Naar de inhoud
Bèta

Geschiedenis

Rechters

Een neerwaartse spiraal: Israël dient andere goden, raakt in nood, roept tot God, die een 'rechter' (redder) stuurt, en valt dan terug. Debora, Gideon en Simson zijn geen heiligen, maar God werkt door hen heen.

Testament
Oude Testament
Genre
Geschiedschrijving: verhalen over leiders in crisistijd
Schrijver
Onbekend
Eerste lezers
Israël, als uitleg waarom het een goede koning nodig had
Tijd
Speelt tussen de intocht en het koningschap (ca. 1200–1050 v.Chr.)

Jezus in dit boek

Het refrein 'in die dagen was er geen koning; ieder deed wat recht was in zijn ogen' (21:25) roept om een rechtvaardige koning. Hebreeën 11:32 noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta onder de geloofshelden.

Opbouw

  1. 1:1–2:5Onvoltooide veroveringHet land is niet helemaal ingenomen.
  2. 2:6–3:6Het patroonOntrouw, nood, geroep, redding, en opnieuw.
  3. 3:7–16:31De rechtersEhud, Debora, Gideon, Jefta, Simson.
  4. 17–21ChaosAfgoderij en geweld: 'ieder deed wat recht was in zijn ogen'.

Hoofdstukken