Dějiny
Soudců
Een neerwaartse spiraal: Israël dient andere goden, raakt in nood, roept tot God, die een 'rechter' (redder) stuurt, en valt dan terug. Debora, Gideon en Simson zijn geen heiligen, maar God werkt door hen heen.
Výklady k oddílům a knihám jsou zatím jen v nizozemštině. Biblický text i samotná aplikace jsou v tvém jazyce; překlady výkladů se připravují.
618 veršůnahlas asi 1 hodina 34 min
- Zákon
- Starý zákon
- Žánr
- Geschiedschrijving: verhalen over leiders in crisistijd
- Autor
- Onbekend
- První čtenáři
- Israël, als uitleg waarom het een goede koning nodig had
- Doba
- Speelt tussen de intocht en het koningschap (ca. 1200–1050 v.Chr.)
Ježíš v této knize
Het refrein 'in die dagen was er geen koning; ieder deed wat recht was in zijn ogen' (21:25) roept om een rechtvaardige koning. Hebreeën 11:32 noemt Gideon, Barak, Simson en Jefta onder de geloofshelden.
Stavba
V čase
- Děj
- 1200–1050 př. n. l.
Roky před Kristem · Letopočty jsou přibližné; kde se o nich vede spor, stojí návrhy vedle sebe.
Koho potkáš
- DeboraProfetes en richter die recht spreekt onder een palmboom.
- GideonBange boer die door God tot richter wordt geroepen.
- JeftaVerstoten zoon die terug wordt gehaald als richter.
- SimsonNazireeër met grote kracht, richter tegen de Filistijnen.
- OtniëlDe eerste richter, familie van Kaleb.
- EhudLinkshandige richter uit de stam Benjamin.
- SamgarRichter die zeshonderd Filistijnen verslaat met een ossenprikkel.
- BarakLegeraanvoerder die met Debora Sisera verslaat.
- JaëlVrouw in een tent die de vluchtende legeroverste Sisera doodt.