Brieven van Paulus
Filippenzen
Paulus schrijft vanuit gevangenschap aan een gemeente die hem trouw steunde. Het woord 'blijdschap' komt steeds terug, samen met eensgezindheid en het voorbeeld van Christus die zichzelf vernederde (2:6–11).
- Testament
- Nieuwe Testament
- Genre
- Brief: een persoonlijke vriendschaps- en dankbrief
- Schrijver
- Paulus (onbetwist), samen met Timoteüs genoemd
- Eerste lezers
- De gemeente in Filippi, een Romeinse kolonie in Macedonië
- Tijd
- Ca. 54–62 n.Chr., afhankelijk van waar Paulus gevangenzat
Jezus in dit boek
Het lied over Christus 'Die in de gestaltenis Gods zijnde… Zichzelf vernietigd heeft, aangenomen hebbende de gestaltenis eens dienstknechts' (2:6–11) is een van de oudste christelijke belijdenissen over wie Jezus is.
Opbouw
- 1:1–11Groet en dankPaulus dankt voor hun 'gemeenschap aan het evangelie'.
- 1:12–26Paulus in de gevangenis'Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.'
- 1:27–2:18Eensgezind, zoals ChristusHet lied over Christus die zich vernederde (2:6–11).
- 2:19–30Timoteüs en EpafroditusTwee medewerkers en hun zorg voor de gemeente.
- 3:1–4:1Waarschuwing en Paulus' verhaalAlles wat hij had, 'schade' om Christus; jagen naar het doel.
- 4:2–9Vermaningen en vredeEuodia en Syntyche, 'verblijdt u', de vrede van God.
- 4:10–20Dank voor de giftTevreden in gebrek en overvloed, en dankbaar voor hun steun.
- 4:21–23GroetenOok de groeten 'uit des keizers huis'.