Evangeliën
Johannes
Johannes vertelt anders dan de andere drie evangelies: minder gelijkenissen, meer lange gesprekken, zeven 'tekenen' en de 'Ik ben'-uitspraken. Het doel staat in 20:31: 'opdat gij gelooft… en opdat gij geloovende het leven hebt.'
- Testament
- Nieuwe Testament
- Genre
- Evangelie, met lange gesprekken en 'tekenen'
- Schrijver
- Volgens de traditie de apostel Johannes; het boek noemt 'de leerling van wie Jezus hield' als getuige
- Eerste lezers
- Christelijke gemeenschappen, Joods en niet-Joods; de traditie noemt Efeze
- Tijd
- Waarschijnlijk ca. 90–100 n.Chr.
Jezus in dit boek
Johannes begint vóór de schepping: 'het Woord was bij God, en het Woord was God… en het Woord is vlees geworden' (1:1, 14). Jezus zegt 'Ik ben' het brood, het licht, de deur, de goede herder, de opstanding, de weg, de wijnstok.
Opbouw
- 1:1–18Proloog'In den beginne was het Woord': het licht komt in de wereld.
- 1:19–12:50Boek van de tekenenZeven tekenen en de gesprekken erbij: Nikodemus, de Samaritaanse vrouw, Lazarus.
- 13–20Boek van de verheerlijkingVoetwassing, afscheidsrede, lijden, dood en opstanding.
- 21EpiloogAan het meer: Petrus wordt opnieuw geroepen.