Naar de inhoud
Bèta

Filippenzen 4:13 · Nieuwe Testament

Alles aankunnen: tevreden in gebrek en overvloedBlij in de gevangenis

Paulus schrijft vanuit gevangenschap een bedankbrief voor geld dat de gemeente hem stuurde. Hij heeft geleerd tevreden te zijn met weinig en met veel: 'alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.'

Concept: nog niet nagelezenDeze uitleg is geschreven met bronnen, maar nog niet door een tweede lezer gecontroleerd.Zie je een fout? Meld het.

Het verhaal

Paulus zit in de gevangenis als hij deze brief schrijft. In die tijd kreeg je in de gevangenis niet vanzelf eten en kleren. Je had vrienden nodig die voor je zorgden. De mensen van de kerk in Filippi stuurden Paulus geld en een helper. Paulus schrijft terug om te bedanken. Hij zegt: 'Ik heb geleerd tevreden te zijn. Soms had ik weinig, soms veel. Soms had ik honger, soms at ik genoeg.' En dan: 'Alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.' Paulus bedoelt dus niet dat hij alles kan winnen. Hij bedoelt dat hij door Jezus niet opgeeft, of hij nu veel heeft of weinig. En hij is heel blij met vrienden die met hem delen.

Vraag voor jou

Wanneer was jij heel blij terwijl je maar weinig had? En wanneer was je ontevreden, terwijl je eigenlijk veel had?

Doe samen

Maak samen een 'genoeg-lijstje': iedereen noemt drie dingen waarvoor hij of zij vandaag dankbaar is. Kies daarna, net als de Filippenzen, één manier om iemand te helpen die het moeilijk heeft.

Kleurplaat

Vaak gelezen als

'Ik kan alles': een motto voor sport, examens en persoonlijke doelen.

In verband gelezen

'Ik kan alles aan': honger en overvloed, gebrek en genoeg. Paulus schrijft het vanuit de gevangenis, in een bedankbriefje voor een gift. Het gaat over tevredenheid, niet over prestaties.

Tien verzen ervoor en erna.

3En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens. 4Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. 5Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. 6Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 7En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 8Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.

Dank voor de gift

10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. 11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. 14Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt. 15En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. 16Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft. 17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening. 18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. 19Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. 20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Groeten

21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn. 22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn. 23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Directe context

Wat eraan voorafgaat

Paulus is blij dat de Filippenzen weer aan hem denken (4:10). Hij zegt er meteen bij dat hij het niet uit gebrek zegt: 'ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik ben.' Hij weet wat het is om weinig te hebben en om veel te hebben, om verzadigd te zijn en honger te lijden (4:11–12).

Wat erop volgt

Toch vindt hij het goed dat ze met hem 'gedeeld' hebben in zijn nood (4:14). Filippi was de enige gemeente die hem vanaf het begin steunde (4:15–16). Epafroditus bracht de gift, 'een welriekende offergave' (4:18). Paulus belooft: 'mijn God zal in al uw behoeften voorzien' (4:19).

Drie lagen

Tekst, achtergrond en duiding

Uit elkaar gehouden, zodat je ziet wat de tekst zegt, wat we over de achtergrond weten en wat interpretatie is.

  1. Wat de tekst zegt

    Paulus zegt dat hij alles aankan door Hem die hem kracht geeft. Het 'alles' verwijst naar de omstandigheden die hij net noemde: honger en verzadiging, gebrek en overvloed.

  2. Historische achtergrond

    Filippi was een Romeinse kolonie in Macedonië (Noord-Griekenland), met veel oud-soldaten en een sterk Romeins karakter. Volgens Handelingen 16 stichtte Paulus er de eerste gemeente op Europese bodem, met onder anderen Lydia. Gevangenen in het Romeinse rijk waren voor eten en kleding vaak afhankelijk van vrienden; de gift van de Filippenzen was dus letterlijk levensonderhoud.

    Literaire achtergrond

    Vers 10–20 is een kleine dankbrief, maar Paulus zegt nergens gewoon 'dank je'. Hij formuleert voorzichtig, omdat giften in de Grieks-Romeinse wereld verplichtingen schiepen tussen gever en ontvanger. Hij vermijdt de indruk dat hij van hen afhankelijk is, en plaatst de gift in termen van gemeenschap (koinōnia) en offer.

  3. Duiding en toepassing

    Christenen lezen hier dat kracht van Christus niet betekent dat alles lukt, maar dat je staande blijft in wat er gebeurt. Wie het vers als prestatiebelofte gebruikt, mist de gevangeniscel en het bedankbriefje. Tegelijk mag een sporter die dankbaar en tevreden speelt, winst of verlies, zich er volgens velen wél in herkennen.

    Dit is interpretatie, geen feit. Tradities lezen dit soms anders.

Waar onderzoekers verschillen

  • Waar Paulus gevangenzat (Rome ca. 60–62, Efeze ca. 54–55 of Caesarea ca. 57–59) is onzeker; daarmee ook de datering.
  • Sommige onderzoekers denken dat 4:10–20 oorspronkelijk een apart bedankbriefje was dat later met de rest van de brief is samengevoegd. Anderen zien de brief als één geheel.

Gezinsmoment

Samen lezen, ongeveer tien minuten

Voor een gezin, een koppel of een paar vrienden. Kies de vragen die bij jullie passen.

  1. 1Lees samen

    Fil. 4:10–13

    In de Bijbelvertaling van je taal. Lees gerust langzaam; de uitleg hieronder is in gewone taal.

    10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. 11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

  2. 2Begrijp samen

    Paulus zit in de gevangenis als hij deze brief schrijft. In die tijd kreeg je in de gevangenis niet vanzelf eten en kleren. Je had vrienden nodig die voor je zorgden. De mensen van de kerk in Filippi stuurden Paulus geld en een helper. Paulus schrijft terug om te bedanken. Hij zegt: 'Ik heb geleerd tevreden te zijn. Soms had ik weinig, soms veel. Soms had ik honger, soms at ik genoeg.' En dan: 'Alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.' Paulus bedoelt dus niet dat hij alles kan winnen. Hij bedoelt dat hij door Jezus niet opgeeft, of hij nu veel heeft of weinig. En hij is heel blij met vrienden die met hem delen.

  3. 3Praat samen

    • Kinderen

      Wanneer was jij heel blij terwijl je maar weinig had? En wanneer was je ontevreden, terwijl je eigenlijk veel had?

    • Tieners

      'I can do all things' staat vaak op sportspullen. Wat verandert er als je weet dat Paulus het over honger en gevangenschap had?

    • Volwassenen

      Paulus zegt dat hij tevredenheid 'geleerd' heeft. Wat heeft mij daarin iets geleerd, en wat houdt me tegen?

  4. 4Doe samen

    Actie

    Maak samen een 'genoeg-lijstje': iedereen noemt drie dingen waarvoor hij of zij vandaag dankbaar is. Kies daarna, net als de Filippenzen, één manier om iemand te helpen die het moeilijk heeft.

Verdiep jeVoor ouders, om vooraf te lezen

Het woord 'autarkēs' (vs 11) was een kernbegrip bij Stoïcijnse filosofen als Seneca en Epictetus: de wijze is onafhankelijk van omstandigheden en genoeg aan zichzelf. Paulus gebruikt hetzelfde woord, maar zijn bron van kracht ligt buiten hemzelf: 'door Hem die mij kracht geeft'.

In de Grieks-Romeinse vriendschapscultuur schiep een gift een verplichting. Paulus balanceert: hij is dankbaar, maar wil niet de indruk wekken dat hij hun cliënt is. Daarom spreekt hij over 'delen', 'rekening' en 'offer' (vs 15–18): God is uiteindelijk degene die terugbetaalt (vs 19).

De brief aan de Filippenzen gebruikt het woord 'blijdschap' of 'verheugen' opvallend vaak, terwijl Paulus gevangenzit en mogelijk ter dood veroordeeld wordt (1:20–23). Dat contrast is bewust.

Een vergelijkbare gedachte staat in 2 Korintiërs 12:9–10: 'Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht… als ik zwak ben, dan ben ik sterk.'

Bo's quiz

Weet jij het nog? Drie vragen over het verhaal.