'het teken van Jona': drie dagen in het hart van de aarde.

    Mateusza 12,40
  • Amos

    Znaczenie imienia: “drager (van een last)”

    ok. 765–755 p.n.e.Przeczytaj księgę: Amosa

    Herder en vijgenkweker uit Juda, gestuurd naar het rijke Israël.

    • Roept: laat het recht stromen als water.Amosa 5,24
    • Zegt: ik ben geen profeet, ik ben een herder; de HEER haalde mij weg achter de kudde.Amosa 7,15

    Czerwona nić do Jezusa

    Jakobus citeert Amos: God bouwt de vervallen hut van David weer op, ook voor de volken.

    Dzieje Apostolskie 15,16
  • Hosea

    Znaczenie imienia: “redding”

    ok. 755–715 p.n.e.Przeczytaj księgę: Ozeasza

    Profeet in Israël wiens huwelijk Gods trouwe liefde laat zien.

    • Trouwt met Gomer en blijft haar trouw, ook als zij hem ontrouw is.Ozeasza 3,1
    • God zegt: toen Israël jong was, had Ik hem lief; uit Egypte riep Ik mijn zoon.Ozeasza 11,1

    Czerwona nić do Jezusa

    Matteüs ziet die woorden vervuld als Jezus uit Egypte terugkomt.

    Mateusza 2,15
  • Jesaja

    Znaczenie imienia: “de HEER redt”

    ok. 740–681 p.n.e.Przeczytaj księgę: Izajasza

    Profeet in Jeruzalem, vaak 'de evangelist van het Oude Testament' genoemd.

    • Ziet de HEER op een hoge troon en zegt: hier ben ik, stuur mij.Izajasza 6,8
    • Spreekt over de lijdende dienaar die onze zonden draagt.Izajasza 53,5

    Czerwona nić do Jezusa

    Filippus legt Jesaja 53 uit en vertelt de Ethiopiër over Jezus.

    Dzieje Apostolskie 8,35

    Warto wiedzieć: Veel bijbelwetenschappers denken dat Jesaja 40–66 later is geschreven, in of na de ballingschap; anderen zien het hele boek als het werk van Jesaja zelf.

  • Micha

    Znaczenie imienia: “wie is als de HEER?”

    ok. 735–700 p.n.e.Przeczytaj księgę: Micheasza

    Profeet van het platteland van Juda, tijdgenoot van Jesaja.

    • Zegt wat God vraagt: recht doen, trouw liefhebben en nederig met je God gaan.Micheasza 6,8
    • Voorspelt dat uit het kleine Betlehem een heerser zal komen.Micheasza 5

    Czerwona nić do Jezusa

    De schriftgeleerden wijzen de wijzen met Micha de weg naar Betlehem.

    Mateusza 2,6
  • Joël

    Znaczenie imienia: “de HEER is God”

    Przeczytaj księgę: Joela

    Profeet van de sprinkhanenplaag en de dag van de HEER.

    • Na een sprinkhanenplaag roept hij: scheur je hart, niet je kleren.Joela 2,13
    • God belooft zijn Geest uit te storten over alle mensen.Joela 2

    Czerwona nić do Jezusa

    Petrus zegt op Pinksteren: dit is wat Joël heeft voorzegd.

    Dzieje Apostolskie 2,16

    Warto wiedzieć: Wanneer Joël leefde is onzeker: schattingen lopen van de negende tot de vierde eeuw voor Christus.

  • Nahum

    Znaczenie imienia: “trooster”

    ok. 660–612 p.n.e.Przeczytaj księgę: Nahuma

    Profeet van de val van Nineve, de hoofdstad van Assyrië.

    • De HEER is goed, een veilige plek op de dag van nood.Nahuma 1,7
  • Habakuk

    ok. 609–598 p.n.e.Przeczytaj księgę: Habakuka

    Profeet die met God in gesprek gaat over het kwaad.

    • Vraagt: hoelang, HEER, roep ik om hulp?Habakuka 1,2
    • Zingt: al bloeit de vijgenboom niet, toch zal ik juichen in de HEER.Habakuka 3,17

    Czerwona nić do Jezusa

    'De rechtvaardige zal door zijn geloof leven' (Habakuk 2:4): Paulus bouwt zijn uitleg van het evangelie op die zin.

    Rzymian 1,17
  • Obadja

    Znaczenie imienia: “dienaar van de HEER”

    Przeczytaj księgę: Abdiasza

    Schrijver van het kortste boek van het Oude Testament, over Edom.

    • De dag van de HEER is nabij: zoals jij hebt gedaan, zo zal jou gedaan worden.Abdiasza 1,15

    Warto wiedzieć: Waarschijnlijk kort na de verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus; sommigen denken aan een vroegere tijd.

  • Ezechiël

    Znaczenie imienia: “God maakt sterk”

    ok. 593–571 p.n.e.Przeczytaj księgę: Ezechiela

    Priester en profeet bij de ballingen in Babel.

    Czerwona nić do Jezusa

    God belooft zelf de herder van zijn schapen te zijn (Ezechiël 34); Jezus zegt: Ik ben de goede herder.

    Jana 10,11
  • Daniël

    Znaczenie imienia: “God is mijn rechter”

    ok. 605–536 p.n.e.Przeczytaj księgę: Daniela

    Jonge balling aan het hof van Babel en Perzië.

    • Blijft bidden en wordt in de leeuwenkuil gegooid; God sluit de muilen van de leeuwen.Daniela 6
    • Ziet in een visioen 'iemand als een mensenzoon' die eeuwige macht krijgt.Daniela 7,13

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus noemt zichzelf het liefst 'de Mensenzoon'.

    Marka 14,62

    Warto wiedzieć: Of het boek in de zesde eeuw of pas rond 165 voor Christus zijn vorm kreeg, daarover verschillen de meningen.

  • Haggai

    Znaczenie imienia: “feestelijk”

    ok. 520 p.n.e.Przeczytaj księgę: Aggeusza

    Profeet die de teruggekeerden aanspoort de tempel te herbouwen.

    • Jullie wonen in mooie huizen, en Gods huis ligt in puin?Aggeusza 1,4
    • Belooft dat de glorie van dit huis groter wordt dan die van het eerste.Aggeusza 2,9
  • Zacharia (profeet)

    Znaczenie imienia: “de HEER gedenkt”

    ok. 520–518 p.n.e.Przeczytaj księgę: Zachariasza

    Profeet van de terugkeer, met nachtelijke visioenen.

    Czerwona nić do Jezusa

    Bij de intocht in Jeruzalem citeert Matteüs Zacharia.

    Mateusza 21,5

    Warto wiedzieć: Veel uitleggers denken dat Zacharia 9–14 uit een latere tijd komt dan de eerste acht hoofdstukken.

  • Ester

    Znaczenie imienia: “waarschijnlijk 'ster'; haar Hebreeuwse naam Hadassa betekent 'mirte'”

    Przeczytaj księgę: Estery

    Joodse koningin van Perzië die haar volk redt.

    • Mordechai: wie weet ben je juist hiervoor koningin geworden.Estery 4,14
    • Gaat ongeroepen naar de koning: als ik moet omkomen, dan kom ik om.Estery 4,16
  • Mordechai

    Neef en pleegvader van Ester.

    • Ontdekt een complot tegen de koning.Estery 2,22
    • Wordt de tweede man na de koning en zoekt het goede voor zijn volk.Estery 10,3
  • Zerubbabel

    Znaczenie imienia: “zaad van Babel”

    ok. 538–515 p.n.e.

    Leider uit de familie van David bij de terugkeer uit Babel.

    Czerwona nić do Jezusa

    Hij staat in het geslachtsregister van Jezus.

    Mateusza 1,12
  • Ezra

    Znaczenie imienia: “hulp”

    ok. 458 p.n.e.Przeczytaj księgę: Ezdrasza

    Priester en schriftgeleerde die de wet onderwijst.

    • Had zich voorgenomen de wet te onderzoeken, te doen en te onderwijzen.Ezdrasza 7,10
    • Leest de wet voor op het plein; het volk huilt en viert feest.Nehemiasza 8,6
  • Elisabet

    Znaczenie imienia: “mijn God is een eed”

    Moeder van Johannes de Doper, familie van Maria.

    • Haar kind springt op als Maria binnenkomt; vol van de Geest zegent ze Maria.Łukasza 1,42
  • Zacharias (priester)

    Znaczenie imienia: “de HEER gedenkt”

    Priester, vader van Johannes de Doper.

    • Gelooft de engel niet en kan niet meer praten tot de geboorte.Łukasza 1,20
    • Zingt zijn lofzang: geprezen zij de Heer, de God van Israël.Łukasza 1,68
  • Maria

    Moeder van Jezus.

    Czerwona nić do Jezusa

    Door haar wordt Gods Zoon mens: 'geboren uit een vrouw'.

    Galacjan 4,4
  • Jozef (van Nazaret)

    Znaczenie imienia: “Hij (God) voegt toe”

    Timmerman, man van Maria, die voor Jezus zorgt als een vader.

    Czerwona nić do Jezusa

    Via hem noemt Matteüs Jezus 'zoon van David'.

    Mateusza 1,16
  • Johannes de Doper

    Znaczenie imienia: “de HEER is genadig”

    Profeet in de woestijn, wegbereider van Jezus.

    • Wijst naar Jezus: zie, het Lam van God.Jana 1,29
    • Zegt: Hij moet groter worden, ik kleiner.Jana 3,30

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus zegt: van wie uit een vrouw geboren zijn, is er niemand groter dan Johannes.

    Mateusza 11,11
  • Simeon

    Znaczenie imienia: “hij heeft gehoord”

    Oude man in de tempel die wacht op de troost van Israël.

    • Neemt de baby Jezus in zijn armen: nu kan ik in vrede gaan.Łukasza 2,29

    Czerwona nić do Jezusa

    Noemt Jezus 'een licht voor de volken'.

    Łukasza 2,32
  • Hanna (profetes)

    Znaczenie imienia: “genade”

    Oude profetes die dag en nacht in de tempel bidt.

  • Nikodemus

    Znaczenie imienia: “overwinnaar van het volk”

    Farizeeër en raadslid die 's nachts bij Jezus komt.

    • Hoort over opnieuw geboren worden.Jana 3,3
    • Brengt mirre en aloë voor de begrafenis van Jezus.Jana 19,39
  • Zacheüs

    Znaczenie imienia: “zuiver”

    Oppertollenaar in Jericho.

    • Klimt in een boom om Jezus te zien; Jezus nodigt zichzelf bij hem uit.Łukasza 19,5
    • Geeft de helft van zijn bezit aan de armen.Łukasza 19,8

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus: de Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

    Łukasza 19,10
  • Lazarus

    Znaczenie imienia: “God helpt”

    Vriend van Jezus uit Betanië, broer van Marta en Maria.

    Czerwona nić do Jezusa

    Jezus zegt bij zijn graf: Ik ben de opstanding en het leven.

    Jana 11,25
  • Marta

    Znaczenie imienia: “vrouwe”

    Zus van Maria en Lazarus in Betanië.

    • Druk met het eten; Jezus zegt: Marta, je maakt je zorgen over zoveel.Łukasza 10,41
    • Belijdt: U bent de Messias, de Zoon van God.Jana 11,27
  • Maria van Betanië

    Zus van Marta en Lazarus, die aan Jezus' voeten luistert.

  • Maria Magdalena

    Znaczenie imienia: “uit Magdala”

    Volgelinge van Jezus, de eerste getuige van de opstanding.

    • Jezus had haar bevrijd; ze steunt Hem met wat ze heeft.Łukasza 8,2
    • Hoort haar naam en herkent de opgestane Heer: ik heb de Heer gezien!Jana 20,18

    Warto wiedzieć: Dat ze een prostituee zou zijn geweest, staat niet in de Bijbel: dat idee komt uit een preek van eeuwen later.

  • Jozef van Arimatea

    Rijk raadslid dat Jezus begraaft in zijn eigen graf.

    • Vraagt Pilatus moedig om het lichaam van Jezus.Jana 19,38
  • Filippus (de evangelist)

    Een van de zeven helpers en evangelist; niet de apostel Filippus.

  • Barnabas

    Znaczenie imienia: “zoon van bemoediging”

    Bemoediger die de net bekeerde Paulus een kans geeft.

  • Cornelius

    Romeinse officier, een van de eerste niet-Joden die gedoopt worden.

  • Tabita (Dorkas)

    Znaczenie imienia: “gazelle”

    Leerlinge in Joppe die kleren maakte voor weduwen.

  • Lydia

    Verkoopster van purperstof uit Tyatira, de eerste gelovige in Europa van wie we de naam kennen.

  • Priscilla

    Met haar man Aquila tentenmaker, gastvrouw en leraar in de gemeente.

  • Febe

    Znaczenie imienia: “stralend”

    Dienares (diaken) van de gemeente in Kenchreeën.

    • Paulus beveelt haar aan bij de gemeente in Rome; waarschijnlijk bracht zij zijn brief.Rzymian 16,1
  • Timoteüs

    Znaczenie imienia: “die God eert”

    Jonge medewerker van Paulus.

  • Titus

    Medewerker van Paulus, achtergelaten op Kreta.

    • Moet de gemeenten op Kreta op orde brengen.Tytusa 1,5
  • Lucas

    Przeczytaj księgę: Łukasza

    Arts en reisgenoot van Paulus.

    Warto wiedzieć: Dat Lucas het evangelie en Handelingen schreef, zegt de vroege overlevering; de boeken noemen zelf geen naam.

  • Marcus

    Przeczytaj księgę: Marka

    Johannes Marcus, jonge reisgenoot van Paulus en Barnabas.

    Warto wiedzieć: Dat hij het evangelie naar Marcus schreef, met de herinneringen van Petrus, zegt de vroege overlevering.

  • Apollos

    Welbespraakte leraar uit Alexandrië.

Królowie i prorocy

Po Salomonie królestwo się dzieli: Izrael na północy, Juda na południu. Biblia wydaje ocenę każdego króla, a Bóg posyła proroków. Wybierz króla albo proroka i zobacz, kto do siebie należy.

  • Prawy w oczach PANA
  • Częściowo dobrze
  • Zły w oczach PANA
  • Bez krótkiej oceny
  • Prorok

Przesuń w bok, aby iść przez czas.

Prorocy w IzraeluKrólowie IzraelaJedno królestwoKrólowie JudyKrólowie JudyProrocy w JudzieProrocy w JudzieProrocy w Judzie1000 p.n.e.900 p.n.e.800 p.n.e.700 p.n.e.600 p.n.e.500 p.n.e.Het rijk scheurtSamaria valt (Assyrië)Jeruzalem verwoest (Babel)Terug naar huisAchiaEliaElisaJonaHoseaBaësaAchabJehuJerobeam IISaulDavidSalomoAsaJosafatJoas (Juda)AmasjaUzziaJotamAchazHizkiaManasseJosiaSamuëlGadNatanJesajaMichaNahumJeremiaDaniëlEzechiël

Wybierz króla albo proroka, aby zobaczyć, kto do siebie należy.

Lata przed Chrystusem według powszechnie przyjętej chronologii Edwina R. Thiele'a (The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings), łącznie z latami, gdy ojciec i syn panowali razem; dlatego panowania czasem na siebie zachodzą. Inni badacze często różnią się o kilka lat. Lata proroków są przybliżone. Ocena każdego króla pochodzi z samej Biblii, głównie z Ksiąg Królewskich.

Linia rodu: od Abrahama do Jezusa

Bóg obiecuje Abrahamowi, że w nim będą błogosławione wszystkie narody. Idź za tą obietnicą przez rodzinę: patriarchów, dwanaście pokoleń i linię, którą Mateusz zapisuje aż do Jezusa.

Patriarchowie

  1. AbrahamSara

    HagarOok bij Hagar kreeg Abraham een zoon: Ismaël.

  2. IsaakRebekka

    IsmaëlZoon van Hagar; God belooft ook hem een groot volk.

  3. JakobLeaRachel

    EsauTweelingbroer van Jakob, stamvader van Edom.

Dwunastu synów Jakuba

  • Synowie: Lea

    • Ruben
    • Simeon
    • Levi
    • Juda
    • Issaschar
    • Zebulon
  • Synowie: Rachel

  • Synowie: Bilha

    • Dan
    • Naftali
  • Synowie: Zilpa

    • Gad
    • Aser

Według matek, tak jak wymienia ich Rodzaju 35.Przeczytaj Rodzaju 35

Dokąd prowadzą pokolenia

  • JudaPeres, Boaz, David… en Jezus
  • LeviMozes, Aäron en de priesters
  • JozefEfraïm en Manasse, twee stammen
  • BenjaminKoning Saul, en later Paulus

Mateusz 1: od Abrahama do Jezusa

Mateusz zaczyna swoją Ewangelię od drzewa rodowego w trzech częściach. Wymienia też pięć kobiet. Przeczytaj Mateusza 1

Część 1Van Abraham tot David

  1. Abraham
  2. Isaak
  3. Jakob
  4. Juda
  5. Peresmatka: Tamar
  6. Chesron
  7. Ram
  8. Amminadab
  9. Nachson
  10. Salmon
  11. Boazmatka: Rachab
  12. Obedmatka: Ruth
  13. Isaï
  14. Davidkról

Część 2Van David tot de ballingschap

  1. Salomokrólmatka: de vrouw van Uria
  2. Rehabeamkról
  3. Abiakról
  4. Asakról
  5. Josafatkról
  6. Joramkról
  7. Uzziakról
  8. Jotamkról
  9. Achazkról
  10. Hizkiakról
  11. Manassekról
  12. Amonkról
  13. Josiakról
  14. Jechonjakról

Część 3Van de ballingschap tot Jezus

  1. Sealtiël
  2. Zerubbabel
  3. Abiud
  4. Eljakim
  5. Azor
  6. Sadok
  7. Achim
  8. Eliud
  9. Eleazar
  10. Mattan
  11. Jakob
  12. Jozef
  13. Jezusmatka: Maria
  • Matteüs telt drie keer veertien geslachten (Matteüs 1:17). Hij slaat een paar koningen over; zo'n stamboom laat vaker namen weg, en hoe hij precies telt, daarover verschillen de uitleggers.
  • Lucas 3 geeft een andere lijn, via Davids zoon Natan. Een oude verklaring is dat Lucas de familie van Maria volgt en Matteüs die van Jozef; dat is uitleg, de Bijbel zegt het niet.

Kto to powiedział?

Znane słowa z Biblii. Wiesz, kto je powiedział?

Dostajesz 8 wypowiedzi, za każdym razem z czterema osobami. Kto to powiedział?

Zacznij od Abrahama

Przeczytaj Rodzaju 12

Wygoda czytania

Wybierz, co pomaga. Twój wybór zostaje na tym urządzeniu.

Rozmiar tekstu

Wolisz ustawienia swojego urządzenia (powiększenie, czytnik ekranu, tryb ciemny)? Tutaj też działają.