Guía de campo
Animales y plantas de la Biblia
Ovejas y un león, un gorrión y un águila, el olivo, la vid y un granito de mostaza: la Biblia está llena de vida. Búscalos en el paisaje, abre la guía de campo y descubre qué significaban entonces y qué nos dicen hoy de Dios.
Por ahora, las explicaciones de pasajes y libros solo están en neerlandés, y la Biblia aún no está en español: de momento lees la World English Bible en inglés. La app sí está en español; las traducciones llegarán.
El paisaje vivo
Del Líbano nevado al desierto, los campos y la aldea, hasta el Jordán y el mar: en todas partes se esconde algo. Toca un animal o una planta para leer su historia, o juega a «¡Encuéntralo!».
Desliza hacia un lado para ver todo el paisaje.
Toca un animal o una planta en el paisaje.
La guía de campo
Cada animal y cada planta tiene su propia página: dónde aparece en la Biblia, qué era entonces, qué significa en la fe y algo para contar a otros.
46 de 46
Oveja y cordero
Het dier dat het vaakst in de Bijbel voorkomt: kudde, offer en beeld voor Gods volk.
Schapen kennen de stem van hun eigen herder. Roept een vreemde, dan lopen ze niet mee.
Cabra y chivo expiatorio
Zwart haar voor tenten, melk voor elke dag, en een bok die de schuld wegdroeg.
Het woord 'zondebok' komt uit de Bijbel! Het is de bok die op de Verzoendag de woestijn in liep.
Burro
Het lastdier van gewone mensen, en het rijdier van een vredeskoning.
Een ezel is slim en voorzichtig: vertrouwt hij een pad niet, dan blijft hij gewoon staan. Daarom noemen mensen hem koppig.
Camello
Het schip van de woestijn, en het dier in Jezus' gekste vergelijking.
Een dorstige kameel kan in tien minuten meer dan honderd liter water drinken!
Buey
De kracht achter de ploeg, en het dier aan de kribbe.
Een juk is een houten balk over de nek van twee ossen. Zo trekken ze samen, en gaat het lichter.
Caballo
Het dier van oorlog en koningen, waar Israël niet op mocht vertrouwen.
Gods eigen gedicht over het paard in Job 39 is een van de mooiste dierengedichten ooit: het paard lacht om de angst!
León
Koning van de dieren: gevaar in de wildernis, en beeld voor de Messias.
Het gebrul van een leeuw is tot wel acht kilometer ver te horen.
Oso
De Syrische bruine beer: sterk en gevaarlijk, vooral als moeder.
Een beer eet niet alleen vlees: hij is dol op honing, bessen en noten.
Lobo
De rover van de kudde, en een beeld voor valse leiders.
Wolven leven in een familie, de roedel, en huilen om elkaar te roepen.
Zorro
Klein, sluw en snel: van Simson tot koning Herodes.
Een vos hoort muizen onder de grond piepen, en springt er dan met een boogje bovenop.
Perro
Geen knuffeldier maar een zwerver op straat, met één verrassende uitzondering.
In het Grieks zegt de vrouw 'hondjes': kleine huishondjes die onder tafel wachten. Dat klinkt veel liever dan een straathond.
Águila
Hoog boven de bergen, met vleugels die dragen.
Een arend ziet een konijn nog op meer dan drie kilometer afstand.
Paloma
Van Noachs ark tot de doop van Jezus: het teken van vrede en van de Geest.
Duiven vinden de weg naar huis over honderden kilometers. Daarom brachten postduiven vroeger brieven rond.
Cuervo
Een zwarte vogel die niet terugkwam, en een die brood bracht.
Raven zijn superslim: ze lossen puzzels op en onthouden de gezichten van mensen.
Gorrión
Het goedkoopste vogeltje op de markt, en toch niet vergeten.
Bij Matteüs kosten twee mussen één muntje, bij Lucas vijf mussen twee muntjes. De vijfde kreeg je er gratis bij, en zelfs die vergeet God niet!
Gallina
Een moederkip die haar kuikens onder haar vleugels verzamelt.
Bij gevaar roept een kip haar kuikens met een speciaal geluidje, en ze rennen meteen onder haar vleugels.
Gallo
Hij kraaide, en Petrus begon te huilen.
Een haan kraait niet alleen 's ochtends, maar ook 's nachts en overdag. Hij laat ermee horen: dit is mijn plek!
Pez
Brood voor de vissers van Galilea, en een geheim teken van de eerste christenen.
In het Meer van Galilea zwemt nog altijd de tilapia, die mensen daar 'Petrusvis' noemen.
Serpiente
Listig in de hof, en toch een teken van redding in de woestijn.
Een slang ruikt met zijn tong! Daarom steekt hij die steeds even naar buiten.
Langosta
Een zwerm die alles kaal vreet, en een maaltijd voor Johannes de Doper.
Een woestijnsprinkhaan eet elke dag ongeveer zijn eigen gewicht aan planten.
Abeja y miel
Een land dat overvloeit van melk en honing: zoet en vol leven.
Voor één pot honing vliegen bijen samen ongeveer twee keer rond de aarde!
Hormiga
Klein, zonder baas, en toch slimmer dan een luiaard.
Een mier kan meer dan tien keer haar eigen gewicht dragen.
Leopardo
Snel, gevlekt en altijd op de loer.
Een luipaard sleept zijn prooi soms hoog een boom in, zodat niemand eraan kan.
Ciervo
Snel op de bergen, en dorstig naar water.
Een hinde, een vrouwtjeshert, klimt over steile rotsen zonder uit te glijden.
Behemot
Het oerdier dat God aan Job laat zien: 'het eerste van Gods werken'.
Een nijlpaard is zo zwaar als twee of drie auto's, en toch rent het harder dan de meeste mensen.
Leviatán
Het zeemonster dat alleen God kan temmen.
Een krokodil kan wel een uur onder water blijven zonder adem te halen.
Olivo
Een boom die eeuwen leeft, met olie voor licht, eten en zalving.
Sommige olijfbomen in Israël zijn meer dan duizend jaar oud, en dragen nog steeds olijven!
Higuera
Bladeren voor Adam en Eva, en een boom waar Jezus een les aan gaf.
Een vijgenboom krijgt al kleine vruchtjes voordat zijn bladeren helemaal uit zijn.
Vid
Druiven, wijn en een beeld van verbondenheid: 'Ik ben de wijnstok'.
Een rank die je van de wijnstok knipt, verdort binnen een paar dagen. Alleen vastgegroeid krijgt hij sap en draagt hij druiven.
Grano de mostaza
Het kleinste zaadje, dat uitgroeit tot een plant waarin vogels schuilen.
Uit een zaadje kleiner dan een speldenknop groeit een plant die hoger wordt dan je vader!
Trigo
Het brood van elke dag, en een korrel die moet sterven om vrucht te dragen.
Uit één tarwekorrel kan een plant groeien met wel honderd nieuwe korrels. Jezus noemt in de gelijkenis van de zaaier zelfs honderd keer zoveel!
Cebada
Het brood van de armen, als eerste rijp in het voorjaar.
De jongen in Johannes 6 had geen luxe lunch bij zich: gerstebrood was eten voor arme mensen. Jezus maakte er een feestmaal van!
Lirio del campo
Wilde bloemen, mooier gekleed dan koning Salomo.
In het voorjaar maakt de rode anemoon hele heuvels in Israël rood. Het is er nu de nationale bloem.
Cedro del Líbano
De reus van de bergen, waarvan Salomo de tempel bouwde.
Een ceder van de Libanon kan meer dan duizend jaar oud en wel veertig meter hoog worden.
Hisopo
Een bosje kruid waarmee het bloed van het paaslam werd gestreken.
Bijbelse hysop is familie van oregano, het kruid op je pizza!
Palmera datilera
Zoete dadels, rechte stammen en takken voor een koning.
Een dadelpalm kan wel honderd kilo dadels per jaar geven.
Almendro
De eerste boom die in de winter wakker wordt: 'de waker'.
De staf van Aäron deed in één nacht wat een boom in maanden doet: knoppen, bloemen én rijpe amandelen!
Mirra
Bittere, geurige hars: geschenk bij de geboorte, zalf bij het graf.
Snijd je in de bast van de mirrestruik, dan druppelt er sap uit dat hard wordt tot geurige steentjes.
Incienso
Witte geurige hars die opstijgt als een gebed.
Wierook komt van een boompje dat op kale rotsen groeit, in Oman, Jemen en Somalië.
Espinos y cardos
Wat de akker na de zondeval opbrengt, en een kroon voor de Koning.
De braamstruik waaruit God tot Mozes sprak, brandde wel maar verbrandde niet. Mozes trok er zijn sandalen voor uit.
Acacia
Het harde woestijnhout van de ark en de tabernakel.
De acacia heeft lange stekels, zodat dieren zijn blaadjes niet zomaar opeten.
Sicómoro
Een brede boom met lage takken: perfect voor een kleine man die Jezus wil zien.
In Jericho staat een oude wilde vijgenboom die mensen 'de boom van Zacheüs' noemen. Of het echt die boom is, weet niemand.
Caña
Het buigzame riet langs de rivier, dat Jezus niet breekt.
Van papyrus, een soort riet, maakten mensen het eerste papier. Het woord 'papier' komt er zelfs van!
Lino
Blauwe bloempjes op het veld, wit linnen voor priesters.
De kalender van Gezer, een stenen tafeltje van bijna drieduizend jaar oud, noemt 'een maand van vlas trekken'.
Granada
Een vrucht vol zaadjes, op de mantel van de hogepriester.
In één granaatappel zitten honderden zaadjes. Tel ze maar eens!
Árbol de la vida
Van de eerste tot de laatste bladzijde: de boom die leven geeft.
In Openbaring draagt de boom van het leven twaalf keer per jaar vrucht: elke maand weer!
El año del campesino
Het land van de Bijbel kent geen vier seizoenen zoals wij, maar twee: een natte winter en een droge zomer. Alles hangt aan de regen: de vroege in de herfst, de winterregens, en de late in het voorjaar. Daartussen volgen de oogsten elkaar op, en de grote feesten vallen er precies in: Pesach bij de gerst, het Wekenfeest bij de tarwe, Loofhutten bij de druiven en het fruit.
De kalender van Gezer, een kalkstenen tafeltje uit de tijd van de koningen, somt het boerenjaar zo op: twee maanden oogst, twee maanden zaaien, twee maanden late zaai, een maand vlas, een maand gerst, een maand oogst en feest, twee maanden snoeien, een maand zomerfruit. De maanden hieronder zijn bij benadering.
En el campo
Siega de la cebada
abr
Rond Pesach is de gerst rijp. De eerste schoof wordt naar God gebracht als eerstelingen. Ruth kwam in Bethlehem aan bij het begin van de gerstoogst.
De gerst is als eerste rijp. Het eerste bosje is een cadeau voor God.
- Cebada
¿Quién soy?
Un animal o una planta cuenta algo sobre sí mismo. ¿Lo adivinas con la primera pista? Entonces ganas tres puntos.