মূল বিষয়ে যান
বেটা

সুতো এখনও পুরোপুরি বাংলা ভাষায় অনুবাদ হয়নি। যা এখনও অনুবাদ হয়নি, তা ইংরেজিতে দেখানো হয়।

All reading plans

৩০ days

Het grote verhaal in 30 dagen

Van de schepping tot de nieuwe schepping: de grote lijn van de Bijbel, één hoofdstuk per dag.

De Bijbel is een bibliotheek van 66 boeken, geschreven door veel mensen over meer dan duizend jaar. Toch vertelt hij één verhaal: God maakt de wereld, mensen keren zich af, en God gaat hen achterna, tot alles nieuw wordt. In dertig dagen lees je de knopen in die draad, niet alles. Elke dag zegt kort wat er sinds de vorige dag gebeurde. Een hoofdstuk duurt zo'n tien minuten.

আপাতত অংশ ও পুস্তকগুলোর ব্যাখ্যা কেবল ডাচ ভাষায় আছে। বাইবেলের পাঠ ও অ্যাপটি নিজে আপনার ভাষায়; ব্যাখ্যাগুলোর অনুবাদ আসছে।

0 of 30 days read

Start with day 1
  1. In het begin

    Het verhaal begint niet bij de mens, maar bij God die spreekt: 'Daar zij licht'. Andere scheppingsverhalen uit die tijd, zoals het Babylonische Enuma Elish, maken van zon en maan goden; Genesis noemt ze gewoon 'lichten'. Hoe je de zes dagen moet lezen, daarover verschillen christenen. Iedereen leest wel dit: alles is goed gemaakt, en de mens is gemaakt naar Gods beeld (1:27).

    Je bent gemaakt naar Gods beeld. Wat zegt dat over jou, en over de mensen naast je?

  2. Waar ben je?

    De slang zaait wantrouwen: 'Is het ook, dat God gezegd heeft?' (3:1). De mensen eten, schamen zich en verstoppen zich. Maar God komt hen zoeken: 'Waar zijt gij?' (3:9). Sinds Ireneüs (2e eeuw) lezen veel christenen in 3:15, het zaad van de vrouw dat de slang de kop vermorzelt, een eerste aankondiging van het evangelie; anderen lezen het algemener, als de strijd tussen mens en kwaad.

    God vraagt niet 'wat heb je gedaan?' maar 'waar ben je?'. Wat zou jij antwoorden?

  3. Abraham: ga!

    Na de val volgen moord, de vloed en de toren van Babel (Genesis 4 tot 11): het gaat van kwaad naar erger. Dan begint God opnieuw, met één man. Abram moet vertrekken, zonder te weten waarheen. De belofte: land, nakomelingen, en 'in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden' (12:3). Meteen daarna liegt Abram in Egypte: de drager van de belofte is geen held.

    God begint zijn plan voor 'alle geslachten' met één onvolmaakte man. Wat zegt dat over hoe God werkt?

  4. God zal voorzien

    Een moeilijk hoofdstuk, en dat mag je ook zo voelen. Abraham krijgt de opdracht zijn zoon Isaak te offeren, en God houdt hem op het laatste moment tegen. Op de vraag van Isaak zegt Abraham: 'God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien' (22:8). In het Joodse denken heet dit verhaal de Akeda, 'de binding'. Christenen zien er al vroeg een schaduw in van de Vader die zijn eigen Zoon niet spaart (Romeinen 8:32).

    Wat zegt de naam die Abraham aan de plaats geeft, 'De HEERE zal het voorzien!' (22:14), over God?

  5. Een brandende braamstruik

    Eeuwen later zijn Abrahams nakomelingen slaven in Egypte. Wanneer de uittocht precies was, daarover verschillen onderzoekers: sommigen denken aan de 15e eeuw v.Chr. (op basis van 1 Koningen 6:1), velen aan de 13e eeuw, en sommigen twijfelen aan een uittocht op deze schaal. God zegt tegen Mozes: 'Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks' (3:7). Zijn naam: 'Ik zal zijn, Die Ik zijn zal' (3:14), in veel vertalingen 'Ik ben die Ik ben'.

    God ziet, hoort en komt naar beneden (3:7–8). Wat betekent dat voor wie vandaag vastzit?

  6. Het Pascha

    De laatste plaag is de zwaarste: de dood van de eerstgeborenen. Wie het bloed van een lam aan de deurposten strijkt, wordt voorbijgegaan. Israël moet deze nacht elk jaar gedenken (12:14), en Joden vieren Pesach tot vandaag. Jezus' laatste maaltijd was volgens de evangeliën een Paasmaal, en Paulus schrijft: 'ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus' (1 Korintiërs 5:7).

    Waarom zou God willen dat zijn volk deze nacht elk jaar opnieuw vertelt, ook aan de kinderen (12:26–27)?

  7. Door de zee

    Het leger van de farao zit Israël op de hielen, de zee ligt voor hen. Mozes zegt: 'De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn' (14:14). Het Hebreeuws spreekt van de 'Rietzee'; waar die precies lag, weet niemand zeker. Paulus ziet de doortocht later als een beeld van de doop (1 Korintiërs 10:1–2): van slavernij naar vrijheid, door het water heen.

    'Gij zult stil zijn.' Waar zou jij God voor je moeten laten strijden, in plaats van het zelf te doen?

  8. Tien woorden

    Aan de berg Sinaï sluit God een verbond met zijn volk. De tien geboden beginnen niet met een bevel, maar met wat God al gedaan heeft: 'Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb' (20:2). Eerst bevrijding, dan de weg om vrij te blijven. Hoe de tien geteld worden, verschilt tussen tradities. Jezus vat ze later samen in twee: God liefhebben en je naaste (Marcus 12:29–31).

    Wat verandert er als je de geboden leest als antwoord op bevrijding, en niet als voorwaarde?

  9. De grote Verzoendag

    In de woestijn bouwt Israël een tent voor God, de tabernakel. Eén keer per jaar gaat de hogepriester het heilige der heiligen binnen. Een bok wordt geofferd, een tweede draagt de zonden de woestijn in: 'op dien dag zal hij voor u verzoening doen' (16:30). Joden houden Jom Kipoer nog altijd, sinds 70 n.Chr. zonder tempel. De brief aan de Hebreeën (9) ziet Jezus als de hogepriester die eens en voor altijd binnengaat.

    Wat zegt het dat God zelf een weg geeft om terug te komen, nog voor iemand erom vraagt?

  10. Kiezen wie je dient

    Na veertig jaar woestijn trekt Israël onder Jozua het land in. Hoe die vestiging precies verliep, daarover verschillen archeologen en uitleggers, en de oorlogsverhalen roepen ook vragen op. In zijn afscheid vertelt Jozua het hele verhaal opnieuw, vanaf Abraham (24:2–13). Dan de keuze: 'maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!' (24:15).

    Jozua vertelt eerst wat God deed, en vraagt dan pas een keuze. Wat kies jij vandaag?

  11. De jongste wordt gezalfd

    Na de tijd van de rechters wil Israël een koning, zoals de andere volken (1 Samuël 8). Saul begint goed maar gaat zijn eigen weg. Samuel moet in Betlehem een nieuwe koning zalven, en het wordt niet de sterkste zoon, maar de jongste herdersjongen: 'de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan' (16:7). 'Gezalfde' is in het Hebreeuws 'messias', in het Grieks 'christos'.

    Wat zou God zien als Hij naar jouw hart kijkt, voorbij wat anderen zien?

  12. Een huis voor David

    David is koning in Jeruzalem en wil een huis, een tempel, voor God bouwen. Maar God draait het om: Ik zal voor jou een huis bouwen, een koningshuis dat eeuwig blijft (7:16). Uit deze belofte groeit de verwachting van een 'Zoon van David'. Bij de aankondiging van Jezus' geboorte klinkt ze terug: 'God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven' (Lucas 1:32).

    David wil iets voor God doen, en God wil eerst iets voor David doen. Herken je dat?

  13. Elia op de Karmel

    Na Salomo valt het rijk uiteen in twee: Israël in het noorden en Juda in het zuiden (1 Koningen 12). Koning Achab en zijn vrouw Izebel dienen Baäl. God stuurt profeten, mensen die het volk terugroepen naar het verbond. Elia daagt het volk uit: 'Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?' (18:21). Later zegt Maleachi dat Elia terugkomt, en Jezus ziet dat vervuld in Johannes de Doper (Matteüs 11:14).

    Waar hink jij op twee gedachten?

  14. Jeruzalem valt

    Het noordrijk was al in 722 v.Chr. door Assyrië veroverd (2 Koningen 17). Nu verwoest Babylon Jeruzalem en de tempel, in 587 of 586 v.Chr. (onderzoekers verschillen over het jaar), en voert het volk weg. Het lijkt het einde van de beloften. Toch eindigt het boek met een klein licht: koning Jojachin komt vrij en eet aan de tafel van de koning (25:27–30). Kleitabletten uit Babylon noemen zijn rantsoenen.

    Het boek eindigt niet met een oplossing, maar met een klein teken. Wat zijn kleine tekens van hoop in jouw leven?

  15. Een nieuw verbond

    Jeremia maakte de val van Jeruzalem zelf mee, en kreeg er veel spot voor. Midden in het verdriet (Rachel die weent om haar kinderen, 31:15) spreekt God over een nieuw verbond: 'Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven' (31:33). Jezus neemt het woord over bij het laatste avondmaal: 'Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed' (Lucas 22:20).

    Wat is het verschil tussen een wet op stenen tafels en een wet in je hart?

  16. Dorre beenderen

    Ezechiël zit met de ballingen in Babylon. Ze zeggen: 'Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren' (37:11). God toont hem een vallei vol beenderen en vraagt: 'Zullen deze beenderen levend worden?' (37:3). Het Hebreeuwse woord 'roeach' betekent adem, wind en Geest tegelijk. Wat God hier belooft, komt later terug op de paasmorgen en met Pinksteren.

    Wat in jou of om je heen lijkt 'verdroogd'? Durf je God te vragen er adem in te blazen?

  17. De lijdende knecht

    Een lied over een knecht van God die lijdt voor anderen: 'Hij is om onze overtredingen verwond' (53:5). Veel onderzoekers plaatsen Jesaja 40 tot 55 in de tijd van de ballingschap, anderen schrijven het hele boek toe aan de profeet uit de 8e eeuw v.Chr. De grote Jesajarol uit Qumran is ouder dan Jezus. In het Joodse denken is de knecht vaak Israël zelf; het Nieuwe Testament leest het lied over Jezus (Handelingen 8:32–35).

    'Wij dwaalden allen als schapen' (53:6). Waar lees je jezelf in dit lied?

  18. Terug, en huilen van vreugde

    In 538 v.Chr. laat de Perzische koning Kores de ballingen teruggaan (Ezra 1); ook de Kores-cilinder beschrijft zijn beleid om volken naar huis te laten keren. Een kleine groep herbouwt het altaar en legt de fundering van een nieuwe tempel. De jongeren juichen, maar de ouderen, die de eerste tempel nog kenden, huilen (3:12–13). Het is een nieuw begin, maar nog niet wat de profeten beloofden.

    Ken je dat, vreugde en verdriet tegelijk? Wat doe je ermee voor God?

  19. Het wachten

    Maleachi is het laatste boek van het Oude Testament in onze Bijbels (de Joodse Bijbel eindigt met Kronieken). God belooft: 'Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal' (3:1). Dan blijft het lang stil: ongeveer vier eeuwen, met Grieken, de opstand van de Makkabeeën en vanaf 63 v.Chr. de Romeinen. Marcus begint zijn evangelie met precies deze belofte (Marcus 1:2).

    Hoe houd je vol als God lang lijkt te zwijgen?

  20. Een kind in een kribbe

    Onder keizer Augustus wordt in Betlehem, de stad van David, een kind geboren en in een voerbak gelegd. Herders horen het eerst. Jezus werd waarschijnlijk tussen 6 en 4 v.Chr. geboren; hoe de volkstelling onder Quirinius daarin past, is een bekende vraag onder onderzoekers. In de tempel neemt Simeon het kind in zijn armen: hij wachtte al lang op 'de vertroosting Israëls' (2:25). Het wachten is voorbij.

    Simeon herkent in een baby wat hij zijn hele leven verwachtte. Wat verwacht jij van God?

  21. Heden vervuld

    Jezus is veertig dagen in de woestijn, zoals Israël veertig jaar, maar Hij blijft trouw waar Israël viel. In de synagoge van Nazaret leest Hij Jesaja 61: goed nieuws voor armen, vrijheid voor gevangenen. Dan zegt Hij: 'Heden is deze Schrift in uw oren vervuld' (4:21). Zijn dorpsgenoten willen Hem eerst horen, en dan van een rots duwen.

    Jezus kwam voor armen, gevangenen en blinden. Bij wie van hen hoor jij vandaag?

  22. De Bergrede

    Zoals Mozes de wet kreeg op een berg, zo spreekt Jezus vanaf een berg. Hij begint met zaligsprekingen voor armen, treurenden en zachtmoedigen. Hij zegt dat Hij niet gekomen is 'om te ontbinden, maar om te vervullen' (5:17). En Hij gaat verder dan de wet: niet alleen niet doden, maar ook niet haten; zelfs 'hebt uw vijanden lief' (5:44).

    Welke zaligspreking raakt jou vandaag het meest, en waarom?

  23. Het is volbracht

    Bij Johannes sterft Jezus op de voorbereidingsdag van het Pascha (19:14), het uur waarop de lammeren geslacht werden; hoe dat zich verhoudt tot de andere evangeliën, daarover denken onderzoekers verschillend. Boven het kruis staat in drie talen 'Jezus de Nazarener, de Koning der Joden'. Zijn laatste woord: 'Het is volbracht' (19:30). Geen been wordt gebroken (19:36), zoals bij het paaslam in Exodus 12:46.

    Wat is er 'volbracht' aan het kruis, volgens jou?

  24. In de tuin: Maria!

    Vroeg op de eerste dag van de week staat Maria Magdalena huilend bij het lege graf, in een tuin. Ze denkt dat Jezus de tuinman is, tot Hij haar naam zegt (20:16). Een vrouw als eerste getuige: in die tijd telde haar getuigenis minder, en veel onderzoekers zien juist daarin een teken dat dit niet verzonnen is. Tomas twijfelt en zegt dan: 'Mijn Heere en mijn God!' (20:28).

    Jezus roept Maria bij haar naam. Wat zou het betekenen dat Hij jou bij je naam kent?

  25. Pinksteren

    Vijftig dagen na Pasen, op het Joodse oogstfeest, komt de Heilige Geest over de leerlingen. Mensen uit veel landen horen hen in hun eigen taal spreken. Veel uitleggers zien hier het omgekeerde van Babel (Genesis 11): daar raakten de talen verward, hier verstaan ze elkaar. Petrus citeert de profeet Joël. Die dag laten zich zo'n drieduizend mensen dopen (2:41).

    De eerste gemeente bleef bij de leer, de gemeenschap, het brood en het gebed (2:42). Welke van die vier mis jij het meest?

  26. Voor alle volken

    Petrus krijgt een visioen en wordt naar het huis van Cornelius gestuurd, een Romeinse officier in Caesarea. Voor een Jood was dat binnenstappen bij een heiden. Petrus zegt: 'God is geen aannemer des persoons' (10:34), en de Geest komt ook op de heidenen. Zo krijgt de belofte aan Abraham vorm: in hem worden alle geslachten van de aarde gezegend (Genesis 12:3).

    Bij wie zou jij een drempel moeten overstappen, zoals Petrus?

  27. Niets kan ons scheiden

    De brieven zijn ouder dan de evangeliën: Paulus schreef aan Rome waarschijnlijk rond 57 n.Chr. Hoofdstuk 8 begint met 'Zo is er dan nu geen verdoemenis' (8:1). De hele schepping zucht en wacht op bevrijding (8:22), en de Geest bidt mee als wij geen woorden hebben. Het eindigt met de zekerheid dat niets ons kan scheiden van de liefde van God in Christus (8:38–39).

    Wat zou je durven als je zeker wist dat niets je van Gods liefde kan scheiden?

  28. Een muur afgebroken

    Volgens de traditie schreef Paulus deze brief; veel onderzoekers denken aan een leerling die in zijn naam schreef. 'Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof' (2:8). Christus heeft 'de middelmuur des afscheidsels' afgebroken (2:14). In de tempel stond echt zo'n afscheiding: in 1871 vond men een inscriptie die niet-Joden op straffe van de dood verbood verder te gaan.

    Welke muren tussen mensen zie jij, en wat zou het betekenen dat ze in Christus al gevallen zijn?

  29. Alles nieuw

    Johannes zit verbannen op Patmos (1:9) en ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. God komt bij de mensen wonen (21:3) en wist alle tranen af (21:4). 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw' (21:5). De stad is een kubus (21:16), zoals het heilige der heiligen in de tempel (1 Koningen 6:20): de hele stad is Gods woning. Hoe letterlijk je de beelden leest, daarover verschillen christenen; de hoop is dezelfde.

    Welke tranen zou je willen dat God afwist?

  30. Terug in de tuin

    Het verhaal begon in een tuin en eindigt in een tuinstad: de rivier van het water des levens en de boom des levens (22:2), die in Genesis 3 onbereikbaar werd. 'En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn' (22:3). Het laatste woord is een uitnodiging: 'wie wil, neme het water des levens om niet' (22:17), en een gebed: 'Amen. Ja, kom, Heere Jezus!' (22:20).

    Je hebt het grote verhaal gelezen, van tuin tot tuinstad. Waar sta jij in dat verhaal?

পড়ার স্বাচ্ছন্দ্য

যা আপনার কাজে লাগে তা বেছে নিন। আপনার পছন্দ এই ডিভাইসেই রাখা থাকে।

লেখার আকার

আপনার ডিভাইসের নিজস্ব সেটিংস (জুম, স্ক্রিন রিডার, ডার্ক মোড) পছন্দ করেন? সেগুলোও এখানে কাজ করে।