Naar de inhoud
Bèta

Jeremia 29:11 · Oude Testament

Plannen voor vrede, na zeventig jaarEen brief uit de verte

Een brief van Jeremia aan Judeeërs die naar Babel zijn weggevoerd: richt je in, zoek het welzijn van de stad en wacht. God belooft terugkeer en toekomst, maar pas na zeventig jaar.

Concept: nog niet nagelezenDeze uitleg is geschreven met bronnen, maar nog niet door een tweede lezer gecontroleerd.Zie je een fout? Meld het.

Het verhaal

Lang geleden werden veel mensen uit Jeruzalem gevangen genomen en meegenomen naar Babel, een groot land ver weg. Ze wilden heel graag terug naar huis. Sommige profeten zeiden: 'Binnen twee jaar zijn jullie thuis!' Maar Jeremia schreef hen een brief met een ander bericht. Hij schreef: bouw huizen, plant tuinen, trouw en zorg goed voor de stad waar je nu woont. Bid zelfs voor die stad. Pas na zeventig jaar mochten ze terug. Dat is langer dan de meeste mensen leven. Midden in die brief staat de bekende zin: 'Ik weet welke plannen Ik voor jullie heb: plannen voor vrede, om jullie een toekomst en hoop te geven.' Het is een belofte voor een hele groep mensen. Ze zegt dat God hen niet vergeten is, ook al duurt het lang.

Vraag voor jou

Stel je voor dat je moet verhuizen naar een land waar je niet wilt wonen. Wat zou je missen? Wat zou helpen om je er toch een beetje thuis te voelen?

Doe samen

Kies samen één klein ding dat je deze week doet voor je straat of buurt: een kaartje bij de buren, een groet, samen zwerfvuil rapen. Noem daarna je gemeente bij naam in een kort gebed.

Kleurplaat

Vaak gelezen als

Een persoonlijke belofte: God heeft een plan met mijn leven en het komt goed, liefst snel.

In verband gelezen

Een belofte aan een volk in ballingschap, met een wachttijd van zeventig jaar. Eerst komt de opdracht om zich in te richten en het goede te zoeken voor de stad van de vijand.

Tien verzen ervoor en erna.

Brief aan de ballingen in Babel

1Voorts zijn dit de woorden des briefs, dien de profeet Jeremia zond van Jeruzalem tot de overige oudsten, die gevankelijk waren weggevoerd, mitsgaders tot de priesteren, en tot de profeten, en tot het ganse volk, dat Nebukadnezar van Jeruzalem gevankelijk had weggevoerd naar Babel. 2(Nadat de koning Jechonia, en de koningin, en de kamerlingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, mitsgaders de timmerlieden en smeden van Jeruzalem waren uitgegaan); 3Door de hand van Elasa, den zoon van Safan, en Gemarja, den zoon van Hilkia, die Zedekia, de koning van Juda, naar Babel zond, tot Nebukadnezar, den koning van Babel, zeggende: 4Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: 5Bouwt huizen en woont daarin, en plant hoven en eet de vrucht daarvan; 6Neemt vrouwen, en gewint zonen en dochteren, en neemt vrouwen voor uw zonen, en geeft uw dochteren aan mannen, dat zij zonen en dochteren baren; en wordt aldaar vermenigvuldigd, en wordt niet verminderd. 7En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben. 8Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die gij doet dromen. 9Want zij profeteren u valselijk in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE. 10Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats. 11Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting. 12Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen. 13En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart. 14En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren.

Over wie achterbleef, en twee valse profeten

15Omdat gij zegt: de HEERE heeft ons profeten naar Babel verwekt; 16Daarom zegt de HEERE alzo van den koning, die op Davids troon zit, en van al het volk, dat in deze stad woont, te weten, uw broederen, die met u niet zijn uitgegaan in de gevangenis; 17Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal het zwaard, den honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden. 18En Ik zal ze achterna jagen met het zwaard, met den honger en met de pestilentie; en Ik zal ze overgeven tot een beroering, allen koninkrijken der aarde, tot een vloek, en tot een schrik, en tot een aanfluiting, en tot een smaadheid, onder al de volken, waar Ik ze henengedreven zal hebben; 19Omdat zij naar Mijn woorden niet gehoord hebben, spreekt de HEERE, als Ik Mijn knechten, de profeten, tot hen zond, vroeg op zijnde en zendende; maar gijlieden hebt niet gehoord, spreekt de HEERE. 20Gij dan, hoort des HEEREN woord, gij allen, die gevankelijk zijt weggevoerd, die Ik van Jeruzalem naar Babel heb weggezonden! 21Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, van Achab, zoon van Kolaja, en van Zedekia, zoon van Maaseja, die ulieden in Mijn Naam valselijk profeteren: Ziet, Ik zal hen geven in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en hij zal ze voor uw ogen slaan.

Directe context

Wat eraan voorafgaat

In hoofdstuk 28 belooft de profeet Hananja dat de ballingen binnen twee jaar thuis zijn. Jeremia spreekt dat tegen. Daarna stuurt hij deze brief naar wie in 597 v.Chr. met koning Jojachin naar Babel werd weggevoerd: bouw huizen, plant tuinen, trouw, en bid voor Babel (29:4–7). Luister niet naar wie snelle redding belooft. Pas 'als zeventig jaar voor Babel vol zijn' (29:10) komt de terugkeer.

Wat erop volgt

God belooft dat wie Hem zoekt, Hem zal vinden, en dat Hij het volk zal terugbrengen (29:12–14). Daarna volgt oordeel over wie in Jeruzalem achterbleef en over twee profeten in Babel die leugens vertelden (29:15–23). Het hoofdstuk eindigt met Semaja, die vanuit Babel een brief tegen Jeremia stuurt (29:24–32).

Drie lagen

Tekst, achtergrond en duiding

Uit elkaar gehouden, zodat je ziet wat de tekst zegt, wat we over de achtergrond weten en wat interpretatie is.

  1. Wat de tekst zegt

    God zegt dat Hij de plannen kent die Hij voor zijn volk heeft: plannen voor vrede en niet voor onheil, om hun toekomst en hoop te geven. De zin staat midden in een brief met praktische opdrachten en een duidelijke tijdsaanduiding.

  2. Historische achtergrond

    In 597 v.Chr. voerde de Babylonische koning Nebukadnessar koning Jojachin, zijn hof, ambachtslui en priesters weg naar Babel. Jeruzalem stond nog; de verwoesting volgde in 587/586 v.Chr. In die tussentijd verwachtten velen een snelle terugkeer, gevoed door profeten als Hananja. Jeremia schreef een brief die met een officieel gezantschap meereisde (29:3).

    Literaire achtergrond

    Hoofdstukken 27–29 vormen een eenheid over ware en valse profetie. De brief (29:4–23) is opgebouwd als opdracht (vs 4–7), waarschuwing (vs 8–9) en belofte (vs 10–14). Vers 11 is dus het slot van een argument, geen losse spreuk. Het woord 'shalom' (vrede, welzijn) komt in vers 7 drie keer voor en keert terug in vers 11.

  3. Duiding en toepassing

    Veel christenen lezen de tekst ook als woord voor vandaag: God is trouw aan zijn mensen, ook in een situatie die ze niet kozen. In verband gelezen gaat die trouw vaak via wachten en via het zoeken van het goede op de plek waar je bent, niet via een snelle uitweg. Toepassing op het eigen leven kan dus, maar dan als deel van een gemeenschap en met die lange adem.

    Dit is interpretatie, geen feit. Tradities lezen dit soms anders.

Waar onderzoekers verschillen

  • Of de 'zeventig jaar' letterlijk bedoeld zijn (bv. van ca. 605 tot 538 v.Chr., of tot de herbouw van de tempel in 516) of als rond getal voor een mensenleven, wordt verschillend gezien.
  • De Griekse versie van Jeremia (Septuagint) heeft op enkele plaatsen in dit hoofdstuk een kortere tekst. Hoe het boek gegroeid is, blijft onderwerp van onderzoek.

Gezinsmoment

Samen lezen, ongeveer tien minuten

Voor een gezin, een koppel of een paar vrienden. Kies de vragen die bij jullie passen.

  1. 1Lees samen

    Jer. 29:4–7, Jer. 29:10–11

    In de Bijbelvertaling van je taal. Lees gerust langzaam; de uitleg hieronder is in gewone taal.

    4Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israels, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: 5Bouwt huizen en woont daarin, en plant hoven en eet de vrucht daarvan; 6Neemt vrouwen, en gewint zonen en dochteren, en neemt vrouwen voor uw zonen, en geeft uw dochteren aan mannen, dat zij zonen en dochteren baren; en wordt aldaar vermenigvuldigd, en wordt niet verminderd. 7En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben. 10Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats. 11Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting.

  2. 2Begrijp samen

    Lang geleden werden veel mensen uit Jeruzalem gevangen genomen en meegenomen naar Babel, een groot land ver weg. Ze wilden heel graag terug naar huis. Sommige profeten zeiden: 'Binnen twee jaar zijn jullie thuis!' Maar Jeremia schreef hen een brief met een ander bericht. Hij schreef: bouw huizen, plant tuinen, trouw en zorg goed voor de stad waar je nu woont. Bid zelfs voor die stad. Pas na zeventig jaar mochten ze terug. Dat is langer dan de meeste mensen leven. Midden in die brief staat de bekende zin: 'Ik weet welke plannen Ik voor jullie heb: plannen voor vrede, om jullie een toekomst en hoop te geven.' Het is een belofte voor een hele groep mensen. Ze zegt dat God hen niet vergeten is, ook al duurt het lang.

  3. 3Praat samen

    • Kinderen

      Stel je voor dat je moet verhuizen naar een land waar je niet wilt wonen. Wat zou je missen? Wat zou helpen om je er toch een beetje thuis te voelen?

    • Tieners

      God zegt 'wacht zeventig jaar' en tegelijk 'zoek het goede voor de stad'. Hoe blijf je hoopvol als iets heel lang duurt?

    • Volwassenen

      Waar leef ik in een situatie die ik niet koos? Wat zou 'de vrede van die stad zoeken' daar concreet betekenen?

  4. 4Doe samen

    Actie

    Kies samen één klein ding dat je deze week doet voor je straat of buurt: een kaartje bij de buren, een groet, samen zwerfvuil rapen. Noem daarna je gemeente bij naam in een kort gebed.

Verdiep jeVoor ouders, om vooraf te lezen

In de Statenvertaling staat in vers 11 'de gedachten, die Ik over u denk'; nieuwere vertalingen kiezen 'plannen'. Het Hebreeuwse woord kan beide betekenen: het gaat om wat God van plan is met zijn volk.

De tegenstelling met Hananja (hoofdstuk 28) is de sleutel. Hananja brak het houten juk van Jeremia's nek en beloofde bevrijding binnen twee jaar. Jeremia's antwoord was een ijzeren juk: de ballingschap zal duren. De brief in hoofdstuk 29 maakt duidelijk dat echte hoop soms betekent dat je de korte oplossing loslaat.

Opvallend is de opdracht om te bidden voor Babel (vs 7). Het welzijn van de ballingen hangt samen met het welzijn van de stad die hen onderdrukt. Christenen lezen hier ook hun eigen roeping in: Petrus noemt gelovigen 'vreemdelingen' die in hun omgeving het goede doen (1 Petr. 2:11–12). Voor veel kerken is 'zoek de vrede van de stad' een reden om zich in te zetten voor hun buurt.

Later leest Daniël 'in de boeken' over de zeventig jaar van Jeremia en begint te bidden (Dan. 9:2). Ook 2 Kronieken 36:21 verwijst ernaar. Het getal werd dus al in de Bijbel zelf opnieuw geïnterpreteerd.

Bo's quiz

Weet jij het nog? Drie vragen over het verhaal.