Psalmen 23:1 · Altes Testament
De HEER is mijn herder, ook in het donkere dalDer gute Hirte
Een vertrouwenslied dat God beschrijft als herder en als gastheer. Het is geen idylle: de psalm gaat door een dal van doodsschaduw en zet een tafel klaar voor het oog van vijanden.
Die Erklärungen zu Abschnitten und Büchern gibt es vorerst nur auf Niederländisch. Der Bibeltext und die App selbst sind in deiner Sprache; Übersetzungen der Erklärungen folgen.
Entwurf: noch nicht gegengelesenDiese Erklärung wurde mit Quellen geschrieben, aber noch nicht von einem zweiten Leser geprüft.Einen Fehler gesehen? Sag es uns.
Die Geschichte
Deze psalm is een lied. Het werd heel lang geleden geschreven in een land waar veel herders woonden. Een herder zorgt dag en nacht voor zijn schapen. Hij zoekt gras en water, en beschermt ze tegen wilde dieren. De dichter zegt: 'God is mijn herder, ik kom niets tekort.' Maar het lied gaat niet alleen over mooie weiden. Er is ook een donker dal waar je bang kunt worden. Juist daar begint de dichter tegen God te praten: 'U bent bij mij, ik ben niet bang.' Daarna is God een gastheer die een feestmaal klaarzet, zelfs als er vijanden in de buurt zijn. De psalm eindigt met thuiskomen: 'Ik zal altijd wonen in het huis van de HEER.'
Eine Frage an dich
Wat doet een herder voor zijn schapen? Welke van die dingen doet God volgens dit lied voor ons?
Gemeinsam tun
Doe het licht wat uit en steek een kaars aan. Iedereen noemt één plek of persoon waar hij of zij zich veilig voelt. Bid daarna samen vers 4 hardop, en vul de naam in van iemand die nu door een donker dal gaat.
Oft gelesen als
Een rustige, lieflijke psalm: groene weiden, stil water, iets voor een tegeltje of een begrafenis.
Im Zusammenhang gelesen
Een vertrouwenslied met donkere randen: een dal van doodsschaduw en vijanden rond de tafel. Het staat tussen de klacht van Psalm 22 ('Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?') en de koning van Psalm 24.
Psalmen 23:1
Ein Psalm von David. Jehova ist mein Hirte, mir wird nichts mangeln.
Yahweh is my shepherd: I shall lack nothing.
Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
Zehn Verse davor und danach.
De HEER is mijn herder
1Ein Psalm von David. Jehova ist mein Hirte, mir wird nichts mangeln. 2Er lagert mich auf grünen Auen, er führt mich zu stillen Wassern. 3Er erquickt meine Seele, er leitet mich in Pfaden der Gerechtigkeit um seines Namens willen. 4Auch wenn ich wanderte im Tale des Todesschattens, fürchte ich nichts Übles, denn du bist bei mir; dein Stecken und dein Stab, sie trösten mich. 5Du bereitest vor mir einen Tisch angesichts meiner Feinde; du hast mein Haupt mit Öl gesalbt, mein Becher fließt über. 6Fürwahr, Güte und Huld werden mir folgen alle Tage meines Lebens; und ich werde wohnen im Hause Jehovas auf immerdar.
De HEER is mijn herder
1Yahweh is my shepherd: I shall lack nothing. 2He makes me lie down in green pastures. He leads me beside still waters. 3He restores my soul. He guides me in the paths of righteousness for his name’s sake. 4Even though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil, for you are with me. Your rod and your staff, they comfort me. 5You prepare a table before me in the presence of my enemies. You anoint my head with oil. My cup runs over. 6Surely goodness and loving kindness shall follow me all the days of my life, and I will dwell in Yahweh’s house forever.
De HEER is mijn herder
1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. 2Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. 3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. 4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.
Der Text als Einheit: De HEER is mijn herder (Ps 23:1–6).
1Ein Psalm von David. Jehova ist mein Hirte, mir wird nichts mangeln. 2Er lagert mich auf grünen Auen, er führt mich zu stillen Wassern. 3Er erquickt meine Seele, er leitet mich in Pfaden der Gerechtigkeit um seines Namens willen. 4Auch wenn ich wanderte im Tale des Todesschattens, fürchte ich nichts Übles, denn du bist bei mir; dein Stecken und dein Stab, sie trösten mich. 5Du bereitest vor mir einen Tisch angesichts meiner Feinde; du hast mein Haupt mit Öl gesalbt, mein Becher fließt über. 6Fürwahr, Güte und Huld werden mir folgen alle Tage meines Lebens; und ich werde wohnen im Hause Jehovas auf immerdar.
1Yahweh is my shepherd: I shall lack nothing. 2He makes me lie down in green pastures. He leads me beside still waters. 3He restores my soul. He guides me in the paths of righteousness for his name’s sake. 4Even though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil, for you are with me. Your rod and your staff, they comfort me. 5You prepare a table before me in the presence of my enemies. You anoint my head with oil. My cup runs over. 6Surely goodness and loving kindness shall follow me all the days of my life, and I will dwell in Yahweh’s house forever.
1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. 2Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. 3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. 4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.
Das ganze Kapitel. Die Perikope ist leicht eingefärbt.
De HEER is mijn herder
1Ein Psalm von David. Jehova ist mein Hirte, mir wird nichts mangeln. 2Er lagert mich auf grünen Auen, er führt mich zu stillen Wassern. 3Er erquickt meine Seele, er leitet mich in Pfaden der Gerechtigkeit um seines Namens willen. 4Auch wenn ich wanderte im Tale des Todesschattens, fürchte ich nichts Übles, denn du bist bei mir; dein Stecken und dein Stab, sie trösten mich. 5Du bereitest vor mir einen Tisch angesichts meiner Feinde; du hast mein Haupt mit Öl gesalbt, mein Becher fließt über. 6Fürwahr, Güte und Huld werden mir folgen alle Tage meines Lebens; und ich werde wohnen im Hause Jehovas auf immerdar.
De HEER is mijn herder
1Yahweh is my shepherd: I shall lack nothing. 2He makes me lie down in green pastures. He leads me beside still waters. 3He restores my soul. He guides me in the paths of righteousness for his name’s sake. 4Even though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil, for you are with me. Your rod and your staff, they comfort me. 5You prepare a table before me in the presence of my enemies. You anoint my head with oil. My cup runs over. 6Surely goodness and loving kindness shall follow me all the days of my life, and I will dwell in Yahweh’s house forever.
De HEER is mijn herder
1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. 2Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. 3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. 4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. 5Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende. 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.
Wo dieser Abschnitt im Aufbau von Psalmen steht.
- 1–41
Boek I
Vooral psalmen 'van David': klacht en vertrouwen van één bidder.
Hier steht der Abschnitt
- 42–72
Boek II
Liederen van de zonen van Korach en van David; eindigt met een gebed voor de koning.
- 73–89
Boek III
Asaf en Korach; eindigt met de vraag of God zijn belofte aan David vergeten is.
- 90–106
Boek IV
Antwoord op die crisis: God zelf is koning, al sinds Mozes.
- 107–150
Boek V
Pelgrimsliederen, lof op de wet (119) en een slot van lofzang.
- 1–41
Boek I
Vooral psalmen 'van David': klacht en vertrouwen van één bidder.
Hier steht der Abschnitt
- 42–72
Boek II
Liederen van de zonen van Korach en van David; eindigt met een gebed voor de koning.
- 73–89
Boek III
Asaf en Korach; eindigt met de vraag of God zijn belofte aan David vergeten is.
- 90–106
Boek IV
Antwoord op die crisis: God zelf is koning, al sinds Mozes.
- 107–150
Boek V
Pelgrimsliederen, lof op de wet (119) en een slot van lofzang.
- 1–41
Boek I
Vooral psalmen 'van David': klacht en vertrouwen van één bidder.
Hier steht der Abschnitt
- 42–72
Boek II
Liederen van de zonen van Korach en van David; eindigt met een gebed voor de koning.
- 73–89
Boek III
Asaf en Korach; eindigt met de vraag of God zijn belofte aan David vergeten is.
- 90–106
Boek IV
Antwoord op die crisis: God zelf is koning, al sinds Mozes.
- 107–150
Boek V
Pelgrimsliederen, lof op de wet (119) en een slot van lofzang.
Unmittelbarer Zusammenhang
Was vorausgeht
Psalm 22 is een van de rauwste klaagpsalmen: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?' De bidder voelt zich omsingeld door vijanden, maar eindigt met lof. Jezus bidt de openingswoorden aan het kruis (Mat. 27:46).
Was folgt
Psalm 24 bezingt God als schepper en koning. De psalm vraagt wie de berg van de HEER mag beklimmen, en roept de poorten op om open te gaan voor de koning. Samen vormen 22, 23 en 24 een reeks: van verlatenheid, via vertrouwen, naar Gods aanwezigheid in de tempel.
Drei Ebenen
Text, Hintergrund und Deutung
Auseinandergehalten, damit du siehst, was der Text sagt, was wir über den Hintergrund wissen und was Deutung ist.
Was der Text sagt
De dichter zegt dat de HEER zijn herder is en dat hij niets tekortkomt. God leidt hem naar rust, ook door een dal van diepe duisternis, dekt een tafel en laat goedheid en trouw hem volgen, tot hij woont in het huis van de HEER.
Historischer Hintergrund
Schapenhoeden was dagelijkse realiteit in Israël. Een herder leidde zijn kudde naar water en gras in een droog, heuvelachtig land met ravijnen en roofdieren. Koningen in Egypte en Mesopotamië noemden zich 'herder van het volk'. Het opschrift 'een psalm van David' verbindt het lied met de herdersjongen die koning werd, maar wanneer de psalm ontstond, weten we niet.
Literarischer Hintergrund
De psalm heeft twee beelden: herder (vs 1–4) en gastheer (vs 5–6). De verschuiving van 'Hij' naar 'U' valt precies op het donkerste punt. In het Hebreeuws staan de woorden 'want U bent met mij' ongeveer in het midden van de psalm. Het slot 'wonen in het huis van de HEER' kan verwijzen naar de tempel of, ruimer, naar leven in Gods nabijheid.
Deutung und Anwendung
Christenen bidden deze psalm al eeuwen in angst, ziekte en rouw, en lezen hem samen met Jezus' woord 'Ik ben de goede herder' (Joh. 10). In verband gelezen belooft de psalm geen leven zonder dal, maar gezelschap erin. De tafel staat niet ver van de vijanden; ze staat in hun bijzijn.
Das ist Deutung, keine Tatsache. Traditionen lesen es manchmal anders.
Wo Forscher verschiedener Meinung sind
- Het opschrift 'van David' kan 'door', 'voor' of 'over' David betekenen. De opschriften zijn waarschijnlijk later toegevoegd; wie de psalm schreef en wanneer, blijft onzeker.
- 'Dal van de schaduw van de dood' (vs 4) kan ook vertaald worden als 'dal van diepe duisternis'. Vertalingen kiezen verschillend.
Familienmoment
Gemeinsam lesen, etwa zehn Minuten
Für eine Familie, ein Paar oder ein paar Freunde. Wählt die Fragen, die zu euch passen.
1Gemeinsam lesen
Ps 23:1–6
In der Bibelübersetzung deiner Sprache. Lest ruhig langsam; die Erklärung unten ist in einfachen Worten.
1Ein Psalm von David. Jehova ist mein Hirte, mir wird nichts mangeln. 2Er lagert mich auf grünen Auen, er führt mich zu stillen Wassern. 3Er erquickt meine Seele, er leitet mich in Pfaden der Gerechtigkeit um seines Namens willen. 4Auch wenn ich wanderte im Tale des Todesschattens, fürchte ich nichts Übles, denn du bist bei mir; dein Stecken und dein Stab, sie trösten mich. 5Du bereitest vor mir einen Tisch angesichts meiner Feinde; du hast mein Haupt mit Öl gesalbt, mein Becher fließt über. 6Fürwahr, Güte und Huld werden mir folgen alle Tage meines Lebens; und ich werde wohnen im Hause Jehovas auf immerdar.
2Gemeinsam verstehen
Deze psalm is een lied. Het werd heel lang geleden geschreven in een land waar veel herders woonden. Een herder zorgt dag en nacht voor zijn schapen. Hij zoekt gras en water, en beschermt ze tegen wilde dieren. De dichter zegt: 'God is mijn herder, ik kom niets tekort.' Maar het lied gaat niet alleen over mooie weiden. Er is ook een donker dal waar je bang kunt worden. Juist daar begint de dichter tegen God te praten: 'U bent bij mij, ik ben niet bang.' Daarna is God een gastheer die een feestmaal klaarzet, zelfs als er vijanden in de buurt zijn. De psalm eindigt met thuiskomen: 'Ik zal altijd wonen in het huis van de HEER.'
3Gemeinsam reden
- Kinder
Wat doet een herder voor zijn schapen? Welke van die dingen doet God volgens dit lied voor ons?
- Jugendliche
In vers 4 verandert het lied van 'Hij' naar 'U'. Waarom zou dat juist in het donkere dal gebeuren?
- Erwachsene
Welk 'dal' ken ik uit eigen ervaring? Wat of wie hielp me erdoorheen, en waar was God voor mij?
- Kinder
4Gemeinsam tun
GebetDoe het licht wat uit en steek een kaars aan. Iedereen noemt één plek of persoon waar hij of zij zich veilig voelt. Bid daarna samen vers 4 hardop, en vul de naam in van iemand die nu door een donker dal gaat.
Tiefer gehenFür Eltern, zum Vorher-Lesen
In het Hebreeuws is de godsnaam in vers 1 en 6 JHWH, de naam die aan Mozes werd geopenbaard (Ex. 3:14–15). De Statenvertaling schrijft 'HEERE', nieuwere vertalingen 'HEER'. De Engelse World English Bible schrijft 'Yahweh'. In de Statenvertaling is het opschrift 'Een psalm van David' deel van vers 1.
Het werkwoord in vers 6 (radaf) wordt elders gebruikt voor vijanden die iemand achtervolgen. Dat is een mooi contrast: in vers 5 zijn er vijanden, in vers 6 zitten Gods goedheid en trouw je op de hielen.
Ezechiël 34 is een scherpe aanklacht tegen de 'herders van Israël', de leiders die voor zichzelf zorgen in plaats van voor de kudde. God zegt: 'Ik zal zelf mijn schapen weiden.' Johannes 10 bouwt daarop voort.
Dat Psalm 22, 23 en 24 bewust naast elkaar staan, is een observatie van meerdere uitleggers; of de verzamelaars van de psalmen dat zo bedoelden, is moeilijk te bewijzen.
Bos Quiz
Weißt du es noch? Drei Fragen zur Geschichte.