Prorocy więksi
Jeremiasza
Jeremia waarschuwt veertig jaar lang voor de val van Jeruzalem, maakt die val mee en zoekt daarna naar hoop. Het boek is rauw en persoonlijk: de profeet klaagt, twijfelt en wordt vervolgd, maar spreekt ook over een nieuw verbond.
Objaśnienia fragmentów i ksiąg są na razie tylko po niderlandzku, a tekstu Biblii nie ma jeszcze po polsku (na razie czytasz angielską World English Bible). Sama aplikacja jest po polsku; tłumaczenia pojawią się wkrótce.
- Testament
- Stary Testament
- Gatunek
- Profetie: orakels, verhalen, brieven en klaagzangen
- Autor
- De profeet Jeremia, met zijn schrijver Baruch (Jer. 36) en latere bewerkers
- Pierwsi czytelnicy
- Juda en Jeruzalem vlak voor en tijdens de Babylonische ballingschap
- Czas
- Optreden ca. 627–587 v.Chr.; het boek groeide in en na de ballingschap
Jezus w tej księdze
Jezus neemt het 'nieuwe verbond' (31:31–34) op bij het avondmaal: 'deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed' (Luc. 22:20; Hebr. 8). Bij de tempelreiniging citeert Hij Jeremia's 'rovershol' (7:11; Mat. 21:13).
Budowa
- 1RoepingJeremia wordt jong geroepen: 'om uit te rukken en af te breken, om te bouwen en te planten.'
- 2–25Oordeel over Juda en JeruzalemAanklachten, waarschuwingen en Jeremia's eigen klachten tegen God.
- 26–29Botsing met andere profetenJeremia tegenover profeten die snelle redding beloven, met de brief aan de ballingen.
- 30–33Boek van de troostBelofte van herstel en een nieuw verbond, 'in hun hart geschreven'.
- 34–45De val van JeruzalemVerhalen over Jeremia's gevangenschap, de verwoesting en de vlucht naar Egypte.
- 46–51Uitspraken over de volkenOordeel over Egypte, de buurvolken en ten slotte Babel zelf.
- 52Historisch slotDe val van Jeruzalem nog eens verteld, en koning Jojachin die in Babel vrijkomt.