Aller au contenu
Bêta

Matthieu 7:1 · Nouveau Testament

Oordeel niet: eerst de balk, dan de splinterLa poutre et la paille

In de Bergrede waarschuwt Jezus tegen hard en schijnheilig oordelen: met de maat waarmee je meet, word je zelf gemeten. Wie eerst eerlijk naar zichzelf kijkt, kan daarna een ander echt helpen.

Pour l'instant, les explications des passages et des livres sont uniquement en néerlandais. Le texte biblique et l'application elle-même sont dans votre langue ; les traductions des explications suivront.

Brouillon : pas encore reluCette explication a été écrite avec des sources, mais n'a pas encore été vérifiée par un second lecteur.Une erreur ? Signalez-la.

L'histoire

Jezus zit op een berg en leert zijn leerlingen hoe je leeft als je bij God hoort. Dan zegt Hij: 'Oordeel niet.' Hij geeft er een grappig voorbeeld bij. Stel je voor: iemand heeft een grote houten balk in zijn oog, maar zegt tegen een ander: 'Wacht, er zit een klein splintertje in jouw oog, ik haal het er wel even uit!' Dat is natuurlijk gek. Jezus bedoelt: we zien snel wat anderen fout doen, maar we vergeten onze eigen fouten. Kijk dus eerst eerlijk naar jezelf. Dan kun je iemand anders helpen, vriendelijk en zonder op hem of haar neer te kijken. Jezus zegt niet dat alles oké is wat mensen doen. Hij zegt: wees niet hard en niet schijnheilig.

Une question pour toi

Teken samen een balk en een splinter. Waarom is het beeld zo grappig? Wat wil Jezus ermee zeggen?

À faire ensemble

Balk-check: denk even stil aan iemand over wie je deze week iets negatiefs dacht of zei. Stel jezelf één eerlijke vraag: wat zegt dit over mij? Wie wil, deelt iets. Sluit af met de gulden regel (7:12).

Coloriage

Souvent lu comme

'Niemand mag iets van mij vinden': een schild tegen elke kritiek.

Lu dans son contexte

Een waarschuwing tegen hard en schijnheilig oordelen. Eerst zelfonderzoek (de balk), dan pas helpen (de splinter). In dezelfde toespraak vraagt Jezus wel om onderscheidingsvermogen (vs 6 en 15–20).

Dix versets avant et après.

Maak je geen zorgen

25C’est pourquoi je vous dis : Ne vous inquiétez pas pour votre vie de ce que vous mangerez , ni pour votre corps, de quoi vous serez vêtus. La vie n’est-elle pas plus que la nourriture, et le corps plus que le vêtement ? 26Regardez les oiseaux du ciel : ils ne sèment ni ne moissonnent, et ils n’amassent rien dans des greniers ; et votre Père céleste les nourrit. Ne valez-vous pas beaucoup plus qu’eux ? 27Qui de vous, par ses inquiétudes, peut ajouter une coudée à la durée de sa vie ? 28Et pourquoi vous inquiéter au sujet du vêtement ? Considérez comment croissent les lis des champs : ils ne travaillent ni ne filent ; 29cependant je vous dis que Salomon même, dans toute sa gloire, n’a pas été vêtu comme l’un d’eux. 30Si Dieu revêt ainsi l’herbe des champs, qui existe aujourd’hui et qui demain sera jetée au four, ne vous vêtira-t-il pas à plus forte raison, gens de peu de foi ? 31Ne vous inquiétez donc point, et ne dites pas : Que mangerons-nous ? que boirons-nous ? de quoi serons-nous vêtus ? 32Car toutes ces choses, ce sont les païens qui les recherchent. Votre Père céleste sait que vous en avez besoin . 33Cherchez premièrement le royaume et la justice de Dieu ; et toutes ces choses vous seront données par-dessus. 34Ne vous inquiétez donc pas du lendemain ; car le lendemain aura soin de lui-même. À chaque jour suffit sa peine.

Chapitre 7

Oordeel niet

1Ne jugez point, afin que vous ne soyez point jugés. 2Car on vous jugera du jugement dont vous jugez, et l’on vous mesurera avec la mesure dont vous mesurez. 3Pourquoi vois-tu la paille qui est dans l’œil de ton frère, et n’aperçois-tu pas la poutre qui est dans ton œil ? 4Ou comment peux-tu dire à ton frère : Laisse-moi ôter une paille de ton œil, toi qui as une poutre dans le tien ? 5Hypocrite, ôte premièrement la poutre de ton œil, et alors tu verras comment ôter la paille de l’œil de ton frère. 6Ne donnez pas les choses saintes aux chiens, et ne jetez pas vos perles devant les pourceaux, de peur qu’ils ne les foulent aux pieds, ne se retournent et ne vous déchirent.

Vraag, zoek, klop

7Demandez, et l’on vous donnera ; cherchez, et vous trouverez ; frappez, et l’on vous ouvrira. 8Car quiconque demande reçoit, celui qui cherche trouve, et l’on ouvre à celui qui frappe. 9Lequel de vous donnera une pierre à son fils, s’il lui demande du pain ? 10Ou, s’il demande un poisson, lui donnera-t-il un serpent ? 11Si donc, méchants comme vous l’êtes, vous savez donner de bonnes choses à vos enfants, à combien plus forte raison votre Père qui est dans les cieux donnera-t-il de bonnes choses à ceux qui les lui demandent.

Contexte immédiat

Ce qui précède

Vers 1 staat in de Bergrede (Mat. 5–7), die opent met de zaligsprekingen. Net daarvoor gaat het over geven, bidden en vasten 'niet om gezien te worden' (6:1–18), over schatten in de hemel en over zorgen: 'Zoek eerst het koninkrijk' (6:33).

Ce qui suit

Jezus maakt het beeldend: waarom zie je de splinter in het oog van je broer, en niet de balk in je eigen oog? Haal eerst de balk weg, 'dan zul je helder zien' om de splinter weg te halen (7:3–5). Meteen daarna: geef het heilige niet aan de honden (7:6). Verderop: vraag, zoek, klop (7:7–11), de gulden regel (7:12) en 'aan hun vruchten zul je hen herkennen' (7:15–20).

Trois niveaux

Texte, contexte et interprétation

Bien distincts, pour que vous voyiez ce que dit le texte, ce que nous savons du contexte et ce qui relève de l'interprétation.

  1. Ce que dit le texte

    Jezus zegt: oordeel niet, zodat er niet over jou geoordeeld wordt. Met het oordeel waarmee je oordeelt en de maat waarmee je meet, word je zelf gemeten. Hij vervolgt met het beeld van de balk en de splinter.

  2. Contexte historique

    Jezus sprak tot toehoorders in Galilea, voor wie de wet van Mozes het kader was. Matteüs schreef later voor een gemeenschap die zelf moest leren omgaan met conflicten en tucht (vgl. Mat. 18:15–17).

    Contexte littéraire

    De Bergrede is de eerste van vijf grote toespraken in Matteüs, die elk eindigen met 'toen Jezus deze woorden beëindigd had'. Hoofdstuk 7 bestaat uit korte eenheden die elk een aspect van gerechtigheid behandelen. De overdrijving (een balk in je oog!) is een typisch stijlmiddel van Jezus, net als de kameel door het oog van een naald.

  3. Interprétation et application

    Christenen lezen hier geen verbod op elk moreel oordeel, maar een waarschuwing tegen veroordelen: iemand afschrijven, en daarbij je eigen fouten negeren. Het vraagt eerst zelfonderzoek, dan milde eerlijkheid. Hoe je dat in de praktijk afweegt, bijvoorbeeld bij onrecht, is een blijvende vraag waarover christenen verschillend denken.

    Ceci est une interprétation, pas un fait. Les traditions le lisent parfois autrement.

Là où les chercheurs divergent

  • Of Matteüs (samen met Lucas) een gemeenschappelijke bron met uitspraken van Jezus gebruikte ('Q'), of Lucas Matteüs kende, is een open vraag. Lucas 6:37–42 heeft een verwante tekst in een andere volgorde.
  • Vers 6 ('geef het heilige niet aan de honden') is een van de moeilijkste verzen van de Bergrede; uitleggers zijn het niet eens over wie met 'honden' en 'zwijnen' bedoeld wordt en waarom het hier staat.

Moment en famille

Lire ensemble, environ dix minutes

Pour une famille, un couple ou quelques amis. Choisissez les questions qui vous conviennent.

  1. 1Lire ensemble

    Mt 7:1–5

    Dans la traduction biblique de votre langue. Lisez lentement ; l'explication ci-dessous est en mots simples.

    1Ne jugez point, afin que vous ne soyez point jugés. 2Car on vous jugera du jugement dont vous jugez, et l’on vous mesurera avec la mesure dont vous mesurez. 3Pourquoi vois-tu la paille qui est dans l’œil de ton frère, et n’aperçois-tu pas la poutre qui est dans ton œil ? 4Ou comment peux-tu dire à ton frère : Laisse-moi ôter une paille de ton œil, toi qui as une poutre dans le tien ? 5Hypocrite, ôte premièrement la poutre de ton œil, et alors tu verras comment ôter la paille de l’œil de ton frère.

  2. 2Comprendre ensemble

    Jezus zit op een berg en leert zijn leerlingen hoe je leeft als je bij God hoort. Dan zegt Hij: 'Oordeel niet.' Hij geeft er een grappig voorbeeld bij. Stel je voor: iemand heeft een grote houten balk in zijn oog, maar zegt tegen een ander: 'Wacht, er zit een klein splintertje in jouw oog, ik haal het er wel even uit!' Dat is natuurlijk gek. Jezus bedoelt: we zien snel wat anderen fout doen, maar we vergeten onze eigen fouten. Kijk dus eerst eerlijk naar jezelf. Dan kun je iemand anders helpen, vriendelijk en zonder op hem of haar neer te kijken. Jezus zegt niet dat alles oké is wat mensen doen. Hij zegt: wees niet hard en niet schijnheilig.

  3. 3Parler ensemble

    • Enfants

      Teken samen een balk en een splinter. Waarom is het beeld zo grappig? Wat wil Jezus ermee zeggen?

    • Ados

      Wat is het verschil tussen iemand veroordelen en iemand eerlijk zeggen dat iets niet oké is? Heb je een voorbeeld?

    • Adultes

      Welke 'maat' gebruik ik voor anderen die ik voor mezelf niet gebruik: thuis, op het werk, online?

  4. 4Faire ensemble

    Réflexion

    Balk-check: denk even stil aan iemand over wie je deze week iets negatiefs dacht of zei. Stel jezelf één eerlijke vraag: wat zegt dit over mij? Wie wil, deelt iets. Sluit af met de gulden regel (7:12).

ApprofondirPour les parents, à lire à l'avance

Het Griekse werkwoord 'krinō' kan 'onderscheiden', 'beoordelen' en 'veroordelen' betekenen. De context bepaalt het. Vers 5 ('dan zul je helder zien om de splinter weg te halen') laat zien dat Jezus corrigeren niet uitsluit, maar het volgorde en toon geeft.

Paulus gebruikt dezelfde gedachte bij het avondmaal: 'Maar de mens beproeve zichzelf' (1 Kor. 11:28). Eerst eerlijk naar jezelf kijken, dan pas samen aan tafel: zo leert de kerk dit al eeuwen.

Lucas plaatst hetzelfde materiaal in de veldrede (Luc. 6:37–42) en voegt toe: 'laat vrij, en je zult vrijgelaten worden; geef, en je zal gegeven worden.' Bij Lucas ligt de nadruk meer op vrijgevigheid.

In Matteüs 18:15–17 staat een concrete werkwijze voor als iemand in de gemeente iets verkeerds doet: eerst onder vier ogen. Dat laat zien dat 'oordeel niet' niet betekent dat je elkaar niet mag aanspreken.

Le quiz de Bo

Tu t'en souviens ? Trois questions sur l'histoire.