Naar de inhoud
Bèta

Geschiedenis

2 Koningen

Elisa neemt het van Elia over. Het noordrijk valt in 722 v.Chr. voor Assyrië, Juda in 587 v.Chr. voor Babel. Tussendoor zijn er hervormers als Hizkia en Josia, maar het tij keert niet.

Testament
Oude Testament
Genre
Geschiedschrijving
Schrijver
Onbekend
Eerste lezers
Israël in de ballingschap
Tijd
Speelt ca. 850–560 v.Chr.

Jezus in dit boek

Jezus verwijst naar Elisa en de Syriër Naäman om te tonen dat Gods genade ook buitenstaanders bereikt (Luc. 4:27). Het boek eindigt met de vrijlating van koning Jojachin (25:27–30): de lijn van David is niet uitgestorven.

Opbouw

  1. 1–8ElisaElia opgenomen, wonderen van Elisa, Naäman.
  2. 9–17Tot de val van SamariaJehu, en het einde van het noordrijk (722 v.Chr.).
  3. 18–25Juda tot de ballingschapHizkia, Josia en de verwoesting van Jeruzalem.

Hoofdstukken