Hoppa till innehållet
Beta

Tråd är ännu inte helt översatt till Svenska. Det som ännu inte är översatt visas på engelska.

Romarbrevet 8:28 · New Testament

Alles werkt mee ten goede, midden in het zuchtenEverything made new

Paulus schrijft over een schepping die zucht, mensen die zuchten en de Geest die met hen meezucht. Daarbinnen staat de belofte dat God in alles meewerkt ten goede: dat mensen gaan lijken op Christus.

Än så länge finns förklaringarna till textavsnitt och böcker bara på nederländska. Bibeltexten och själva appen är på ditt språk; översättningar av förklaringarna är på väg.

Draft: not yet reviewedThis explanation was written with sources, but has not yet been checked by a second reader.Spotted a mistake? Tell us.

The story

Paulus schrijft een lange brief aan christenen in Rome. Ze hebben het niet makkelijk: sommigen zijn arm, anderen worden uitgelachen of weggestuurd. Paulus doet niet alsof alles goed is. Hij zegt dat de hele wereld 'zucht', zoals iemand die pijn heeft of moe is. Wij zuchten ook. En dan iets heel moois: als we niet weten wat we moeten bidden, zucht Gods Geest met ons mee. God begrijpt het, ook zonder woorden. Daarna schrijft Paulus: 'Wie God liefhebben, weten dat alles meewerkt ten goede.' Hij bedoelt niet dat verdrietige dingen eigenlijk goed zijn. Hij bedoelt dat God er middenin is en blijft werken, zodat wij steeds meer op Jezus gaan lijken. En een paar zinnen verder: niets kan ons scheiden van Gods liefde.

A question for you

Soms weet je niet wat je moet zeggen als je bidt. Wat zegt vers 26 dat Gods Geest dan doet?

Do it together

Een zucht-gebed: iedereen noemt één ding dat moeilijk is, zonder dat iemand er een oplossing voor zoekt. Blijf even stil. Lees dan samen vers 38–39 hardop als slot.

Colouring page

Often read as

'Alles komt goed' of 'alles gebeurt met een reden': een snelle troost bij tegenslag.

Read in context

Een belofte midden in zuchten en lijden. God werkt in alles mee, met als doel dat mensen gaan lijken op zijn Zoon (vs 29). Het lijden wordt niet goedgepraat; het wordt benoemd (vs 35) en overwonnen (vs 37).

Ten verses before and after.

Zuchten en hoop

18Ty jag håller före att denna tidens lidanden intet betyda, i jämförelse med den härlighet som kommer att uppenbaras på oss. 19Ty skapelsens trängtan sträcker sig efter Guds barns uppenbarelse. 20Skapelsen har ju blivit lagd under förgängligheten, icke av eget val, utan för dens skull, som lade den därunder; dock så, att en förhoppning skulle finnas, 21att också skapelsen en gång skall bliva frigjord ifrån sin träldom under förgängelsen och komma till den frihet som tillhör Guds barns härlighet. 22Vi veta ju att ännu i denna stund hela skapelsen samfällt suckar och våndas. 23Och icke den allenast; också vi själva, som hava fått Anden såsom förstlingsgåva, också vi sucka inom oss och bida efter barnaskapet, vår kropps förlossning. 24Ty i hoppet äro vi frälsta. Men ett hopp som man ser fullbordat är icke mer ett hopp; huru kan någon hoppas det som han redan ser? 25Om vi nu hoppas på det som vi icke se, så bida vi därefter med ståndaktighet. 26Så kommer ock Anden vår svaghet till hjälp; ty vad vi rätteligen böra bedja om, det veta vi icke, men Anden själv manar gott för oss med outsägliga suckar. 27Och han som rannsakar hjärtan, han vet vad Anden menar, ty det är efter Guds behag som han manar gott för de heliga. 28Men vi veta att för dem som älska Gud samverkar allt till det bästa, för dem som äro kallade efter hans rådslut. 29Ty dem som förut hava blivit kända av honom, dem har han ock förut bestämt till att bliva hans Sons avbilder, honom lika, så att denne skulle bliva den förstfödde bland många bröder. 30Och dem som han har förut bestämt, dem kallar han ock, och dem som han har kallat, dem rättfärdiggör han ock, och dem som han har rättfärdiggjort, dem förhärligar han ock.

Niets kan ons scheiden van Gods liefde

31Vad skola vi nu säga härom? Är Gud för oss, vem kan då vara emot oss? 32Han som icke har skonat sin egen Son, utan utgivit honom för oss alla, huru skulle han kunna annat än också skänka oss allt med honom? 33Vem vill anklaga Guds utvalda? Gud är den som rättfärdiggör. 34Vem är den som vill fördöma? Kristus Jesus är den som har dött, ja, än mer, den som har uppstått; och han sitter på Guds högra sida, han manar ock gott för oss. 35Vem skulle kunna skilja oss från Kristi kärlek? Månne bedrövelse eller ångest eller förföljelse eller hunger eller nakenhet eller fara eller svärd? 36Så är ju skrivet: »För din skull varda vi dödade hela dagen; vi hava blivit aktade såsom slaktfår.» 37Nej, i allt detta vinna vi en härlig seger genom honom som har älskat oss. 38Ty jag är viss om att varken död eller liv, varken änglar eller andefurstar, varken något som nu är eller något som skall komma,

Immediate context

What comes before

Paulus zegt dat het lijden van nu niet opweegt tegen wat komt (8:18). De hele schepping 'zucht en heeft weeën' (8:22). Ook wij zuchten, terwijl we wachten (8:23). En als we niet weten wat we moeten bidden, 'pleit de Geest voor ons met onuitsprekelijke zuchten' (8:26).

What comes after

Gods doel wordt concreet: mensen 'gelijkvormig aan het beeld van zijn Zoon' (8:29). Dan volgt een lofzang: 'Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?' Paulus noemt verdrukking, honger, naaktheid, gevaar en zwaard, en besluit dat niets ons kan scheiden van de liefde van God (8:31–39).

Three layers

Text, background and interpretation

Kept apart, so you can see what the text says, what we know about the background and what is interpretation.

  1. What the text says

    Wie God liefhebben, weten dat alles meewerkt ten goede: voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn. Het volgende vers legt uit wat dat goede is: gelijkvormig worden aan het beeld van de Zoon.

  2. Historical background

    Paulus schreef rond 56–57 n.Chr. aan huisgemeenten in Rome, die hij nog niet had bezocht. Enkele jaren eerder had keizer Claudius Joden uit Rome verdreven (rond 49 n.Chr.); toen ze terugkwamen, waren de gemeenten veranderd. Christenen hadden geen wettelijke bescherming en leefden vaak in armoede en onzekerheid. Een decennium later, onder Nero, volgde vervolging.

    Literary background

    Romeinen 5–8 bouwt op naar een climax. Hoofdstuk 8 begint met 'geen veroordeling' (vs 1) en eindigt met 'geen scheiding' (vs 39). Vers 28–30 vormen een keten: liefhebben, geroepen, voorbestemd, gerechtvaardigd, verheerlijkt. De passage 18–30 is opgebouwd rond een drievoudig zuchten.

  3. Interpretation and application

    Voor veel christenen is dit een diepe troost: God laat niets verloren gaan en kan zelfs uit het kwaad iets goeds laten groeien. Wie het als 'alles gebeurt met een reden' tegen een rouwende gebruikt, slaat het zuchten over waar Paulus zelf de tijd voor neemt. De tekst geeft ruimte om te klagen, en belooft dat God erin meewerkt.

    This is interpretation, not fact. Traditions sometimes read it differently.

Where scholars differ

  • Tekstvariant: enkele van de oudste handschriften (waaronder P46 en de Codex Vaticanus) lezen 'God werkt alle dingen mee ten goede'; andere lezen 'alle dingen werken mee'. Vertalingen kiezen verschillend.
  • Hoe 'voorbestemd' (vs 29–30) te verstaan is, verdeelt christelijke tradities al eeuwen: persoonlijke uitverkiezing, of Gods doel met een gemeenschap.

Family moment

Reading together, about ten minutes

For a family, a couple or a few friends. Pick the questions that suit you.

  1. 1Read together

    Romarbrevet 8:26–28

    In your language's Bible translation. Feel free to read slowly; the explanation below is in plain words.

    26Så kommer ock Anden vår svaghet till hjälp; ty vad vi rätteligen böra bedja om, det veta vi icke, men Anden själv manar gott för oss med outsägliga suckar. 27Och han som rannsakar hjärtan, han vet vad Anden menar, ty det är efter Guds behag som han manar gott för de heliga. 28Men vi veta att för dem som älska Gud samverkar allt till det bästa, för dem som äro kallade efter hans rådslut.

  2. 2Understand together

    Paulus schrijft een lange brief aan christenen in Rome. Ze hebben het niet makkelijk: sommigen zijn arm, anderen worden uitgelachen of weggestuurd. Paulus doet niet alsof alles goed is. Hij zegt dat de hele wereld 'zucht', zoals iemand die pijn heeft of moe is. Wij zuchten ook. En dan iets heel moois: als we niet weten wat we moeten bidden, zucht Gods Geest met ons mee. God begrijpt het, ook zonder woorden. Daarna schrijft Paulus: 'Wie God liefhebben, weten dat alles meewerkt ten goede.' Hij bedoelt niet dat verdrietige dingen eigenlijk goed zijn. Hij bedoelt dat God er middenin is en blijft werken, zodat wij steeds meer op Jezus gaan lijken. En een paar zinnen verder: niets kan ons scheiden van Gods liefde.

  3. 3Talk together

    • Children

      Soms weet je niet wat je moet zeggen als je bidt. Wat zegt vers 26 dat Gods Geest dan doet?

    • Teens

      Iemand zegt tegen je vriend in een zware tijd: 'Alles gebeurt met een reden.' Helpt dat? Wat zou Paulus volgens jou zeggen?

    • Adults

      Paulus laat de schepping, ons en de Geest zuchten. Hoeveel ruimte is er in mijn geloof voor klagen, en wat gebeurt er als ik het overslaat?

  4. 4Do together

    Prayer

    Een zucht-gebed: iedereen noemt één ding dat moeilijk is, zonder dat iemand er een oplossing voor zoekt. Blijf even stil. Lees dan samen vers 38–39 hardop als slot.

Go deeperFor parents, to read beforehand

De tekstvariant is echt: de papyrus P46 (rond 200 n.Chr.) en de Codex Vaticanus hebben 'ho theos' (God) als onderwerp. Met 'God' als onderwerp ligt de nadruk op Gods handelen, zonder 'God' klinkt het meer als een wetmatigheid. Beide lezingen zijn oud; vertalingen kiezen er één en vermelden de andere soms in een voetnoot.

'Het goede' is in vers 29 gedefinieerd als gelijkvormig worden aan het beeld van de Zoon. Dat beeld is bij Paulus ook het beeld van de gekruisigde: 'gelijkvormig aan zijn dood' (Fil. 3:10). Het goede sluit lijden dus niet uit.

Het zuchten van de schepping (vs 19–22) is een van de weinige plaatsen in het Nieuwe Testament waar de hele natuur betrokken wordt bij Gods toekomst. Paulus gebruikt het beeld van barensweeën: pijn die op nieuw leven uitloopt.

Een oudtestamentische parallel is Jozef tegen zijn broers: 'Jullie hadden kwaad met mij voor, maar God heeft het ten goede gekeerd' (Gen. 50:20). Het kwaad wordt daar niet goedgepraat; het wordt overtroffen.

Bo's quiz

Do you remember? Three questions about the story.

Läskomfort

Välj det som hjälper. Ditt val sparas på den här enheten.

Textstorlek

Föredrar du din enhets egna inställningar (zoom, skärmläsare, mörkt läge)? De fungerar här också.