Skip to content
Beta

Luke 15:20 · New Testament

De vader die rent: een verhaal met een open eindeThe father who ran

Jezus vertelt over een jongste zoon die zijn erfdeel verkwist en terugkomt, een vader die hem tegemoet rent, en een oudste zoon die buiten blijft staan. Het verhaal is een antwoord op gemor over Jezus' gezelschap.

For now, the explanations of passages and books are in Dutch only. The Bible text and the app itself are in your language; translations of the explanations are on their way.

Draft: not yet reviewedThis explanation was written with sources, but has not yet been checked by a second reader.Spotted a mistake? Tell us.

The story

Jezus eet met mensen die anderen niet zo netjes vinden. Een paar vrome mensen mopperen erover. Daarom vertelt Jezus drie verhalen. In het derde vraagt een jongen aan zijn vader: 'Geef mij nu al mijn deel van het geld.' Hij gaat ver weg, geeft alles uit en moet ten slotte varkens voeren, zo arm is hij. Hij besluit terug te gaan en te vragen of hij als knecht mag werken. Maar zijn vader ziet hem al van ver, rent naar hem toe en omhelst hem, nog voor de jongen iets kan zeggen. Er komt een groot feest. De oudste broer is boos: hij was altijd braaf en kreeg nooit een feest. De vader gaat ook naar hem naar buiten. Hoe het afloopt, vertelt Jezus niet.

A question for you

Hoe denk je dat de vader zich voelde toen hij zijn zoon zag aankomen? En hoe voelde de oudste broer zich?

Do it together

Speel het verhaal kort na zonder woorden: de vertrekkende zoon, de wachtende vader, de rennende vader, de boze broer. Stop bij de oudste broer en laat ieder bedenken wat hij doet. Of vier samen iets kleins voor iemand die terug is of opnieuw begint.

Colouring page

Often read as

Het verhaal van de 'verloren zoon' die berouw krijgt en naar huis komt.

Read in context

Een verhaal over een vader met twee verloren zonen, verteld aan vrome mensen die morren dat Jezus met zondaars eet (vs 2). Het einde blijft open: gaat de oudste zoon mee naar binnen?

Ten verses before and after.

10Even so, I tell you, there is joy in the presence of the angels of God over one sinner repenting.”

Een vader en twee zonen

11He said, “A certain man had two sons. 12The younger of them said to his father, ‘Father, give me my share of your property.’ He divided his livelihood between them. 13Not many days after, the younger son gathered all of this together and traveled into a far country. There he wasted his property with riotous living. 14When he had spent all of it, there arose a severe famine in that country, and he began to be in need. 15He went and joined himself to one of the citizens of that country, and he sent him into his fields to feed pigs. 16He wanted to fill his belly with the husks that the pigs ate, but no one gave him any. 17But when he came to himself he said, ‘How many hired servants of my father’s have bread enough to spare, and I’m dying with hunger! 18I will get up and go to my father, and will tell him, “Father, I have sinned against heaven, and in your sight. 19I am no more worthy to be called your son. Make me as one of your hired servants.”’ 20“He arose, and came to his father. But while he was still far off, his father saw him, and was moved with compassion, and ran, and fell on his neck, and kissed him. 21The son said to him, ‘Father, I have sinned against heaven, and in your sight. I am no longer worthy to be called your son.’ 22“But the father said to his servants, ‘Bring out the best robe, and put it on him. Put a ring on his hand, and shoes on his feet. 23Bring the fattened calf, kill it, and let us eat, and celebrate; 24for this, my son, was dead, and is alive again. He was lost, and is found.’ They began to celebrate. 25“Now his elder son was in the field. As he came near to the house, he heard music and dancing. 26He called one of the servants to him, and asked what was going on. 27He said to him, ‘Your brother has come, and your father has killed the fattened calf, because he has received him back safe and healthy.’ 28But he was angry, and would not go in. Therefore his father came out, and begged him. 29But he answered his father, ‘Behold, these many years I have served you, and I never disobeyed a commandment of yours, but you never gave me a goat, that I might celebrate with my friends. 30But when this, your son, came, who has devoured your living with prostitutes, you killed the fattened calf for him.’

Immediate context

What comes before

Tollenaars en zondaars komen naar Jezus om te luisteren. Farizeeën en schriftgeleerden morren: 'Deze man ontvangt zondaars en eet met hen' (15:1–2). Jezus antwoordt met drie verhalen. Een herder zoekt één verloren schaap, een vrouw zoekt één verloren munt, en telkens eindigt het met een feest (15:3–10).

What comes after

De oudste zoon komt van het land, hoort muziek en wordt kwaad. Hij weigert naar binnen te gaan. De vader komt ook naar hem naar buiten en smeekt hem: 'Kind, jij bent altijd bij mij… maar we moesten feestvieren' (15:25–32). Daar stopt het verhaal. Wat de oudste zoon doet, vertelt Jezus niet.

Three layers

Text, background and interpretation

Kept apart, so you can see what the text says, what we know about the background and what is interpretation.

  1. What the text says

    De zoon staat op en gaat naar zijn vader. Zijn vader ziet hem al van ver, wordt met ontferming bewogen, rent naar hem toe, valt hem om de hals en kust hem. Dat gebeurt voor de zoon zijn voorbereide woorden kan uitspreken.

  2. Historical background

    Een erfdeel vragen terwijl de vader nog leeft, en het dan verkopen, was in een dorpscultuur waar land en familie alles waren een grote breuk. Varkens hoeden was voor een Joodse jongen een diep vernederend werk. Tollenaars werkten voor de Romeinen of hun handlangers en golden als collaborateurs; 'zondaars' waren mensen die de wet openlijk niet naleefden.

    Literary background

    Lucas 15 is een drieluik met een opbouw: één op honderd schapen, één op tien munten, één op twee zonen. Telkens zoeken, vinden en feesten, maar het derde verhaal voegt iets toe: een tweede zoon die niet meefeest. Het verhaal staat alleen bij Lucas, in het lange middendeel over de reis naar Jeruzalem.

  3. Interpretation and application

    De vader wordt vaak gelezen als beeld van God die mensen tegemoetkomt nog voor ze hun zaak kunnen bepleiten. De jongste zoon staat dan voor wie ver weg was, de oudste voor wie altijd trouw leek maar de vreugde niet kan delen. Veel lezers vinden zichzelf in beide zonen terug. Het open einde laat die vraag bij de lezer.

    This is interpretation, not fact. Traditions sometimes read it differently.

Where scholars differ

  • Dat een rennende vader in de toenmalige cultuur beschamend was, is een uitleg van onder anderen Kenneth Bailey op basis van Midden-Oosterse dorpsgebruiken. Anderen vinden die reconstructie te stellig.
  • Of de jongste zoon echt berouw heeft of vooral honger (vs 17: 'hoeveel dagloners hebben brood in overvloed'), lezen uitleggers verschillend.

Family moment

Reading together, about ten minutes

For a family, a couple or a few friends. Pick the questions that suit you.

  1. 1Read together

    Luke 15:20–24

    In your language's Bible translation. Feel free to read slowly; the explanation below is in plain words.

    20“He arose, and came to his father. But while he was still far off, his father saw him, and was moved with compassion, and ran, and fell on his neck, and kissed him. 21The son said to him, ‘Father, I have sinned against heaven, and in your sight. I am no longer worthy to be called your son.’ 22“But the father said to his servants, ‘Bring out the best robe, and put it on him. Put a ring on his hand, and shoes on his feet. 23Bring the fattened calf, kill it, and let us eat, and celebrate; 24for this, my son, was dead, and is alive again. He was lost, and is found.’ They began to celebrate.

  2. 2Understand together

    Jezus eet met mensen die anderen niet zo netjes vinden. Een paar vrome mensen mopperen erover. Daarom vertelt Jezus drie verhalen. In het derde vraagt een jongen aan zijn vader: 'Geef mij nu al mijn deel van het geld.' Hij gaat ver weg, geeft alles uit en moet ten slotte varkens voeren, zo arm is hij. Hij besluit terug te gaan en te vragen of hij als knecht mag werken. Maar zijn vader ziet hem al van ver, rent naar hem toe en omhelst hem, nog voor de jongen iets kan zeggen. Er komt een groot feest. De oudste broer is boos: hij was altijd braaf en kreeg nooit een feest. De vader gaat ook naar hem naar buiten. Hoe het afloopt, vertelt Jezus niet.

  3. 3Talk together

    • Children

      Hoe denk je dat de vader zich voelde toen hij zijn zoon zag aankomen? En hoe voelde de oudste broer zich?

    • Teens

      Met welke zoon voel jij je meer verbonden, de jongste of de oudste? Waarom?

    • Adults

      Het verhaal eindigt zonder antwoord van de oudste zoon. Hoe zou ik het slot schrijven, en wat zegt dat over mij?

  4. 4Do together

    Action

    Speel het verhaal kort na zonder woorden: de vertrekkende zoon, de wachtende vader, de rennende vader, de boze broer. Stop bij de oudste broer en laat ieder bedenken wat hij doet. Of vier samen iets kleins voor iemand die terug is of opnieuw begint.

Go deeperFor parents, to read beforehand

Het werkwoord in vers 20 (splanchnizomai, 'met ontferming bewogen') betekent letterlijk dat je ingewanden zich omkeren. Lucas gebruikt het ook voor de Samaritaan (10:33) en voor Jezus bij de weduwe van Naïn (7:13).

De jongste zoon had een toespraak voorbereid (vs 18–19). In de meeste handschriften krijgt hij maar de helft gezegd: 'maak mij als een van je dagloners' zegt hij niet meer, want de vader onderbreekt hem met bevelen voor kleren, ring en feest. (Enkele oude handschriften voegen die zin in vers 21 wel toe.)

De oudste zoon zegt 'die zoon van u' (vs 30); de vader antwoordt 'die broer van jou' (vs 32). Zo'n woordkeuze vertelt het conflict in het klein.

Rembrandt schilderde het moment van thuiskomst (De terugkeer van de verloren zoon, ca. 1668). Henri Nouwen schreef er een bekende meditatie over, waarin hij zichzelf in alle drie de figuren herkent.

Bo's quiz

Do you remember? Three questions about the story.