Naar de inhoud
Bèta

Johannes 3:16 · Nieuwe Testament

Zo lief had God de wereld: een nachtelijk gesprekEen gesprek in de nacht

Het bekendste vers van de Bijbel sluit een nachtelijk gesprek af tussen Jezus en Nikodemus, een Joodse leraar. Het legt het beeld van de koperen slang uit en zegt meteen: niet om te veroordelen.

Concept: nog niet nagelezenDeze uitleg is geschreven met bronnen, maar nog niet door een tweede lezer gecontroleerd.Zie je een fout? Meld het.

Het verhaal

Op een avond, als het al donker is, komt een man naar Jezus. Hij heet Nikodemus. Hij is een belangrijke leraar en weet veel over God, maar hij heeft vragen. Misschien komt hij 's nachts omdat hij niet gezien wil worden. Jezus zegt iets vreemds: 'Je moet opnieuw geboren worden.' Nikodemus snapt er niets van: hoe kan een volwassene opnieuw geboren worden? Jezus bedoelt een nieuw begin dat van God komt. Dan zegt Jezus de zin die veel mensen kennen: 'God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gaf.' En meteen daarna: 'Niet om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden.' Nikodemus gaat weg zonder dat we weten wat hij denkt. Later in het verhaal komt hij terug, en dan staat hij aan Jezus' kant.

Vraag voor jou

Nikodemus kwam 's nachts met zijn vragen. Heb jij een vraag over God die je moeilijk vindt om te stellen?

Doe samen

Maak een 'vragenpot': iedereen schrijft een vraag over God of geloof op een briefje. Stop ze in een pot of doos. De volgende keer trekken jullie er één en praten er samen over. Geen vraag is te gek.

Kleurplaat

Vaak gelezen als

Een losse samenvatting van het hele evangelie, op een spandoek of een tegeltje.

In verband gelezen

Het antwoord op de vragen van een zoekende leraar die 's nachts komt. Het vers verklaart het beeld van de koperen slang (vs 14–15) en loopt meteen door: God zond zijn Zoon niet om te veroordelen (vs 17).

Tien verzen ervoor en erna.

6Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest. 7Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. 8De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is. 9Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden? 10Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israel, en weet gij deze dingen niet? 11Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Wij spreken, wat Wij weten, en getuigen, wat Wij gezien hebben; en gijlieden neemt Onze getuigenis niet aan. 12Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen? 13En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. 14En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; 15Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. 18Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. 19En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. 20Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden. 21Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.

Johannes de Doper: 'Hij moet groter worden'

22Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte. 23En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt. 24Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen. 25Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging. 26En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.

Directe context

Wat eraan voorafgaat

Na de tempelreiniging geloven velen in Jezus om de tekenen die Hij doet, 'maar Jezus vertrouwde Zich niet aan hen toe' (2:23–25). Dan komt Nikodemus, een Farizeeër en leider, 's nachts naar Jezus. Jezus zegt dat je 'opnieuw' of 'van boven' geboren moet worden; Nikodemus begrijpt het niet. Jezus verwijst naar Mozes, die in de woestijn een koperen slang omhoog hief: wie ernaar keek, bleef leven (Num. 21). 'Zo moet de Mensenzoon verhoogd worden' (3:14).

Wat erop volgt

Vers 17 zegt meteen dat God zijn Zoon niet zond om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden. Daarna gaat het over licht en duisternis: mensen hadden de duisternis liever dan het licht (3:19–21). Nikodemus verdwijnt uit beeld, maar komt later terug: hij neemt het op voor Jezus (7:50–51) en helpt bij zijn begrafenis (19:39).

Drie lagen

Tekst, achtergrond en duiding

Uit elkaar gehouden, zodat je ziet wat de tekst zegt, wat we over de achtergrond weten en wat interpretatie is.

  1. Wat de tekst zegt

    God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gaf, opdat wie in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Het volgende vers zegt dat God niet kwam om te veroordelen, maar om te redden.

  2. Historische achtergrond

    Nikodemus was een Farizeeër en lid van de Joodse leiding ('een leider van de Joden'). Farizeeën waren een lekenbeweging die de wet van Mozes ernstig nam in het dagelijks leven. Het evangelie werd waarschijnlijk tegen het einde van de eerste eeuw geschreven, toen de verhouding tussen synagoge en Jezus' volgelingen gespannen was. Dat kleurt hoe Johannes over 'de Joden' spreekt.

    Literaire achtergrond

    Johannes werkt graag met misverstanden: het Griekse 'anōthen' betekent zowel 'opnieuw' als 'van boven'. Nikodemus hoort het eerste, Jezus bedoelt het tweede. Ook 'verhoogd worden' heeft een dubbele bodem: aan het kruis gehangen én verheerlijkt. Het gesprek gaat halverwege over in een monoloog, en het is niet duidelijk waar Jezus' woorden eindigen en de verteller begint.

  3. Duiding en toepassing

    Christenen lezen hier de kern van hun geloof: Gods liefde is de bron, de gave van de Zoon het middel, leven het doel. In verband gelezen gaat het vers over een God die de wereld zoekt die zich van Hem afkeert, en over geloof dat groeit. Nikodemus heeft daar een heel evangelie voor nodig.

    Dit is interpretatie, geen feit. Tradities lezen dit soms anders.

Waar onderzoekers verschillen

  • Het oude Grieks kent geen aanhalingstekens. Of vers 16–21 nog woorden van Jezus zijn of een toelichting van de evangelist, beslissen vertalingen elk op hun manier.
  • Wie het evangelie schreef en wanneer, is niet zeker. De traditie noemt de apostel Johannes; veel onderzoekers denken aan een kring rond 'de leerling van wie Jezus hield'.

Gezinsmoment

Samen lezen, ongeveer tien minuten

Voor een gezin, een koppel of een paar vrienden. Kies de vragen die bij jullie passen.

  1. 1Lees samen

    Joh. 3:1–3, Joh. 3:16–17

    In de Bijbelvertaling van je taal. Lees gerust langzaam; de uitleg hieronder is in gewone taal.

    1En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; 2Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is. 3Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. 17Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.

  2. 2Begrijp samen

    Op een avond, als het al donker is, komt een man naar Jezus. Hij heet Nikodemus. Hij is een belangrijke leraar en weet veel over God, maar hij heeft vragen. Misschien komt hij 's nachts omdat hij niet gezien wil worden. Jezus zegt iets vreemds: 'Je moet opnieuw geboren worden.' Nikodemus snapt er niets van: hoe kan een volwassene opnieuw geboren worden? Jezus bedoelt een nieuw begin dat van God komt. Dan zegt Jezus de zin die veel mensen kennen: 'God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gaf.' En meteen daarna: 'Niet om de wereld te veroordelen, maar om haar te redden.' Nikodemus gaat weg zonder dat we weten wat hij denkt. Later in het verhaal komt hij terug, en dan staat hij aan Jezus' kant.

  3. 3Praat samen

    • Kinderen

      Nikodemus kwam 's nachts met zijn vragen. Heb jij een vraag over God die je moeilijk vindt om te stellen?

    • Tieners

      Vers 17 zegt dat Jezus niet kwam om te veroordelen. Verandert dat hoe je vers 16 hoort, of hoe christenen het soms gebruiken?

    • Volwassenen

      Nikodemus komt stap voor stap dichterbij (Joh. 3, 7 en 19). Waar sta ik in zo'n proces? En is traag geloof ook geloof?

  4. 4Doe samen

    Reflectie

    Maak een 'vragenpot': iedereen schrijft een vraag over God of geloof op een briefje. Stop ze in een pot of doos. De volgende keer trekken jullie er één en praten er samen over. Geen vraag is te gek.

Verdiep jeVoor ouders, om vooraf te lezen

Het woord 'anōthen' (vs 3) is een bewuste woordspeling: 'opnieuw' en 'van boven'. Johannes laat mensen vaak iets letterlijk opvatten wat Jezus figuurlijk bedoelt, zoals het water bij de Samaritaanse vrouw (hfst. 4). Zo wordt de lezer uitgenodigd om dieper te kijken dan Nikodemus.

De koperen slang (Num. 21:4–9): Israël klaagt in de woestijn, er komen giftige slangen, en Mozes maakt op Gods bevel een koperen slang op een paal. Wie gebeten is en ernaar kijkt, blijft leven. Johannes gebruikt dat beeld voor het kruis: redding komt via wat 'verhoogd' wordt.

'Eeuwig leven' betekent bij Johannes niet alleen leven na de dood, maar ook een kwaliteit van leven nu: 'Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen' (17:3).

Nikodemus' weg (3:1–21, 7:50–51, 19:39) is een van de weinige verhalen over geloof dat langzaam groeit. Hij komt eerst in het donker, en brengt uiteindelijk openlijk zo'n honderd pond mirre en aloë voor Jezus' begrafenis.

Bo's quiz

Weet jij het nog? Drie vragen over het verhaal.