Naar de inhoud
Bèta

De Wet

Leviticus

Hoe kan een heilige God wonen te midden van onvolmaakte mensen? Leviticus antwoordt met offers, priesters, reinheidsregels en de Grote Verzoendag, en roept Israël op heilig te zijn 'want Ik ben heilig'.

Testament
Oude Testament
Genre
Wetgeving: offers, reinheid en heiligheid
Schrijver
Volgens de traditie Mozes
Eerste lezers
Israël, en in het bijzonder de priesters
Tijd
Zie Genesis; het priesterlijke materiaal wordt door veel onderzoekers laat gedateerd, door anderen vroeg

Jezus in dit boek

De brief aan de Hebreeën leest de Grote Verzoendag (16) als voorafschaduwing van Jezus, de hogepriester die zichzelf offert (Hebr. 9–10). Jezus citeert 'heb je naaste lief als jezelf' (19:18) als het tweede grote gebod (Mat. 22:39).

Opbouw

  1. 1–7OffersBrandoffer, spijsoffer, vredeoffer, zondoffer, schuldoffer.
  2. 8–10Priesters gewijdAäron en zijn zonen; het vreemde vuur van Nadab en Abihu.
  3. 11–15Rein en onreinVoedsel, geboorte, huidziekten.
  4. 16De Grote VerzoendagEén dag per jaar: verzoening voor het hele volk.
  5. 17–27Wees heiligHeiligheid in eten, seksualiteit, recht, feesten en het jubeljaar.

Hoofdstukken