Ο Νόμος
Λευιτικό
Hoe kan een heilige God wonen te midden van onvolmaakte mensen? Leviticus antwoordt met offers, priesters, reinheidsregels en de Grote Verzoendag, en roept Israël op heilig te zijn 'want Ik ben heilig'.
Προς το παρόν, οι επεξηγήσεις των περικοπών και των βιβλίων υπάρχουν μόνο στα ολλανδικά. Το κείμενο της Αγίας Γραφής και η ίδια η εφαρμογή είναι στη γλώσσα σου· οι μεταφράσεις των επεξηγήσεων έρχονται σύντομα.
859 εδάφιαπερίπου 2 ώρες 26 λ. ανάγνωση φωναχτά
- Διαθήκη
- Παλαιά Διαθήκη
- Είδος
- Wetgeving: offers, reinheid en heiligheid
- Συγγραφέας
- Volgens de traditie Mozes
- Πρώτοι αναγνώστες
- Israël, en in het bijzonder de priesters
- Εποχή
- Zie Genesis; het priesterlijke materiaal wordt door veel onderzoekers laat gedateerd, door anderen vroeg
Ο Ιησούς σε αυτό το βιβλίο
De brief aan de Hebreeën leest de Grote Verzoendag (16) als voorafschaduwing van Jezus, de hogepriester die zichzelf offert (Hebr. 9–10). Jezus citeert 'heb je naaste lief als jezelf' (19:18) als het tweede grote gebod (Mat. 22:39).
Δομή
- 1–7OffersBrandoffer, spijsoffer, vredeoffer, zondoffer, schuldoffer.
- 8–10Priesters gewijdAäron en zijn zonen; het vreemde vuur van Nadab en Abihu.
- 11–15Rein en onreinVoedsel, geboorte, huidziekten.
- 16De Grote VerzoendagEén dag per jaar: verzoening voor het hele volk.
- 17–27Wees heiligHeiligheid in eten, seksualiteit, recht, feesten en het jubeljaar.