Il filo rosso
God woont bij ons
Van de hof in Eden, via tabernakel en tempel, naar God die onder ons komt wonen.
God wil niet ver weg zijn. Eerst woonde Hij in een tent en een tempel, toen kwam Hij zelf, in Jezus. En later woont Hij voor altijd bij ons.
Per ora le spiegazioni di passi e libri sono solo in olandese, e il testo biblico non c'è ancora in italiano: per ora leggi la World English Bible in inglese. L'app invece è in italiano; le traduzioni seguiranno.
God wandelt in de hof
E udirono la voce dell’Eterno Iddio il quale camminava nel giardino sul far della sera; e l’uomo e sua moglie si nascosero dalla presenza dell’Eterno Iddio, fra gli alberi del giardino.
Che cosa succede qui
In Eden wandelt God bij de mensen. Na de zondeval verstoppen ze zich voor Hem.
Come rimanda in avanti
Het begin is een tuin waar God en mens samen zijn. De hele Bijbel werkt naar dat samenzijn terug.
De heerlijkheid vult de tent
Allora la nuvola coprì la tenda di convegno, e la gloria dell’Eterno riempì il tabernacolo.
Che cosa succede qui
Als de tabernakel af is, bedekt Gods wolk hem en vult zijn heerlijkheid de tent in de woestijn.
Come rimanda in avanti
God reist mee met zijn volk en woont in een tent in hun midden. Johannes gebruikt later precies dat woord voor Jezus.
Hoe zou dit huis U kunnen bevatten?
Ma è egli proprio vero che Dio abiti sulla terra? Ecco, i cieli e i cieli de’ cieli non ti posson contenere; quanto meno questa casa che io ho costruita!
Che cosa succede qui
Salomo wijdt de tempel in, en weet: zelfs de hemel is te klein voor God.
Come rimanda in avanti
Een gebouw is te klein. De vraag van Salomo krijgt pas echt antwoord in de menswording.
E poi viene Gesù.
Het Woord heeft onder ons gewoond
E la Parola è stata fatta carne ed ha abitato per un tempo fra noi, piena di grazia e di verità; e noi abbiam contemplata la sua gloria, gloria come quella dell’Unigenito venuto da presso al Padre.
Che cosa succede qui
Johannes vat samen wie Jezus is: het eeuwige Woord werd mens.
Come tutto si unisce
Letterlijk: 'heeft onder ons getabernakeld'. Wat de tent en de tempel aankondigden, is nu een Persoon.
Breek deze tempel af
Gesù rispose loro: Disfate questo tempio, e in tre giorni lo farò risorgere.
Che cosa succede qui
In de tempel zegt Jezus: breek hem af, en in drie dagen zal Ik hem oprichten.
Come tutto si unisce
'Hij sprak van de tempel van zijn lichaam.' De plek waar je God ontmoet, is Jezus zelf.
Gij zijt Gods tempel
Non sapete voi che siete il tempio di Dio, e che lo Spirito di Dio abita in voi?
Che cosa succede qui
Paulus schrijft aan een verdeelde gemeente in Korinthe.
Come tutto si unisce
Door de Geest woont God nu in zijn gemeente. De tempel is een gemeenschap van mensen geworden.
De tabernakel van God is bij de mensen
E udii una gran voce dal trono, che diceva: Ecco il tabernacolo di Dio con gli uomini; ed Egli abiterà con loro, ed essi saranno suoi popoli, e Dio stesso sarà con loro e sarà loro Dio;
Che cosa succede qui
Johannes ziet een nieuwe hemel en aarde, en hoort een stem van de troon.
Come tutto si unisce
Het einde lijkt op het begin, maar groter: geen tempel meer (21:22), want God zelf woont bij de mensen.