腓立比书 4:13 · New Testament
Alles aankunnen: tevreden in gebrek en overvloedHappy in prison
Paulus schrijft vanuit gevangenschap een bedankbrief voor geld dat de gemeente hem stuurde. Hij heeft geleerd tevreden te zijn met weinig en met veel: 'alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.'
目前,经文和书卷的讲解只有荷兰语。圣经经文和应用本身已是你的语言;讲解的翻译正在进行中。
Draft: not yet reviewedThis explanation was written with sources, but has not yet been checked by a second reader.Spotted a mistake? Tell us.
The story
Paulus zit in de gevangenis als hij deze brief schrijft. In die tijd kreeg je in de gevangenis niet vanzelf eten en kleren. Je had vrienden nodig die voor je zorgden. De mensen van de kerk in Filippi stuurden Paulus geld en een helper. Paulus schrijft terug om te bedanken. Hij zegt: 'Ik heb geleerd tevreden te zijn. Soms had ik weinig, soms veel. Soms had ik honger, soms at ik genoeg.' En dan: 'Alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.' Paulus bedoelt dus niet dat hij alles kan winnen. Hij bedoelt dat hij door Jezus niet opgeeft, of hij nu veel heeft of weinig. En hij is heel blij met vrienden die met hem delen.
A question for you
Wanneer was jij heel blij terwijl je maar weinig had? En wanneer was je ontevreden, terwijl je eigenlijk veel had?
Do it together
Maak samen een 'genoeg-lijstje': iedereen noemt drie dingen waarvoor hij of zij vandaag dankbaar is. Kies daarna, net als de Filippenzen, één manier om iemand te helpen die het moeilijk heeft.
Often read as
'Ik kan alles': een motto voor sport, examens en persoonlijke doelen.
Read in context
'Ik kan alles aan': honger en overvloed, gebrek en genoeg. Paulus schrijft het vanuit de gevangenis, in een bedankbriefje voor een gift. Het gaat over tevredenheid, niet over prestaties.
腓立比书 4:13
我靠着那加给我力量的,凡事都能做。
I can do all things through Christ, who strengthens me.
Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.
Ten verses before and after.
3我也求你这真实同负一轭的,帮助这两个女人,因为她们在福音上曾与我一同劳苦;还有革利免,并其余和我一同做工的,他们的名字都在生命册上。 4你们要靠主常常喜乐。我再说,你们要喜乐。 5当叫众人知道你们谦让的心。主已经近了。 6应当一无挂虑,只要凡事藉着祷告、祈求,和感谢,将你们所要的告诉 神。 7神所赐、出人意外的平安必在基督耶稣里保守你们的心怀意念。 8弟兄们,我还有未尽的话:凡是真实的、可敬的、公义的、清洁的、可爱的、有美名的,若有甚么德行,若有甚么称赞,这些事你们都要思念。 9你们在我身上所学习的,所领受的,所听见的,所看见的,这些事你们都要去行,赐平安的 神就必与你们同在。
Dank voor de gift
10我靠主大大地喜乐,因为你们思念我的心如今又发生;你们向来就思念我,只是没得机会。 11我并不是因缺乏说这话;我无论在甚么景况都可以知足,这是我已经学会了。 12我知道怎样处卑贱,也知道怎样处丰富;或饱足,或饥饿;或有余,或缺乏,随事随在,我都得了秘诀。 13我靠着那加给我力量的,凡事都能做。 14然而,你们和我同受患难原是美事。 15腓立比人哪,你们也知道我初传福音离了马其顿的时候,论到授受的事,除了你们以外,并没有别的教会供给我。 16就是我在帖撒罗尼迦,你们也一次两次地打发人供给我的需用。 17我并不求甚么馈送,所求的就是你们的果子渐渐增多,归在你们的帐上。 18但我样样都有,并且有余。我已经充足,因我从以巴弗提受了你们的馈送,当作极美的香气,为 神所收纳、所喜悦的祭物。 19我的 神必照他荣耀的丰富,在基督耶稣里,使你们一切所需用的都充足。 20愿荣耀归给我们的父 神,直到永永远远。阿们!
Groeten
21请问在基督耶稣里的各位圣徒安。在我这里的众弟兄都问你们安。 22众圣徒都问你们安。在凯撒家里的人特特地问你们安。 23愿主耶稣基督的恩常在你们心里!
3Yes, I beg you also, true partner, help these women, for they labored with me in the Good News, with Clement also, and the rest of my fellow workers, whose names are in the book of life. 4Rejoice in the Lord always! Again I will say, “Rejoice!” 5Let your gentleness be known to all men. The Lord is at hand. 6In nothing be anxious, but in everything, by prayer and petition with thanksgiving, let your requests be made known to God. 7And the peace of God, which surpasses all understanding, will guard your hearts and your thoughts in Christ Jesus. 8Finally, brothers, whatever things are true, whatever things are honorable, whatever things are just, whatever things are pure, whatever things are lovely, whatever things are of good report; if there is any virtue, and if there is any praise, think about these things. 9The things which you learned, received, heard, and saw in me: do these things, and the God of peace will be with you.
Dank voor de gift
10But I rejoice in the Lord greatly, that now at length you have revived your thought for me; in which you did indeed take thought, but you lacked opportunity. 11Not that I speak in respect to lack, for I have learned in whatever state I am, to be content in it. 12I know how to be humbled, and I know also how to abound. In everything and in all things I have learned the secret both to be filled and to be hungry, both to abound and to be in need. 13I can do all things through Christ, who strengthens me. 14However you did well that you shared in my affliction. 15You yourselves also know, you Philippians, that in the beginning of the Good News, when I departed from Macedonia, no assembly shared with me in the matter of giving and receiving but you only. 16For even in Thessalonica you sent once and again to my need. 17Not that I seek for the gift, but I seek for the fruit that increases to your account. 18But I have all things, and abound. I am filled, having received from Epaphroditus the things that came from you, a sweet-smelling fragrance, an acceptable and well-pleasing sacrifice to God. 19My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus. 20Now to our God and Father be the glory forever and ever! Amen.
Groeten
21Greet every saint in Christ Jesus. The brothers who are with me greet you. 22All the saints greet you, especially those who are of Caesar’s household. 23The grace of the Lord Jesus Christ be with you all. Amen.
3En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens. 4Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. 5Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. 6Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 7En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 8Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
Dank voor de gift
10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. 11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. 14Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt. 15En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. 16Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft. 17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening. 18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. 19Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. 20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Groeten
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn. 22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn. 23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
The text as a unit: Dank voor de gift (腓立比书 4:10–20).
10我靠主大大地喜乐,因为你们思念我的心如今又发生;你们向来就思念我,只是没得机会。 11我并不是因缺乏说这话;我无论在甚么景况都可以知足,这是我已经学会了。 12我知道怎样处卑贱,也知道怎样处丰富;或饱足,或饥饿;或有余,或缺乏,随事随在,我都得了秘诀。 13我靠着那加给我力量的,凡事都能做。 14然而,你们和我同受患难原是美事。 15腓立比人哪,你们也知道我初传福音离了马其顿的时候,论到授受的事,除了你们以外,并没有别的教会供给我。 16就是我在帖撒罗尼迦,你们也一次两次地打发人供给我的需用。 17我并不求甚么馈送,所求的就是你们的果子渐渐增多,归在你们的帐上。 18但我样样都有,并且有余。我已经充足,因我从以巴弗提受了你们的馈送,当作极美的香气,为 神所收纳、所喜悦的祭物。 19我的 神必照他荣耀的丰富,在基督耶稣里,使你们一切所需用的都充足。 20愿荣耀归给我们的父 神,直到永永远远。阿们!
10But I rejoice in the Lord greatly, that now at length you have revived your thought for me; in which you did indeed take thought, but you lacked opportunity. 11Not that I speak in respect to lack, for I have learned in whatever state I am, to be content in it. 12I know how to be humbled, and I know also how to abound. In everything and in all things I have learned the secret both to be filled and to be hungry, both to abound and to be in need. 13I can do all things through Christ, who strengthens me. 14However you did well that you shared in my affliction. 15You yourselves also know, you Philippians, that in the beginning of the Good News, when I departed from Macedonia, no assembly shared with me in the matter of giving and receiving but you only. 16For even in Thessalonica you sent once and again to my need. 17Not that I seek for the gift, but I seek for the fruit that increases to your account. 18But I have all things, and abound. I am filled, having received from Epaphroditus the things that came from you, a sweet-smelling fragrance, an acceptable and well-pleasing sacrifice to God. 19My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus. 20Now to our God and Father be the glory forever and ever! Amen.
10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. 11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. 14Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt. 15En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. 16Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft. 17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening. 18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. 19Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. 20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
The whole chapter. The passage is lightly tinted.
Blijf staan, en verheug je
1我所亲爱、所想念的弟兄们,你们就是我的喜乐,我的冠冕。我亲爱的弟兄,你们应当靠主站立得稳。 2我劝友阿蝶和循都基,要在主里同心。 3我也求你这真实同负一轭的,帮助这两个女人,因为她们在福音上曾与我一同劳苦;还有革利免,并其余和我一同做工的,他们的名字都在生命册上。 4你们要靠主常常喜乐。我再说,你们要喜乐。 5当叫众人知道你们谦让的心。主已经近了。 6应当一无挂虑,只要凡事藉着祷告、祈求,和感谢,将你们所要的告诉 神。 7神所赐、出人意外的平安必在基督耶稣里保守你们的心怀意念。 8弟兄们,我还有未尽的话:凡是真实的、可敬的、公义的、清洁的、可爱的、有美名的,若有甚么德行,若有甚么称赞,这些事你们都要思念。 9你们在我身上所学习的,所领受的,所听见的,所看见的,这些事你们都要去行,赐平安的 神就必与你们同在。
Dank voor de gift
10我靠主大大地喜乐,因为你们思念我的心如今又发生;你们向来就思念我,只是没得机会。 11我并不是因缺乏说这话;我无论在甚么景况都可以知足,这是我已经学会了。 12我知道怎样处卑贱,也知道怎样处丰富;或饱足,或饥饿;或有余,或缺乏,随事随在,我都得了秘诀。 13我靠着那加给我力量的,凡事都能做。 14然而,你们和我同受患难原是美事。 15腓立比人哪,你们也知道我初传福音离了马其顿的时候,论到授受的事,除了你们以外,并没有别的教会供给我。 16就是我在帖撒罗尼迦,你们也一次两次地打发人供给我的需用。 17我并不求甚么馈送,所求的就是你们的果子渐渐增多,归在你们的帐上。 18但我样样都有,并且有余。我已经充足,因我从以巴弗提受了你们的馈送,当作极美的香气,为 神所收纳、所喜悦的祭物。 19我的 神必照他荣耀的丰富,在基督耶稣里,使你们一切所需用的都充足。 20愿荣耀归给我们的父 神,直到永永远远。阿们!
Groeten
21请问在基督耶稣里的各位圣徒安。在我这里的众弟兄都问你们安。 22众圣徒都问你们安。在凯撒家里的人特特地问你们安。 23愿主耶稣基督的恩常在你们心里!
Blijf staan, en verheug je
1Therefore, my brothers, beloved and longed for, my joy and crown, so stand firm in the Lord, my beloved. 2I exhort Euodia, and I exhort Syntyche, to think the same way in the Lord. 3Yes, I beg you also, true partner, help these women, for they labored with me in the Good News, with Clement also, and the rest of my fellow workers, whose names are in the book of life. 4Rejoice in the Lord always! Again I will say, “Rejoice!” 5Let your gentleness be known to all men. The Lord is at hand. 6In nothing be anxious, but in everything, by prayer and petition with thanksgiving, let your requests be made known to God. 7And the peace of God, which surpasses all understanding, will guard your hearts and your thoughts in Christ Jesus. 8Finally, brothers, whatever things are true, whatever things are honorable, whatever things are just, whatever things are pure, whatever things are lovely, whatever things are of good report; if there is any virtue, and if there is any praise, think about these things. 9The things which you learned, received, heard, and saw in me: do these things, and the God of peace will be with you.
Dank voor de gift
10But I rejoice in the Lord greatly, that now at length you have revived your thought for me; in which you did indeed take thought, but you lacked opportunity. 11Not that I speak in respect to lack, for I have learned in whatever state I am, to be content in it. 12I know how to be humbled, and I know also how to abound. In everything and in all things I have learned the secret both to be filled and to be hungry, both to abound and to be in need. 13I can do all things through Christ, who strengthens me. 14However you did well that you shared in my affliction. 15You yourselves also know, you Philippians, that in the beginning of the Good News, when I departed from Macedonia, no assembly shared with me in the matter of giving and receiving but you only. 16For even in Thessalonica you sent once and again to my need. 17Not that I seek for the gift, but I seek for the fruit that increases to your account. 18But I have all things, and abound. I am filled, having received from Epaphroditus the things that came from you, a sweet-smelling fragrance, an acceptable and well-pleasing sacrifice to God. 19My God will supply every need of yours according to his riches in glory in Christ Jesus. 20Now to our God and Father be the glory forever and ever! Amen.
Groeten
21Greet every saint in Christ Jesus. The brothers who are with me greet you. 22All the saints greet you, especially those who are of Caesar’s household. 23The grace of the Lord Jesus Christ be with you all. Amen.
Blijf staan, en verheug je
1Zo dan, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, mijn blijdschap en kroon, staat alzo in den Heere, geliefden! 2Ik vermaan Euodia, en ik vermaan Syntyche, dat zij eensgezind zijn in den Heere. 3En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens. 4Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u. 5Uw bescheidenheid zij allen mensen bekend. De Heere is nabij. 6Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 7En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 8Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
Dank voor de gift
10En ik ben grotelijks verblijd geweest in den Heere, dat gij nu eenmaal wederom verwakkerd zijt om aan mij te gedenken; waaraan gij ook gedacht hebt, maar gij hebt de gelegenheid niet gehad. 11Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. 12En ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; alleszins en in alles ben ik onderwezen, beide verzadigd te zijn en honger te lijden, beide overvloed te hebben en gebrek te lijden. 13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft. 14Nochtans hebt gij wel gedaan, dat gij met mijn verdrukking gemeenschap gehad hebt. 15En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies, toen ik van Macedonie vertrokken ben, geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen. 16Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft. 17Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening. 18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk. 19Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus. 20Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Groeten
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn. 22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn. 23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Where this passage sits in the structure of 腓立比书.
- 1:1–11
Groet en dank
Paulus dankt voor hun 'gemeenschap aan het evangelie'.
- 1:12–26
Paulus in de gevangenis
'Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.'
- 1:27–2:18
Eensgezind, zoals Christus
Het lied over Christus die zich vernederde (2:6–11).
- 2:19–30
Timoteüs en Epafroditus
Twee medewerkers en hun zorg voor de gemeente.
- 3:1–4:1
Waarschuwing en Paulus' verhaal
Alles wat hij had, 'schade' om Christus; jagen naar het doel.
- 4:2–9
Vermaningen en vrede
Euodia en Syntyche, 'verblijdt u', de vrede van God.
- 4:10–20
Dank voor de gift
Tevreden in gebrek en overvloed, en dankbaar voor hun steun.
The passage is here
- 4:21–23
Groeten
Ook de groeten 'uit des keizers huis'.
- 1:1–11
Groet en dank
Paulus dankt voor hun 'gemeenschap aan het evangelie'.
- 1:12–26
Paulus in de gevangenis
'Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.'
- 1:27–2:18
Eensgezind, zoals Christus
Het lied over Christus die zich vernederde (2:6–11).
- 2:19–30
Timoteüs en Epafroditus
Twee medewerkers en hun zorg voor de gemeente.
- 3:1–4:1
Waarschuwing en Paulus' verhaal
Alles wat hij had, 'schade' om Christus; jagen naar het doel.
- 4:2–9
Vermaningen en vrede
Euodia en Syntyche, 'verblijdt u', de vrede van God.
- 4:10–20
Dank voor de gift
Tevreden in gebrek en overvloed, en dankbaar voor hun steun.
The passage is here
- 4:21–23
Groeten
Ook de groeten 'uit des keizers huis'.
- 1:1–11
Groet en dank
Paulus dankt voor hun 'gemeenschap aan het evangelie'.
- 1:12–26
Paulus in de gevangenis
'Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.'
- 1:27–2:18
Eensgezind, zoals Christus
Het lied over Christus die zich vernederde (2:6–11).
- 2:19–30
Timoteüs en Epafroditus
Twee medewerkers en hun zorg voor de gemeente.
- 3:1–4:1
Waarschuwing en Paulus' verhaal
Alles wat hij had, 'schade' om Christus; jagen naar het doel.
- 4:2–9
Vermaningen en vrede
Euodia en Syntyche, 'verblijdt u', de vrede van God.
- 4:10–20
Dank voor de gift
Tevreden in gebrek en overvloed, en dankbaar voor hun steun.
The passage is here
- 4:21–23
Groeten
Ook de groeten 'uit des keizers huis'.
Immediate context
What comes before
Paulus is blij dat de Filippenzen weer aan hem denken (4:10). Hij zegt er meteen bij dat hij het niet uit gebrek zegt: 'ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik ben.' Hij weet wat het is om weinig te hebben en om veel te hebben, om verzadigd te zijn en honger te lijden (4:11–12).
What comes after
Toch vindt hij het goed dat ze met hem 'gedeeld' hebben in zijn nood (4:14). Filippi was de enige gemeente die hem vanaf het begin steunde (4:15–16). Epafroditus bracht de gift, 'een welriekende offergave' (4:18). Paulus belooft: 'mijn God zal in al uw behoeften voorzien' (4:19).
Three layers
Text, background and interpretation
Kept apart, so you can see what the text says, what we know about the background and what is interpretation.
What the text says
Paulus zegt dat hij alles aankan door Hem die hem kracht geeft. Het 'alles' verwijst naar de omstandigheden die hij net noemde: honger en verzadiging, gebrek en overvloed.
Historical background
Filippi was een Romeinse kolonie in Macedonië (Noord-Griekenland), met veel oud-soldaten en een sterk Romeins karakter. Volgens Handelingen 16 stichtte Paulus er de eerste gemeente op Europese bodem, met onder anderen Lydia. Gevangenen in het Romeinse rijk waren voor eten en kleding vaak afhankelijk van vrienden; de gift van de Filippenzen was dus letterlijk levensonderhoud.
Literary background
Vers 10–20 is een kleine dankbrief, maar Paulus zegt nergens gewoon 'dank je'. Hij formuleert voorzichtig, omdat giften in de Grieks-Romeinse wereld verplichtingen schiepen tussen gever en ontvanger. Hij vermijdt de indruk dat hij van hen afhankelijk is, en plaatst de gift in termen van gemeenschap (koinōnia) en offer.
Interpretation and application
Christenen lezen hier dat kracht van Christus niet betekent dat alles lukt, maar dat je staande blijft in wat er gebeurt. Wie het vers als prestatiebelofte gebruikt, mist de gevangeniscel en het bedankbriefje. Tegelijk mag een sporter die dankbaar en tevreden speelt, winst of verlies, zich er volgens velen wél in herkennen.
This is interpretation, not fact. Traditions sometimes read it differently.
Where scholars differ
- Waar Paulus gevangenzat (Rome ca. 60–62, Efeze ca. 54–55 of Caesarea ca. 57–59) is onzeker; daarmee ook de datering.
- Sommige onderzoekers denken dat 4:10–20 oorspronkelijk een apart bedankbriefje was dat later met de rest van de brief is samengevoegd. Anderen zien de brief als één geheel.
Family moment
Reading together, about ten minutes
For a family, a couple or a few friends. Pick the questions that suit you.
1Read together
腓立比书 4:10–13
In your language's Bible translation. Feel free to read slowly; the explanation below is in plain words.
10我靠主大大地喜乐,因为你们思念我的心如今又发生;你们向来就思念我,只是没得机会。 11我并不是因缺乏说这话;我无论在甚么景况都可以知足,这是我已经学会了。 12我知道怎样处卑贱,也知道怎样处丰富;或饱足,或饥饿;或有余,或缺乏,随事随在,我都得了秘诀。 13我靠着那加给我力量的,凡事都能做。
2Understand together
Paulus zit in de gevangenis als hij deze brief schrijft. In die tijd kreeg je in de gevangenis niet vanzelf eten en kleren. Je had vrienden nodig die voor je zorgden. De mensen van de kerk in Filippi stuurden Paulus geld en een helper. Paulus schrijft terug om te bedanken. Hij zegt: 'Ik heb geleerd tevreden te zijn. Soms had ik weinig, soms veel. Soms had ik honger, soms at ik genoeg.' En dan: 'Alles kan ik aan door Hem die mij kracht geeft.' Paulus bedoelt dus niet dat hij alles kan winnen. Hij bedoelt dat hij door Jezus niet opgeeft, of hij nu veel heeft of weinig. En hij is heel blij met vrienden die met hem delen.
3Talk together
- Children
Wanneer was jij heel blij terwijl je maar weinig had? En wanneer was je ontevreden, terwijl je eigenlijk veel had?
- Teens
'I can do all things' staat vaak op sportspullen. Wat verandert er als je weet dat Paulus het over honger en gevangenschap had?
- Adults
Paulus zegt dat hij tevredenheid 'geleerd' heeft. Wat heeft mij daarin iets geleerd, en wat houdt me tegen?
- Children
4Do together
ActionMaak samen een 'genoeg-lijstje': iedereen noemt drie dingen waarvoor hij of zij vandaag dankbaar is. Kies daarna, net als de Filippenzen, één manier om iemand te helpen die het moeilijk heeft.
Go deeperFor parents, to read beforehand
Het woord 'autarkēs' (vs 11) was een kernbegrip bij Stoïcijnse filosofen als Seneca en Epictetus: de wijze is onafhankelijk van omstandigheden en genoeg aan zichzelf. Paulus gebruikt hetzelfde woord, maar zijn bron van kracht ligt buiten hemzelf: 'door Hem die mij kracht geeft'.
In de Grieks-Romeinse vriendschapscultuur schiep een gift een verplichting. Paulus balanceert: hij is dankbaar, maar wil niet de indruk wekken dat hij hun cliënt is. Daarom spreekt hij over 'delen', 'rekening' en 'offer' (vs 15–18): God is uiteindelijk degene die terugbetaalt (vs 19).
De brief aan de Filippenzen gebruikt het woord 'blijdschap' of 'verheugen' opvallend vaak, terwijl Paulus gevangenzit en mogelijk ter dood veroordeeld wordt (1:20–23). Dat contrast is bewust.
Een vergelijkbare gedachte staat in 2 Korintiërs 12:9–10: 'Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht… als ik zwak ben, dan ben ik sterk.'
Bo's quiz
Do you remember? Three questions about the story.